woensdag 27 april 2011

Confrontatie tussen zigeuners en extreemrechts.

Afgelopen paasweekeinde ging het nieuws de wereld rond dat het Rode Kruis een groep van 300 zigeunervrouwen en kinderen voor een paar dagen evacueerde uit hun dorp Gyöngyöspata (2300 inwoners) uit angst voor een radicaalrechtse paramilitaire club die in dat weekeinde een 'trainingskamp' (inclusief wapentraining) organiseerde pal naast de woningen van de betrokkenen. Gisterenavond kwam het in dat dorp voor het eerst tot een vechtpartij tussen zigeuners en radicaalrechtsen, waarbij vijf gewonden vielen.

De mars van Jobbik in Gyöngyöspata, 6 maart
De precieze toedracht van de vechtpartij is, zoals altijd in dat soort gevallen, schimmig. De plaatselijke zigeuners zeggen dat geüniformeerde leden van Véderö (Verdediging, één van de talloze extreemrechtse paramilitaire clubjes) al de hele dag provoceerden door in groepen langs hun huizen te lopen, dingen te roepen en eenmaal ook een pistool te trekken en op hen te wijzen. ’s Avonds rond een uur of negen zou vervolgens de vechtpartij zijn uitgebroken. Volgens de zigeuners toen een 13- jarige zigeunerjongen op straat liep en werd lastig gevallen en geslagen door drie rechtsextremen die vonden dat hij niet op straat hoorde te lopen. Anderen zijn hem vervolgens te hulp gesneld en van het een kwam het ander. Volgens de andere kant liepen een aantal burgers te patrouilleren bij de zigeunerstraat en werden ze plotseling aangevallen. Hoe dan ook, toen de politie uiteindelijk massaal ter plekke was en een eind aan het gevecht maakte, waren er vijf gewonden: vier extremisten en de zigeunerjongen.
En het echte punt is natuurlijk dat diverse paramilitaire groepen neonazi’s, want daar hebben we het over, nu al anderhalve maand in Gyöngyöspata zijn en gesteund door een fiks deel van de blanke inwoners zogenaamd de orde handhaven  (o.a. door zigeuners om hun identiteitspapieren te vragen), nachtelijke patrouilles houden in dat deel van het dorp waar zigeuners wonen, maar ook mensen uitschelden en bedreigen enz. (Zie ook mijn blog van dinsdag 22 maart 2011, Fidesz en extreem rechts). Het (bedoelde) effect op de zigeunerbevolking is intimidatie: mensen blijven in huis, gaan alleen nog maar in groepen op straat en sommige kinderen zijn inmiddels zo bang van die enge mannen met kaalgeschoren hoofden en in zwarte kleding of in legercamouflage dat ze niet meer naar school durven. En als de overheid zoiets zijn gang laat gaan, gaat het natuurlijk een keer mis.
Want dat is het trieste: de Hongaarse overheid laat haar burgers simpelweg barsten. De politieagenten ter plekke deden meestal niets (durfden, wilden, konden, mochten niets doen). Op 22 maart, pas nadat in Brussel diverse EU politici (!) zeiden dat dit toch echt niet kon, verordonneerde minister Pintér van Binnenlandse Zaken (baas van de politie) dat het afgelopen moest zijn en dat de regering met een actieplan zou komen hoe om te gaan met dit soort paramilitaire groepen en hoe op te treden in dorpen waar spanningen zijn tussen zigeuners en blanke Hongaren. Laat, maar het klonk in ieder geval redelijk en voor even verdwenen de extremisten ook uit het dorp.
Maar ze waren al gauw weer terug en vorige week kondigde Véderö dan aan dat ze voor één forint een stuk grond pal naast de zigeunerstraat hadden gekocht en daar met Pasen een trainingskamp voor vaderlandslievende jongeren zouden houden (fysieke en gevechtstraining). En opnieuw begonnen de autoriteiten met nietsdoen, behalve te verklaren dat de situatie in Gyöngyöspata rustig was. Tot het Internationale Rode Kruis in Hongarije besloot om  zigeunervrouwen en kinderen uit het dorp een rustige Pasen te bezorgen en hen naar een vakantiekamp in Boedapest te halen, weg van de dreiging. Volgens extreem rechts "een anti-Hongaarse operatie" maar volgens de regering "gewoon een picknick” die verder niets te betekenen had want alles was rustig in het dorp.
Maar persbureaus spraken van “een evacuatie” uit angst voor “extreemrechts geweld” en dat verhaal ging de wereld over: van de Washington Post en CNN tot gerenommeerde bladen in West-Europa. Waarbij  iedereen zich afvroeg: waarom tolereert de regering dit? Pas na die negatieve publiciteit deed de Fidesz regering weer wat: er werd een hoop politie naar Gyöngyöspata gestuurd, een aantal leiders van Véderö werden ter plekke gearresteerd wegens verstoring van de openbare orde en het trainingskamp werd ontmanteld. Helaas, een dag later stonden de gearresteerden weer op straat en liepen er weer groepen extremisten door het dorp te paraderen. Met de knokpartij tot gevolg.
Nu is iedereen in Gyöngyöspata van iedereen bang. De meeste zigeuners overwegen een vluchtelingenstatus aan te vragen bij de ambassades van de VS of Canada en/of uit het dorp te verhuizen.  En premier Viktor Orbán, de man die zo graag een grote leider der Hongaren wil zijn? Tot op de dag van vandaag heeft hij geen voet in Gyöngyöspata gezet: om de rechtsextremisten de wacht aan te zeggen, de Hongaarse zigeuners te verzekeren van zijn steun en medeleven en de andere Hongaarse dorpsbewoners te verzekeren dat hij hun problemen serieus neemt en zich wil inzetten voor een gezamenlijke oplossing.

