vrijdag 4 november 2011

Boeman



De voorzitter van het Hongaarse parlement Laszlo Kövér – een van de getrouwen rond premier Viktor Orbán – lijkt vast van plan om te verhinderen dat de tien kamerleden rond ex-premier Ferenc Gyurcsány die uit de socialistische partij stapten een eigen fractie kunnen vormen. Kövér overweegt om daartoe desnoods een nieuwe wet in te voeren, aldus het dagblad Népszabadság.

Wat je ook moge denken over Ferenc Gyurcsány, er is geen twijfel over dat zijn Democratische Coalitie (DK) recht heeft op een eigen fractie in het parlement en de daarbij behorende financiering, plaats in Kamercommissies en spreektijd. De regels zijn tamelijk helder: een nieuwe fractie kan gevormd worden als minimaal tien parlementariërs, die eerst een half jaar als onafhankelijke Kamerleden hebben gefunctioneerd, dat willen.
Met een beetje soepele toepassing van de regels, zou zelfs dat half jaar wachttijd (tot april 2012) niet nodig zijn, maar goed, het zal niemand verbazen dat parlementsvoorzitter Kövér het verdomt soepel te zijn tegenover Gyurcsány, de grote boeman van Viktor Orbán. Maar volgens de krant Népszabadság overweegt Kövér nu ook serieus om de wet met de gedragsregels in het Parlement tussentijds zodanig aan te passen dat de DK het tot 2014 wel helemaal kan vergeten. Je zou bijvoorbeeld vast kunnen leggen dat alleen partijen die aan de verkiezingen hebben meegedaan fracties mogen vormen. Fidesz kan met haar 2/3 meerderheid immers alles beslissen wat ze maar wil.
Met alle scepsis over de wenselijkheid en mogelijkheden van een nieuwe politieke rol van Gyurcsány – is hij niet veel te omstreden om in een verenigde oppositie een rol te spelen – , het bevestigt opnieuw dat hij misschien wel de enige oppositiepoliticus is waar Fidesz echt bang voor lijkt te zijn.

Verder de afgelopen week:

 - Koerswijziging?
De zakelijke Internetsite Portfolio vraagt zich af of er sprake is van een serieuze koerswijziging nu de minister van Economische Zaken gisteren aankondigde dat hij bereid is met de banken om tafel te gaan zitten en te onderhandelen over oplossingen voor de precaire financiële situatie van het land. De regering heeft niet veel keus, constateert Portfolio. De Eurocrisis dreigt uit de hand te lopen en een eventueel Grieks failliet gaat ook voor Hongarije zeer grote consequenties hebben. Op de financiële markten wordt Hongarije nu, na Griekenland, als een van de meest risicovolle landen van de EU gezien dankzij het buitengewoon onnavolgbare, chaotische en autoritaire beleid van de laatste anderhalf jaar. Zonder IMF (dat door de regering buiten de deur is gezet) en zonder samenwerking met de banken (die permanent geschoffeerd worden) is het onmogelijk geld te lenen en kan de economie niet groeien. Portfolio schrijft dat het goed is dat de regering zich nu eindelijk de risico’s realiseert en er ook wat aan wil doen. Ik zou zeggen: het is nog volop herfst en één verdwaalde zwaluw maakt geen voorjaar.

- Jobbik
Jobbik heeft op haar recent gehouden partijcongres haar extreemrechtse koers nog maar eens bevestigd. Partijvoorzitter Gabor Vona kritiseerde weliswaar diverse fascistische splinters rond de partij die alle heil verwachten van gewelddadig optreden (“Soms is het veel effectiever om geen geweld te gebruiken,” aldus Vona) maar hij maakte ook duidelijk dat wat hem betreft Jobbik boven het parlementaire systeem staat. En natuurlijk wil Jobbik uit de EU.

