vrijdag 22 juni 2012

Toenemend antisemitisme?



Na regent Miklos Horthy en een drietal fascistische schrijvers, begint nu de rehabilitatie van bisschop Ottokár Prohászka (1858-1927) langzaam vorm aan te nemen. De katholieke bisschop is uiterst controversieel vanwege zijn rabiate antisemitisme en zijn fervente anti-Joodse propaganda in de jaren twintig. Hij werd in 1920 parlementslid en was een van de drijvende krachten achter en opstellers van de numerus clausus wet die dat jaar in Hongarije werd aangenomen: de allereerste wet in Europa in de 20e eeuw die het aantal Joden op universiteiten en in bepaalde beroepen beperkte.

Hongarije is de laatste maanden geplaagd door een hele reeks antisemitische incidenten, variërend van het bekladden van monumenten en de bedreiging van een bejaarde rabbi op straat tot de rehabilitatie van prominente antisemieten uit de jaren twintig en dertig zoals regent Miklos Horthy en drietal fascistische schrijvers.
Recente bekladding: "Vuile Joden, dit is niet jullie land."
Het was aanleiding voor Elie Wiesel, de prominente Holocaust overlevende en winnaar van de Nobelprijs voor de vrede in 1986, om de allerhoogste Hongaarse onderscheiding (het Grootkruis in de Orde van Verdienste) die hij in 2004 kreeg, terug te geven. Wiesel werd in 1929 geboren in het Roemeense Transsylvanie, dat in 40-44 door Hitler aan Hongarije werd (terug)gegeven. De deportaties richting Auschwitz werden in juni 1944 door Hongaarse functionarissen en onder formeel opperbevel van Horthy georganiseerd. Volgens Wiesel “moedigen de Hongaarse autoriteiten het witwassen van een tragische en misdadige periode in het Hongaarse verleden aan.”
Ook de Speciale VS Afgevaardigde voor het monitoren en bestrijden van antisemitisme Hannah Rosenthal publiceerde een verklaring waarin ze haar verontrusting uitsprak over wat er de laatste maanden op dit gebied in Hongarije gebeurt. En volgens Peter Feldmajer, hoofd van de federatie van Hongaarse Joodse gemeenschappen, zijn antisemitische opmerkingen niet meer kenmerkend voor extreemrechtse politici, maar zijn ze in brede conservatieve kring gemeengoed geworden.

Maakt dat alles Fidesz tot een antisemitische partij? Nee, daarvoor moeten we vooralsnog bij Jobbik zijn. Maar Fidesz is wel een partij waar al sinds jaar en dag op alle niveaus, ook helemaal aan de top, politici zitten die bij tijd en wijle de meest verschrikkelijke antisemitische uitspraken doen en sommigen van hen zijn wel degelijk uitgesproken antisemieten. Niemand in die partij windt zich daar erg over op en er is nog nooit iemand op aangesproken door de partijleiding, laat staan uit de partij gezet. Het is de Fidesz minister van onderwijs die de boeken van fascistoïde schrijvers uit de jaren dertig in het schoolcurriculum opneemt en het zijn locale Fidesz bestuurders die beelden plaatsen en straten hernoemen naar hun helden uit de jaren dertig. Het is de regeringspartij Fidesz die een autoritaire machtsstructuur schept en het zijn Fidesz leiders die steeds weer polariseren met uitspraken dat links vermorzeld moet worden, dat de invloed van socialisten en liberalen uit de maatschappij moet worden verbannen en dat socialisten eigenlijk geen recht hebben in het parlement te zitten. Het is Fidesz dat om electorale redenen steeds weer beleidspunten overneemt van neonazi partij Jobbik.

Er is kortom de afgelopen twee jaar een politiek klimaat geschapen waarin radicaal rechts denken en dus ook antisemitisme salonfähig is geworden, waarin het groeit en bloeit en, met een kleine variant op dr. Fop I. Brouwer, ons voor je het weet weer boeit. Het is prima als een aantal gematigde Fidesz politici, de fellow travelers van radicaal rechts, zeggen dat ze het antisemitisme verfoeien en dat de regering harder moet en zal optreden tegen antisemitische incidenten, maar het is ook volstrekt onvoldoende.