Intussen vindt elders in het land al twee weken het proces plaats tegen vier mannen uit rechtsradicale hoek die in 2008-2009 met geweren en molotovcocktails in een reeks dorpen in dezelfde streek waar ook Gyöngyöspata ligt negen nachtelijke moordaanslagen op willekeurige zigeuners pleegden, met zes doden (waaronder een 5-jarig kind) en vijf zwaargewonden als gevolg.

p.s. Donderdagochtend, 28 april. Premier Orbán heeft op TV aangekondigd dat de strafwet gewijzigd zal worden zodat het makkelijker wordt paramilitaire groepen en groepen die op eigen houtje "de orde handhaven" aan te pakken. "Dit had eigenlijk al weken geleden moeten gebeuren, maar we wilden niet overhaast handelen," aldus de premier. Tja. Laten we hopen dat er ook in praktijk wat uitkomt waar de bewoners van Gyöngyöspata, zigeuner en niet-zigeuner,  wat aan heeft. Maar gezien het geklungel en onvermogen tot nu toe, ben ik sceptisch.

dinsdag 19 april 2011

Een voorproefje: Fidesz-minderheid toch de baas

Gisteren nam de Fidesz meerderheid in het parlement de nieuwe grondwet aan, die onder meer de democratie en de rechtsstaat ernstig inperkt. Die grondwet wordt volgende week getekend door de president en wordt dan op 1 januari 2012 van kracht, zodat we nog een schimmige tussenfase tegemoet gaan.

Deze grondwet werd er door Fidesz doorheen gedrukt, hoewel de partij slechts 53% van de kiezers vertegenwoordigt (Fidesz heeft alleen dankzij het merkwaardige kiesstelsel een tweederde meerderheid in zetels). Sterker nog, in de opiniepeilingen zakt de partij gestaag: Fidesz heeft nu nog maar de steun van 35-40% van het electoraat, ruim 60% van de bevolking vindt dat het de slechte kant op gaat met het land en dat zo’n nieuwe grondwet eigenlijk in een referendum aan de bevolking moet worden voorgelegd (wat Fidesz weigert).
Een van de vragen die permanent opduikt is dan ook of de regering Orbán tezijnertijd, met het oog op de nieuwe parlementsverkiezingen in 2014 bijvoorbeeld, ook met de kiesregels zal gaan rommelen. Zoals Orbán nu tenslotte ook permanent met regelgeving rommelt als het partijbelang daarmee gediend is. Alle regels waarvan iedereen altijd dacht dat ze onaantastbaar waren en dat Fidesz daar toch zeker niet aan zou durven komen, worden naar believen en in soms bizarre produres gewijzigd. Daar kunnen bijvoorbeeld de rechters die dachten dat de onafhankelijkheid van de rechtspraak onaantastbaar was van meepraten.

