vrijdag 28 oktober 2011

De Hongaarse weg?



De Hongaarse economie koerst af op een recessie. Steeds meer economische analisten en (buitenlandse) experts voorspellen dat de economische groei volgend jaar nul of negatief (min 0,5%) zal zijn. Ook vanuit regeringskringen wordt nu in ieder geval erkend dat de situatie in 2012 veel moeilijker wordt dan tot nu toe gezegd en een enkeling geeft zelfs openlijk toe dat “de Hongaarse weg uit de crisis” waar de regering Orbán de afgelopen anderhalf jaar zo prat op ging, niet heeft gewerkt.

Die Hongaarse weg bestond ondermeer uit de (wederrechtelijke) inbeslagname van 10 miljard euro aan private pensioenspaargelden, extra belastingen op banken en multinationale ondernemingen, de invoering van een nieuw belastingsysteem dat de consumptie zou stimuleren (maar in praktijk alleen de rijken meer geld bezorgt) en het inperken of afschaffen van de macht van onafhankelijke controle-instanties. Desondanks, of juist daardoor (?), komt de economische groei dit jaar waarschijnlijk niet boven de 0,5%, en dat alleen nog maar dankzij het aantrekken van productie in de auto-industrie en omdat de landbouw door het zonnige weer een buitengewone oogst had.
De buitenlandse schuld is ook alleen maar toegenomen, ondanks de belofte van Orbán dat hij deze “staatsvijand nummer één” snel zou temmen en de werkloosheid is ondanks de belofte van 1 miljoen banen in tien jaar gelijk gebleven. De koers van de forint is juist wel gedaald en staat nu tussen de 290 en 300 forint voor de euro, banken verwachten dat ze vrijwel geen leningen meer zullen geven, investeerders kijken de kat uit de boom en de reële inkomens van de laagbetaalden en de middenklasse dalen gestaag.
Na het recente Eurotop beraad in Brussel herhaalde premier Orbán opnieuw dat hij vastbesloten is zijn “eigen Hongaarse weg” te gaan maar wat dat buiten een hoop nationalistische retoriek en bovenstaande misère inhoudt, weet niemand (ook hijzelf mogelijk niet). Veel buitenlandse ondernemers die de illusie hadden dat Fidesz met de slagkracht van zijn twee derde meerderheid de economie weer op de been zou helpen, zijn teleurgesteld, zo bleek op een economische conferentie in Boedapest. Alleen de Hongaarse oligarchen achter Fidesz schijnen er nog enig vertrouwen in te hebben: weliswaar gebeurt er veel wat ook hen niet zint, maar daar overheerst nog het gevoel dat alles wel goed zal komen als Orbán eenmaal zijn macht voor de komende tien of twintig jaar heeft geconsolideerd, aldus een anonieme bron met contacten in die kringen.

Verder de afgelopen twee weken:

- De grote via Facebook georganiseerde demonstratie “Nem tetszik a rendszer” (Het systeem bevalt me niet) was een duidelijk succes. Er waren ondanks het druilerige weer 40 tot 60-duizend demonstranten en, aldus een krantencommentaar, het is duidelijk dat op straat het initiatief niet meer bij Orbán ligt. Wie geïnteresseerd is in de clip met het nieuwe lijflied van de demonstranten (met Engelse ondertiteling) zie http://www.youtube.com/watch?v=GSP81Che1X0

Hoeveel mensen beviel het systeem niet?
- Tegelijk raakt die oppositie partijpolitiek steeds verder verdeeld. De nieuwe vakorganisatie Solidaritás sluit een politieke rol in de toekomst niet uit. De socialistische partij MSZP splitste in een behoudende linker vleugel en een nieuwe sociaalliberale fractie rond oud-premier Ferenc Gyurcsány. Zijn Democratische Koalitie (DK), die met tien man in het parlement zit, vindt dat er uiteindelijk een Olijfboom Coalitie moet komen naar Italiaans voorbeeld. Een groep jongere progressieve intellectuelen richtte de nieuwe partij 4K op (afkorting voor Vierde Republiek) die zich ten doel stelt de democratische oppositie te verenigen. En ook in de groene partij LMP, die een progressieve en conservatieve vleugel heeft, schuurt het.

