woensdag 27 juli 2011

Spin


Als Fidesz ergens goed in is, is het in “spin”. Zo weet de Hongaarse regeringspartij zichzelf al jaren te afficheren als de enige en echte anticommunistische partij in het land, terwijl socialisten en liberalen eigenlijk allemaal communisten zijn en waren. Ook is Fidesz er recent weer in geslaagd het beeld te vestigen dat de regering Orbán het land gered heeft van het faillissement en Griekse toestanden. Voor de aanhang van Fidesz zijn dit keiharde feiten, maar in werkelijkheid zijn het voor 80% fabels.

... het is niet goed met hem gegaan.
Neem Péter Heltai, een man die het afgelopen jaar behoorlijk carrière wist te maken in hiërarchie van de Fidesz regering. Hij was eerder al een belangrijke speler in de mediamarkt in Hongarije (medeoprichter en eigenaar van de Fidesz-gezinde nieuwszender Inforadio bijvoorbeeld) maar inmiddels ook een van de auteurs van de Fidesz mediawet en nu een naaste medewerker van de huidige minister van nationale ontwikkeling. Maar Heltai, een Hongaar die geboren en getogen is in het Roemeense stadje Cluj, was tussen 1982 en 1987 ook een “actieve en betrouwbare” informant voor de Securitate, de geheime dienst van communistisch dictator Ceausescu. Hij bespioneerde diverse Roemeense intellectuelen van Hongaarse afkomst en schreef rapporten over hen, zo bleek eind 2010 uit Securitate archieven die openbaar werden. Dat schijnt geen belemmering te zijn voor de anticommunistische Fidesz regering.
En Heltai is geen uitzondering. In en om Fidesz zitten net als in en om de socialistische MSZP tal van mensen die in de communistische tijd ofwel Partijlid waren en/of hun carrière dankten aan hun goede relatie met de partij. Dat gaat van de minister van buitenlandse zaken en de staatspresident via meneer Heltai tot en met de diverse oligarchen die Fidesz met veel geld en zakenconnecties steunen. In de eerste Fidesz regering van 1998 tot 2002 zaten nota bene meer ex-leden van de voormalige communistische partij MSZMP dan in de socialistische regering van premier Gyula Horn die van 1994-1998 regeerde.
Het huidige Fidesz komt, dat is een feit, voort uit de anticommunistische jeugdbeweging met dezelfde naam die in 1988 werd opgericht door een stuk of tien jongeren waaronder Viktor Orbán. Maar Fidesz heeft die koers al heel lang geleden verlaten en gebruikt het anticommunisme label alleen nog als wapen in de partijpropaganda: jouw communisten zijn slechter dan mijn communisten. Spin dus.

Van meer recente datum is de mythe dat deze regering Hongarije het afgelopen jaar van het faillissement heeft gered. Feit is dat Hongarije financieel het afgelopen jaar niet is ingestort, maar dat is het dan ook wel zo ongeveer, de rest is spin. De echte financiële redders van Hongarije waren in 2009 en 2010 het IMF en de EU (die Hongarije goedkope miljardenkredieten gaven om een bankroet te voorkomen) en de vorige regering van premier Gordon Bajnai die een paar harde bezuinigingen doorvoerde en zo de begroting stabiliseerde. Toen Viktor Orbán aan de macht kwam in mei 2010, was het gevaar afgewend en het Hongaarse huishoudboekje redelijk op orde.
Vervolgens begon de nieuwe regering met allerlei onverantwoorde uitgaven waarbij met name de invoering van de voor rijken zo gunstige vlaktaks jaarlijks heel veel inkomsten scheelt. Toen daardoor het begrotingstekort weer volledig uit de hand leek te lopen, kwam de regering Orbán met het sluwe plan om de private pensioenreserves van miljoenen burgers in beslag te nemen en zo de gaten te stoppen. Eenmalig, want volgend jaar is dat geld alweer helemaal op.

