zondag 29 mei 2011

Olifant in een porseleinkast

Voor wie in Hongarije woont, is het wekelijks interview met minister president Rutte een ongelofelijke verademing. Want of je het nu met hem eens bent of niet, daar zit elke week weer de premier van het land aan wie een reeks kritisch en minder kritische journalisten elke vraag die ze maar willen kunnen stellen. En de man – het is geen CDA draaikont - geeft daar gewoon antwoord op, legt uit, argumenteert of zegt soms dat een antwoord nu even niet kan. Heerlijk.

Zo’n aanpak is in het hedendaagse Hongarije volstrekt ondenkbaar geworden. Orbán onderwerpt zich niet aan open interviews met kritische journalisten en begeeft zich niet in een vrij debat in fora waar ook zijn critici zijn. Hij beperkt zich tot strak georganiseerde (en in tijd gelimiteerde) persconferenties, een enkel ‘geregeld’ interview in een buitenlandse krant en bijeenkomsten en debatten waar overwegend of uitsluitend aanhangers en bewonderaars zijn. Debat in eigen kring kan tot op zekere hoogte nog, maar open overleg en maatschappelijk debat staan niet in het Fidesz woordenboek en mede daardoor maakt het regime in snelle tijd heel veel vijanden. Want zelfs maatregelen die rationeel wellicht heel verdedigbaar zouden zijn, raken omstreden omdat de regering alles van bovenaf oplegt en zich gedraagt als een olifant in een porseleinkast.

In de eerste negen maanden van het nieuwe regime waren het nog vrijwel uitsluitend linkse en liberale politici, intellectuelen, juristen en activisten van mensenrechtenorganisaties e.d. die te hoop liepen tegen Orbán. Nu komen daar snel allerlei sociale groepen en organisaties bij die zich niet alleen benadeeld, maar ook volstrekt gepasseerd voelen: politieagenten en brandweerlieden, gepensioneerden, vakbonden, onderwijzers, artsen, gehandicapten, werklozen.

De opheffing deze week van de OÉT, de Hongaarse Sociaal Economische Raad oftewel het overleg tussen werkgevers en werknemers en de overheid, mag bijvoorbeeld symbolisch heten. De regering vindt dat de OÉT “verouderd” is en deelt mee dat er één nieuwe “nationale” raad komt, waarin ook diverse andere overlegorganen worden geïntegreerd. Maar wie daar deel van uit gaan maken en wat de bevoegdheden worden, dat weet niemand nog. En zoals Ferenc Dávid, secretaris van één werkgeversorganisatie (VOSZ) verklaarde: het is leuk dat we een nieuwe raad krijgen met het woord nationaal erin, maar het gaat erom of er ook daadwerkelijk serieus overleg komt met sociale partners want afgelopen jaar stond dat bepaald op een waakvlam. De vakbonden hebben voor deze zomer al acties aangekondigd als het kabinet haar plannen (zie mijn blog vorige week) doorzet en overleg uitblijft.
Intussen proberen de politievakbonden wanhopig tot serieus overleg te komen over de plannen van de regering om zelfs politieagenten, brandweerlieden en militairen die met de VUT zijn gegaan hun vervroegd pensioen regeling alsnog af te nemen. Het moet gezegd, zij zijn de eersten die erin zijn geslaagd überhaupt overleg over zo’n voorgenomen plan met de betrokken minister (binnenlandse zaken, Sándor Pintér) tot stand te brengen. Daarvoor moesten ze wel serieus dreigen met een staking van politiepersoneel, maar goed, dat hielp. Alleen bleek toen dat Pintér niet kon garanderen dat een eventueel akkoord met hem ook zou worden uitgevoerd. Dus willen de politieagenten nu met de enige echte baas praten, premier Orbán, maar die stelt afspraken steeds weer uit.
Diverse organisaties van artsen hebben deze maand een ultimatum aan de Fidesz regering verstuurd. Er moet voor het eind van het jaar duidelijkheid zijn over oplossingen voor de problemen in de gezondheidszorg, niet in de laatste plaats de belachelijk lage inkomsten van huisartsen en verplegend personeel (in veel gevallen niet meer dan het minimumloon voor laaggeschoolde arbeid oftewel zo’n 300 euro per maand). Zo niet, dan dienen op 1 januari a.s. een paar duizend artsen hun ontslag in en vertrekken naar West-Europa. De artsenorganisaties klagen dat ondanks alle mooie beloftes vóór de verkiezingen, er nooit zo weinig overleg met de regering was en zo weinig interesse in de mening van deskundigen als in het afgelopen jaar.
Organisaties van gehandicapten schreven deze maand een open brief aan premier Orbán. Hoewel de regering allerlei maatregelen heeft aangekondigd die gehandicapten zwaar treffen, waaronder een ingrijpende herkeuringsoperatie en zeer ernstige kortingen op uitkeringen en invaliditeitspensioenen, worden belangenorganisaties van betrokkenen over dat soort wetgeving niet eens gehoord, laat staan dat er serieus overleg is, aldus de brief.