De stad Esztergom, 45 km boven Boedapest, biedt wellicht een kleine inkijk in wat de toekomst te bieden heeft. In Esztergom had de bevolking zo genoeg van acht jaar Fidesz-rule dat ze bij de gemeenteraadsverkiezingen in oktober 2010 massaal (65%) een gezamenlijke kandidaat van de oppositie, Éva Tetényi, tot burgermeester koos. Het was volstrekt duidelijk, men wilde verandering: weg met de autoritaire regeerstijl van de oude Fidesz burgemeester, weg met de willekeur en het dilletantisme, weg met de Fidesz-partijdigheid en de corruptie. Helaas voor de kiezers: hoewel Fidesz als partij slechts 35% van de stemmen kreeg, heeft ze wel 10 van de 15 zetels in de gemeenteraad van Esztergom en daarmee blokkeert de partij elke verandering. Zodat Esztergom nu op het faillisement afstevent.
De crux in Esztergom is dat de oppositie zich wel verenigde voor de burgemeestersverkiezing (één gezamenlijke kandidaat namens de hele oppositie dwz Groenen, socialisten, een ondernemerspartij en zelfs het extreemrechtse Jobbik; kun je nagaan hoe genoeg ze hadden van Fidesz-rule) maar dat ze dat niet deden op partij-niveau. Elke partij ging op eigen houtje de verkiezing in, maar Hongarije heeft op locaal niveau een „first past the post system,” d.w.z dat al in de eerste ronde de grootste partij de zetel wint (geen tweede ronde dus tussen de twee beste kandidaten)
Aangezien in alle tien districten van Esztergom Fidesz het meest stemmen haalde (tussen de 32 en 42% van de stemmen) won Fidesz alle zetels en moet de oppositie – hoewel ook op dit niveau eigenlijk gesteund door 65% van het electoraat – het doen met slechts vier compensatiezetels (+de burgemeester). En hoewel in het verleden de Fidesz burgemeester, omdat hij altijd en onvoorwaardelijk werd gesteund door de fractie, als een soort koning regeerde over de stad, kan Fidesz nu met haar zetelmeerderheid de burgemeester volkomen vleugellam maken en tegen de wil van de meerderheid van het electoraat haar oude beleid voortzetten.
Dat intussen de stad failliet gaat schijnt de partij niet te deren. Ze trekt nog wel geld uit voor allerlei prestigeprojecten (waar wie weet wie geld aan verdient), terwijl er geen geld meer is voor schoolmaaltijden voor arme kinderen, stadsverlichting, het schoonmaken van straten en parken of reparatie van het wegdek. De bussen in de stad houden er over twee maanden mee op en scholen en het ziekenhuis dreigen vanaf september geheel of gedeeltelijk gesloten te moeten worden.
Stel je nu eens voor dat Fidesz ook op landelijk niveau een „first past the post”-systeem doorvoert (wat ze met haar tweederde meerderheid in zetels zo kan doen)? Ik zie niet hoe er op landelijk niveau een grote coalitie van Groenen, socialisten en extreemrechts te smeden valt (een coalitie op voorhand), in ieder geval niet zolang extreemrechts met zijn paramilitaire groepen op landelijk niveau zo tekeer gaat tegen de zigeunerbevolking. Zelfs een samenwerking tussen de (nog zeer zwakke) Groenen en de (ernstig intern verdeelde) socialisten is op dit moment volstrekt onhaalbaar. En dan kan Fidesz met haar trouwe aanhang van 35% gewoon de grootste blijven. Het is maar één scenario, maar iets in die trant staat er te gebeuren. Want als Orbán iets duidelijk maakt dan is het dat hij de macht voorlopig niet wenst af te staan.

Verder deze week:
- er waren de afgelopen weken zowel in Stockholm als Berlijn congressen waar Hongaarse critici van de Orbán-regering het woord voerden, maar waar ook aanhangers van Fidesz protesteerden tegen „deze aanvallen op de Hongaarse natie.” In beide gevallen was er „toevallig” een camerateam van de Hongaarse staatstelevisie aanwezig om dit protest te registreren en dit via het TV-nieuws aan het Hongaarse publiek te tonen. Aan welke tijden doen dit soort geensceneerde protesten me toch terugdenken?
- ook vertoonde de staatstelevisie (die volgens de Fidesz-mediawet uiteraard geheel objectief dient te zijn) een interview met Daniel Cohn-Bendit, leider van de Groenen in het Europees Parlement en een van de heftigste critici aldaar van Orbán’s rule. Cohn-Bendit werd in de reportage gediskwalificeerd als een pedofiel („hij had het zelf toegegeven”) tegen wie een juridische procedure liep (er is tien jaar geleden iets van een soort zaak geweest die echter werd geseponeerd omdat de kwestie absoluut niets met pedofilie te doen had). Het interview was aantoonbaar gemanipuleerd, maar de verantwoordelijke redacteur, een bekend radicaal rechtse journalist, is inmiddels gepromoveerd en heeft nu een leidende positie in de betreffende nieuwsredactie.

vrijdag 15 april 2011

Rechters wenden zich tot publiek

In een open brief aan het Hongaarse publiek en de Europese Unie hebben de 21 allerhoogste rechters van Hongarije zich gekeerd tegen de wijze waarop de nieuwe grondwet de onafhankelijkheid van de rechtspraak dreigt aan te tasten (zie mijn post van drie dagen terug). Laat me hier alleen de slotzin van hun brief citeren: "We beschouwen het als absurd dat we, 21 jaar na de systeemverandering en in een land dat op dit moment het presidentschap van de EU bekleedt, moeten vechten voor de basiswaarden van de democratie. We kunnen nauwelijks geloven dat we op moeten staan om de waarden te verdedigen van een staat gebaseerd op rechtszekerheid en democratie tegenover mensen van wie een aanzienlijk aantal heeft deelgenomen aan de afschaffing van de dictatuur en het scheppen van de structuren van een democratische staat."
Voor wie de hele brief wil lezen (in het Engels): www.transparency.hu/en/news_events?nid=556&PHPSESSID=f25eb51388217f86d486639f98b22ec9

dinsdag 12 april 2011

Rechterlijke macht gekortwiekt

“Een onafhankelijke analyse (van de voorstellen voor een nieuwe grondwet…HH) sluit de mogelijkheid van een ernstige politieke aantasting van de rechterlijke macht niet uit,” schreef András Baka, voorzitter van de Hoge Raad, vorige week in een diplomatiek geformuleerde brief aan premier Viktor Orbán. “Er is grote onrust en verontwaardiging onder rechters,” aldus Baka elders in een interview, “ze maken zich allemaal zorgen over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, die de basis van onze democratie is.”