- Volgens István Stumpf, een van de door Orbán benoemde nieuwe rechters van het Grondwettelijke Hof (een oude politieke vriend zonder praktische ervaring als rechter, rechtsgeleerde of advocaat) kunnen de beslissingen van dat Hof ook gebaseerd worden middeleeuwse Hongaarse wetgeving zoals het “Bloedcontract” van de 9e eeuw (toen de Hongaarse stamhoofden dit land veroverden) en de Gouden Bul van 1222 (een overeenkomst die de machtsverdeling tussen koning en hoge adel regelde). Geen idee wat dat concreet betekent maar erg 21e-eeuws klinkt het niet.

- Het Hongaarse Anti Terrorisme Centrum (TEK) ging plat op de bek toen ze recent een grote partij wapens en munitie in beslag nam op het vliegveld van Boedapest en een triomfantelijke persconferentie gaf. Maar … al gauw bleek het te gaan om een partij filmwapens (onklaar gemaakt, alleen maar geladen met losse flodders enz.), te gebruiken voor de opnames van de nieuwste film van Brad Pitt die op dit moment in de hoofdstad wordt gedraaid. Beetje miscommunicatie? Dat TEK is een elite-eenheid die Orbán direct na zijn aantreden instelde en die onder het gezamenlijk commando valt van het ministerie van binnenlandse zaken en het Bureau van de Premier (in praktijk dus wellicht wat meer onder de laatste?). Het bureau beschikt over ruime financiële middelen en moet de premier en de president beschermen en optreden tegen terrorisme en zware misdaad. Commandant is het hoofd van Orbán’s persoonlijke lijfwacht tussen 2002 en 2008, János Hajdu.

woensdag 12 oktober 2011

Wispelturig



Het beheer van een goedlopend theater in Boedapest wordt in handen gelegd van een duo extreemrechtse idioten, het economisch beleid van de regering Orbán is ook volgens conservatieve critici volledig mislukt en oud president László Solyóm betitelt de zittende regering als een “onconstitutioneel regiem.”

Bevalt het systeem niet? Demonstratie.
De Fidesz burgemeester van Boedapest heeft een uitgesproken extreemrechtse acteur en een voormalige extreemrechtse politicus van 77 jaar benoemd tot respectievelijk artistiek en economisch directeur van Het Nieuwe Theater in de hoofdstad. Dit tegen het uitdrukkelijke wens van zes van de acht leden van de sollicitatiecommissie die de zittende directeur wilden herbenoemen (alleen de twee politieke leden van de commissie – afgevaardigden van stad en regering – waren daar tegen).
Het Nieuwe Theater is niet groots en vernieuwend, maar het is geliefd bij het publiek en financieel rendabel. Dat gaat ongetwijfeld veranderen. De nieuwe directieleden verklaren in hun eigen woorden “de oorlog aan het liberale vermaak dat is gezonken tot het niveau van het bordeel.” De twee radicaalrechtsen willen terug naar het echte, nationale en Hongaars drama. Het probleem is dat de kwaliteit daarvan niet al te hoog is en het publiek ervoor schaars. Dus de uitkomst is voorspelbaar: ouderwets nationalistisch theater, lege zalen, financiële problemen.
Waarom Fidesz het Nieuwe Theater aan deze twee heren wenst te geven, is een raadsel. Het is wellicht een politieke manoeuvre tegen Jobbik, de grotere extreemrechtse partij waarvan dit duo geen lid is, zo speculeren linkse kranten.

Verder deze week:

- Volgens het gerespecteerde Hongaarse economische onderzoeksinstituut GKI zit de economische politiek van de Fidesz regering “op een doodlopend spoor.” De vooruitzichten voor het komend jaar zijn zeer somber (dalende lonen, dalende consumptie, dalende investeringen, nog meer bezuinigingen). Dat is slechts ten dele het resultaat van de crisis in Europa, waar premier Orbán alle schuld legt, maar het gevolg van “wispelturig economisch beleid en het ontbreken van sociale en vakmatige consultatie,” aldus het GKI.
Dit vernietigende oordeel wordt ook gedeeld door tal van conservatieve economen, ondermeer Péter Ákos Bod, minister van economische zaken in een vorige conservatieve regering. Volgens hem heeft het economisch beleid van de Fidesz regering gefaald en zouden daar personele gevolgen uit getrokken moeten worden, waarmee hij ongetwijfeld doelde op het aftreden van de huidige minister van Economische Zaken.

