woensdag 31 augustus 2011

Pauw


In de stad Pécs is de opvoering van het muziekstuk “Een pauw is opgevlogen” van de beroemde Hongaarse componist Zoltán Kódály, verboden. De directeur van het Philharmonisch Orkest van Pécs was bang dat de opvoering van het stuk als een belediging zou worden opgevat door de Fidesz-burgemeester van Pécs, de heer Páva, Hongaars voor Pauw.

De muzikale leider van het orkest wilde Kódály’s muziekstuk opvoeren bij de opening van de nieuwe Kódály concertzaal, waarbij ook burgemeester Pauw aanwezig zou zijn. Maar de directeur van het orkest meende dat “het publiek het lied zou kunnen opvatten als een bespotting van de heer Pauw,” zo schreef hij in een brief. En dus verbood hij de opvoering, waarop de muzikale leider uit protest tegen deze inperking van zijn artistieke vrijheid ontslag nam.
De betreffende  muziek van Kódály is gebaseerd op een oud Hongaars volksliedje terwijl de woorden komen van een gedicht van de 20e-eeuwse dichter Endre Ady dat als volgt begint:

“Een pauw is opgevlogen en zit op het provinciehuis –
ten teken dat de vrijheid wacht op alle arme lui.

Delicate, trotse pauw met je zonovergoten veren,
laat je boodschap zijn dat morgen alles zal verkeren.”

Wie het hele gedicht leest (zie de Engelse vertaling hieronder) moet concluderen dat je het op twee totaal verschillende manieren zou kunnen interpreteren, maar dat een tegen de heersende autoriteit gerichte interpretatie het meest logisch is als je de zeer liberale en progressieve opvattingen van Ady ook in ogenschouw neemt.
Hoe het ook zij, burgemeester en Fidesz parlementariër Pauw verklaarde dat hij absoluut niets tegen het muziekstuk heeft. Hij voelt zich ook niet beledigd als hij een pauw in de dierentuin ziet en begrijpt niet wat de directeur bezielde, verklaarde hij. Maar dat laatste lijkt me voor de hand te liggen. Die directeur deed wat de meeste mensen doen in autoritaire landen waar een klimaat van willekeur heerst. Geef de heersende macht vooral geen aanstoot.
Stel dat Pauw het wel persoonlijk opvat, moet hij gedacht hebben, dan kan ik een hoop gelazer krijgen, misschien zelfs ontslagen worden, dus laten we het voor de zekerheid maar niet opvoeren. Zelfcensuur, teweeg gebracht door autoriteiten die mensen ontslaan omdat ze niet de juiste politieke kleur hebben, omdat ze hun besluiten kritiseren of omdat ze te onafhankelijk zijn. Een treurige illustratie van het heersende klimaat in het bestuur van dit land.

Verder deze week:

- Premier Orbán kondigde opnieuw aan dat er de komende maanden keiharde bezuinigingen nodig zullen zijn om te voorkomen dat Hongarije de kant van Griekenland op gaat. De precieze plannen worden in de loop van september verwacht, maar de richting is wel duidelijk: verlaging van de lonen, pensioenen en sociale uitgaven, dwangarbeid voor minder dan minimumloon voor de allerarmsten (zigeuners), minder geld voor onderwijs en gezondheidszorg, inperking van de rechten van vakbonden etc. Heel wat anders dan de populistische boodschap waarmee Fidesz destijds haar overweldigende meerderheid wist te winnen in de verkiezingen.

- Orbán wijt alle problemen natuurlijk aan anderen: het IMF, de EU, de euro, de internationale banken, financiële speculanten, enz. enz. Maar de realiteit is dat, hoewel de internationale omstandigheden inderdaad slecht zijn, Hongarije veel van haar huidige problemen te wijten heeft aan het onverantwoorde economische beleid van de regering Orbán gedurende de laatste anderhalf jaar. Met als dieptepunt de invoering van de vlaktaks, een fors cadeau aan de rijken (inclusief de parlementariërs van Fidesz) waardoor de overheid heel veel belastinginkomsten misloopt. Opvallend is dat ook gerenommeerde conservatieve economen zoals Attila Chikán, Péter Ákos Bod, Tamás Mellár en László Csaba de laatste weken steeds forser en openlijker uithalen tegen het economisch beleid van Orbán. Maar, zo constateren een aantal van hen, er wordt ook naar ons simpelweg niet geluisterd.



A peacock takes its perch (English)

„A peacock takes its perch upon the county hall –
A sign that freedom comes to many folk in thrall.”

Let the proud, frail peacock, whose feathers daze the sun,
Proclaim that to-morrow here all will be undone.

To-morrow all will change, be changed at last.
New eyes In new battles will turn with laughter to the skies.