Verder deze week:
Er circuleren nieuwe plannen van de Fidesz regering om te snijden in allerlei sociale rechten en uitgaven. Naast de zeer grootschalige plannen voor werkverschaffing a la de 30-er jaren, het verkorten van de WW periode tot maximaal drie maanden (in Nederland twee jaar) en de inperking van de rechten van vakbonden in bedrijven, is er nu ook sprake van het versoepelen van het ontslagrecht ten gunste van werkgevers (wat heet, er wordt zelfs overwogen de opzegtermijn helemaal op te heffen) en werkgevers ook de mogelijkheid te geven zwangere vrouwen en mensen boven de 55 jaar veel gemakkelijker te ontslaan. Al dit soort zaken zijn in flagrante tegenstelling met populistische maar pertinente verkiezingsbeloften van Fidesz vóór mei 2010. Peter Oszkó, die minister van financiën was in de regering Bajnai, betitelde het sociale beleid van Fidesz al als “ultra-liberaal.”

woensdag 20 juli 2011

Haantjes


Het nieuwe verkiezingssysteem dat Fidesz nu ontwerpt (zie de vorige Kuif) koerst aan op een tweepartijstelsel a la Groot Brittannië. In zo’n stelsel kan, althans theoretisch, Fidesz alleen maar verslagen worden als de oppositie zich verenigt. “Maar onze oppositie is al even deerniswekkend als onze regering,” aldus een commentaar van een Hongaarse blogger.

De toestand is inderdaad treurig. De socialisten (MSZP) hebben een aanhang die niet veel groter meer is dan zo’n 15 a 20% van de bevolking. Dat dat vooral 50 plussers zijn, geeft ook weinig hoop voor de toekomst. De socialisten zijn bovendien verdeeld in diverse fracties die elkaar nauwelijks het licht in de ogen gunnen; een mengelmoes van ouderwetse linkse socialisten, sociaaldemocraten, sociaalliberalen enz. De partij heeft geen aansprekende namen en persoonlijkheden, de leiding bestaat uit partijbonzen die de afgelopen twintig jaar de nodige boter op hun hoofd hebben verzameld (wanbeleid, corruptie, onvermogen) en enkele ietwat jongere types zonder veel kraak of smaak die de boel bijeen proberen te houden. En natuurlijk is er Ferenc Gyurcsány. De ex-premier is de enige met visie en durf binnen de partij, maar hij heeft onder veel Hongaren de naam van een leugenaar en een intrigant (zijn beruchte “We hebben gelogen”-speech van 2006). Of dat beeld terecht is, doet er niet toe, het bestaat alom.
De LMP (Politiek Kan Anders) is lid van de Europese Groenen maar kan onmogelijk met bijvoorbeeld Groen Links vergeleken worden. Het is een wat vreemde mengeling. In de partij zitten mensen die het kleutergroen nog niet ontstegen zijn (een actie tegen het kappen van een paar bomen) en mensen die een volwassen ecologische politiek voorstaan. Er zitten mensen in die links georiënteerd zijn, maar (zeker aanvankelijk) aanzienlijk meer die dachten met Fidesz te kunnen samenwerken en die fel anti-liberaal, anti-socialistisch en zeker anti-Gyurcsány zijn. Bovendien komt de LMP kiezer, tussen de 5 en 10%, vooral uit de hoofdstad (veel voormalige links-liberalen daar hebben LMP gestemd) en is hun partijorganisatie elders uitermate zwak.
En dan is er nog Jobbik. Waar Fidesz zich nu als radicaal conservatieve regeringspartij ontpopt, is Jobbik extremistisch rechts. Hun programma is supernationalistisch, sterk anti-zigeuner (dat is hun voornaamste mobilisatiepunt) en in vele opzichten antidemocratisch. De partij zit, tot op het hoogste niveau, boordevol types die openlijk en regelmatig antisemitische en racistische taal uitkramen en banden hebben met gewelddadige neofascistische groepjes. Ze hebben nog steeds – zij het in wat slapende toestand - een paramilitaire arm en ze zijn populair. Ze scoren in peilingen maar net onder de socialisten en onder jongeren hoger.

Toen Fidesz onlangs haar plannen voor de nieuwe kieswet bekend maakte, had dat in ieder geval het effect dat de oppositie werd wakker geschud. Iedereen lijkt nu eindelijk tot het inzicht te zijn gekomen dat een breed samengaan van oppositiekrachten moet. Het was een LMP parlementariër die suggereerde dat er wellicht zelfs een “technische coalitie voor eerlijke verkiezingen” moest komen. MSZP, LMP én Jobbik zouden een coalitie aan moeten gaan die maar één beperkt doel heeft: de verkiezingen winnen met 2/3 meerderheid, de grondwettelijke veranderingen van Fidesz terugdraaien en binnen twee maanden nieuwe maar dan eerlijke verkiezingen uitschrijven. Van alle kanten, ook MSZP en Jobbik, werd het idee als niet realistisch terzijde geschoven. De ideologische verschillen zijn simpelweg te groot. Maar het geeft in ieder geval aan dat ook bij de LMP,  die het nieuwe kiessysteem vrijwel zeker niet overleeft, nu de laatste illusies over compromissen met Fidesz op zolder zijn weggeborgen.