- László Sólyom, de voormalige gematigd conservatieve president die anderhalf jaar geleden nog zo blij was toen Fidesz de verkiezingen overweldigend won, uitte op een congres van geschiedenisleraren fellere kritiek op de regering Orbán dan ooit tevoren. Hij zei ondermeer dat “het regiem … niet langer een grondwettelijke staat is” ondermeer omdat de nieuwe grondwet serieuze tekortkomingen vertoont en de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof dusdanig zijn ingeperkt dat er gebieden zijn waarin de macht van de regering niet langer kunnen worden ingeperkt. Solyóm’s woede hoeft niet te verbazen, hij was immers in 1989/1990 de voornaamste auteur van de grondwet die nu met zoveel verachtig door Fidesz terzijde is geworpen en hij was de eerste voorzitter van het nieuwe Grondwettelijk Hof wier macht door Fidesz nu zo is beknot. 

- Fidesz kwam deze week met een vernieuwd voorstel voor een nieuwe kieswet, misschien wel de meest cruciale wetgeving die de regering Orbán de komende maanden door het Parlement wil loodsen. Later meer hierover, maar de teneur is duidelijk: er worden zoveel mogelijk blokkades opgeworpen om succesvolle deelname door kleine en nieuwe partijen te verhinderen en diverse nieuwe constructies bedacht die een overwinning van Fidesz –ondanks zwaar teruggelopen populariteit – zo waarschijnlijk mogelijk moeten maken.

maandag 3 oktober 2011

Het Hongaarse Solidarnosc



Tussen de 10- en 15-duizend demonstranten namen deel aan de afsluitende vakbondsmanifestatie en demonstratie van afgelopen weekeinde, vooral gericht tegen de bezuinigingen en de belastingpolitiek van de regering Orbán en voor een rechtvaardiger sociaal beleid en serieus overleg met sociale partners. Maar belangrijker was het politieke signaal: voor het eerst tekenden zich hier de contouren af van een nieuwe brede beweging tegen de regering Orbán. Bijna 100 vakbonden en sociale organisaties werkten samen en presenteerden zich als het Hongaarse Solidarnosc (Magyar Szólidáritás).

Op de D-Day manifestaties werkten voor het eerst allerlei groepen uit de samenleving die om diverse redenen ontevreden zijn over het beleid van de regering Orbán samen: een hoop vakbonden (ondermeer politie, brandweer, leger, spoorwegen, ambtenaren, onderwijs, chemie en energie), organisaties van ouderen, gehandicapten, studenten enz. De Hongaarse rapper Dopeman praatte het geheel aan elkaar. Het Hongaarse Solidarnosc is een poging om in ieder geval in de strijd tegen het economische en sociale beleid van de regering Orbán een eind te maken aan de legendarische versplintering van de Hongaarse vakbonden en sociale beweging.
De vakbonden zijn bijvoorbeeld uitermate zwak in de marktsector, maar zelfs in de overheids- en semi-overheidssector, waar ze traditioneel wel sterke aanhang hebben, zijn ze superverdeeld. Er zijn tientallen bonden en bondjes, voor een deel langs politieke en voor een deel langs persoonlijke scheidslijnen. Zo kan de regering Orbán, na het eenzijdig opheffen van een landelijke sociale overleg van regering, werkgevers en werknemers eerder dit jaar, de “sociale dialoog” over haar beleid zogenaamd voortzetten door met een paar aan Fidesz verwante vakbondjes en werkgeversvertegenwoordigers te praten. In het Hongaarse Solidarnosc hebben zich nu een grote reeks bonden en sociale groepen verenigd die een ander beleid willen.
Daarnaast is ook de groep “Één miljoen voor de democratie,” voortgekomen uit de Facebook groep “Één miljoen voor de persvrijheid” die begin dit jaar een paar grote demonstraties tegen de mediawet organiseerde, actief geworden. EMD stelt zich, aldus internationaal woordvoerder János Boris, ten doel om alle groepen die zich inzetten voor een ander beleid en voor herstel en behoud van de democratie en de rechtsstaat zoveel mogelijk samen te brengen en samen te laten werken en tegelijk een open dialoog op gang te brengen over alternatieven voor het huidige beleid. Het was de afgelopen weken ook betrokken bij de organisatie van D-Day en de oprichting van het Hongaarse Szolidarnosc, aldus Boris, en de hoop is dat langs deze weg een brede beweging tot stand kan komen die de aanzet vormt voor een serieus politiek en democratisch alternatief voor de regering Orbán.