- Volkstelling
 In een dorpje in het oosten des lands is een schandaal uitgebroken omdat de boedistische gemeenschap daar plaatselijke zigeuners zou hebben geholpen met het invullen van de volkstellingsformulieren. In ruil voor hun veelvuldige hulp – de boedisten zorgen vaak ook voor wat extra eten, wat werk, tweedehands kleren e.d. – zouden de zigeuners bij de vraag over religie hebben ingevuld dat ze boedist zijn. Het is bepaald niet onmogelijk dat dit gebeurd is, maar wat dan nog? Iedereen mag bij religie invullen wat hij of zij wil. Het echte schandaal is dat de door de zigeuners ingevulde formulieren door de volkstellingsinstantie zijn overhandigd aan politie en justitie, die nu een strafrechtelijk vooronderzoek zijn begonnen. Hoezo persoonsbescherming?

- Protesten van studenten…
Duizenden studenten hebben op diverse plaatsen in het land gedemonstreerd tegen de bezuinigingen in het hoger onderwijs. De regering lijkt ook op dit punt nog steeds op ramkoers en wil grote bezuinigingen (100 miljoen euro) realiseren door de stiekeme invoering van zware collegeleden (wat niet zo heet omdat Fidesz altijd tegen collegegelden zei te zijn), een halvering van het aantal studenten in het hoger onderwijs (een goede move als je een kenniseconomie wil opbouwen) en de verplichting aan studenten om een contract te tekenen dat ze  een aantal jaren na hun afstuderen niet in het buitenland zullen gaan werken (een zeer Europese gedachte).

- …en vakbonden
Vakbonden houden vandaag op tientallen plekken in het land protesten tegen het beleid van de regering. Stukken van wegen worden afgezet en passerende automobilisten krijgen pamfletten uitgedeeld.


vrijdag 28 oktober 2011

De Hongaarse weg?



De Hongaarse economie koerst af op een recessie. Steeds meer economische analisten en (buitenlandse) experts voorspellen dat de economische groei volgend jaar nul of negatief (min 0,5%) zal zijn. Ook vanuit regeringskringen wordt nu in ieder geval erkend dat de situatie in 2012 veel moeilijker wordt dan tot nu toe gezegd en een enkeling geeft zelfs openlijk toe dat “de Hongaarse weg uit de crisis” waar de regering Orbán de afgelopen anderhalf jaar zo prat op ging, niet heeft gewerkt.

Die Hongaarse weg bestond ondermeer uit de (wederrechtelijke) inbeslagname van 10 miljard euro aan private pensioenspaargelden, extra belastingen op banken en multinationale ondernemingen, de invoering van een nieuw belastingsysteem dat de consumptie zou stimuleren (maar in praktijk alleen de rijken meer geld bezorgt) en het inperken of afschaffen van de macht van onafhankelijke controle-instanties. Desondanks, of juist daardoor (?), komt de economische groei dit jaar waarschijnlijk niet boven de 0,5%, en dat alleen nog maar dankzij het aantrekken van productie in de auto-industrie en omdat de landbouw door het zonnige weer een buitengewone oogst had.
De buitenlandse schuld is ook alleen maar toegenomen, ondanks de belofte van Orbán dat hij deze “staatsvijand nummer één” snel zou temmen en de werkloosheid is ondanks de belofte van 1 miljoen banen in tien jaar gelijk gebleven. De koers van de forint is juist wel gedaald en staat nu tussen de 290 en 300 forint voor de euro, banken verwachten dat ze vrijwel geen leningen meer zullen geven, investeerders kijken de kat uit de boom en de reële inkomens van de laagbetaalden en de middenklasse dalen gestaag.
Na het recente Eurotop beraad in Brussel herhaalde premier Orbán opnieuw dat hij vastbesloten is zijn “eigen Hongaarse weg” te gaan maar wat dat buiten een hoop nationalistische retoriek en bovenstaande misère inhoudt, weet niemand (ook hijzelf mogelijk niet). Veel buitenlandse ondernemers die de illusie hadden dat Fidesz met de slagkracht van zijn twee derde meerderheid de economie weer op de been zou helpen, zijn teleurgesteld, zo bleek op een economische conferentie in Boedapest. Alleen de Hongaarse oligarchen achter Fidesz schijnen er nog enig vertrouwen in te hebben: weliswaar gebeurt er veel wat ook hen niet zint, maar daar overheerst nog het gevoel dat alles wel goed zal komen als Orbán eenmaal zijn macht voor de komende tien of twintig jaar heeft geconsolideerd, aldus een anonieme bron met contacten in die kringen.