New winds will make laments in the old Magyar trees,
While we await, await new Magyar mysteries.

Either we all are fools, and to a man shall die,
Or else this faith of ours will prove it does not lie.

New forges and new fires, new faiths, new holy men,
Either you’ll come to life, or be nothing again.

Either the ancient hall will fall from the flame’s stroke,
Or our souls will sit here, bound in the ancient yoke.

Either in Magyar words new meanings will unfold,
Or the sad Magyar life will linger as of old.

„A peacock takes its perch upon the county hall –
A sign that freedom comes to many folk in thrall.”

maandag 22 augustus 2011

Apathie


De voornaamste bedreiging voor de democratie in Hongarije is de politieke apathie van de Hongaarse bevolking, meent de liberaal conservatieve politieke analist Zoltán Somogyi. Als de kiezers niet geïnteresseerd zijn in de democratische instituties, kan de democratie niet gered worden. Het echte probleem, meent hij, is dat de kiezers zich massaal van de politiek hebben afgewend. Hij verwijst daarbij ondermeer naar het groeiende percentage kiezers dat in opiniepeilingen aangeeft geen idee te hebben op wie te stemmen.

Deze groeiende onverschilligheid is een erfenis van de communistische tijd onder János Kádár, waarin er een ongeschreven overeenkomst bestond tussen de heersende communistische elite en het volk. De burgers hielden zich buiten de politiek en bemoeiden zich niet met het reilen en zeilen van de politici. In ruil daarvoor bemoeide de elite zich niet met hun dagelijks leven dat de meeste Hongaren (een kleine groep dissidenten uitgezonderd) in relatieve vrijheid doorbrachten: weinig censuur, een gegarandeerd sociaal minimum voor iedereen, een weekeindhuisje aan het Balaton, reizen naar het buitenland.
“Precies deze modus vivendi die de vrolijkste barak van het socialistische blok in stand hielp houden, schaadt nu de democratie,” aldus Somogyi. Want als er geen publieke woede is, zijn politici vrij om te doen wat ze willen. De onmacht van de huidige oppositiepartijen MSZP en LMP draagt bij aan deze groeiende onverschilligheid bij het grote publiek, meent hij. “Er zijn een miljoen gematigde liberalen en conservatieven in dit land die geen partij hebben waar ze zich achter kunnen scharen.” Let wel, Somogyi was de verkiezingsstrateeg achter het liberaalconservatieve MDF. Die partij probeerde vorig jaar een rationeel alternatief te vormen voor de populistische koers van Fidesz en Jobbik maar leed een smadelijke nederlaag en slaagde er niet in de 5% kiesdrempel te halen.

Verder de afgelopen weken:
- Vertegenwoordigers van de Fidesz regering hebben diverse suggesties gedaan die erop neerkomen dat voormalige linkse premiers eigenlijk gerechtelijk vervolgd zouden moeten worden voor het feit dat de staatsschuld van Hongarije de afgelopen tien jaar is gegroeid tot boven de 80%. Een parlementaire commissie van Fidesz mensen heeft de kwestie onderzocht en de onderzoeksresultaten overhandigd aan het openbaar ministerie, dat nu bekijkt of vervolging mogelijk is. Het zou waarschijnlijk een nieuwe rel met Europa opleveren als een premier voor zijn politieke handelen in het verleden juridisch vervolgd wordt. Maar het kan natuurlijk ook gewoon populistisch geblaf zijn.
- Volgens de Amerikaanse politicoloog en Hongarije experts Charles Gati wordt de verkiezingswet die Fidesz in de komende maanden aan wil nemen een testcase. Als die wet belangrijke obstakels opwerpt voor een democratische machtsovername door de oppositie, dan zijn tegenmaatregelen van de VS niet uitgesloten. “Daarover hoeven geen illusies te bestaan; het zal onder investeerders niet onopgemerkt blijven als de regering van de VS verklaart dat het Hongarije niet langer als een stabiele democratie beschouwt,” aldus Gati.
Toeschouwers bij het optreden van Saga
- Op een festival van rechtsradicalen vlakbij Boedapest riep een spreker het publiek op om “de trekker van het machinegeweer over te halen” als ze een Jood zagen of “iemand met een andere huidskleur.” De man betoogde dat er een rassenoorlog (tegen de zigeuners) gaande was en dat iedereen klaar moest staan om te doden en zijn leven te geven voor de blanke Hongaarse natie. Het publiek reageerde met applaus. De spreker is lid van een van de diverse neonazistische clubjes die verbonden zijn met Jobbik. Er zaten in het publiek ook diverse parlementariërs van Jobbik, maar die weigerden zich van “hun vriend” te distantiëren. Ook de partijleiding van Jobbik deed dat niet. De politie trad evenmin op, hoewel er op het festival alom en openlijk geleurd wordt met nazistische parafernalia (buttons, T-shirts, stickers, Mein Kampf enz), wat bij wet verboden is. Het festival wordt georganiseerd door de burgemeester (!) van het dorpje Veröce (45 km ten noorden van Boedapest en 15 km ten noorden van Vác). Het trekt duizenden bezoekers waaronder talloze neonazi’s uit heel Europa. Een van de topattracties was de Zweedse zangeres Saga, door wier White Power muziek Anders Breivik zich zo geïnspireerd voelde.

woensdag 10 augustus 2011

Ook godsdienstvrijheid ingeperkt ?