Verder deze weken:

- Het regeringsggezinde weekblad Heti Válasz heeft een contract getekend met het Fidesz deelgemeentebestuur van district II van Boedapest, waarin het toezegt in een Boedapester bijlage van het blad niets negatiefs over dat bestuur te zullen schrijven in ruil voor 275.000 forint (1000 euro) vergoeding per maand. Heti Válasz en een ander rechts blad Demokrata hebben de afgelopen twee jaar al 100 miljoen forint (350.000 euro) opgestreken dankzij soortgelijke contracten met Fidesz deelgemeentes.

- Muziek radiozender NeoFM is zijn vergunning kwijt omdat het zijn financiële vergoedingen aan de Mediaraad niet langer kon betalen. Het ogenschijnlijk merkwaardige is dat een andere muziekzender, Class FM, dergelijke financiële problemen helemaal niet heeft, hoewel beide zenders ongeveer evenveel luisteraars hebben. Maar NeoFM is eigendom van een persoon met banden met linkse politici en kreeg vorig jaar slechts zeer mondjesmaat advertenties van de overheid en dit jaar helemaal niets. Terwijl  Class FM, eigendom van de Fidesz oligarchen Nyerges en Fellegi, juist volop advertenties van de staat en van staatsbedrijven kreeg. De Staatsloterij spendeerde in 2011 82% van haar advertentiebudget van 708 miljoen forint aan Class FM, dat ook advertenties kreeg van ondermeer het bureau van de premier, de Paks kerncentrale, het ministerie van nationale ontwikkeling, het ministerie van justitie en het Landbouw Marketing Centrum. Lang leve de persvrijheid.


maandag 11 juni 2012

Nieuwe kritiek van Venetië commissie


De Venetië commissie, een groep internationaal gerenommeerde juridische experts van de Raad van Europa die eerder al de grondwet en de mediawetgeving in Hongarije onderzocht (en serieus kritiseerde), komt donderdag met een rapport over een aantal andere wetten en opnieuw zal het oordeel naar verluid uiterst kritisch zijn.

De experts hebben de nieuwe kieswet, de positie van het Constitutionele Hof, de onafhankelijkheid van het justitieel apparaat en de nationaliteitenwetgeving (dubbele paspoorten en stemrecht voor Hongaren in het buitenland) onderzocht en volgens persberichten hebben ze op alle gebieden opnieuw een aantal fundamentele kritiekpunten.

Dat wordt dus opnieuw een zware dobber voor die conservatieve Hongaren die de regering Orbán nog steeds in bescherming nemen en beweren dat alle kritiek niet meer is dan een opeenhoping van misverstanden en gebrek aan kennis bij critici en heel veel verongelijkt gezeur van de linkse oppositie. Tenzij je natuurlijk gewoon beweert dat de Venetië commissie een club ongeïnformeerde linkse dilettanten is – jawel, ik heb het argument al gelezen – maar dat argument zal niet bij veel mensen aanslaan.

Het is niet waarschijnlijk dat de regering Orbán zich heel veel van die kritiek zal aantrekken. Vorige week nog liet Eurocommissaris voor telecommunicatie Neelie Kroes zich zeer negatief uit over de manier waarop de Hongaarse regering was omgegaan met de kritiek van de Venetië commissie op de mediawet. Van de 66 aanbevelingen voor verandering nam de Hongaarse regering er op 4 Juni slechts 11 over. “Er is niet tegemoet gekomen aan de zorgen van de Raad van Europa en de Europese Unie,” aldus een verontwaardigde Neelie Kroes.

Het is inmiddels zo ver dat er zich een meerderheid in de Raad van Europa begint af te tekenen om t.a.v. Hongarije een permanente monitoring procedure in werking te stellen ( ja, ook een deel van de conservatieven is daar voor). Die procedure is tot nu toe alleen gebruikt voor landen die een aanvraag tot lidmaatschap van de EU hebben ingediend, nooit voor een land dat al EU lid is. Het is, zo moge duidelijk zijn, geen teken dat Hongarije het op internationaal diplomatiek niveau erg goed doet.