Verder de afgelopen twee weken:

- De grote via Facebook georganiseerde demonstratie “Nem tetszik a rendszer” (Het systeem bevalt me niet) was een duidelijk succes. Er waren ondanks het druilerige weer 40 tot 60-duizend demonstranten en, aldus een krantencommentaar, het is duidelijk dat op straat het initiatief niet meer bij Orbán ligt. Wie geïnteresseerd is in de clip met het nieuwe lijflied van de demonstranten (met Engelse ondertiteling) zie http://www.youtube.com/watch?v=GSP81Che1X0

Hoeveel mensen beviel het systeem niet?
- Tegelijk raakt die oppositie partijpolitiek steeds verder verdeeld. De nieuwe vakorganisatie Solidaritás sluit een politieke rol in de toekomst niet uit. De socialistische partij MSZP splitste in een behoudende linker vleugel en een nieuwe sociaalliberale fractie rond oud-premier Ferenc Gyurcsány. Zijn Democratische Koalitie (DK), die met tien man in het parlement zit, vindt dat er uiteindelijk een Olijfboom Coalitie moet komen naar Italiaans voorbeeld. Een groep jongere progressieve intellectuelen richtte de nieuwe partij 4K op (afkorting voor Vierde Republiek) die zich ten doel stelt de democratische oppositie te verenigen. En ook in de groene partij LMP, die een progressieve en conservatieve vleugel heeft, schuurt het.

- Volgens István Stumpf, een van de door Orbán benoemde nieuwe rechters van het Grondwettelijke Hof (een oude politieke vriend zonder praktische ervaring als rechter, rechtsgeleerde of advocaat) kunnen de beslissingen van dat Hof ook gebaseerd worden middeleeuwse Hongaarse wetgeving zoals het “Bloedcontract” van de 9e eeuw (toen de Hongaarse stamhoofden dit land veroverden) en de Gouden Bul van 1222 (een overeenkomst die de machtsverdeling tussen koning en hoge adel regelde). Geen idee wat dat concreet betekent maar erg 21e-eeuws klinkt het niet.

- Het Hongaarse Anti Terrorisme Centrum (TEK) ging plat op de bek toen ze recent een grote partij wapens en munitie in beslag nam op het vliegveld van Boedapest en een triomfantelijke persconferentie gaf. Maar … al gauw bleek het te gaan om een partij filmwapens (onklaar gemaakt, alleen maar geladen met losse flodders enz.), te gebruiken voor de opnames van de nieuwste film van Brad Pitt die op dit moment in de hoofdstad wordt gedraaid. Beetje miscommunicatie? Dat TEK is een elite-eenheid die Orbán direct na zijn aantreden instelde en die onder het gezamenlijk commando valt van het ministerie van binnenlandse zaken en het Bureau van de Premier (in praktijk dus wellicht wat meer onder de laatste?). Het bureau beschikt over ruime financiële middelen en moet de premier en de president beschermen en optreden tegen terrorisme en zware misdaad. Commandant is het hoofd van Orbán’s persoonlijke lijfwacht tussen 2002 en 2008, János Hajdu.

woensdag 12 oktober 2011

Wispelturig



Het beheer van een goedlopend theater in Boedapest wordt in handen gelegd van een duo extreemrechtse idioten, het economisch beleid van de regering Orbán is ook volgens conservatieve critici volledig mislukt en oud president László Solyóm betitelt de zittende regering als een “onconstitutioneel regiem.”