Sommigen van Orbán’s critici trekken uit al deze sociale commotie de conclusie dat dit semiautoritaire regime nooit al te lang kan duren: wie zoveel vijanden tegelijk maakt, graaft zijn eigen graf. Of dat zo is, zal de tijd leren. Er zijn ook andere scenario’s denkbaar.

Verder deze week:
- uit een door Transparency International gepubliceerd onderzoek komt Hongarije er niet best af. Het land is in 2010 aanzienlijk gedaald in de corruptie perceptie index en zou inmiddels het meest corrupte land in Europa zijn op Rusland na. Volgens de Fidesz regering, die halverwege 2010 aan de macht kwam) is dat alles nog het resultaat van de corruptie onder de vorige links liberale kabinetten. Dat kunnen ze volgend jaar, als 2011 onder de loep ligt, moeilijk blijven beweren.
- Ook de grote politieke partij van Hongaren in Roemenie, de RMDSZ, heeft gemerkt hoe Fidesz met democratie omgaat. De RMDSZ vertegenwoordigt een paar miljoen Hongaren in Roemenie en heeft de afgelopen twintig jaar aan diverse linkse en rechtse regeringen in Roemenie deelgenomen. De partij heeft zich naar de politiek in Hongarije altijd neutraal opgesteld. Maar op een RMDSZ congres eerder deze maand kregen de afgevaardigden van een spreker van Fidesz te horen dat het tijd was voor verandering. Fidesz vindt het maar niks dat het RMDSZ allerlei politieke schakeringen omvat, het moet een conservatieve partij worden die hetzelfde beleid voert als Fidesz. Gebeurt dat niet, aldus de spreekster, dan heeft dat consequenties. De RMDSZ afgevaardigden waren woedend en lieten dat ook blijken. Ze kozen een nieuw bestuur en daarin zitten niet de mensen die door Fidesz in Boedapest werden gesteund. En raad eens: de regering in Boedapest gaat nu de subsidies voor Hongaren in Roemenie (voor cultuur en onderwijs in eigen taal) niet langer verdelen via de stichting die dat de afgelopen twintig jaar deed (en waarin de RMDSZ een grote stem heeft) maar via een nieuwe stichting waarin een door Fidesz gesteunde conservatieve afsplitsing de boventoon voert.

zaterdag 21 mei 2011

Oh oh Colijn

De regering heeft geen keus, Hongarije moet wel “een sociale schoktherapie” doorvoeren vergelijkbaar met wat eerder in Slowakije gebeurde, aldus László Parragh, voorzitter van de Hongaarse Kamer van Koophandel, op 12 mei in een interview met nieuwssite Hirszerző. In Slowakije werd in 2004 zo radicaal gesneden in de sociale voorzieningen dat er wekenlang voedselrellen waren in het oosten van het land.

Voor en zelfs nog lang na de verkiezingen van mei vorig jaar herhaalde premier Orbán telkens weer allerlei populistische en linkse beloftes. Er zouden geen bezuinigingen komen, geen scholen, ziekenhuizen en spoorlijnen sluiten en Fidesz zou zorgen voor hogere inkomsten voor leraren, doktoren en politieagenten, de pensioenen beschermen en gratis studeren in stand houden. Toen de links-liberale regeringen de afgelopen jaren relatief bescheiden hervormingen op al die terreinen voorstelden, was het land steeds te klein: schande, verraad, jullie breken je verkiezingsbeloftes, werd er steevast geroepen. Maar nadat Fidesz het eerste jaar heeft besteed aan het consolideren van haar macht (tot ver in de toekomst), beginnen zich nu ook de contouren af te tekenen van een nog veel rigoureuzer bezuinigingsbeleid waar Colijn trots op zou zijn. Een paar voorbeelden van maatregelen die serieus overwogen worden (en zelfs als er wordt bijgeschaafd, is wat er overblijft nog schokkend):

- de sociale voorzieningen worden per 1 januari 2012 versoberd. De WW wordt verkort van 9 maanden naar slechts drie (verreweg het laagste van Europa). Daarna volgt alleen nog maar bijstand d.w.z. een eventuele aanvulling van het gezinsinkomen (!) tot 90% van het minimumloon van 300 euro. Iedereen die vervroegd pensioen of een invaliditeitspensioen (zeg maar WAO) heeft wordt op korte termijn opnieuw gekeurd en de bedoeling is om de helft weer aan het werk te dwingen (of sociale bijstand dus). De pensioenen van vele tienduizenden politieagenten, brandweerlieden, douanepersoneel e.d. die de afgelopen jaren gebruik maakten van de regeling dat ze na 25 jaar dienst met vervroegd pensioen mochten, krijgen de keuze om ofwel weer in dienst te komen of een korting van vele tientallen procenten op hun pensioen te accepteren. Er is inmiddels een grondwetswijziging aangenomen die hun vervroegd pensioen met terugwerkende kracht (!) opheft. Er wordt ook gestudeerd op een andere berekeningswijze van de normale oudedagspensioenen (en “anders” betekent ongetwijfeld “minder”).