Verder deze week:

-  Alle opiniepeilers constateren inmiddels een enorme val in de populariteit van Fidesz, dusdanig dat het voor het eerst weer voorstelbaar is geworden dat de democratische oppositie verkiezingen in 2014 zou kunnen winnen. Maar 2014 is nog ver weg. En niet alleen heeft Fidesz de regels uitgebreid opgerekt en aangepast om ervoor te zorgen dat ze zelfs met weinig stemmen de verkiezingen nog wint (en kan de partij daarin nog heel wat verder gaan), maar Orbán heeft het systeem ook zo ingericht dat Fidesz een eventuele andere coalitie het regeren volstrekt onmogelijk kan maken.
Blauw is weet niet, geel Fidesz, rood MSZP.

- In een uitgelekte video-opname zegt een hoofdadviseur van het Hongaarse verkeersinstituut dat de regering Orbán de sluiting van een reeks spoorlijnen voorbereid (een gevoelig punt, want Fidesz  heeft daar altijd fel campagne tegen gevoerd), maar dat er gewacht wordt met de aankondiging totdat er een zondebok voorhanden is. “Als de IMF besprekingen van start gaan en er gezegd kan worden dat het IMF stinkende en smerige kapitalistische gieren zijn die ons dwingen de lijnen te sluiten.” Een regeringswoordvoerder ontkent uiteraard dat er zulke plannen bestaan.

- De huidige regering heeft het land in de verkeerde richting geleid, ondanks het feit dat haar voorganger (de regering Bajnai…HH) de financieel-economische positie van Hongarije aanzienlijk had verbeterd. En nee, dat is niet de mening van een koppige, links-liberale criticaster, maar die van Attila Chikán, minister van economische zaken in de Fidesz regering in 1998-1999. De regering heeft er twee jaar over gedaan om zich te realiseren dat het voortzetten van haar zogenaamde economische vrijheidsstrijd ernstige consequenties zou hebben. Het zou de regering sieren als ze openlijk toegaf gaf dat het tot nu toe gevoerde beleid fout was, aldus Chikán.

- Maar dat zit er niet in. De huidige minister van Economische Zaken György Matolcsy liet in een interview op CNN nog eens weten dat het geweldig gaat met Hongarije, dat er een prachtig Hongaars sprookje in de maak is en dat volgend jaar (elk jaar zegt hij "volgend jaar"…HH) de grote economische groei en bloei zal beginnen. De interviewer van CNN kon zijn ongeloof over de antwoorden die hij kreeg nauwelijks onder controle houden.

- Tenslotte het oordeel van investeerders: uit een onderzoek onder Duitse bedrijven in welkl land in het voormalige Oostblok Duitse ondernemingen het liefst investeren, komt Hongarije nu helemaal onderaan op de 13e plaats. Vorig jaar stond Hongarije nog op de tiende plaats, ook al mager – de concurrenten Tsjechië, Polen en Slowakije staan respectievelijk één, twee en drie – maar toen hield het in ieder geval Roemenië, Servië en Bulgarije nog achter zich. Niet langer.

zaterdag 2 juni 2012

Putin-light: de halfvrije media



In de marge – met name op het internet - bestaat er in Hongarije persvrijheid en pluriformiteit. Dat is dan ook het standaardargument voor sommigen om te beweren dat er niets aan de hand is en dat iedereen in Hongarije als hij wil elke mening kan ventileren en lezen. Klopt, maar vrijheid in de marge is niet het punt, die is er ook in het Rusland van Putin. De Amerikaanse NGO Freedom House kwalificeerde recent de mediasituatie in Hongarije niet voor niets als “halfvrij.”