Ook recente opiniepeilingen geven weer aan dat zo’n alternatief er nog niet is. De ontevredenheid over en teleurstelling in de Fidesz regering is inmiddels zeer breed en Fidesz heeft nog maar steun van ongeveer een kwart van de bevolking, terwijl Orbán’s populariteit nog nooit zo laag is geweest. Maar het gros van de burgers ziet de bestaande politieke alternatieven ook niet zitten. De socialisten blijven al een jaar steken op een procent of 12, extreemrechts (Jobbik) krijgt de laatste tijd net iets meer dan dat (maar zal van de associatie met allerlei neonazi splinters en ideeën afmoeten om serieus meer te krijgen) en de Groenen van de LMP zitten ook vast rond de drie tot vijf procent. Meer dan de helft procent van de bevolking is zeer ontevreden maar weet het simpelweg niet meer.

Verder deze week:
- De organisatoren van de “ARC billboard tentoonstelling” hebben laten weten dat dit jaarlijkse evenement in Boedapest, waarbij locale artiesten grote werken maken rond actuele politieke en sociale thema’s, niet doorgaat. Volgens organisator Gábor Bokos zijn er geen sponsoren te vinden. De "openheid" die altijd een kenmerk was van de tentoonstelling  is op het moment “niet zo populair,” aldus Bokos.
- De regering wil de collectie van de Hongaarse Nationale Galerij uit het paleis op de burcht weghalen. De Hongaarse meesters moeten naar een nieuw museum dat achter de grote musea op het Heldenplein  gebouwd moet gaan worden. Op zich niets op tegen, maar wat gaan ze doen met dat grote paleis waar ooit de Habsburgse keizer huisde en later regent Horthy?

dinsdag 27 september 2011

Groen Pardon



De onverwachte en dreigende sluiting van een zeer populaire uitgaansgelegenheid in Boedapest door locale Fidesz-bestuurders leidde vorige week tot een protestconcert van ruim 40.000 jongeren. Meer dan 130.000 mensen tekenden een petitie voor het openhouden van Zöld Pardon (Groen Pardon). Tevergeefs, zo lijkt het, en of dat politiek nou zo slim is?

Protestconcert, iedereen in iets groens.
Zöld Pardon is een open lucht concertpodium in Boeda aan de oever van de Donau. Het wordt omgeven door de rivier, een paar snelwegen en een wijk met grote kantoren en universiteitsgebouwen die het afschermen van de woonwijken daarachter. Het ging 13 jaar geleden open en was een buitengewoon populaire vrijplaats voor jongerencultuur. En natuurlijk alles wat daarbij hoort in de grote boze buitenwereld waar de Fidesz conservatieven zo bang voor zijn.
Dus kreeg Zöld Pardon in augustus opeens te horen dat de vergunning per oktober niet verlengd zou worden. Officieel vanwege de “toenemende klachten van omwonenden.” Alleen, er zijn geen omwonenden. Toegegeven, als de wind verkeert staat, waait er wel eens wat over. Maar dat lijkt me een kwestie van die enkele keer het volume aanpassen. Het zal dus wel teveel vrijplaats zijn. Net als het Tűzraktér (De Vuurloods?), een tot cultureel centrum omgebouwde school in de binnenstad van Pest, geëxploiteerd door jonge kunstenaars en buitengewoon populair. Van het vorige, links-liberale gemeentebestuur kreeg het subsidie, maar die is dus afgelopen voorjaar door de Fidesz regenten stopgezet. Dit alles tot chagrijn van menig tiener, twintiger en dertiger, want die hebben allemaal het Tűzraktér en Zöld Pardon meegemaakt.
Ik zou niet echt verbaasd zijn als ze ook Sziget nog een keer de nek omdraaien.