Het alternatief is voor de hand liggend maar niet minder moeilijk: een grote coalitie van progressieve krachten. Ferenc Gyurcsány suggereert dit al een half jaar. Hij vindt dat de MSZP zijn socialistische uitgangspunten (en een fors deel van zijn oude kader) weg moet gooien en een brede progressieve volkspartij moet worden waarin nadrukkelijk ook plaats is voor gematigde conservatieven die niet met Fidesz overweg kunnen. Het probleem is dat hijzelf eigenlijk niet in zo'n partij kan zitten omdat dat teveel weerstand bij anderen oproept. Een andere groep intellectuelen pleit voor de oprichting van een Oppositie Ronde Tafel, waarin oppositionele partijen en groeperingen een alternatief gaan uitwerken voor de conservatieve en autoritaire revolutie van Fidesz. De grote vraag is natuurlijk: wie van al die haantjes (er is slechts een enkel hennetje tussen) bereid is met wie samen te werken en wie krijgt dan welke plek in de Ronde Tafel en in de coalitie die daaruit voort moet komen?
En in wezen gaat het probleem nog dieper. Er is niet voor niets bij heel links in Europa een ideologische crisis: wat is ons beleid, waar staan we voor, wat hebben we de bevolking te bieden in antwoord op de (financiële) crisis, het populisme, de ruk naar rechts, de immigratieproblematiek enz. In Hongarije is er in ieder geval niemand met een consistent antwoord. Tel daarbij op dat zeker onder jongeren in Hongarije links uit is en rechts, ja zelfs extreemrechts in, en het is duidelijk dat het heel moeilijk is de Fidesz revolutie tot staan te brengen.

Verder deze week:
In Gyöngyöspata, het plaatsje waar recent de onlusten met en rond zigeuners waren, zijn tussentijdse burgemeestersverkiezingen gehouden. Er waren maar liefst zeven kandidaten, waarvan twee extreemrechtse. Maar hoewel de zigeuners massaal op de Fidesz kandidaat stemden in de hoop zo erger te voorkomen, won uiteindelijk toch de kandidaat van Jobbik met 33% van de stemmen (First past the post). Dat is, naast de twee bovengeschetste opties, dus nog een mogelijkheid. Dat een in Fidesz teleurgestelde bevolking straks zijn heil zoekt bij een nog rechtser alternatief en dat, bij gebrek aan serieus democratisch alternatief, een stem op Fidesz de enige manier is om dat te voorkomen.

maandag 11 juli 2011

Vrije verkiezingen in 2014?


Als het aan Fidesz ligt mag de Hongaarse bevolking in 2014, als er nieuwe parlementsverkiezingen gehouden worden, wel kiezen … maar ook weer niet teveel. De partijleiding heeft een voorstel voor een nieuw kiessysteem uitgewerkt dat erop neerkomt dat kleine en middelgrote partijen vrijwel geen kans maken om in het parlement te komen en dat Fidesz, als het maar zorgt dat het een derde van de stemmen krijgt en de grootste blijft, het parlement opnieuw domineert.