- de regering wil op grote schaal (denk aan de jaren dertig) werkverschaffingsprojecten op gaan zetten, waaraan werklozen en mensen in de bijstand verplicht moeten deelnemen. Het zou gaan om honderdduizenden banen tegen minimumloon. Het plan voor de werkverschaffing wordt uitgewerkt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van binnenlandse zaken (?) en ook het ministerie van defensie (?) zou er een rol in krijgen. Er is zelfs een gerucht dat de dienstplicht weer gedeeltelijk gaat worden ingevoerd, hoewel dat door de regering al weer is tegengesproken.

- in het onderwijs zullen leraren voor hetzelfde salaris niet 22 maar 28 lesuren per week moeten gaan geven (plus voorbereiding, controle enz.), een feitelijke salarisverlaging van grofweg 25%. Er zullen veel scholen dicht moeten (of ze worden overgedragen aan de katholieke kerk zodat er  in veel dorpen/regio’s geen openbaar onderwijs meer is). Het aantal studenten dat met een beurs kan studeren wordt met een derde verminderd, de rest zal moeten gaan betalen voor zijn studie. Ook een reeks universiteiten zal dicht moeten (wat sommigen doet vrezen dat vooral de als liberaal bekend staande universiteiten het haasje zullen zijn).
- ook in de gezondheidszorg staat de sluiting van ziekenhuizen inmiddels nadrukkelijk op de agenda. Er gaat waarschijnlijk ook gekort worden in de medicijnensubsidies. Artsen hebben inmiddels massaal de hoop opgegeven dat Fidesz hun inkomsten zal verhogen, zodat het aantal jonge artsen dat het land wil verlaten nu met sprongen stijgt.

- van enig serieus sociaal overleg met vakbonden en andere belangenorganisaties is al een jaar geen sprake meer. Nadat wetgeving is aangenomen die het mogelijk maakt ambtenaren zonder opgaaf van reden, snel en zonder vertrekpremie te ontslaan, wil de regering nu ook ontslag in de marktsector nog makkelijker maken dan het al is (alleen ontslag op staande voet hoeft nog maar gemotiveerd te worden). Er zijn ook plannen om het aantal vakantiedagen te verminderen en ontslagpremies en vergoedingen voor nacht en weekendwerk in te perken.

- en ja, er gaan ook spoorlijnen sluiten, alhoewel Fidesz destijds te hoop liep tegen plannen van de links liberale regering om onrendabele en weinig gebruikte spoorlijnen op te heffen en te vervangen door busdiensten. Nu heet het dat de spoorwegmaatschappij MÁV en de regionale busmaatschappij VÓLAN samen zullen gaan en hun activiteiten moeten integreren. Spoorlijnen vervangen door bussen dus.

Hou me ten goede, er is heel veel mis in alle genoemde sectoren en serieuze hervormingen zijn nodig. Maar Fidesz beloofde eerst iets anders en komt dan nu met plannen die nog veel erger zijn, waarbij bovendien wettelijke regelingen met terugwerkende kracht ongeldig worden verklaard, juist de allerzwaksten het meest bloeden en betalen en er geen enkel serieus overleg is met de betrokken sectoren (vooral niet diegenen die niet pro-Fidesz zijn). Maar ik heb het al eerder geconstateerd, deze regering is niet van het overleg, het debat en het compromis. Weg met de geest van 1968, zo is de leus (letterlijk); terug naar de goede oude tijd van de jaren dertig toen de door Orbán c.s. zo bewonderde regent en admiraal Miklos Horthy met straffe hand regeerde.

zaterdag 14 mei 2011

Tussen Scylla en Charibdis

De Hongaren weten het niet meer. Het aantal mensen dat spijt heeft op Fidesz te hebben gestemd blijft groeien - de steun voor de regeringspartij is gezakt naar 24% - maar het resultaat is vooral verwarring. Maar liefst 54% van de bevolking zegt dat ze geen idee heeft op wie ze nu zouden moeten stemmen. Tegelijk zie je het extreemrechtse sentiment in de samenleving groeien en blijft het democratische kamp van socialisten, liberalen en groenen hopeloos zwak en verdeeld.