Verder deze week:

- in het dorpje Dombrád in het oosten van het land is een proefproject gestart ter voorbereiding van de werkverschaffing op grote schaal die volgend jaar van start moet gaan. Zo’n 120 mannen versterken daar een dijk van 2,1 km lengte en bouwen er een weg voor fietsers en wandelaars op. Geen machines, alles moet met de hand want anders is het zo snel klaar. Bij deze klus krijgen de mensen nog 68.000 forint (234 euro) per maand betaald, slechts iets minder dan het minimumloon van 75.000 forint. Maar dat gaat volgend jaar veranderen, heeft de regering al bepaald: dan krijg je voor “gemeenschapswerk” 48,000 forint (165 euro) per maand. Als je weigert, krijg je niets, ook geen bijstand.
- de Fidesz parlementariërs gaan hun eigen salaris wel verhogen naar zo’n 750.000 forint per maand (2000 euro). Ook krijgt iedereen een laptop van de overheid en een appartement in Boedapest voor degenen die elders wonen. Voorzitters en vicevoorzitters van comités krijgen nog extra vergoedingen. Het huidige salaris ligt rond de 220.000 maar inclusief vergoedingen (commissies, reizen enz.) verdienen de meesten het dubbele. Dat is blijkbaar nog niet genoeg. Ter vergelijking: een modaal salaris is in Hongarije rond de 210.000 forint (bruto per maand).
- de GRONDWETSTAFEL, zie een vorige post, blijkt verzonnen door Imre Kerényi, nu adviseur van de premier  maar in de "old days" een theatermaker die een actief lid was van de communistische partij die Orbán zo zegt te verafschuwen
- Het Hongaarse economische beleid is “eerlijk gezegd een zooitje,” meent Gyula Tóth van de Unicredit  bank. Hij adviseert zijn klanten op het moment dan ook niet om in Hongarije te investeren. Ook volgens andere banken beginnen investeerders zich van Hongarije af te keren. Ze steken hun geld liever in de buurlanden.

woensdag 21 september 2011

Het einde van de vlaktaks


Het economische paradepaardje van de regering Orbán, de vlaktaks (iedereen betaalt 16% over zijn inkomen, hoe groot dat ook is) bestaat nog geen jaar en is alweer ten einde. Natuurlijk bezweert de regering dat de vlaktaks overeind blijft (stel je voor dat je een fout toegeeft?), maar er is ook besloten tot “de tijdelijke invoering” van een extra belastingheffing op inkomsten hoger dan modaal oftewel 203.000 Ft (740 euro) bruto per maand.

De vlaktaks heeft van het begin af aan zwaar onder vuur gelegen omdat het voor bovenmodaal zeer gunstig is (door de afschaffing van de 35% belastingschijf hielden ze opeens honderdduizenden forinten per maand meer over) terwijl de lage inkomens (75.000 tot 100.000 Ft per maand) er nota bene vaak op achteruit gingen. Bovendien loopt de overheid hierdoor enorm veel belastinginkomsten mis (ter waarde van maar liefst 2% van het bbp) wat draconische bezuinigingen noodzakelijk maakt (hoewel Orbán, de man die voor de verkiezingen bezwoer dat hij niet zou bezuinigen, ook nu nog stug volhoudt dat er niet bezuinigd wordt – er vinden slechts “aanpassingen” plaats).

De theorie achter de invoering van de vlaktaks was dat er zo meer geld in de economie zou vloeien waardoor de economische groei gestimuleerd werd. Maar zoals 90% van de economen altijd al voorspelde komt daar niets van terecht. Zodat de hele economie de afgelopen maanden is gaan haperen, er weer nieuwe bezuinigingen nodig zijn enz. enz. En zo zit Hongarije midden in een kleine financiële crisis van merendeels eigen makelij, want al dat geschutter en geblunder helpt natuurlijk niet op een moment dat het met heel Europa slecht gaat.

Een en ander werpt ook een schril licht op de (on)betrouwbaarheid van Orbán's economisch beleid. In februari 2010 bezwoer hij dat er geen vlaktaks zou komen. Vijf maanden later werd tot de invoering besloten. Twee maanden geleden bezwoer Orbán dat er geen solidariteitsheffing voor hogere inkomens zou komen. Nu is hij er toch.