Eerst maar een (korte) uitleg. Het parlement wordt ingekrompen van 400 naar 200 zetels. De kiezer brengt twee stemmen uit, één op een persoon in zijn district en één op een landelijke lijst (zoals in Nederland). De helft van de zetels zal worden verdeeld via het districtensysteem en wel in één ronde waarbij de partij die de meeste stemmen haalt de zetel krijgt. In het huidige kiessysteem was er een tweede ronde (zodat je vaak meer dan 50% van de stemmen moest halen om een district te winnen) en waren er voor de verliezers nog compensatiezetels (maar die worden afgeschaft). Als dus de oppositie verdeeld is (zoals nu: socialisten, het groene LMP en het extreemrechtse Jobbik) dan heeft Fidesz al gauw genoeg aan minder dan 50% om in een district te winnen.
Voor de oppositie blijven dan alleen nog de zetels over die ze via de landelijke lijst kunnen halen, maar…er worden ook nieuwe hordes ingebouwd om het kleine en middelgrote partijen extra moeilijk te maken. Zo kunnen ze alleen maar zetels via de landelijke lijst krijgen als ze ook in minimaal een kwart van alle districten meedoen (de LMP is heel sterk in het grote Boedapest maar niet daarbuiten) en dan moeten ze ook nog per district in 21 dagen (nu 35) 1500 steunverklaringen van kiezers (nu 750) ophalen. Zo’n steunverklaring bestaat uit een papier waarop een burger zich – met volledige naam, adres, persoonsnummer enz. – voor een partij uitspreekt. Maar juist zo’n gedetailleerde verklaring geven mensen hier traditioneel niet graag af, wantrouwig als ze zijn dat zo’n bij de centrale overheid geregistreerde partijvoorkeur wel eens tegen hen gebruikt kan worden.
Bovendien mogen ook een paar honderdduizend Hongaren uit de buurlanden meedoen met de volgende verkiezingen. De verwachting is dat dit vooral nationalistisch georiënteerde Hongaren zullen zijn en dat die stemmen dus vooral naar Fidesz (en wellicht Jobbik) zullen gaan.
Tenslotte, laten we dat ook niet vergeten, bestaat er nu al weinig echte vrije pers meer in Hongarije, hoewel een vrije pers geldt als een absolute voorwaarde voor vrije en eerlijke verkiezingen. Fidesz beheerst nu al de staatsmedia, heeft tal van commerciële media opgekocht en de rest aan banden gelegd via de nieuwe mediawet. Wat rest is een enkele dissidente publicatie zonder bereik naar het grote publiek. Als er vervolgens ook geen verkiezingsdebatten zijn (in 2010 waren die er niet omdat Fidesz dat weigerde) is er geen enkele manier om het grote publiek te informeren.

Volgens een aantal experts betekenen de nieuwe kiesregels dat partijen als de LMP (nu 5 a 10%) of Jobbik (nu 10-15%) weinig kans maken het parlement te halen. Natuurlijk zouden in theorie de socialisten (nu rond de 20%) groter kunnen worden dan Fidesz (nu rond de 35%), maar dat is gezien de huidige verdeeldheid en stuurloosheid in die partij niet waarschijnlijk. Als dit nieuwe systeem bij de afgelopen verkiezingen had bestaan, zou Fidesz met 53% van de stemmen niet 2/3 van de zetels maar ¾ van de zetels hebben gehad. En het is heel wel mogelijk dat ze in een volgend parlement meer dan de helft van de zetels heeft hoewel ze maar een derde van de stemmen krijgt en dus eigenlijk een minderheid vertegenwoordigt. Een eerlijke vertegenwoordiging van de wil van de bevolking wordt zo onmogelijk, is in ieder geval het eensgezinde afwijzende oordeel van socialisten, LMP en extreemrechts.

De nieuwe kieswet, die een 2/3 meerderheid vereist en dus door Fidesz eenzijdig kan worden ingevoerd, zal in oktober naar het Parlement gaan en voor eind dit jaar worden aangenomen. Natuurlijk is dit slechts een voorstel en is het in theorie mogelijk dat de wet uiteindelijk veel beter wordt. Maar het is wel het voorstel van de partijtop en de ervaring van het afgelopen jaar stemt niet tot optimisme.


Verder deze week:

- Veel commotie bij de staatsradio en TV, waar de afgelopen dagen 550 van de 4000 werknemers zijn ontslagen. Ze werden een voor een bi de baas geroepen en kregen hun congé. Eind zomer gaan er nog eens 450 uit. Onder de ontslagenen ook vakbondsvertegenwoordigers (die eigenlijk niet ontslagen mogen worden) en mensen met wie tot vorige week nog werd gepraat over nieuwe programma’s die ze het komende seizoen zouden gaan doen. Volgens de oppositie wordt de ontslaggolf misbruikt om iedereen die maar een beetje dissident is te verwijderen. Overigens is volgens een recent onderzoek van het Republikon instituut het nieuws op de staatsmedia buitengewoon eenzijdig geworden. Meer dan 80% van de aandacht gaat naar de regering en Fidesz en als er al aandacht is voor de oppositie is het vaak in negatieve zin.
- Eerder meldde ik al dat een aan Fidesz gelieerd bedrijf de gratis krant Metro had overgenomen van het Zweedse concern dat de krant had gestart. Toen ik dat vertelde aan een kennis, zei ze dat het een hoop verklaarde. Ze reist dagelijks met de metro en leest dan de Metro en het was haar al opgevallen dat de krant opeens zo regeringsgezind was geworden.