Bevalt het systeem niet? Demonstratie.
De Fidesz burgemeester van Boedapest heeft een uitgesproken extreemrechtse acteur en een voormalige extreemrechtse politicus van 77 jaar benoemd tot respectievelijk artistiek en economisch directeur van Het Nieuwe Theater in de hoofdstad. Dit tegen het uitdrukkelijke wens van zes van de acht leden van de sollicitatiecommissie die de zittende directeur wilden herbenoemen (alleen de twee politieke leden van de commissie – afgevaardigden van stad en regering – waren daar tegen).
Het Nieuwe Theater is niet groots en vernieuwend, maar het is geliefd bij het publiek en financieel rendabel. Dat gaat ongetwijfeld veranderen. De nieuwe directieleden verklaren in hun eigen woorden “de oorlog aan het liberale vermaak dat is gezonken tot het niveau van het bordeel.” De twee radicaalrechtsen willen terug naar het echte, nationale en Hongaars drama. Het probleem is dat de kwaliteit daarvan niet al te hoog is en het publiek ervoor schaars. Dus de uitkomst is voorspelbaar: ouderwets nationalistisch theater, lege zalen, financiële problemen.
Waarom Fidesz het Nieuwe Theater aan deze twee heren wenst te geven, is een raadsel. Het is wellicht een politieke manoeuvre tegen Jobbik, de grotere extreemrechtse partij waarvan dit duo geen lid is, zo speculeren linkse kranten.

Verder deze week:

- Volgens het gerespecteerde Hongaarse economische onderzoeksinstituut GKI zit de economische politiek van de Fidesz regering “op een doodlopend spoor.” De vooruitzichten voor het komend jaar zijn zeer somber (dalende lonen, dalende consumptie, dalende investeringen, nog meer bezuinigingen). Dat is slechts ten dele het resultaat van de crisis in Europa, waar premier Orbán alle schuld legt, maar het gevolg van “wispelturig economisch beleid en het ontbreken van sociale en vakmatige consultatie,” aldus het GKI.
Dit vernietigende oordeel wordt ook gedeeld door tal van conservatieve economen, ondermeer Péter Ákos Bod, minister van economische zaken in een vorige conservatieve regering. Volgens hem heeft het economisch beleid van de Fidesz regering gefaald en zouden daar personele gevolgen uit getrokken moeten worden, waarmee hij ongetwijfeld doelde op het aftreden van de huidige minister van Economische Zaken.

- László Sólyom, de voormalige gematigd conservatieve president die anderhalf jaar geleden nog zo blij was toen Fidesz de verkiezingen overweldigend won, uitte op een congres van geschiedenisleraren fellere kritiek op de regering Orbán dan ooit tevoren. Hij zei ondermeer dat “het regiem … niet langer een grondwettelijke staat is” ondermeer omdat de nieuwe grondwet serieuze tekortkomingen vertoont en de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof dusdanig zijn ingeperkt dat er gebieden zijn waarin de macht van de regering niet langer kunnen worden ingeperkt. Solyóm’s woede hoeft niet te verbazen, hij was immers in 1989/1990 de voornaamste auteur van de grondwet die nu met zoveel verachtig door Fidesz terzijde is geworpen en hij was de eerste voorzitter van het nieuwe Grondwettelijk Hof wier macht door Fidesz nu zo is beknot. 

- Fidesz kwam deze week met een vernieuwd voorstel voor een nieuwe kieswet, misschien wel de meest cruciale wetgeving die de regering Orbán de komende maanden door het Parlement wil loodsen. Later meer hierover, maar de teneur is duidelijk: er worden zoveel mogelijk blokkades opgeworpen om succesvolle deelname door kleine en nieuwe partijen te verhinderen en diverse nieuwe constructies bedacht die een overwinning van Fidesz –ondanks zwaar teruggelopen populariteit – zo waarschijnlijk mogelijk moeten maken.

maandag 3 oktober 2011

Het Hongaarse Solidarnosc



Tussen de 10- en 15-duizend demonstranten namen deel aan de afsluitende vakbondsmanifestatie en demonstratie van afgelopen weekeinde, vooral gericht tegen de bezuinigingen en de belastingpolitiek van de regering Orbán en voor een rechtvaardiger sociaal beleid en serieus overleg met sociale partners. Maar belangrijker was het politieke signaal: voor het eerst tekenden zich hier de contouren af van een nieuwe brede beweging tegen de regering Orbán. Bijna 100 vakbonden en sociale organisaties werkten samen en presenteerden zich als het Hongaarse Solidarnosc (Magyar Szólidáritás).