De brief, geschreven namens de presidenten van de Hoge Raad, de vijf Rechtbanken van Beroep, het Hoofdstedelijk Hof, 19 andere rechtbanken en de Beroepsvereniging van Rechters was tevergeefs. Gisteren nam de Fidesz meerderheid in het Parlement de allerlaatste wijzigingsvoorstellen voor de nieuwe grondwet aan, waarmee ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht ernstig is gekortwiekt.

Op de eerste plaats wordt de autonomie van de rechterlijke macht beeindigd, die in 1997 was ingesteld om de onafhankelijkheid van rechtbanken te garanderen. De toen ingestelde Justitiële Raad van rechters en andere vertegenwoordigers uit het justitiële bouwwerk, een van de laatste institutionele hervormingen na de stelselwijziging van 1989, wordt opgeheven en de rechterlijke macht wordt weer bestuurd door het Ministerie van Justitie (zoals dat ook voor 1997 en dus voor 1989 het geval was). Dat betekent dat de regering via Justitie een grote invloed krijgt op procedures, benoemingen etc. en ook welke rechter welke rechtszaak behandelt.

Op de tweede plaats wordt per ommegaande de pensioenleeftijd van rechters verlaagd van 70 naar 62 jaar. Eerder circuleerden er binnen Fidesz ideeën over het ontslaan van alle rechters die voor 1990 waren ingezworen (waarmee de intentie van de operatie duidelijk is: een zuivering van “al die communisten”). Maar dat zou betekend hebben dat 72% van alle rechters eruit had gemoeten en dat ging zelfs Fidesz wat ver. Maar ook nu moeten er ruim 300 rechters (6-8%) vervroegd uit, met name rechters in hogere functies en rechtbanken, de mensen met de meeste ervaring en anciënniteit. Dat schept niet alleen grote problemen voor het werk van de rechtbanken (die toch al niet al te best functioneren), maar ook de mogelijkheid voor de regering om op allerlei hoge posten die mensen neer te zetten die haar welgevallig zijn.

In eerdere blogs vermeldde ik al hoe de nieuwe grondwet ook regelt dat het Grondwettelijk Hof aanzienlijk minder bevoegdheden krijgt en dat de voorzitter van het Hoge Raad (Kuria) en die van het Grondwettelijk Hof politiek benoemd gaan worden. Waarmee het gebouw compleet is: ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht is ernstig ingeperkt, precies zoals eerder al gebeurde met justitie, de Rekenkamer, het instituut ombudsman, de Budget Raad, de Financiële Toezichthouder etc. etc. , al die instituties die de democratische rechtsorde moeten garanderen.

Nog even voor de duidelijkheid: in 1990 was 90% van de rechters jonger dan 55 jaar, aldus Baka,  te jong om te hebben deelgenomen aan de stalinistische schijnprocessen van de jaren ’50 of de politieke processen waarin de deelnemers aan de opstand van 1956 waren veroordeeld.


Verder deze week

- Voormalige BMW- topmanager en uitvinder Ferenc Ansits, Duitser van Hongaarse komaf, betoogde in een rede voor de Duitse Kamer van Koophandel in Boedapest dat er niet zoiets is als een hervormings-communist. Je had toch ook geen hervormings-nazi’s? Communisten zijn communisten en allemaal even erg, punt uit, betoogde hij. Het is een redenering die heel populair is in rechtse kringen in Hongarije. Ook Ansits is een felle anti-communist en aanhanger van de huidige regering. Hij nam deel aan de opstand van 1956, zat daarna een paar jaar gevangen en vluchtte uiteindelijk naar Duitsland waar hij carrière maakte. Maar van politiek  heeft hij dus geen kaas (meer) gegeten. Geen verschil tussen Stalin, Breznjev en Rakosi (de Hongaarse stalinistische leider) aan de ene kant en anderzijds Dubcek (leider van de Praagse Lente), Imre Nagy (leider van de Hongaarse opstand in 1956!) of Gorbachov (de man die de Muur deed vallen en de Sovjet Unie ontmantelde)? Dat soort redeneringen kun je toch niet serieus nemen? En natuurlijk had ook het nazi-dom, als het langer had bestaan dan 12 jaar, uiteindelijk hervormers gehad.