dinsdag 5 juli 2011

Kafka

Spionage, wellicht voor Rusland, een geheime aanklacht, een geheime verdachte en wie weet een geheim proces, dat zijn de Kafkaëske ingrediënten van een nieuwe affaire die vorige week begon met een reeks arrestaties. De voormalige socialistische minister  György Szilvásy, verantwoordelijk voor de veiligheidsdiensten, en twee voormalige topfunctionarissen van het Bureau voor Nationale Veiligheid die onder hem dienden werden gearresteerd. De linkse oppositie vreest dat dit de opmaat is naar een politiek showproces.

De arrestaties (en huiszoekingen) vonden vorige week plaats maar tot op de dag van vandaag zijn er geen publieke mededelingen gedaan over het hoe en waarom. Er zou sprake zijn van “staatsgevaarlijke activiteiten” en “spionage,” mogelijk voor de Russen, maar dat is allemaal gebaseerd op mediaspeculatie, bronnen die anoniem willen blijven en zeer bedekte uitlatingen van betrokkenen.
Onder het motto dat het serieuze staatsgeheimen betreft, zeggen de autoriteiten niets. De Parlementscommissie van Binnenlandse Zaken kreeg maandag wel wat informatie, maar de aanwezige parlementsleden zijn verplicht tot geheimhouding en de notulen van deze vergadering zijn tot 2089 niet openbaar. Ook de advocaten en de verdachten zelf mogen geen mededelingen doen over de precieze aanklachten, want staatsgeheim. Er blijkt een vierde verdachte gearresteerd te zijn, maar diens identiteit is eveneens geheim. Vraag is natuurlijk hoe men dan tot een eventuele veroordeling denkt te komen, ervan uitgaand dat betrokkenen inderdaad de wet hebben overtreden? In een geheim proces?
De aanhoudingen zijn gedaan op verzoek van een militaire aanklager en komen voor een militaire rechtbank.  Twee van de verdachten zijn inmiddels door die rechtbank, tegen de zin van de aanklager, al uit de cel ontslagen en mogen de zaak thuis afwachten. Waren de bewijzen tegen hen toch niet zo supersterk?
Het enige wat socialistische leden van de parlementscommissie zeiden was in ieder geval dat de aanklachten belachelijk en ongelofelijk zijn. In linkse kring wordt een vervolging om politieke redenen vermoed. De drie gearresteerden dienden onder de voormalige links-liberale regeringen en ex-minister Szilvásy geldt als een van de belangrijkste politieke vrienden van de voormalige socialistische premier Ferenc Gyurcsány, de aartsvijand van de huidige premier Viktor Orbán.
Volgens Gyurcsány is het ondenkbaar dat er sprake is van serieuze aanklachten. Hier wordt een voormalige minister gearresteerd en vervolgd voor het werk dat hij in een vorige regering heeft gedaan, aldus de socialistische voorman, en niet toevallig kwamen de arrestaties op het moment dat het Hongaarse voorzitterschap van de EU ten einde liep. Ook de term “staatsgevaarlijke activiteiten” roept, zegt hij, donkere associaties op met showprocessen en de dagen dat dissidenten op dergelijke vage gronden werden vervolgd door de communistische dictatuur.
Diverse conservatieve politici wezen die beschuldiging van de hand omdat het niet rationeel zou zijn van de regeringspartij Fidesz om op een dergelijke manier tegen de Europese rechtsnormen in te gaan. Maar opmerkelijk was wel dat de arrestatie van ex-minister Szilvásy in  regeringsgezinde kranten met instemming werden begroet met de uitspraken als: "het net rond Gyurcsány sluit zich" en "de dominostenen vallen."
Want het is geen geheim dat de Fidesz regering al een jaar lang zijn uiterste best doet om Orbán’s meest uitgesproken tegenstander vervolgd te krijgen. Toen de Fidesz regering aantrad werd er zelfs apart een regeringscommissaris (zeg maar een staatssecretaris) benoemd die zich uitsluitend bezig houdt met ‘de vervolging van onwettelijke activiteiten van de vorige regering.’ Maar ondanks naarstig wroeten en pogingen om bepaalde voormalige hoge ambtenaren zover te krijgen dat ze belastende verklaringen over de ex-premier aflegden, is die regeringscommissaris er in het afgelopen jaar niet in geslaagd om met ook maar een flinter van bewijs te komen dat Gyurcsány corrupt was of anderszins de wet had overtreden. Of, wie weet, een spion en landverrader in dienst van Rusland was?