Buiten die marge, bij de grote commerciële TV-zenders, de populaire radiostations, de publieke omroepen, het merendeel van de dag-, week- en huis-aan-huis bladen, kortom bij de media die de massa van de bevolking bereiken, is de situatie heel anders. Daar overheersen volgzaamheid en zelfcensuur, het resultaat van commerciële en wettelijke druk en een van Azerbeidjan gekopieerd systeem van “co-regulering” dat critici karakteriseren als het “outsourcen” van censuur

Zonder vrije pers is er geen democratie.
Maar eerst het positieve nieuws. Onder druk van Europa wordt de mediawetgeving maandag 4 juni op een aantal punten aangepast. Journalisten kunnen niet meer zomaar gedwongen worden hun bronnen prijs te geven, gedrukte en online media vallen niet meer rechtstreeks onder de inhoudelijke controle van de Media autoriteiten en media kunnen niet langer gedwongen worden willekeurig welke gegevens over  zichzelf en hun functioneren aan de Media autoriteiten te overhandigen. Prima allemaal, maar…

Aan de kern van de kritiek van Europese deskundigen geeft de Hongaarse regering niets toe. De almachtige positie van door Fidesz benoemde Media autoriteiten blijft. Die autoriteiten kunnen nog steeds enorme boetes opleggen aan media voor “ernstige” overschrijding van fatsoensnormen, belediging van religieuze overtuiging e.d. Wat ernstig en wat fatsoen is bepalen die autoriteiten zelve en media kunnen niet inhoudelijk tegen zo’n boete in beroep bij een rechter. Het is dus niet ondenkbaar dat een zender die al te kritisch is over de regering extra boetes oploopt voor andere overtredingen, want er is altijd wel wat te vinden. Het resultaat is zelfcensuur: de meeste onafhankelijke commerciële media mijden controversiële kwesties en politiek in het algemeen zoveel mogelijk.

Ook blijven de Hongaarse publieke omroepen slaafse regeringsspreekbuizen waar van bovenaf directe censuur wordt uitgeoefend (“Je moet echt alles voorleggen, ik wordt er gek van,” aldus een omroepmedewerker die uiteraard niet geïdentificeerd wenst te worden). Hetzelfde geldt voor het nationaal persbureau MTI. Nadat een vakbond van werknemers daar recent protesteerde tegen een reorganisatie, besloot de regering het aantal werknemers van MTI te verminderen tot onder de 50 … zodat het personeel wettelijke geen recht meer heeft op vakbondsvertegenwoordiging.

Om de onafhankelijke media extra onder druk te zetten is er bovendien een systeem ingevoerd dat eigenlijk uit de wereld van het Internetbeheer komt: co-regulering. De Mediaraad heeft, in ruil voor de toezegging dat ze zou afzien van boetes, met overkoepelende organisaties van uitgevers e.d. contracten afgesloten waarbij die organisaties zich verplichten erop toe te zien dat de media onder hun bereik de inhoudelijke richtlijnen van de mediaraad (objectiviteit, fatsoen, enz.) respecteren. Volgens Miklos Haraszti, mediadeskundige en voormalig mediawaarnemer van de OVSE, is Hongarije met die aanpak, die in zijn woorden neerkomt op het uitbesteden van de censuur, uniek in Europa. Het effect is uiteraard nog meer zelfcensuur.

Daarnaast is een heel groot deel zo niet de meerderheid van de media (TV, radio, gedrukte pers) inmiddels al opgekocht door aan Fidesz-gelieerde bedrijven. Ook de huis-aan-huis bladen die ik in Vác in de bus krijg – en die mede worden gefinancierd door de locale (Fidesz) overheid –  zijn stuk voor stuk regeringsgezind en het is in de meeste steden niet anders. De markt van outdoor advertenties (plakkaten op bushokjes, muren, gigantische borden langs snelwegen enz.) wordt al jaren overheerst door bedrijven van goede vrienden van premier Orbán. Bovendien hebben rechtse en radicaalrechtse radiostations (Lánchíd Rádió, Mária Rádió, Európa Rádió) de afgelopen twee jaar bij de toewijzing en herschikking van frequenties de helft van alle tenders gewonnen. Een typische gang van zaken: een zeker radiostation doet veruit het hoogste aanbod en belooft bijvoorbeeld speciale locale programmering. Een paar maanden nadat Media autoriteit besloten heeft dat die zekere tender de tender heeft gewonnen, besluit de Media-autoriteit dat het station de speciale locale programmering mag schrappen en dat het ‘t toegezegde enorme bedrag toch niet hoeft te betalen. Het nieuw contract waarin staat hoeveel ze dan wel betaalt, is niet openbaar.