Brengt de nieuwe wet op de kerken, die op 12 juni door het parlement werd aangenomen,  de vrijheid van godsdienst in Hongarije gevaar ?  Een groep voormalige dissidenten – voormalig in de zin dat ze ook onder het communisme dissident waren - vindt van wel . Zij schreven daarom een Open Brief aan de Europese Commisie met het verzoek in te grijpen.

In de wet worden 14 godsdiensten op voorhand en bij wet als erkend aangemerkt, wat ook betekent dat de subsidiering van deze kerken door de overheid doorgaat zoals voorheen. Het gaat om de katholieken – Rooms en Grieks – de Oosters orthodoxen, de Lutheranen en Calvinisten, een paar Joodse groepen, en een paar andere protestantse groepen - de Unitariers, Baptisten en de Geloofs Kerk.
Alle andere kerken dienen een apart verzoek tot erkenning in te dienen en daarover beslist dan een parlementaire meerderheid.
Op de eerste plaats krijgen daardoor diverse gerenomeerde kerken die vaak al decennia actief zijn in Hongarije op voorhand een 2e klas status, want tot die 14 behoren bijvoorbeeld niet de methodisten, adventisten, pentacostal kerk, hervormde joodse  gemeentes, boedisten, de islam,  Hindus, het Leger des Heils en de Jehovahs. Deze kerken – en velen ervan zijn bijvoorbeeld al decennia actief in de hulp aan daklozen, onderwijs en gezondheidszorg – verliezen nu hun erkenning en de subsidies voor hun sociale werk.
Natuurlijk kunnen ze nu alsnog een erkenning aanvragen, maar hun 2e rangs status blijft en bovendien worden ze voor erkenning afhankelijk van het oordeel van een minister of ze wel een serieus geloof zijn, moeten ze zich onderwerpen aan een onderzoek van de geheime dienst of ze niet staatsgevaarlijk zijn en beslist uiteindelijk de politiek met een 2/3 meerderheid in het parlement. Hoezo scheiding van staat en kerk?  Hoezo godsdienstvrijheid en gelijkheid?
De wet heet bedoeld te zijn om allerlei duistere namaakkerken aan te pakken die misbruik maken van subsidiemogelijkheden. Maar me dunkt dat de instelling van een onafhankelijke commissie van religieuse en ethische experts en een mogelijkheid tot beroep bij het constitutionele hof of zo – een mogelijkheid tot beroep geeft de niuewe wet niet -  wat dat betreft voldoende zou zijn. Maar ja, onafhankelijke deskundigen daar houdt deze regering klaarblijkelijk niet zo van. En toch, een regering die zegt christen democratisch te zijn maar de godsdienstvrijheid inperkt, dat is misschien niet zo slim.

Nog twee saillante details:
- de wet werd al enige weken bediscussieerd maar 2 uur {!] voor de uiteindelijke stemming in het parlement werd er nog een nieuw en zwaar gewijzigd ontwerp ingediend dat dus geen enkele parlementarier nog goed heeft kunnen lezen.  Hoe serieus kun je al die Fidesz kamerleden nehmen die dan toch gewoon voor stemmen?
- Zegge en schrijve één van de erkende kerken – ik geloof de Unitariers - protesteerde tegen de wet omdat die tegen andere kerken discrimineert. De anderen zwijgen, waarschijnlijk omdat ze hun eigen erkenning niet in gevaar willen brengen. Schande over hen en hun nageslacht.

woensdag 27 juli 2011

Spin


Als Fidesz ergens goed in is, is het in “spin”. Zo weet de Hongaarse regeringspartij zichzelf al jaren te afficheren als de enige en echte anticommunistische partij in het land, terwijl socialisten en liberalen eigenlijk allemaal communisten zijn en waren. Ook is Fidesz er recent weer in geslaagd het beeld te vestigen dat de regering Orbán het land gered heeft van het faillissement en Griekse toestanden. Voor de aanhang van Fidesz zijn dit keiharde feiten, maar in werkelijkheid zijn het voor 80% fabels.