Verder deze week:
- Ook 1 juli: de nieuwe mediawet wordt van kracht. Toevallig (?) verstuurde de commissaris voor de media op die dag een brief aan een linkse krant met de aankondiging dat hij een onderzoek instelt naar commentaren van lezers in de online versie van die krant. Die lezers zouden zich onwaardig en beledigend hebben uitgelaten over de president en de premier. Andere functionarissen van de media autoriteit bevestigen dat dit soort commentaren (evenals bloggers) niet onder hun bevoegdheid vallen. Maar de brief ligt er en diverse publicaties reageerden angstig met de mededeling dat ze uit voorzorg de mogelijkheden tot commentaar zouden inperken “om problemen en gedoe te voorkomen.” Wat noemden critici ook al weer het grootste gevaar van die Fidesz mediawet? Dat de wet een klimaat van zelfcensuur creëert.

- Het parlement heeft een Fidesz voorstel aangenomen dat verdachten in bijzondere zaken (zware misdaden, corruptie e.d.) in de eerste 48 uur géén recht heeft om met zijn advocaat te spreken, hoewel die advocaat wel aanwezig mag zijn bij eventuele verhoren. De wet staat ook toe dat verdachten vijf dagen in hechtenis kunnen worden gehouden voordat er een rechter naar de zaak kijkt (nu oordeelt de rechter na drie dagen of  er gegronde redenen zijn een verdachte vastte houden). Bovendien krijgt een officier van justitie het recht om te bepalen welke rechter/rechtbank over de zaak die hij aanbrengt oordeelt (terwijl nu de rechterlijke macht zelf over de verdeling van zaken gaat). Onder andere mensenrechtenorganisaties, de orde van advocaten en oppositiepartijen protesteren fel tegen deze bepalingen die ze in strijd achten met de Europese rechtsnormen. De Groene oppositiepartij LMP stapt naar het Grondwettelijk Hof met het verzoek de bepalingen te schrappen. In de oorspronkelijke voorstellen was er sprake van dat advocaten in de eerste 48 uur helemaal buiten spel stonden, maar daar is op het laatste moment de bepaling aan toegevoegd dat ze wel bij verhoren aanwezig mogen zijn.

woensdag 29 juni 2011

Werkverschaffing of dwangarbeid?

Als het aan de Hongaarse regering ligt gaan enige 100-duizenden langdurig werklozen verplicht worden om voor een beloning van 30-60% van het minimumloon te werken. Ze gaan ingezet worden in grote overheidsprojecten (sportstadions bouwen, rivierdijken versterken, irrigatiekanalen en waterreservoirs aanleggen enz.), maar kunnen ook worden verhuurd aan private ondernemingen (bijvoorbeeld in de landbouw en wegenbouw). Organisatie en toezicht bij dit alles moet worden gedaan door de vele duizenden voormalige politiemensen en legerpersoneel wier vervroegd pensioen door de regering eenzijdig wordt ingetrokken.

De hel van Jipsinghuizen,werkverschaffing Groningen 1924-1939
Dat is samengevat de inhoud van een plan dat door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (waaronder ook de politie valt) is ontwikkeld. Het plan kan gezien worden als een fundamenteel onderdeel van de conservatieve revolutie van de regering Orbán. De brigades hebben tot doel de honderdduizenden langdurig werklozen (velen van hen zigeuners maar de meerderheid niet!) weer arbeidsdiscipline bij te brengen en de maatschappij in het algemeen te leren dat wie niet werkt, niet zal eten. Critici zien het echter als een onzalig plan dat de markt verstoort, de groeiende behoefte aan juist meer geschoold personeel negeert en in feite neerkomt op een verwerpelijke vorm van wat je eigenlijk alleen maar dwangarbeid kunt noemen.