- VN rapporteur voor persvrijheid Frank la Rue bezocht Hongarije om te zien hoe het hier nu staat op dat vlak. Op zich al opvallend, de VN-rapporteur bezoekt normaal gesproken landen als Zimbabwe, Libië, Bahrein, Birma of Wit-Rusland, geen Europese landen die lid zijn van de EU. Na afloop sprak hij zijn verontrusting uit over de mediawet die nog altijd vele problemen kent, met name het feit dat de Mediaraad alleen uit regeringsmensen bestaat en voor negen jaar benoemd is, met de mogelijkheid van verlenging van negen jaar. “Dat is een hele generatie,” aldus een geschokte la Rue. Maar hij was ook “licht geschrokken om het beleefd te zeggen over sommige meningen die ik hoorde. Verschillende regeringsfunctionarissen spraken volkomen vrij en open over wat ze dachten en ik heb de indruk dat er sprake is van een duidelijk stelsel van controle van bovenaf. In denk dat dat heel gevaarlijk is.”

dinsdag 5 april 2011

Een brug te ver


Het oordeel van de Venetië Commissie, een raad van Europese constitutionele juristen, over de nieuwe Hongaarse grondwet van de Fidesz regering is ‘beleefd negatief.’  De commissie waarschuwt in haar rapport voor “het gebrek aan openheid en serieus publiek debat” bij het proces van het opstellen van de nieuwe grondwet, “waardoor het twijfelachtig is of het document lang houdbaar is.” De Commissie sprak zich ook expliciet uit tegen het inperken van de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof, een essentieel element in de nieuwe grondwet.

Het oordeel onderstreept nog maar eens dat de kritiek op de nieuwe grondwet, die op 18 april door het Parlement zal worden aangenomen, bij lange na niet alleen komt van de linkse oppositie in Hongarije. Onder internationale grondwetjuristen is inmiddels een petitie tegen de grondwet gestart (http://verfassungsblog.de/hungarys-constitution-worry/) en ook László Solyóm, ex-staatspresident, ex-president van het Constitutionele Hof en bekend conservatief politicus, heeft zich er openlijk tegen uitgesproken. Of zouden hij, de Venetië Commissie en al die internationale professoren en juristen behoren tot wat radicaal rechts in Hongarije “die communisten en socialisten en hun links-liberale joodse vrienden,” noemt?

In een eerder artikel ben ik al ingegaan op de eenzijdige manier waarop de wet tot stand komt, het feit dat het een ideologisch document is (in feite het christelijk-nationalistische beginselprogramma van Fidesz) en dat de regerende partij de wet gebruikt om haar machtspositie tot diep  in de jaren twintig te consolideren door de benoeming van een hele reeks functionarissen op sleutelposities (de presidenten/voorzitters van het Constitutionele Hof, de Rekenkamer, de Budget Raad, Justitie, de Mediaraad, de Financiële Toezichthouder e.d. Daar vallen helaas een paar punten aan toe te voegen.

Ook de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht wordt ernstig aangetast. Het Opperste Gerechtshof wordt omgedoopt in de Kuria en kan haar president voortaan niet meer zelf benoemen (uit eigen kring), zoals tot nu toe gebruikelijk was, maar krijgt een door de 2/3 Fidesz meerderheid benoemde president. Ook de allerhoogste rechter van het land wordt dus een partijman.

Zoals ik schreef worden de functies van de vier ombudsmannen ook opgeheven. Er komt nog maar één nationale ombudsman (te benoemen door de Fidesz meerderheid) die drie functies overneemt (mensenrechten, minderheden en milieu), terwijl het werk van de vierde ombudsman (dataprotectie en vrijheid van informatie) - de enige onafhankelijke en niet-politieke functionaris die het recht had zich met staatsgeheimen en de geheime diensten bezig te houden - wordt overgenomen door een regeringsbureau! Handig als je een klacht hebt tegen de manier waarop de regering met data omgaat, toch?

Tenslotte is een belangrijk element van de nieuwe grondwet ook dat het ‘t aantal terreinen waarvoor een tweederdemeerderheid in het parlement vereist is om beleidswijzigingen door te voeren uitbreidt. Dat gaat bijvoorbeeld ook gelden voor essentiële onderdelen van het belastingstelsel (de door Fidesz ingevoerde belastingaftrek voor gezinnen met kinderen), de pensioenwetgeving (het door Fidesz opnieuw ingevoerde staatspensioenstelsel), de gezins- en familiepolitiek (het huwelijk alleen voor man en vrouw) en een aantal elementen van het begrotingsbeleid. Een tweederde meerderheid is ook vereist op bijvoorbeeld terreinen als: kerkpolitiek, mediabeleid (de perswet!), taakstelling en organisatie van het openbaar ministerie, de politie en de geheime diensten, het beheer van staatsbedrijven (privatisering of niet), defensie en het stelsel en de organisatie van locale overheden.

Dit soort regels maken de beleidsruimte voor een toekomstige regering, mocht dat een regering zonder Fidesz zijn, dus uitermate beperkt want ze kan niets doen zonder instemming van Fidesz en door Fidesz gecontroleerde instituten. En dat is ook de expliciete bedoeling. Zoals premier Viktor Orbán zelf zei op een conferentie op 1 april is de familiepolitiek van Fidesz “vastgelegd in de grondwet zodat toekomstige regeringen dat beleid niet of nauwelijks kunnen veranderen.” De regels laten ook een wat somberder scenario toe mocht in 2014 Fidesz de verkiezingen verliezen en buiten de regering blijven, aldus de econoom Tamás Bauer. De nieuwe regering moet dan volgens de nieuwe grondwet op zijn laatst op 31 maart 2015 haar begroting voor 2015 goedgekeurd krijgen door de Budgettaire Raad (benoemd door Fidesz), anders kan de staatspresident (benoemd door Fidesz) het parlement ontbinden en nieuwe verkiezingen uitschrijven.