... het is niet goed met hem gegaan.
Neem Péter Heltai, een man die het afgelopen jaar behoorlijk carrière wist te maken in hiërarchie van de Fidesz regering. Hij was eerder al een belangrijke speler in de mediamarkt in Hongarije (medeoprichter en eigenaar van de Fidesz-gezinde nieuwszender Inforadio bijvoorbeeld) maar inmiddels ook een van de auteurs van de Fidesz mediawet en nu een naaste medewerker van de huidige minister van nationale ontwikkeling. Maar Heltai, een Hongaar die geboren en getogen is in het Roemeense stadje Cluj, was tussen 1982 en 1987 ook een “actieve en betrouwbare” informant voor de Securitate, de geheime dienst van communistisch dictator Ceausescu. Hij bespioneerde diverse Roemeense intellectuelen van Hongaarse afkomst en schreef rapporten over hen, zo bleek eind 2010 uit Securitate archieven die openbaar werden. Dat schijnt geen belemmering te zijn voor de anticommunistische Fidesz regering.
En Heltai is geen uitzondering. In en om Fidesz zitten net als in en om de socialistische MSZP tal van mensen die in de communistische tijd ofwel Partijlid waren en/of hun carrière dankten aan hun goede relatie met de partij. Dat gaat van de minister van buitenlandse zaken en de staatspresident via meneer Heltai tot en met de diverse oligarchen die Fidesz met veel geld en zakenconnecties steunen. In de eerste Fidesz regering van 1998 tot 2002 zaten nota bene meer ex-leden van de voormalige communistische partij MSZMP dan in de socialistische regering van premier Gyula Horn die van 1994-1998 regeerde.
Het huidige Fidesz komt, dat is een feit, voort uit de anticommunistische jeugdbeweging met dezelfde naam die in 1988 werd opgericht door een stuk of tien jongeren waaronder Viktor Orbán. Maar Fidesz heeft die koers al heel lang geleden verlaten en gebruikt het anticommunisme label alleen nog als wapen in de partijpropaganda: jouw communisten zijn slechter dan mijn communisten. Spin dus.

Van meer recente datum is de mythe dat deze regering Hongarije het afgelopen jaar van het faillissement heeft gered. Feit is dat Hongarije financieel het afgelopen jaar niet is ingestort, maar dat is het dan ook wel zo ongeveer, de rest is spin. De echte financiële redders van Hongarije waren in 2009 en 2010 het IMF en de EU (die Hongarije goedkope miljardenkredieten gaven om een bankroet te voorkomen) en de vorige regering van premier Gordon Bajnai die een paar harde bezuinigingen doorvoerde en zo de begroting stabiliseerde. Toen Viktor Orbán aan de macht kwam in mei 2010, was het gevaar afgewend en het Hongaarse huishoudboekje redelijk op orde.
Vervolgens begon de nieuwe regering met allerlei onverantwoorde uitgaven waarbij met name de invoering van de voor rijken zo gunstige vlaktaks jaarlijks heel veel inkomsten scheelt. Toen daardoor het begrotingstekort weer volledig uit de hand leek te lopen, kwam de regering Orbán met het sluwe plan om de private pensioenreserves van miljoenen burgers in beslag te nemen en zo de gaten te stoppen. Eenmalig, want volgend jaar is dat geld alweer helemaal op.

Verder deze week:
Er circuleren nieuwe plannen van de Fidesz regering om te snijden in allerlei sociale rechten en uitgaven. Naast de zeer grootschalige plannen voor werkverschaffing a la de 30-er jaren, het verkorten van de WW periode tot maximaal drie maanden (in Nederland twee jaar) en de inperking van de rechten van vakbonden in bedrijven, is er nu ook sprake van het versoepelen van het ontslagrecht ten gunste van werkgevers (wat heet, er wordt zelfs overwogen de opzegtermijn helemaal op te heffen) en werkgevers ook de mogelijkheid te geven zwangere vrouwen en mensen boven de 55 jaar veel gemakkelijker te ontslaan. Al dit soort zaken zijn in flagrante tegenstelling met populistische maar pertinente verkiezingsbeloften van Fidesz vóór mei 2010. Peter Oszkó, die minister van financiën was in de regering Bajnai, betitelde het sociale beleid van Fidesz al als “ultra-liberaal.”

woensdag 20 juli 2011

Haantjes


Het nieuwe verkiezingssysteem dat Fidesz nu ontwerpt (zie de vorige Kuif) koerst aan op een tweepartijstelsel a la Groot Brittannië. In zo’n stelsel kan, althans theoretisch, Fidesz alleen maar verslagen worden als de oppositie zich verenigt. “Maar onze oppositie is al even deerniswekkend als onze regering,” aldus een commentaar van een Hongaarse blogger.