En het gestuntel gaat door. De regering heeft voor 2012 een pakket nieuwe en zeer drastische bezuinigingen aangekondigd. Zo gaat bijvoorbeeld de BTW omhoog van 25 naar 27%, het allerhoogste tarief in Europa. Er zijn schattingen dat alle bezuinigingen bij elkaar kunnen betekenen dat de lage inkomens (zeker 50% van de bevolking) er in 2012 maar liefst 10 tot 15% op achteruit gaan. Om dat te verhinderen wil de regering nu de minimumlonen in een klap met 18% verhogen van 75.000 naar 92.000, wat hetzelfde is als zeggen dat de bedrijven de tol moeten betalen voor de rotzooi die de regering schept. En wat er ongetwijfeld in resulteert dat er nog meer mensen ontslagen worden (vooral bij kleinere bedrijven), de economische groei nog verder afneemt enz. enz.


Verder deze week:

- Eind vorige week verbood de politie de D-Day demonstraties, gepland voor eind september en begin oktober. Een reeks vakbonds- en actiegroepen wil een sit-in actie houden op een druk plein aan de Donau-oever op de 29e en demonstraties bij het Parlement op de 30e en 1e. De sit-in is volgens de politie te hinderlijk voor het verkeer, de demo’s zouden het werk van de parlementariërs hinderen (hoewel het parlement geen zitting heeft en bovendien, sinds wanneer hinderen vreedzame demonstraties het werk van het parlement?). De rechter heeft nu het verbod voor de sit-in gehandhaafd, maar gezegd dat de demo’s en acties bij het parlement wel door mogen gaan. Dit is al de tweede keer dat de rechter een demonstratieverbod door de politie ongedaan moet maken (hetzelfde gebeurde met parade van homo’s en lesbiennes afgelopen zomer).

- De Hongaarse schrijver Ákos Kertész, ooit winnaar van de Kossuth staatsprijs vanwege zijn bijdrage aan de Hongaarse cultuur, liet zich in een krantenartikel over de uitholling van de democratie onlangs zeer denigrerend uit over de Hongaarse bevolking bij wie, zo schreef hij, onderdanigheid en het lijdzaam accepteren van onrecht en onderdrukking “in de genen” zit. Dit kwam hem te staan op furieuze reacties van rechtse media die dit als een aanval op de Hongaarse natie zien. Zelfs veel critici van de regering Orbán namen afstand van de schrijver. De president van Hongarije heeft nu het initiatief genomen tot een nieuwe wet om eenieder die zich ‘onwaardig’ gedraagt een eerder geven staatsprijs te ontnemen. Wat “onwaardig” is bepaalt ongetwijfeld de president of de regering.

- Het is zo langzamerhand wel duidelijk dat de regering Orbán niet al te veel respect heeft voor rechtszekerheid, privaat bezit en private contracten. Als zij het opportuun vinden, wijzigen ze naar believen wetten en de grondwet en lappen ze privébezit en contracten aan hun laars. Een half jaar geleden was er al eens een keer het gerucht dat de regering van plan was om ook de spaartegoeden van burgers bij banken geheel of gedeeltelijk “te lenen.” De koers van de forint kelderde toen onmiddellijk scherp en alleen een pertinente ontkenning van de regering, nog diezelfde dag, bracht weer rust op de markt. Maar veel burgers nemen toch het zekere voor het onzekere. Banken in Zwitserland, Oostenrijk, Slowakije en Roemenië zien een forse stijging in het aantal Hongaarse staatsburgers dat zijn spaargeld in het buitenland in veiligheid brengt. Volgens voormalige minister van financiën Peter Oszkó is de tendens onmiskenbaar: “Je ziet het nog niet terug in de cijfers van de Hongaarse Nationale Bank, maar ook ik zie het in mijn persoonlijke omgeving ook veel gebeuren," aldus Oszkó.