Zoals László Majtényi, constitutioneel jurist en de voormalige (eerste) ombudsman voor dataprotectie en vrijheid van informatie, het uitdrukt: “Deze grondwet schaft de democratie niet af, maar het is wel een zeer forse stap achteruit.”

Verder deze week:

- Er is opeens op het Kossuth Plein, het plein voor het Parlement, deze hele zomer  een fototentoonstelling. Daarom, zo is er besloten, kunnen er tot en met Augustus geen demonstraties voor het Parlement plaatsvinden. Een opvallende beslissing van een partij die in 2006 moord en brand schreeuwde toen datzelfde plein (na allerlei rellen) maandenlang voor een deel met hekken was afgezet om permanente demonstraties tegen te gaan. Oppositieleider Viktor Orbán ging toen parmantig voorop in het (illegaal) weghalen van die hekken onder het motto dat het Kossuth Plein van het volk was en er altijd gedemonstreerd moest kunnen worden.

dinsdag 29 maart 2011

Irritant buitenbeentje

Hongarije wordt steeds meer het buitenbeentje van de EU. Het gedraagt zich op Europees niveau behoorlijk recalcitrant, onbetrouwbaar, onvoorspelbaar en soms zelfs ronduit vijandig (zie Orbán’s redevoering bij de 1848 herdenking waarbij Brussel op één lijn werd gesteld met het Moskou van Breznjev). De reactie van de EU is wel voorspelbaar: Hongarije wordt waar nodig op de vingers getikt (de molens malen langzaam, maar ze malen wel degelijk) en verder vooral steeds meer argwanend bekeken, gemeden en genegeerd als de irritante maar kleine Pietje Bel (Csengö Péter?) die het is.

De echte Pietje was tenminste nog grappig
Er lopen diverse Europese procedures rond/tegen Hongarije o.a. over de mediawet, de speciale belastingen, de pensioenfondsen, de onafhankelijkheid van de Nationale Bank en de begrotingsdiscipline (of het gebrek daaraan). Wat dat laatste betreft: als Brussel in juni aanstaande het nieuwe economische meerjarenplan van de regering (het Kálmán Széll plan) niet betrouwbaar genoeg vindt (wat niet ondenkbaar is, zullen we maar zeggen), dan komen mogelijk ook de subsidiestromen naar Hongarije in gevaar, want die vormen onderdeel van dat plan (in afwachting van goedkeuring van dat plan heeft Orbán de bestaande subsidiestromen in feite stil gelegd, maar als er dus geen goedkeuring komt...). En er is meer.

Oost-Europa top

Het gedoe rond de Oost-Europa top (overleg tussen de EU en de VS met landen als Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië enz. over hoe verder samen te werken) is vooral protocollair gênant voor Hongarije. De top was al lang geleden gepland en zou onder EU voorzitterschap van Hongarije in mei plaatsvinden. In de discussie over de mediawet lieten diverse Duitse politici al weten het wat merkwaardig te vinden om nu juist onder leiding van Orbán’s Hongarije te moeten gaan praten over onder meer democratie en de rechtsstaat, zoals bekend niet de sterkste punten van veel voormalige Sovjet-republieken. Een maand geleden kwam vervolgens het bericht dat de top verschoven was naar de tweede helft van 2011 en de Poolse hoofdstad Warschau (dan de EU-voorzitter). De reden was, zo werd bezworen, puur logistiek: op de geplande datum konden allerlei internationale politici, waaronder Hillary Clinton, niet verschijnen. Er was de nodige skepsis of dat de echte reden was en die skepsis is nu alleen maar gegroeid. Want vorige week werd er aangekondigd dat er op exact die datum in mei in Warschau en onder Poolse leiding een topontmoeting plaats vindt tussen de leiders van een reeks voormalige Sovjet republieken, EU landen (voorop Duitsland) en de VS (jawel, inclusief Hillary Clinton). Blijkt gewoon te kunnen. Oeps.

Libië

De Libië-top in Parijs en sowieso het hele beleid van de EU t.o.v. het Midden-Oosten gaat geheel aan Hongarije voorbij. EU-voorzitter Hongarije was op de betreffende top niet eens aanwezig, het werd gewoon straal genegeerd. Oeps. Dat komt mede omdat Hongarije eigenlijk geen Midden-Oosten en Libië beleid heeft, of beter gezegd het heeft er twee. Terwijl minister van buitenlandse zaken Martonyi de dag voor de Parijse top op een internationale bijeenkomst zei dat het vrijwel onvermijdelijk was dat er ingegrepen moest worden in Libië, liet premier Orbán in Boedapest diezelfde dag optekenen dat er van ingrijpen absoluut geen sprake kon zijn. Oeps. Het is niet de eerste keer dat Orbán dingen zegt die volledig afwijken van wat het ministerie van BuiZa beweert, zodat de geruchten toenemen dat Martonyi er direct na het aflopen van het EU voorzitterschap van Hongarije de brui aan geeft.