De toestand is inderdaad treurig. De socialisten (MSZP) hebben een aanhang die niet veel groter meer is dan zo’n 15 a 20% van de bevolking. Dat dat vooral 50 plussers zijn, geeft ook weinig hoop voor de toekomst. De socialisten zijn bovendien verdeeld in diverse fracties die elkaar nauwelijks het licht in de ogen gunnen; een mengelmoes van ouderwetse linkse socialisten, sociaaldemocraten, sociaalliberalen enz. De partij heeft geen aansprekende namen en persoonlijkheden, de leiding bestaat uit partijbonzen die de afgelopen twintig jaar de nodige boter op hun hoofd hebben verzameld (wanbeleid, corruptie, onvermogen) en enkele ietwat jongere types zonder veel kraak of smaak die de boel bijeen proberen te houden. En natuurlijk is er Ferenc Gyurcsány. De ex-premier is de enige met visie en durf binnen de partij, maar hij heeft onder veel Hongaren de naam van een leugenaar en een intrigant (zijn beruchte “We hebben gelogen”-speech van 2006). Of dat beeld terecht is, doet er niet toe, het bestaat alom.
De LMP (Politiek Kan Anders) is lid van de Europese Groenen maar kan onmogelijk met bijvoorbeeld Groen Links vergeleken worden. Het is een wat vreemde mengeling. In de partij zitten mensen die het kleutergroen nog niet ontstegen zijn (een actie tegen het kappen van een paar bomen) en mensen die een volwassen ecologische politiek voorstaan. Er zitten mensen in die links georiënteerd zijn, maar (zeker aanvankelijk) aanzienlijk meer die dachten met Fidesz te kunnen samenwerken en die fel anti-liberaal, anti-socialistisch en zeker anti-Gyurcsány zijn. Bovendien komt de LMP kiezer, tussen de 5 en 10%, vooral uit de hoofdstad (veel voormalige links-liberalen daar hebben LMP gestemd) en is hun partijorganisatie elders uitermate zwak.
En dan is er nog Jobbik. Waar Fidesz zich nu als radicaal conservatieve regeringspartij ontpopt, is Jobbik extremistisch rechts. Hun programma is supernationalistisch, sterk anti-zigeuner (dat is hun voornaamste mobilisatiepunt) en in vele opzichten antidemocratisch. De partij zit, tot op het hoogste niveau, boordevol types die openlijk en regelmatig antisemitische en racistische taal uitkramen en banden hebben met gewelddadige neofascistische groepjes. Ze hebben nog steeds – zij het in wat slapende toestand - een paramilitaire arm en ze zijn populair. Ze scoren in peilingen maar net onder de socialisten en onder jongeren hoger.

Toen Fidesz onlangs haar plannen voor de nieuwe kieswet bekend maakte, had dat in ieder geval het effect dat de oppositie werd wakker geschud. Iedereen lijkt nu eindelijk tot het inzicht te zijn gekomen dat een breed samengaan van oppositiekrachten moet. Het was een LMP parlementariër die suggereerde dat er wellicht zelfs een “technische coalitie voor eerlijke verkiezingen” moest komen. MSZP, LMP én Jobbik zouden een coalitie aan moeten gaan die maar één beperkt doel heeft: de verkiezingen winnen met 2/3 meerderheid, de grondwettelijke veranderingen van Fidesz terugdraaien en binnen twee maanden nieuwe maar dan eerlijke verkiezingen uitschrijven. Van alle kanten, ook MSZP en Jobbik, werd het idee als niet realistisch terzijde geschoven. De ideologische verschillen zijn simpelweg te groot. Maar het geeft in ieder geval aan dat ook bij de LMP,  die het nieuwe kiessysteem vrijwel zeker niet overleeft, nu de laatste illusies over compromissen met Fidesz op zolder zijn weggeborgen.

Het alternatief is voor de hand liggend maar niet minder moeilijk: een grote coalitie van progressieve krachten. Ferenc Gyurcsány suggereert dit al een half jaar. Hij vindt dat de MSZP zijn socialistische uitgangspunten (en een fors deel van zijn oude kader) weg moet gooien en een brede progressieve volkspartij moet worden waarin nadrukkelijk ook plaats is voor gematigde conservatieven die niet met Fidesz overweg kunnen. Het probleem is dat hijzelf eigenlijk niet in zo'n partij kan zitten omdat dat teveel weerstand bij anderen oproept. Een andere groep intellectuelen pleit voor de oprichting van een Oppositie Ronde Tafel, waarin oppositionele partijen en groeperingen een alternatief gaan uitwerken voor de conservatieve en autoritaire revolutie van Fidesz. De grote vraag is natuurlijk: wie van al die haantjes (er is slechts een enkel hennetje tussen) bereid is met wie samen te werken en wie krijgt dan welke plek in de Ronde Tafel en in de coalitie die daaruit voort moet komen?
En in wezen gaat het probleem nog dieper. Er is niet voor niets bij heel links in Europa een ideologische crisis: wat is ons beleid, waar staan we voor, wat hebben we de bevolking te bieden in antwoord op de (financiële) crisis, het populisme, de ruk naar rechts, de immigratieproblematiek enz. In Hongarije is er in ieder geval niemand met een consistent antwoord. Tel daarbij op dat zeker onder jongeren in Hongarije links uit is en rechts, ja zelfs extreemrechts in, en het is duidelijk dat het heel moeilijk is de Fidesz revolutie tot staan te brengen.