Fidesz maakt zich nog geen zorgen. Want hoeveel aanhang Orbán en de zijnen ook kwijt zijn, ze zijn nog altijd ruim de grootste partij (de socialisten scoren net onder 12%). Bovendien gaat de regering nog dit jaar de kiesregels aanpassen. Dat kan de partij extra stemmen opleveren (stemrecht voor Hongaren in de buurlanden, andere indeling van districten enz.) en wellicht de mogelijkheid om te blijven regeren ook als ze niet de meerderheid heeft (zie mijn blog van dinsdag 19 april: een voorproefje). Daarnaast heeft de partij inmiddels beslag gelegd op zoveel sleutelposities in de samenleving dat ze een volgende regering – mocht die van een andere kleur zijn – het leven volkomen onmogelijk kan maken.
Ook de neofascisten van Jobbik zijn optimistisch over hun kansen en geen wonder. In de peilingen staan ze redelijk constant rond de 11% maar je merkt tegelijk dat er naast de groeiende verwarring in de samenleving ook een groeiende tendens is naar openlijke intolerantie. In een recente Europese opiniepeiling naar de houding tegenover homosexuelen kwam Hongarije ergens onderaan uit. De afkeer tegen en actieve discriminatie van zigeuners is alleen maar toegenomen (zie Gyöngyöspata). Racistische en discriminerende ideeën over joden, moslims en zwarten zijn in grote delen van de maatschappij gemeengoed en het is ook gemeengoed geworden om dat soort ideeën te pas en te onpas te uiten. Een meerderheid gelooft bovendien eigenlijk ook niet meer in het functioneren van de parlementaire democratie (maar geeft de voorkeur aan een sterke en autoritaire leider die orde op zaken stelt) en in een markteconomie (en al zeker niet in multinationale en buitenlandse ondernemingen).
In dat klimaat past ook dat leden van Véderő, de paramilitaire groepering die in Gyöngyöspata voor zoveel ellende zorgde, aanwezig waren (in hun eigen uniform) bij een recente demonstratie van politieagenten in Boedapest tegen de verhoging van hun pensioengerechtigde leeftijd. De politievakbonden zagen er niets verkeerds in en verwelkomden de deelname van een ieder die het met hen eens is. Agenten gingen trots op de foto met de leider van Véderő. Maar ja, een van de politievakbonden (die 20% van de agenten vertegenwoordigt) is sinds 2009 openlijk gelieerd aan Jobbik dus wat wil je?
Het democratische kamp blijft intussen machteloos.
De kleine groene partij LMP (5-6% in de peilingen) stelt organisatorisch nog steeds heel weinig voor (buiten Boedapest is het vrijwel niets) en heeft bovendien een sterke conservatieve vleugel die nog steeds illusies heeft over samenwerking met Fidesz en in ieder geval niets moet hebben van samenwerking met socialisten of liberalen. De socialistische partij MSZP heeft geen programmatisch alternatief noch een aansprekende leider/leidster en is hopeloos verdeeld over hoe het verder moet.
Natuurlijk, in de politiek kan alles over een jaar anders zijn. Maar voorlopig lijkt het erop dat we afkoersen op Scylla of Charibdis, het autoritaire regentendom of de extreemrechtse barbarij.

En verder..
- een van de omstreden punten van de nieuwe grondwet is dat “de bescherming van het ongeboren leven” wordt gegarandeerd. Omdat de bevolking massaal voor vrije abortus is, haastte de Fidesz regering zich te verklaren dat dat natuurlijk (?) niet betekende dat abortus verboden zou worden. Maar nu verschijnen wel degelijk de eerste overheidsplakkaten tegen abortus in het straatbeeld, waarop vrouwen wordt voorgehouden dat ze een kind toch ook kunnen aanbieden voor adoptie? Want god verhoede dat er in Hongaarse scholen goede sexuele voorlichting wordt gegeven of dat de overheid een campagne voor het gebruik van voorbehoedsmiddelen voert; dat is allemaal veel te vrijzinnig en liberaal.

zondag 8 mei 2011

“Teveel debat.”

In de Duitse conservatieve krant Die Welt, die de laatste maanden zeer kritisch over de Hongaarse regering was (met name rond de mediawet en de Fidesz grondwet), verscheen op 4 mei een ingezonden artikel van Orbán zelf waarin hij zich verweert tegen de kritiek op hem en zijn regering. Het stuk geeft een interessant inkijkje in de ideologische visie van Orbán en de regerende rechtse politieke elite om hem heen op Hongarije en de recente geschiedenis.