Euro en Euro-pact

Bij de voorbereiding van het Euro-pact van hetzelfde laken een pak. Het pact heeft tot doel ervoor te zorgen dat alle landen zich beter aan de financiele spelregels (begrotingstekorten, staatsschulden) houden zodat situaties dat landen opeens van een bankroet gered moeten worden omdat ze stiekum veel meer hadden geleend en uitgegeven dat was overeengekomen (Griekenland, Ierland, Spanje) voorkomen worden. Hongarije had in de aanloop naar de top, als voorzitter, wel wat voorstellen voorbereid maar die werden snel maar minzaam aan de kant geschoven. Vervolgens ontwikkelden de grote EU landen een plan waar de meerderheid zich achter schaarde. Maar dat nu juist EU-voorzitter Hongarije een van de weinigen is die zich tegen het pact keert en niet deelneemt, is toch wel weer een beetje oeps. De andere drie zijn de bekende euroskeptische landen Groot-Brittanië, Zweden en Tsjechië. Bij die euroskeptici kan nu dus ook Hongarije formeel gerekend worden.
Volgens sommige commentatoren geeft de stellingname duidelijk aan dat invoering van de Euro (een verplichting volgens het verdrag waarmee Hongarije tot de EU toetradt en een stap die automatisch deelname aan het Europact impliceert) op de hele lange baan is. Orbán c.s. spreken zelf al over „zeker niet voor 2020,” en Fidesz financieel expert Varga heeft nu zelfs een voorstel ingediend om in de nieuwe grondwet te bepalen dat de forint de munt van Hongarije is. Waarmee een nieuwe regering niet tot de Euro toe kan treden als Fidesz teugen is.

Grondwet

Rond die Fidesz grondwet begint er nu ook in het Brusselse langzaam het nodige te rommelen. Niet dat men er nu groots tegen te hoop loopt, zoals bij de mediawet (uiteindelijk) gebeurde, maar erg positief is de ontvangst tot nu toe zeker niet. Het helpt niet dat ook ex-staatspresident Solyóm (zelf een voormalige voorzitter van het Grondwettelijk Hof en een man van conservatieve huize) een nieuwe grondwet overbodig vindt en zich zeer sterk uitspreekt tegen de inperking van de bevoegdheden van dat Hof. Het helpt niet dat de nieuwe grondwet, door Fidesz zelf omschreven als een grondwet voor de 21e eeuw, zoveel nadruk legt op nationalistische sentimenten en conservatief-christelijke waarden. Het helpt ook niet dat de officiële door de Hongaarse regering geregelde Engelse vertaling van de concept grondwet (bestemd voor een discussie in Europese kring) niet alleen veel fouten bevat (deze „21e eeuwse” grondwet is deels geschreven in dusdanig archaïsch Hongaars dat ze nauwelijks te vertalen is), maar dat ook een paar controversiële passages niet zijn vertaald. Oeps. Zoiets gebeurde nou bij de vertaling van de mediawet ook al. Oeps oeps.

Voor de buitenstaander is dit allemaal nog wel redelijk vermakelijk en wie tegen Orbán is kan ook nog redeneren dat de man zo zijn eigen graf graaft (zelfs verstokte critici beginnen nu te zeggen dat het met al dat geblunder en amateuristische gedoe nooit echt lang kan duren). Probleem is natuurlijk dat Hongarije meegetrokken wordt en de Pietje Bel status kan twee grote consequenties hebben:  1. buitenlandse investeerders (de kurk van de Hongaarse economie) zullen steeds minder makkelijk voor Hongarije kiezen of zelfs weggaan en 2. mocht er een nieuwe financiële crisis komen dan kan Hongarije financiële steun uit Brussel wel vergeten. Riskant, lijkt me.

Verder deze week:

- Opnieuw gaat Fidesz in de peilingen achteruit. De partij is nog veruit de grootste maar heeft tussen november 2010 en maart een derde van haar kiezers verloren (en nog veel meer onder de ouderen en de lagere inkomens). Nog steeds profiteert de oppositie nauwelijks maar het kamp van de twijfelaars groeit dramatisch en staat nu op 46% (weet niet). Daarbij zijn overigens niet zaken als de mediawet, de grondwet of de kwaliteit van de democratie van doorslaggevend belang. Wat steekt zijn vooral het beleid rond inkomens, armoede en werkloosheid en daarnaast ook (en daar zitten dan die eerste punten een beetje in) de autoritaire stijl van regeren.
- Ook financieel kloppen de cijfers niet. In januari zei de regering nog trots dat ze het begrotingstekort van 3,8% in 2010 had gehaald. Niet alleen blijkt dat cijfer nu hoger uit te komen (4,2%) maar inmiddels hebben de ministeries in de afgelopen drie maanden ook al 89% van hun budget voor 2011 opgesoupeerd. Nu is een overschrijding in de eerste helft van het jaar normaal, wat dan gedeeltelijk wordt goedgemaakt door extra veel inkomsten in de tweede helft. Maar zo scheef als nu is het nog nooit geweest. Haalt Fidesz het doel van een tekort van 3,2% in 2011? Never nooit niet. En dat kan weer gevolgen hebben voor het juni-oordeel van Brussel (zie het begin).