Verder deze week:
In Gyöngyöspata, het plaatsje waar recent de onlusten met en rond zigeuners waren, zijn tussentijdse burgemeestersverkiezingen gehouden. Er waren maar liefst zeven kandidaten, waarvan twee extreemrechtse. Maar hoewel de zigeuners massaal op de Fidesz kandidaat stemden in de hoop zo erger te voorkomen, won uiteindelijk toch de kandidaat van Jobbik met 33% van de stemmen (First past the post). Dat is, naast de twee bovengeschetste opties, dus nog een mogelijkheid. Dat een in Fidesz teleurgestelde bevolking straks zijn heil zoekt bij een nog rechtser alternatief en dat, bij gebrek aan serieus democratisch alternatief, een stem op Fidesz de enige manier is om dat te voorkomen.

maandag 11 juli 2011

Vrije verkiezingen in 2014?


Als het aan Fidesz ligt mag de Hongaarse bevolking in 2014, als er nieuwe parlementsverkiezingen gehouden worden, wel kiezen … maar ook weer niet teveel. De partijleiding heeft een voorstel voor een nieuw kiessysteem uitgewerkt dat erop neerkomt dat kleine en middelgrote partijen vrijwel geen kans maken om in het parlement te komen en dat Fidesz, als het maar zorgt dat het een derde van de stemmen krijgt en de grootste blijft, het parlement opnieuw domineert.

Eerst maar een (korte) uitleg. Het parlement wordt ingekrompen van 400 naar 200 zetels. De kiezer brengt twee stemmen uit, één op een persoon in zijn district en één op een landelijke lijst (zoals in Nederland). De helft van de zetels zal worden verdeeld via het districtensysteem en wel in één ronde waarbij de partij die de meeste stemmen haalt de zetel krijgt. In het huidige kiessysteem was er een tweede ronde (zodat je vaak meer dan 50% van de stemmen moest halen om een district te winnen) en waren er voor de verliezers nog compensatiezetels (maar die worden afgeschaft). Als dus de oppositie verdeeld is (zoals nu: socialisten, het groene LMP en het extreemrechtse Jobbik) dan heeft Fidesz al gauw genoeg aan minder dan 50% om in een district te winnen.
Voor de oppositie blijven dan alleen nog de zetels over die ze via de landelijke lijst kunnen halen, maar…er worden ook nieuwe hordes ingebouwd om het kleine en middelgrote partijen extra moeilijk te maken. Zo kunnen ze alleen maar zetels via de landelijke lijst krijgen als ze ook in minimaal een kwart van alle districten meedoen (de LMP is heel sterk in het grote Boedapest maar niet daarbuiten) en dan moeten ze ook nog per district in 21 dagen (nu 35) 1500 steunverklaringen van kiezers (nu 750) ophalen. Zo’n steunverklaring bestaat uit een papier waarop een burger zich – met volledige naam, adres, persoonsnummer enz. – voor een partij uitspreekt. Maar juist zo’n gedetailleerde verklaring geven mensen hier traditioneel niet graag af, wantrouwig als ze zijn dat zo’n bij de centrale overheid geregistreerde partijvoorkeur wel eens tegen hen gebruikt kan worden.
Bovendien mogen ook een paar honderdduizend Hongaren uit de buurlanden meedoen met de volgende verkiezingen. De verwachting is dat dit vooral nationalistisch georiënteerde Hongaren zullen zijn en dat die stemmen dus vooral naar Fidesz (en wellicht Jobbik) zullen gaan.
Tenslotte, laten we dat ook niet vergeten, bestaat er nu al weinig echte vrije pers meer in Hongarije, hoewel een vrije pers geldt als een absolute voorwaarde voor vrije en eerlijke verkiezingen. Fidesz beheerst nu al de staatsmedia, heeft tal van commerciële media opgekocht en de rest aan banden gelegd via de nieuwe mediawet. Wat rest is een enkele dissidente publicatie zonder bereik naar het grote publiek. Als er vervolgens ook geen verkiezingsdebatten zijn (in 2010 waren die er niet omdat Fidesz dat weigerde) is er geen enkele manier om het grote publiek te informeren.