In zijn artikel beschrijft Orbán hoe hij en Fidesz bezig zijn met het tot stand brengen van een maatschappelijke revolutie. Samengevat komt het hierop neer: er is sprake van “de wedergeboorte van de Hongaarse natie en het terugveroveren van ons zelfrespect.”  Doel van de omwenteling is “een einde te maken aan het ineffectieve overgangssysteem van de afgelopen twintig jaar” want “er was teveel debat (…), regeringen waren te zwak en de grondwettelijke rechten waren te uitgebreid.” De tijd van het streven naar een “welzijnsmaatschappij” waarin de staat allerlei sociale rechten garandeert is voorbij, het is nu zaak een “arbeidsmaatschappij” op te bouwen waarin de belangen van hen die vroeg opstaan en hard werken voorop staan. En in plaats van allerlei buitenlandse belangen (het IMF, de EU en Brussel, multinationale ondernemingen, banken die “in vreemde handen” zijn enz.) krijgen Hongaarse bedrijven, Hongaarse ideeën en Hongaarse oplossingen weer prioriteit. Degenen die zich tegen deze omwenteling verzetten (in binnen en buitenland) noemt hij nog net geen verraders van de Hongaarse natie, maar het zijn wel allemaal “speculanten, zwendelaars en gladjakkers”, die hun eigen private belangen stellen boven het volk. Wij zijn “tegen het morele relativisme en voor patriottisme, nationale cultuur en christelijke tradities,” aldus Orbán.
In het betoog zitten wat mij betreft drie belangrijke elementen:
1. Het democratisch model van de afgelopen twintig jaar was volgens Fidesz veel te liberaal. Het hele politieke systeem  (opgezet in 1989 tijdens de Ronde Tafel van hervormingscommunisten en oppositiepartijen en belichaamd in de oude grondwet) was gebaseerd op het streven naar consensus, naar overleg en samenwerking, naar compromissen (dat maakte immers ook de vreedzame overgang van communisme naar een democratische markteconomie mogelijk). Wat mij betreft zijn dat essentiële kenmerken van een moderne Europese democratie, sterker nog, hetis de essentie van de complexe Europese staat in wording. Maar in Orbán’s ogen was dat systeem “ineffectief” en leidde het  tot “teveel debat” en moet Fidesz nu een nieuw model opbouwen: strakker geleid, effectiever, centralistischer. Wat hij klaarblijkelijk niet begrijpt is dat de essentie van democratie nu juist is dat er veel debat is tussen maatschappelijke groepen, bestuurslagen, partijen, individuen enz. Dat is wellicht omslachtig en “ineffectief” maar het creëert wel het maatschappelijk draagvlak dat nodig is om bestendige vooruitgang te realiseren.
2. Orbán geeft eindelijk toe dat Fidesz een neoconservatieve sociale politiek voorstaat: minder aandacht voor het welzijn van de inactieven en kansarmen, meer ruimte voor de hardwerkende middenklasse. Dat alles zie je de laatste maanden ook in toenemende mate in allerlei wetgeving en maatregelen van de regering. De inperking van de ww-uitkeringen, het opheffen van de sollicitatiebegeleiding voor werklozen, het inperken van de pensioenrechten, de plannen om aanzienlijk te bezuinigen op beurzen voor studenten, het korten op de salarissen van leraren, politieagenten en brandweerlieden, het bezuinigen op de toch al schandalig slechte gezondheidszorg enz. enz. En dat is allemaal vooral nodig om de aanzienlijke belastingverlaging voor vooral de rijkeren te kunnen financieren. Die belastingverlaging moet in theorie leiden tot meer economische activiteit (“trickle down economics”), een miljoen extra banen in tien jaar tijd en meer belastinginkomsten. Maar er zijn weinig economen die daarin geloven en tot nu toe heeft deze regering er in een jaar tijd nog geen een extra baan bijgeschapen.
Begrijp me goed, ook ik ben van mening dat er serieuze en pijnlijke hervormingen nodig zijn, maar dan moet de pijn wel eerlijk verdeeld worden. En natuurlijk heeft een gekozen regering het volste recht om haar eigen agenda uit te voeren. Jammer alleen dat Fidesz niet met deze neoconservatieve agenda de verkiezingen in is gegaan. Toen hoorden we alleen maar populistische beloftes dat alles beter zou worden,  omdat Orbán ook wel wist dat hij niet gekozen zou worden als hij zijn echte programma aan de kiezers zou presenteren. Dat is wat mij betreft ook een vorm van kiezersbedrog, temeer daar diverse Fidesz politici er destijds “off the record” ook helemaal geen geheim van maakten dat ze hun echte plannen pas na de verkiezingen bekend zouden maken. Hoe cynisch kun je zijn.
3. Orbán ontpopt zich steeds duidelijker als een fervente euroscepticus die de eigen nationale belangen propageert boven alles wat “vreemd” is (de EU, multinationals, het IMF enz).  Het past uiteraard naadloos in de nationalistische koers die Orbán al veel langer vaart, enerzijds ongetwijfeld uit populistische motieven (het scoort makkelijk bij de nationalistisch ingestelde kiezers), anderzijds omdat hij ook zelf zo denkt en voelt. Ik denk dat inmiddels weinigen in Brussel nog verbaasd zullen zijn over de uitspraken van de fungerende voorzitter van de EU. Zoals Charles Gati, een bekende Amerikaanse politicoloog van Hongaarse geboorte, in een recent artikel al cynisch opmerkte, begint het er steeds meer op te lijken dat Orbán enkel niet uit de EU stapt omdat Hongarije nog zoveel financiële steun uit Brussel krijgt. En, voeg ik daaraan toe, omdat de Hongaarse economie met handen en voeten gebonden is aan de Europese, precies dankzij de activiteit van al die vermaledijde multinationals die hier produceren om naar Europa (vooral Duitsland) te exporteren en zo Hongaarse banen, Hongaarse salarissen en Hongaarse belastinginkomsten realiseren.
Natuurlijk is er meer dat Orbán drijft: het vaste voornemen de macht voorlopig niet meer uit handen te geven (geen herhaling van de verkiezingsnederlagen van 2002 en 2006), zijn intense afkeer van de socialistisch-liberale elite (ondernemers, politici, intellectuelen) bovenal gepersonifieerd in de figuur van ex-premier Ferenc Gyurcsány, en “ last but not least” het streven om een serieus zakenimperium op te bouwen. Maar daarover een andere keer meer.

woensdag 27 april 2011

Confrontatie tussen zigeuners en extreemrechts.