De dwang bestaat eruit dat werklozen die weigeren deel te nemen, hun sociale bijstand (nu een aanvulling op het gezinsinkomen tot iets minder dan het minimumloon) kwijtraken. Dat laat velen weinig keus, al zal er zeer grote weerzin zijn om zes uur per dag (zware) lichamelijke arbeid te verrichten voor een vergoeding van 100 tot 180 euro per maand. Want zoals premier Orbán eerder al eens verklaarde is het inzetten van moderne technologie bij dit soort projecten in Hongarije niet aan de orde, het gaat er nu om banen te scheppen.
Bovendien zullen deze goedkope arbeidskrachten ook forse reistijden moeten accepteren (tot drie uur per dag) naar grote projecten verspreid over het hele land. Daarnaast overweegt de regering bij projecten containerdorpen neer te zetten, zodat arbeiders ter plekke kunnen overnachten.
Ook het toezicht door ex-politiemensen en legerpersoneel (er komt grofweg één voormalige politieman op elke vier arbeiders) roept bij critici associaties op met bewaking, orde en discipline, kwalificaties die door minister Pintér van Binnenlandse Zaken ten stelligste worden afgewezen. Overigens zullen de betrokken politiemensen ook deels gedwongen worden tot dit werk. Wie weigert, kan ernstig gekort worden op zijn pensioen.

Het plan lijkt kortom in de verte wel een beetje op werken met een uitkering zoals dat ook in Nederland wordt toegepast, maar dan op een totaal andere schaal en onder radicaal andere voorwaarden. Orbán ziet het als een voorbeeld voor Europa welke kant het op moet met de werkgelegenheid. Maar hoewel het de formele werkloosheidscijfers aardig zal oppoetsen, roept het tal van ernstige vragen op. Zijn dit wel acceptabele lonen en werkomstandigheden? Hoe echt zijn die banen, die geen enkel perspectief bieden op serieus werk in de marktsector. En wie bepaalt wie “in staat is” tot het uitvoeren van het betreffende werk, zoals het formele criterium nu luidt? Een werkloze bouwvakker? Een ingenieur? Vrouwen? Ouderen boven de 50?

Andere deskundigen wijzen erop dat het plan in feite neerkomt op een halvering van het minimumloon voor een deel van de economie, wat grote consequenties kan hebben. Hetzelfde geldt voor de andere arbeidsomstandigheden, die aanzienlijk minder zullen zijn dan nu volgens de arbeidswetgeving is toegestaan (maar die wetgeving zal door de regering en de 2/3 meerderheid van Fidesz in het parlement worden aangepast). Bovendien gaat een dergelijke aanpak onvermijdelijk leiden tot machtsmisbruik en serieuze sociale wantoestanden en ellende: in de gezinnen van de allerarmsten, in de arbeidsbrigades, in de containerkampen. Met op de achtergrond steeds die ene grote hamvraag: misschien was dit in de jaren dertig in Nederland en Hongarije (of Duitsland?) nog wel acceptabel, maar past het ook in de moderne Europese productie en diensteneconomie met zijn Lissabon agenda en zijn streven om een hooggeschoolde kenniseconomie te worden?

Verder deze week:

- Nadat de regering eind mei al eenzijdig het overleg tussen werkgevers, werknemers en overheid heeft opgeheven, zijn er nu ook plannen om de invloed van de vakbonden in bedrijven en de rechten van individuele werknemers ernstig in te perken. Vakbonden gaan volgens die plannen het recht verliezen namens het personeel te onderhandelen en werkgevers zullen veel meer vrijheid krijgen bij het vaststellen van verplicht overwerk, het al dan niet opnemen van vakantiedagen en de indeling van werktijden.
- In het stadje Kecel (ruim 9000 inwoners) is de basisschool in maart overgedragen aan de katholieke kerk. Ouders die nu niet wensen te ondertekenen dat hun kinderen op school bidden en naar de mis gaan, komen er niet in. Die zullen uit moeten wijken naar openbare scholen 20-30 km verderop.
- Tot een jaar geleden moest Fidesz nooit iets hebben van de toenadering die de vorige regeringen zochten tot China (want communistisch) en roerde het ook luid de trom van de vrijheidsbeweging van Tibet. Maar nu dat linkse beleid van de afgelopen jaren vruchten begint af te werpen en China in toenemende mate forse investeringen wil gaan doen in Hongarije – dat het ziet als toegangspoort tot Centraal Europa – is Orbán opeens 180 graden om. Bij het bezoek van de Chinese premier Wen Jiabao putte Orbán zich uit in superlatieven om communistisch China te prijzen en had hij het over een strategisch bondgenootschap. De in Hongarije woonachtige Tibetanen mochten niet demonstreren, de president werd zorgvuldig afgeschermd van elk dissident geluid en als klap op de vuurpijl moesten alle Tibetanen zich op zaterdagochtend bij de vreemdelingendienst melden voor controle van hun papieren, een controle die prompt de hele dag in beslag nam, tot Jiabao weg was.

donderdag 23 juni 2011

Diplomatiek isolement?