Volgens een aantal experts betekenen de nieuwe kiesregels dat partijen als de LMP (nu 5 a 10%) of Jobbik (nu 10-15%) weinig kans maken het parlement te halen. Natuurlijk zouden in theorie de socialisten (nu rond de 20%) groter kunnen worden dan Fidesz (nu rond de 35%), maar dat is gezien de huidige verdeeldheid en stuurloosheid in die partij niet waarschijnlijk. Als dit nieuwe systeem bij de afgelopen verkiezingen had bestaan, zou Fidesz met 53% van de stemmen niet 2/3 van de zetels maar ¾ van de zetels hebben gehad. En het is heel wel mogelijk dat ze in een volgend parlement meer dan de helft van de zetels heeft hoewel ze maar een derde van de stemmen krijgt en dus eigenlijk een minderheid vertegenwoordigt. Een eerlijke vertegenwoordiging van de wil van de bevolking wordt zo onmogelijk, is in ieder geval het eensgezinde afwijzende oordeel van socialisten, LMP en extreemrechts.

De nieuwe kieswet, die een 2/3 meerderheid vereist en dus door Fidesz eenzijdig kan worden ingevoerd, zal in oktober naar het Parlement gaan en voor eind dit jaar worden aangenomen. Natuurlijk is dit slechts een voorstel en is het in theorie mogelijk dat de wet uiteindelijk veel beter wordt. Maar het is wel het voorstel van de partijtop en de ervaring van het afgelopen jaar stemt niet tot optimisme.


Verder deze week:

- Veel commotie bij de staatsradio en TV, waar de afgelopen dagen 550 van de 4000 werknemers zijn ontslagen. Ze werden een voor een bi de baas geroepen en kregen hun congé. Eind zomer gaan er nog eens 450 uit. Onder de ontslagenen ook vakbondsvertegenwoordigers (die eigenlijk niet ontslagen mogen worden) en mensen met wie tot vorige week nog werd gepraat over nieuwe programma’s die ze het komende seizoen zouden gaan doen. Volgens de oppositie wordt de ontslaggolf misbruikt om iedereen die maar een beetje dissident is te verwijderen. Overigens is volgens een recent onderzoek van het Republikon instituut het nieuws op de staatsmedia buitengewoon eenzijdig geworden. Meer dan 80% van de aandacht gaat naar de regering en Fidesz en als er al aandacht is voor de oppositie is het vaak in negatieve zin.
- Eerder meldde ik al dat een aan Fidesz gelieerd bedrijf de gratis krant Metro had overgenomen van het Zweedse concern dat de krant had gestart. Toen ik dat vertelde aan een kennis, zei ze dat het een hoop verklaarde. Ze reist dagelijks met de metro en leest dan de Metro en het was haar al opgevallen dat de krant opeens zo regeringsgezind was geworden.

dinsdag 5 juli 2011

Kafka

Spionage, wellicht voor Rusland, een geheime aanklacht, een geheime verdachte en wie weet een geheim proces, dat zijn de Kafkaëske ingrediënten van een nieuwe affaire die vorige week begon met een reeks arrestaties. De voormalige socialistische minister  György Szilvásy, verantwoordelijk voor de veiligheidsdiensten, en twee voormalige topfunctionarissen van het Bureau voor Nationale Veiligheid die onder hem dienden werden gearresteerd. De linkse oppositie vreest dat dit de opmaat is naar een politiek showproces.