Afgelopen paasweekeinde ging het nieuws de wereld rond dat het Rode Kruis een groep van 300 zigeunervrouwen en kinderen voor een paar dagen evacueerde uit hun dorp Gyöngyöspata (2300 inwoners) uit angst voor een radicaalrechtse paramilitaire club die in dat weekeinde een 'trainingskamp' (inclusief wapentraining) organiseerde pal naast de woningen van de betrokkenen. Gisterenavond kwam het in dat dorp voor het eerst tot een vechtpartij tussen zigeuners en radicaalrechtsen, waarbij vijf gewonden vielen.

De mars van Jobbik in Gyöngyöspata, 6 maart
De precieze toedracht van de vechtpartij is, zoals altijd in dat soort gevallen, schimmig. De plaatselijke zigeuners zeggen dat geüniformeerde leden van Véderö (Verdediging, één van de talloze extreemrechtse paramilitaire clubjes) al de hele dag provoceerden door in groepen langs hun huizen te lopen, dingen te roepen en eenmaal ook een pistool te trekken en op hen te wijzen. ’s Avonds rond een uur of negen zou vervolgens de vechtpartij zijn uitgebroken. Volgens de zigeuners toen een 13- jarige zigeunerjongen op straat liep en werd lastig gevallen en geslagen door drie rechtsextremen die vonden dat hij niet op straat hoorde te lopen. Anderen zijn hem vervolgens te hulp gesneld en van het een kwam het ander. Volgens de andere kant liepen een aantal burgers te patrouilleren bij de zigeunerstraat en werden ze plotseling aangevallen. Hoe dan ook, toen de politie uiteindelijk massaal ter plekke was en een eind aan het gevecht maakte, waren er vijf gewonden: vier extremisten en de zigeunerjongen.
En het echte punt is natuurlijk dat diverse paramilitaire groepen neonazi’s, want daar hebben we het over, nu al anderhalve maand in Gyöngyöspata zijn en gesteund door een fiks deel van de blanke inwoners zogenaamd de orde handhaven  (o.a. door zigeuners om hun identiteitspapieren te vragen), nachtelijke patrouilles houden in dat deel van het dorp waar zigeuners wonen, maar ook mensen uitschelden en bedreigen enz. (Zie ook mijn blog van dinsdag 22 maart 2011, Fidesz en extreem rechts). Het (bedoelde) effect op de zigeunerbevolking is intimidatie: mensen blijven in huis, gaan alleen nog maar in groepen op straat en sommige kinderen zijn inmiddels zo bang van die enge mannen met kaalgeschoren hoofden en in zwarte kleding of in legercamouflage dat ze niet meer naar school durven. En als de overheid zoiets zijn gang laat gaan, gaat het natuurlijk een keer mis.
Want dat is het trieste: de Hongaarse overheid laat haar burgers simpelweg barsten. De politieagenten ter plekke deden meestal niets (durfden, wilden, konden, mochten niets doen). Op 22 maart, pas nadat in Brussel diverse EU politici (!) zeiden dat dit toch echt niet kon, verordonneerde minister Pintér van Binnenlandse Zaken (baas van de politie) dat het afgelopen moest zijn en dat de regering met een actieplan zou komen hoe om te gaan met dit soort paramilitaire groepen en hoe op te treden in dorpen waar spanningen zijn tussen zigeuners en blanke Hongaren. Laat, maar het klonk in ieder geval redelijk en voor even verdwenen de extremisten ook uit het dorp.
Maar ze waren al gauw weer terug en vorige week kondigde Véderö dan aan dat ze voor één forint een stuk grond pal naast de zigeunerstraat hadden gekocht en daar met Pasen een trainingskamp voor vaderlandslievende jongeren zouden houden (fysieke en gevechtstraining). En opnieuw begonnen de autoriteiten met nietsdoen, behalve te verklaren dat de situatie in Gyöngyöspata rustig was. Tot het Internationale Rode Kruis in Hongarije besloot om  zigeunervrouwen en kinderen uit het dorp een rustige Pasen te bezorgen en hen naar een vakantiekamp in Boedapest te halen, weg van de dreiging. Volgens extreem rechts "een anti-Hongaarse operatie" maar volgens de regering "gewoon een picknick” die verder niets te betekenen had want alles was rustig in het dorp.
Maar persbureaus spraken van “een evacuatie” uit angst voor “extreemrechts geweld” en dat verhaal ging de wereld over: van de Washington Post en CNN tot gerenommeerde bladen in West-Europa. Waarbij  iedereen zich afvroeg: waarom tolereert de regering dit? Pas na die negatieve publiciteit deed de Fidesz regering weer wat: er werd een hoop politie naar Gyöngyöspata gestuurd, een aantal leiders van Véderö werden ter plekke gearresteerd wegens verstoring van de openbare orde en het trainingskamp werd ontmanteld. Helaas, een dag later stonden de gearresteerden weer op straat en liepen er weer groepen extremisten door het dorp te paraderen. Met de knokpartij tot gevolg.
Nu is iedereen in Gyöngyöspata van iedereen bang. De meeste zigeuners overwegen een vluchtelingenstatus aan te vragen bij de ambassades van de VS of Canada en/of uit het dorp te verhuizen.  En premier Viktor Orbán, de man die zo graag een grote leider der Hongaren wil zijn? Tot op de dag van vandaag heeft hij geen voet in Gyöngyöspata gezet: om de rechtsextremisten de wacht aan te zeggen, de Hongaarse zigeuners te verzekeren van zijn steun en medeleven en de andere Hongaarse dorpsbewoners te verzekeren dat hij hun problemen serieus neemt en zich wil inzetten voor een gezamenlijke oplossing.