woensdag 14 september 2011

Een nieuwe en illegale aanval op buitenlandse banken


De banken in Hongarije, merendeels dochterondernemingen van West-Europese bankbedrijven, vrezen een schade van miljarden Euro’s nu de Fidesz regering hen gaat dwingen om uitstaande leningen in Zwitserse franken of Euro’s te ontbinden tegen een koers ver beneden de marktwaarde. Sommige waarnemers waarschuwen zelfs dat de stabiliteit van het Hongaars banksysteem in gevaar kan komen door deze maatregel, waarvan het Hongaarse ministerie van justitie nota bene zelf in een interne nota zegt dat ze tegen de grondwet en tegen het EU-recht is. Buurland Oostenrijk is zo woedend – Oostenrijkse banken hebben een aanzienlijk marktaandeel in Hongarije – dat ze de zaak aanhangig maakt in Brussel.

Bevalt het systeem niet? Demo, 23 okt.
Bijna een miljoen Hongaren hebben in betere tijden, tussen 2002 en 2007, leningen afgesloten bij banken in Euro’s maar vooral in Zwitserse franken. Ze kochten er vooral huizen van, maar heel wat mensen leenden ook om een auto of een flatscreen tv aan te schaffen of een leuke vakantie te boeken. Dat leek destijds heel gunstig omdat de rente op die leningen slechts een paar procent was, terwijl je op leningen in forinten rentetarieven van 10 tot 20% neer moest tellen. Win-win, toch?
Wel zolang de wisselkoersen stabiel waren. De frank stond jaren rond de 140 forint en de euro ongeveer op 240. Je kreeg je salaris in forinten en wisselde bij de bank wat nodig was om je aflossing in franken of Euro’s te betalen. Simpel toch? Tot de financiële crisis toesloeg en de wisselkoersen opeens de pan uitrezen. Nu staat de Euro regelmatig rond de 270 en de Zwitserse frank rond 230. Elke Hongaar die 100.000 Fr. heeft geleend moet nu dus niet 14 miljoen forint terugbetalen, maar 23 miljoen. Dat is afzien en een paar honderdduizend Hongaren zitten inmiddels zwaar in de problemen.
In de simplistische versie is dit allemaal de schuld van de banken die destijds dat soort leningen verschaften zonder te waarschuwen voor de risico’s. Onzin? Nou, laten we zeggen een halve waarheid. Ja, de meeste banken verschaften dit soort leningen maar al te graag (want business) en handelden de verplichte waarschuwing aan de consument over de risico’s af als een formaliteit. Maar er was ook een enkele bank die weigerde dit soort leningen te verstrekken omdat ze het te gevaarlijk vond (de ING in Hongarije, bijvoorbeeld). En de financiële toezichthouder waarschuwde wel in brieven en folders voor de risico’s, maar durfde nooit zo ver te gaan dat ze ingreep of een verbod suggereerde. Want ook de Hongaarse regering en de Hongaarse gemeentes (van welke politieke kleur dan ook) leenden massaal geld in franken en euro’s (en zitten nu dus ook met extra hoge afbetalingslasten). Kortom: er is niet één schuldige, de algemene sfeer was er een van “het zal wel loslopen.”
Wat nodig is, is dus overleg over een serieuze oplossing waarbij iedereen zijn steentje bijdraagt. Je helpt die consumenten die buiten hun schuld in de problemen zijn geraakt: mensen met een doorsnee inkomen die een niet al te dure woning hebben gekocht en nu hun baan kwijt zijn. Je laat banken een fors deel van de lasten dragen, maar ook de overheid. En ja, ook de mensen die teveel leenden voor te dure woningen of een vakantie of een flatscreen zijn de pineut. Want je kunt die mensen ook wel met belastinggeld uit de wind houden, maar dat zou niet eerlijk zijn tegenover al degenen die zich niet in belachelijke schulden staken.
Maar ja, overleg, onderhandelen, compromis, zo zit Viktor Orbán niet in elkaar. Die weet alles beter en dicteert gewoon een oplossing. Hij verpakte het maandag in een toespraak vol nationalistische retoriek over “het verdedigen van het land” tegen “mensen die  speculeren met het doel het Hongaarse volk te ruïneren” en “buitenlandse groepen die Hongarije aanvallen.” Het feitelijke voorstel: iedereen die wil mag zijn lening in één keer afbetalen tegen een door de regering vastgestelde lage koers ver beneden de marktwaarde (180 voor de Zwitserse Frank, 250 voor de Euro) en de banken hebben het verlies maar te slikken.
Dit idee rammelt aan alle kanten. Het is vooral goed voor de rijkeren (niet op de laatste plaats veel Fidesz parlementariërs zelf!) die het geld hebben liggen (zwart of wit) om in één keer af te betalen. De meeste Hongaren in schuldproblemen hebben dat niet. Maar als er op een of andere manier goedkope leningen in forinten beschikbaar komen (er is sprake van dat staatsbanken of een aan Fidesz gelieerde bank dat zouden kunnen gaan doen), verandert dat. Want dan kunnen heel veel mensen met behulp daarvan hun Zwitserse frank lening tegen gunstig tarief aflossen. Ogenschijnlijk leuk voor al die mensen maar een potentiële ramp voor de banken en zelfs het hele banksysteem en de economie. Nog los van de vraag wie die goedkopere forintleningen dan financiert (de belastingbetaler) of welke andere onbedoelde en nu niet te overziene gevolgen er op kunnen treden, tot aan een mogelijke nieuwe crisis in het Hongaarse financiële systeem aan toe.
En dat alles nog los van het feit dat de Fidesz maatregel illegaal is, zegt het Hongaarse ministerie van justitie in een interne nota die is uitgelekt. Het plan is tegen de Hongaarse grondwet en tegen het EU recht want met welk recht ontbindt de overheid zakelijke contracten tussen banken en hun cliënten? Daarmee leg je – opnieuw – de bijl aan de wortels van het marktsysteem en de rechtsstaat. Het ministerie en diverse conservatieve economen hebben de afgelopen weken geprobeerd Orbán van dit onzalige plan af te praten, maar tot nu toe tevergeefs. De Grote Roerganger zei maandag dat Hongarije alle kritiek en aanvallen zal weerstaan.
De Hongaarse Vereniging van Banken stapt naar het Grondwettelijke Hof en de Oostenrijkse regering dient een klacht in bij Brussel (de schade bij alleen de Oostenrijkse dochterbanken wordt geschat op 1 tot 2,5 miljard euro). Eerder dit jaar klaagden ook al een reeks grote verzekeraars, banken en Telecom bedrijven uit West-Europa, ondermeer de ING en Aegon uit Nederland, bij de EU vanwege de nationalisering van private pensioenspaargelden door de regering Orbán en de excessieve extra belastingen die vooral aan buitenlandse bedrijven worden opgelegd. In de moderne wereldeconomie heb je grote ondernemingen evenzeer nodig als het midden- en kleinbedrijf, een sterke overheid, mondige werknemers en lastige actiegroepen enz.. Als het internationale bedrijfsleven zijn vertrouwen in Hongarije serieus verliest – en dat moment komt steeds dichterbij – dan kan dat dit land heel veel geld, heel veel economische groei en heel veel banen gaan kosten