Vanaf 1 juli, als Hongarije niet langer president van de EU is, zal de regering van Viktor Orbán in Europa politiek worden geïsoleerd, zei premier Borut Pahor van Slovenië onlangs in vertrouwen tegen een groep Sloveense journalisten. Zijn woorden werden toch gepubliceerd en leidden tot een kleine diplomatieke rel tussen Slovenië en Hongarije.


Het is niet het enige teken aan de wand. Europese diplomaten in Boedapest benadrukken dat het „not done” is voor Europese landen en leiders om hun eigen EU president al te hard en al te openlijk te bekritiseren. „Maar na 30 juni is dat voorbij en kun je verwachten dat er vanuit Europa veel hardere kritiek op de koers van Hongarije geleverd zal gaan worden,” aldus één van hen. Ook het nieuwe trio dat vanaf 1 juli de EU gaat leiden (Polen, Denemarken en Cyprus) „heeft zich nadrukkelijk beraden over de vraag hoe om te gaan met de politieke ontwikkeling in Hongarije en de kritiek die daarop bestaat,” aldus een andere diplomaat.
Het is met name niet ondenkbaar dat de buurlanden van Hongarije een fermere positie zullen gaan innemen. De positie van Pahor’s Slovenië is duidelijk. In Slowakije speelt de nationalistische koers van de regering Orbán, die de verhouding met de etnische Hongaren in het land niet ten goede komt, ook nog mee. Interessant is daarbij dat Slowakije in de jaren negentig onder de toenmalige nationalistische en autoritaire regering Meciar zelf zo’n diplomatiek isolement heeft ondergaan (maar toen was het nog geen EU lid). Soortgelijke sentimenten spelen in de relatie met Roemenie. Tot voor kort was er nog sprake van een zekere vriendschap tussen Orbán en de populistische president Basescu, maar die is sterk bekoeld door Fidesz’ beleid ten aanzien van de Hongaarse minderheid in Roemenie. De Polen tenslotte hebben hun eigen recente ervaring met het rechts-katholieke regime van de Kaczynski-tweeling (2000-2007), die gelukkig voor hen geen 2/3 meerderheid had en dus simpel weggestemd kon worden. Maar de huidige centrumrechtse regering van Polen is duidelijk geen vriend meer van Orbán.
Het is wellicht ook geen toeval dat juist afgelopen maandag de Venetië Commissie, een adviesorgaan van de Raad van Europa, haar eindoordeel over de Fidesz grondwet heeft gepubliceerd. Het oordeel is niet mals: de nieuwe grondwet is “een bedreiging voor de democratie,” en met name de ruim 40 wetten met grondwettelijke status (die het wijzigen van Fidesz beleid door toekomstige regeringen schier onmogelijk maken) “verzwakken de betekenis van verkiezingen.” Hoe je hieruit kunt concluderen, zoals één Fidesz parlementariër deed, dat het oordeel van de Commissie in wezen positief is, is mij een raadsel, een acuut geval van newsspeak dunkt me. Andere Fidesz woordvoerders verwierpen het oordeel van de Commissie juist volledig en zeiden dat de betrokken experts niet weten waar ze over praten en zich politiek laten beïnvloeden. De Duitse politicus Markus Löning noemde die reactie “beschamend” en roept de regering Orbán op met de Venetië Commissie rond de tafel te gaan zitten om wijzigingen uit te werken. Waartoe Orbán vooralsnog niet bereid is (maar dat was ook zo met de media wet).

Uiteraard blijft als een paal boven water staan dat echte verandering alleen uit Hongarije zelf kan komen, maar toenemende druk vanuit de EU kan bijvoorbeeld wel invloed hebben op de verhouding binnen Fidesz tussen haviken en duiven (ze zijn er, al zijn het er weinig en is hun verweer heel slapjes) en het kan de democratische oppositie een riem onder het hart steken.