Intussen vindt elders in het land al twee weken het proces plaats tegen vier mannen uit rechtsradicale hoek die in 2008-2009 met geweren en molotovcocktails in een reeks dorpen in dezelfde streek waar ook Gyöngyöspata ligt negen nachtelijke moordaanslagen op willekeurige zigeuners pleegden, met zes doden (waaronder een 5-jarig kind) en vijf zwaargewonden als gevolg.

p.s. Donderdagochtend, 28 april. Premier Orbán heeft op TV aangekondigd dat de strafwet gewijzigd zal worden zodat het makkelijker wordt paramilitaire groepen en groepen die op eigen houtje "de orde handhaven" aan te pakken. "Dit had eigenlijk al weken geleden moeten gebeuren, maar we wilden niet overhaast handelen," aldus de premier. Tja. Laten we hopen dat er ook in praktijk wat uitkomt waar de bewoners van Gyöngyöspata, zigeuner en niet-zigeuner,  wat aan heeft. Maar gezien het geklungel en onvermogen tot nu toe, ben ik sceptisch.

dinsdag 19 april 2011

Een voorproefje: Fidesz-minderheid toch de baas

Gisteren nam de Fidesz meerderheid in het parlement de nieuwe grondwet aan, die onder meer de democratie en de rechtsstaat ernstig inperkt. Die grondwet wordt volgende week getekend door de president en wordt dan op 1 januari 2012 van kracht, zodat we nog een schimmige tussenfase tegemoet gaan.

Deze grondwet werd er door Fidesz doorheen gedrukt, hoewel de partij slechts 53% van de kiezers vertegenwoordigt (Fidesz heeft alleen dankzij het merkwaardige kiesstelsel een tweederde meerderheid in zetels). Sterker nog, in de opiniepeilingen zakt de partij gestaag: Fidesz heeft nu nog maar de steun van 35-40% van het electoraat, ruim 60% van de bevolking vindt dat het de slechte kant op gaat met het land en dat zo’n nieuwe grondwet eigenlijk in een referendum aan de bevolking moet worden voorgelegd (wat Fidesz weigert).
Een van de vragen die permanent opduikt is dan ook of de regering Orbán tezijnertijd, met het oog op de nieuwe parlementsverkiezingen in 2014 bijvoorbeeld, ook met de kiesregels zal gaan rommelen. Zoals Orbán nu tenslotte ook permanent met regelgeving rommelt als het partijbelang daarmee gediend is. Alle regels waarvan iedereen altijd dacht dat ze onaantastbaar waren en dat Fidesz daar toch zeker niet aan zou durven komen, worden naar believen en in soms bizarre produres gewijzigd. Daar kunnen bijvoorbeeld de rechters die dachten dat de onafhankelijkheid van de rechtspraak onaantastbaar was van meepraten.