Verder deze week:
- een eerste demonstratie van vakbonden tegen de aantasting van de arbeidswetgeving en vakbondsrechten. Zo’n 2000 activisten vormden een menselijke keten rond het parlement en boden een petitie aan.
- een groep van 30 vakbonden en actiegroepen hebben ook demonstraties en meer aangekondigd voor eind deze maand, tegen de aantasting van rechten en voor behoud van de democratie. Er komt een zit-in op het Clark Adam tér op 29 september, een vakbondsdemonstratie voor het parlement op 30 september en een “Volksparlement” op dezelfde plek op 1 oktober. In de week daarop willen vakbonden ook wegblokkades starten.
- “Eén miljoen voor de democratie” (EMD) is een actiegroep van jongeren die is ontstaan uit een Facebook initiatief. Zij zijn wars van politieke partijen maar hebben tot nu toe wel de twee grootste demonstraties voor democratie georganiseerd (30.000 mensen op 15 maart). Ze roepen nu op 23 oktober, de herdenking van de opstand van 1956, opnieuw demonstraties bijeen, zowel in hartje Boedapest als in andere steden.

p.s. over de illustratie: in 1956 knipten demonstranten de communistische hamer en sikkel uit de Hongaarse vlag. Een oranje sinaasappel was ooit het symbool van Fidesz toen die partij in 1989 werd opgericht.