dinsdag 22 maart 2011

Fidesz en extreem-rechts


Ruim tien dagen werden de pakweg 300 zigeuners van het dorpje Gyöngyöspata (2500 inwoners) openlijk geterroriseerd. Na een demonstratie “tegen zigeunermisdaad” in het dorp op 6 maart door een paar duizend leden van extreemrechtse organisaties, bleven deze deels geüniformeerde bendes “om orde op zaken te stellen.” De zigeuners werden beledigd en bedreigd. Groepen extremisten patrouilleerden in het dorp en omsingelden het zigeunerwijkje. De bewoners waren zo bang dat ze hun huizen niet meer uit durfden en hun kinderen niet meer naar school durfden te sturen.
 
Helaas, het optreden van de extreemrechtse bendes werd ten volle en actief gesteund door zeker de helft van de blanke bevolking van Gyöngyöspata. Mede daarom greep de officiële politie, die al die tijd wel aanwezig was, niet in. Ook was er geen president, premier of minister voor minderheidszaken die het waagde naar het dorp af te reizen om zich op de hoogte te stellen en duidelijk te maken dat dit echt niet kon. Pas nadat het dorp tien dagen lang in de greep van deze bendes was geweest, boog de regering zich over de situatie en gaf vervolgens de minister van binnenlandse zaken Pintér opdracht om een actieplan op te stellen wat er gedaan zou kunnen worden aan de toenemende activiteit van dergelijke paramilitaire groepen. Rijkelijk laat en rijkelijk slapjes, dunkt me.
De omsingeling van de zigeunerstraat
Nu moet ik op voorhand zeggen dat de problemen complex zijn. Het gaat hier om arme dorpen met veel werkloosheid, waarbij de zigeuners dan vaak weer de armsten der armen zijn. Onder de ‘blanke’ inwoners is de werkloosheid bij wijze van spreken 25 of 30% maar onder de zigeuners eerder 80%. Dus leven velen van hen van uitkeringen, is er een hoop alcoholisme (sowieso een wijdverbreid verschijnsel in Hongarije) en doen de zigeunerkinderen het slechter dan gemiddeld op school. Er is, dus, ook heel veel kleine misdaad zoals diefstalletjes van het erf of uit de dorpswinkel, kleine inbraken en vechtpartijen waar alcohol weer een grote rol in speelt. Het is al gauw een neerwaartse spiraal van achterstand, wederzijdse discriminatie en wederzijds wantrouwen. Dat is bepaald niet makkelijk te doorbreken.
Deze sociale wantoestand is tegelijk de machtsbasis van de extreemrechtse partij Jobbik (wat in het Hongaars vrij vertaald zowel “rechtser” als “beter” betekent). En aan Jobbik verwant zijn een hele reeks paramilitaire groepen, zoals de Hongaarse Garde (door de rechter verboden en opgegaan in), de Nieuwe Hongaarse Garde, de Hongaarse Nationale Garde en Voor een Mooiere Toekomst (Szebb Jövö-ért). Al deze clubs paraderen dreigende rond achter deze of gene semi-fascistische vlag en gehuld in zwarte uniformen, camouflagekleding of legergroene jassen. Bovendien zijn een deel van de al veel langer bestaande officiële dorpswachten (een soort vrijwillige hulppolitie op dorpsniveau) geïnfiltreerd en/of vergenomen door extreemrechtse types. Ook een hoogst explosief sociaal-politiek mengsel.


Extreem rechts marcheert in Boedapest
Nu was een van de weinige lichtpuntjes van de electorale machtsgreep van Fidesz dat daardoor in ieder geval extreemrechts terug zou worden gedrongen. Deels omdat Fidesz de agenda van extreemrechts op punten overnam (harder optreden tegen misdaad, meer politie op straat), deels omdat Fidesz had beloofd ook resoluut op te zullen treden tegen die extreemrechts paramilitaire groepen. Helaas was daarvan, nu althans, niets te merken. Maar daar zal de regering toch ook op zijn tellen moeten passen, want Jobbik wordt weer duidelijk actiever. In de eerste acht maanden na de Fidesz-overwinning hield de partij zich redelijk rustig. Maar nu ze in de opiniepeilingen steeds verder dreigt weg te zakken (van 15% naar 14% naar 11%), hebben ze klaarblijkelijk besloten weer offensiever op te gaan treden. Gyöngyöspata was het eerste resultaat, maar nadat ze hun ‘belegering’ daar vrijwillig hadden beëindigd, kondigden ze aan op korte termijn ook in andere dorpen “de zigeunermisdaad” op soortgelijke wijze te zullen gaan bestrijden. Tijd voor de actie die Orbán beloofde. Ik ben benieuwd, maar niet al te optimistisch.