De arrestaties (en huiszoekingen) vonden vorige week plaats maar tot op de dag van vandaag zijn er geen publieke mededelingen gedaan over het hoe en waarom. Er zou sprake zijn van “staatsgevaarlijke activiteiten” en “spionage,” mogelijk voor de Russen, maar dat is allemaal gebaseerd op mediaspeculatie, bronnen die anoniem willen blijven en zeer bedekte uitlatingen van betrokkenen.
Onder het motto dat het serieuze staatsgeheimen betreft, zeggen de autoriteiten niets. De Parlementscommissie van Binnenlandse Zaken kreeg maandag wel wat informatie, maar de aanwezige parlementsleden zijn verplicht tot geheimhouding en de notulen van deze vergadering zijn tot 2089 niet openbaar. Ook de advocaten en de verdachten zelf mogen geen mededelingen doen over de precieze aanklachten, want staatsgeheim. Er blijkt een vierde verdachte gearresteerd te zijn, maar diens identiteit is eveneens geheim. Vraag is natuurlijk hoe men dan tot een eventuele veroordeling denkt te komen, ervan uitgaand dat betrokkenen inderdaad de wet hebben overtreden? In een geheim proces?
De aanhoudingen zijn gedaan op verzoek van een militaire aanklager en komen voor een militaire rechtbank.  Twee van de verdachten zijn inmiddels door die rechtbank, tegen de zin van de aanklager, al uit de cel ontslagen en mogen de zaak thuis afwachten. Waren de bewijzen tegen hen toch niet zo supersterk?
Het enige wat socialistische leden van de parlementscommissie zeiden was in ieder geval dat de aanklachten belachelijk en ongelofelijk zijn. In linkse kring wordt een vervolging om politieke redenen vermoed. De drie gearresteerden dienden onder de voormalige links-liberale regeringen en ex-minister Szilvásy geldt als een van de belangrijkste politieke vrienden van de voormalige socialistische premier Ferenc Gyurcsány, de aartsvijand van de huidige premier Viktor Orbán.
Volgens Gyurcsány is het ondenkbaar dat er sprake is van serieuze aanklachten. Hier wordt een voormalige minister gearresteerd en vervolgd voor het werk dat hij in een vorige regering heeft gedaan, aldus de socialistische voorman, en niet toevallig kwamen de arrestaties op het moment dat het Hongaarse voorzitterschap van de EU ten einde liep. Ook de term “staatsgevaarlijke activiteiten” roept, zegt hij, donkere associaties op met showprocessen en de dagen dat dissidenten op dergelijke vage gronden werden vervolgd door de communistische dictatuur.
Diverse conservatieve politici wezen die beschuldiging van de hand omdat het niet rationeel zou zijn van de regeringspartij Fidesz om op een dergelijke manier tegen de Europese rechtsnormen in te gaan. Maar opmerkelijk was wel dat de arrestatie van ex-minister Szilvásy in  regeringsgezinde kranten met instemming werden begroet met de uitspraken als: "het net rond Gyurcsány sluit zich" en "de dominostenen vallen."
Want het is geen geheim dat de Fidesz regering al een jaar lang zijn uiterste best doet om Orbán’s meest uitgesproken tegenstander vervolgd te krijgen. Toen de Fidesz regering aantrad werd er zelfs apart een regeringscommissaris (zeg maar een staatssecretaris) benoemd die zich uitsluitend bezig houdt met ‘de vervolging van onwettelijke activiteiten van de vorige regering.’ Maar ondanks naarstig wroeten en pogingen om bepaalde voormalige hoge ambtenaren zover te krijgen dat ze belastende verklaringen over de ex-premier aflegden, is die regeringscommissaris er in het afgelopen jaar niet in geslaagd om met ook maar een flinter van bewijs te komen dat Gyurcsány corrupt was of anderszins de wet had overtreden. Of, wie weet, een spion en landverrader in dienst van Rusland was?

Verder deze week:
- Ook 1 juli: de nieuwe mediawet wordt van kracht. Toevallig (?) verstuurde de commissaris voor de media op die dag een brief aan een linkse krant met de aankondiging dat hij een onderzoek instelt naar commentaren van lezers in de online versie van die krant. Die lezers zouden zich onwaardig en beledigend hebben uitgelaten over de president en de premier. Andere functionarissen van de media autoriteit bevestigen dat dit soort commentaren (evenals bloggers) niet onder hun bevoegdheid vallen. Maar de brief ligt er en diverse publicaties reageerden angstig met de mededeling dat ze uit voorzorg de mogelijkheden tot commentaar zouden inperken “om problemen en gedoe te voorkomen.” Wat noemden critici ook al weer het grootste gevaar van die Fidesz mediawet? Dat de wet een klimaat van zelfcensuur creëert.

- Het parlement heeft een Fidesz voorstel aangenomen dat verdachten in bijzondere zaken (zware misdaden, corruptie e.d.) in de eerste 48 uur géén recht heeft om met zijn advocaat te spreken, hoewel die advocaat wel aanwezig mag zijn bij eventuele verhoren. De wet staat ook toe dat verdachten vijf dagen in hechtenis kunnen worden gehouden voordat er een rechter naar de zaak kijkt (nu oordeelt de rechter na drie dagen of  er gegronde redenen zijn een verdachte vastte houden). Bovendien krijgt een officier van justitie het recht om te bepalen welke rechter/rechtbank over de zaak die hij aanbrengt oordeelt (terwijl nu de rechterlijke macht zelf over de verdeling van zaken gaat). Onder andere mensenrechtenorganisaties, de orde van advocaten en oppositiepartijen protesteren fel tegen deze bepalingen die ze in strijd achten met de Europese rechtsnormen. De Groene oppositiepartij LMP stapt naar het Grondwettelijk Hof met het verzoek de bepalingen te schrappen. In de oorspronkelijke voorstellen was er sprake van dat advocaten in de eerste 48 uur helemaal buiten spel stonden, maar daar is op het laatste moment de bepaling aan toegevoegd dat ze wel bij verhoren aanwezig mogen zijn.