Op de D-Day manifestaties werkten voor het eerst allerlei groepen uit de samenleving die om diverse redenen ontevreden zijn over het beleid van de regering Orbán samen: een hoop vakbonden (ondermeer politie, brandweer, leger, spoorwegen, ambtenaren, onderwijs, chemie en energie), organisaties van ouderen, gehandicapten, studenten enz. De Hongaarse rapper Dopeman praatte het geheel aan elkaar. Het Hongaarse Solidarnosc is een poging om in ieder geval in de strijd tegen het economische en sociale beleid van de regering Orbán een eind te maken aan de legendarische versplintering van de Hongaarse vakbonden en sociale beweging.
De vakbonden zijn bijvoorbeeld uitermate zwak in de marktsector, maar zelfs in de overheids- en semi-overheidssector, waar ze traditioneel wel sterke aanhang hebben, zijn ze superverdeeld. Er zijn tientallen bonden en bondjes, voor een deel langs politieke en voor een deel langs persoonlijke scheidslijnen. Zo kan de regering Orbán, na het eenzijdig opheffen van een landelijke sociale overleg van regering, werkgevers en werknemers eerder dit jaar, de “sociale dialoog” over haar beleid zogenaamd voortzetten door met een paar aan Fidesz verwante vakbondjes en werkgeversvertegenwoordigers te praten. In het Hongaarse Solidarnosc hebben zich nu een grote reeks bonden en sociale groepen verenigd die een ander beleid willen.
Daarnaast is ook de groep “Één miljoen voor de democratie,” voortgekomen uit de Facebook groep “Één miljoen voor de persvrijheid” die begin dit jaar een paar grote demonstraties tegen de mediawet organiseerde, actief geworden. EMD stelt zich, aldus internationaal woordvoerder János Boris, ten doel om alle groepen die zich inzetten voor een ander beleid en voor herstel en behoud van de democratie en de rechtsstaat zoveel mogelijk samen te brengen en samen te laten werken en tegelijk een open dialoog op gang te brengen over alternatieven voor het huidige beleid. Het was de afgelopen weken ook betrokken bij de organisatie van D-Day en de oprichting van het Hongaarse Szolidarnosc, aldus Boris, en de hoop is dat langs deze weg een brede beweging tot stand kan komen die de aanzet vormt voor een serieus politiek en democratisch alternatief voor de regering Orbán.

Ook recente opiniepeilingen geven weer aan dat zo’n alternatief er nog niet is. De ontevredenheid over en teleurstelling in de Fidesz regering is inmiddels zeer breed en Fidesz heeft nog maar steun van ongeveer een kwart van de bevolking, terwijl Orbán’s populariteit nog nooit zo laag is geweest. Maar het gros van de burgers ziet de bestaande politieke alternatieven ook niet zitten. De socialisten blijven al een jaar steken op een procent of 12, extreemrechts (Jobbik) krijgt de laatste tijd net iets meer dan dat (maar zal van de associatie met allerlei neonazi splinters en ideeën afmoeten om serieus meer te krijgen) en de Groenen van de LMP zitten ook vast rond de drie tot vijf procent. Meer dan de helft procent van de bevolking is zeer ontevreden maar weet het simpelweg niet meer.

Verder deze week:
- De organisatoren van de “ARC billboard tentoonstelling” hebben laten weten dat dit jaarlijkse evenement in Boedapest, waarbij locale artiesten grote werken maken rond actuele politieke en sociale thema’s, niet doorgaat. Volgens organisator Gábor Bokos zijn er geen sponsoren te vinden. De "openheid" die altijd een kenmerk was van de tentoonstelling  is op het moment “niet zo populair,” aldus Bokos.
- De regering wil de collectie van de Hongaarse Nationale Galerij uit het paleis op de burcht weghalen. De Hongaarse meesters moeten naar een nieuw museum dat achter de grote musea op het Heldenplein  gebouwd moet gaan worden. Op zich niets op tegen, maar wat gaan ze doen met dat grote paleis waar ooit de Habsburgse keizer huisde en later regent Horthy?

dinsdag 27 september 2011

Groen Pardon



De onverwachte en dreigende sluiting van een zeer populaire uitgaansgelegenheid in Boedapest door locale Fidesz-bestuurders leidde vorige week tot een protestconcert van ruim 40.000 jongeren. Meer dan 130.000 mensen tekenden een petitie voor het openhouden van Zöld Pardon (Groen Pardon). Tevergeefs, zo lijkt het, en of dat politiek nou zo slim is?