De stad Esztergom, 45 km boven Boedapest, biedt wellicht een kleine inkijk in wat de toekomst te bieden heeft. In Esztergom had de bevolking zo genoeg van acht jaar Fidesz-rule dat ze bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2010 massaal (65%) een gezamenlijke kandidaat van de oppositie, Éva Tetényi, tot burgermeester koos. Het was volstrekt duidelijk, men wilde verandering: weg met de autoritaire regeerstijl van de oude Fidesz burgemeester, weg met de willekeur en het dilletantisme, weg met de Fidesz-partijdigheid en de corruptie. Helaas voor de kiezers: hoewel Fidesz als partij slechts 35% van de stemmen kreeg, heeft ze wel 10 van de 15 zetels in de gemeenteraad van Esztergom en daarmee blokkeert de partij elke verandering. Zodat Esztergom nu op het faillisement afstevent.
De crux in Esztergom is dat de oppositie zich wel verenigde voor de burgemeestersverkiezing (één gezamenlijke kandidaat namens de hele oppositie dwz Groenen, socialisten, een ondernemerspartij en zelfs het extreemrechtse Jobbik; kun je nagaan hoe genoeg ze hadden van Fidesz-rule) maar dat ze dat niet deden op partij-niveau. Elke partij ging op eigen houtje de verkiezing in, maar Hongarije heeft op locaal niveau een „first past the post system,” d.w.z dat al in de eerste ronde de grootste partij de zetel wint (geen tweede ronde dus tussen de twee beste kandidaten)
Aangezien in alle tien districten van Esztergom Fidesz het meest stemmen haalde (tussen de 32 en 42% van de stemmen) won Fidesz alle zetels en moet de oppositie – hoewel ook op dit niveau eigenlijk gesteund door 65% van het electoraat – het doen met slechts vier compensatiezetels (+de burgemeester). En hoewel in het verleden de Fidesz burgemeester, omdat hij altijd en onvoorwaardelijk werd gesteund door de fractie, als een soort koning regeerde over de stad, kan Fidesz nu met haar zetelmeerderheid de burgemeester volkomen vleugellam maken en tegen de wil van de meerderheid van het electoraat haar oude beleid voortzetten.
Dat intussen de stad failliet gaat schijnt de partij niet te deren. Ze trekt nog wel geld uit voor allerlei prestigeprojecten (waar wie weet wie geld aan verdient), terwijl er geen geld meer is voor schoolmaaltijden voor arme kinderen, stadsverlichting, het schoonmaken van straten en parken of reparatie van het wegdek. De bussen in de stad houden er over twee maanden mee op en scholen en het ziekenhuis dreigen vanaf september geheel of gedeeltelijk gesloten te moeten worden.
Stel je nu eens voor dat Fidesz ook op landelijk niveau een „first past the post”-systeem doorvoert (wat ze met haar tweederde meerderheid in zetels zo kan doen)? Ik zie niet hoe er op landelijk niveau een grote coalitie van Groenen, socialisten en extreemrechts te smeden valt (een coalitie op voorhand), in ieder geval niet zolang extreemrechts met zijn paramilitaire groepen op landelijk niveau zo tekeer gaat tegen de zigeunerbevolking. Zelfs een samenwerking tussen de (nog zeer zwakke) Groenen en de (ernstig intern verdeelde) socialisten is op dit moment volstrekt onhaalbaar. En dan kan Fidesz met haar trouwe aanhang van 35% gewoon de grootste blijven. Het is maar één scenario, maar iets in die trant staat er te gebeuren. Want als Orbán iets duidelijk maakt dan is het dat hij de macht voorlopig niet wenst af te staan.

Verder deze week:
- er waren de afgelopen weken zowel in Stockholm als Berlijn congressen waar Hongaarse critici van de Orbán-regering het woord voerden, maar waar ook aanhangers van Fidesz protesteerden tegen „deze aanvallen op de Hongaarse natie.” In beide gevallen was er „toevallig” een camerateam van de Hongaarse staatstelevisie aanwezig om dit protest te registreren en dit via het TV-nieuws aan het Hongaarse publiek te tonen. Aan welke tijden doen dit soort geensceneerde protesten me toch terugdenken?
- ook vertoonde de staatstelevisie (die volgens de Fidesz-mediawet uiteraard geheel objectief dient te zijn) een interview met Daniel Cohn-Bendit, leider van de Groenen in het Europees Parlement en een van de heftigste critici aldaar van Orbán’s rule. Cohn-Bendit werd in de reportage gediskwalificeerd als een pedofiel („hij had het zelf toegegeven”) tegen wie een juridische procedure liep (er is tien jaar geleden iets van een soort zaak geweest die echter werd geseponeerd omdat de kwestie absoluut niets met pedofilie te doen had). Het interview was aantoonbaar gemanipuleerd, maar de verantwoordelijke redacteur, een bekend radicaal rechtse journalist, is inmiddels gepromoveerd en heeft nu een leidende positie in de betreffende nieuwsredactie.

vrijdag 15 april 2011

Rechters wenden zich tot publiek

In een open brief aan het Hongaarse publiek en de Europese Unie hebben de 21 allerhoogste rechters van Hongarije zich gekeerd tegen de wijze waarop de nieuwe grondwet de onafhankelijkheid van de rechtspraak dreigt aan te tasten (zie mijn post van drie dagen terug). Laat me hier alleen de slotzin van hun brief citeren: "We beschouwen het als absurd dat we, 21 jaar na de systeemverandering en in een land dat op dit moment het presidentschap van de EU bekleedt, moeten vechten voor de basiswaarden van de democratie. We kunnen nauwelijks geloven dat we op moeten staan om de waarden te verdedigen van een staat gebaseerd op rechtszekerheid en democratie tegenover mensen van wie een aanzienlijk aantal heeft deelgenomen aan de afschaffing van de dictatuur en het scheppen van de structuren van een democratische staat."
Voor wie de hele brief wil lezen (in het Engels): www.transparency.hu/en/news_events?nid=556&PHPSESSID=f25eb51388217f86d486639f98b22ec9