Protestconcert, iedereen in iets groens.
Zöld Pardon is een open lucht concertpodium in Boeda aan de oever van de Donau. Het wordt omgeven door de rivier, een paar snelwegen en een wijk met grote kantoren en universiteitsgebouwen die het afschermen van de woonwijken daarachter. Het ging 13 jaar geleden open en was een buitengewoon populaire vrijplaats voor jongerencultuur. En natuurlijk alles wat daarbij hoort in de grote boze buitenwereld waar de Fidesz conservatieven zo bang voor zijn.
Dus kreeg Zöld Pardon in augustus opeens te horen dat de vergunning per oktober niet verlengd zou worden. Officieel vanwege de “toenemende klachten van omwonenden.” Alleen, er zijn geen omwonenden. Toegegeven, als de wind verkeert staat, waait er wel eens wat over. Maar dat lijkt me een kwestie van die enkele keer het volume aanpassen. Het zal dus wel teveel vrijplaats zijn. Net als het Tűzraktér (De Vuurloods?), een tot cultureel centrum omgebouwde school in de binnenstad van Pest, geëxploiteerd door jonge kunstenaars en buitengewoon populair. Van het vorige, links-liberale gemeentebestuur kreeg het subsidie, maar die is dus afgelopen voorjaar door de Fidesz regenten stopgezet. Dit alles tot chagrijn van menig tiener, twintiger en dertiger, want die hebben allemaal het Tűzraktér en Zöld Pardon meegemaakt.
Ik zou niet echt verbaasd zijn als ze ook Sziget nog een keer de nek omdraaien.

Verder deze week:

- in het dorpje Dombrád in het oosten van het land is een proefproject gestart ter voorbereiding van de werkverschaffing op grote schaal die volgend jaar van start moet gaan. Zo’n 120 mannen versterken daar een dijk van 2,1 km lengte en bouwen er een weg voor fietsers en wandelaars op. Geen machines, alles moet met de hand want anders is het zo snel klaar. Bij deze klus krijgen de mensen nog 68.000 forint (234 euro) per maand betaald, slechts iets minder dan het minimumloon van 75.000 forint. Maar dat gaat volgend jaar veranderen, heeft de regering al bepaald: dan krijg je voor “gemeenschapswerk” 48,000 forint (165 euro) per maand. Als je weigert, krijg je niets, ook geen bijstand.
- de Fidesz parlementariërs gaan hun eigen salaris wel verhogen naar zo’n 750.000 forint per maand (2000 euro). Ook krijgt iedereen een laptop van de overheid en een appartement in Boedapest voor degenen die elders wonen. Voorzitters en vicevoorzitters van comités krijgen nog extra vergoedingen. Het huidige salaris ligt rond de 220.000 maar inclusief vergoedingen (commissies, reizen enz.) verdienen de meesten het dubbele. Dat is blijkbaar nog niet genoeg. Ter vergelijking: een modaal salaris is in Hongarije rond de 210.000 forint (bruto per maand).
- de GRONDWETSTAFEL, zie een vorige post, blijkt verzonnen door Imre Kerényi, nu adviseur van de premier  maar in de "old days" een theatermaker die een actief lid was van de communistische partij die Orbán zo zegt te verafschuwen
- Het Hongaarse economische beleid is “eerlijk gezegd een zooitje,” meent Gyula Tóth van de Unicredit  bank. Hij adviseert zijn klanten op het moment dan ook niet om in Hongarije te investeren. Ook volgens andere banken beginnen investeerders zich van Hongarije af te keren. Ze steken hun geld liever in de buurlanden.