De paar oppositionele traditionele media die er nog wel zijn, worden ernstig in hun functioneren beperkt. Zo krijgen ze nauwelijks tot geen advertenties meer van de overheid en van overheidsbedrijven en durven veel commerciële bedrijven niet bij die media te adverteren omdat ze bang zijn (en hen met zoveel woorden te verstaan is gegeven) dat dan hun zakelijke relaties met de overheid wel eens in gevaar zouden kunnen komen. Het bekende geval van talk radiostation Klubradio, de enig overgebleven oppositionele radiozender, laat bovendien zien hoe de Media-autoriteit kritische geluiden ook met ondoorzichtige regels en beslissingen aan kan pakken. De meest recente noviteit: de Fidesz meerderheid in het parlement heeft een wet aangenomen die bepaalt dat de Media-autoriteit Klubradio geen frequentie hoeft te geven, zelfs als de rechtbank in hoger beroep binnenkort (opnieuw) mocht besluiten dat dat wel moet.


Gezien het voorgaande zal het niemand verbazen dat de twee grote commerciële TV zenders van het land, RTL Klub en TV2 die samen misschien wel 90% van het TV kijkende publiek bereiken, zich buitengewoon stil houden. Politiek is vrijwel uit de programmering geschrapt en de nieuwsvoorziening is zeer omzichtig. De grote angst bij die zenders is dat ze de vergunning voor hun frequentie, die dit jaar vernieuwd moet worden, kwijtraken. Of dat ze bijvoorbeeld gedwongen worden een groot pakket an hun aandelen af te staan aan een aan Fidesz-gelieerd bedrijf. Ik weet het, dat klinkt als maffia, maar het gebeurt. Het ooit zeer populaire radiostation Danubius bijvoorbeeld zegt dat het een paar jaar terug een dergelijk “aanbod” kreeg (naar verluid van de man die later minister van economische zaken werd in de Fidesz regering). Danubius weigerde …en was een half jaar later haar vergunning helemaal kwijt.

"Dit is allemaal flagrant in strijd met het persklimaat zoals dat in een EU land hoort te zijn," aldus Haraszti. "De paradox is dat dit alles gebeurt binnen de EU, maar dat de EU er weinig tot niets daadwerkelijk aan kan doen omdat daartoe de middelen en mechanismes ontbreken."


Verder deze week:

-Volgens de Europese Centrale Bank zijn de veranderingen die de regering Orbán (a.s. maandag) doorvoert in de wetgeving op de positie van de Hongaarse Nationale Bank (MNB) onvoldoende. De onafhankelijkheid van de MNB is nog altijd niet gegarandeerd en dus kunnen de gesprekken met het IMF over een lening nog altijd niet van start. Langzaam maar zeker nadert de koers van de forint weer de gevarenzone (gisteren 306 voor de euro).

- De populariteit van Fidesz en premier Orbán is de afgelopen maand opvallend sterk gedaald. Fidesz en MSzP zijn nu in sommige peilingen bijna even sterk en Orbán is nog nooit zo onpopulair geweest.

- Transparency International stapt uit het overleg met politieke partijen over wetgeving die fraude en corruptie bij partij- en campagnefinanciering moet tegengaan. De werkelijkheid is dat dat overleg nooit op gang is gekomen omdat Fidesz afgevaardigden nooit geen tijd zeggen te hebben om aanwezig te zijn, aldus TI.

- Ex president Pál Schmitt, in maart afgetreden vanwege plagiaat, krijgt niet alleen de rest van zijn leven van de staat een inkomen, een staf, een dienstauto en een villa in de heuvels van Boeda, maar de regering Orbán wil dat nu ook vastleggen in een cardinale wet die deel van de grondwet is. Zodat een nieuwe regering dit alles alleen maar van Pál af kan pakken als ze een 2/3 meerderheid heeft.

- Een correctie op mijn stuk over oligarchen en de Fidesz vrienden die honderden hectaren landbouwgrond kregen toebedeeld. Ik schreef toen op gezag van een andere publicatie dat velen van hen de 300 euro EU subsidie incasseerden en vervolgens hun land verpachtten en ook nog eens pachtopbrengst incasseerden. Dat is onjuist, al is de werkelijkheid niet veel beter. Degene die de grond pacht, krijgt van de EU de landbouwsubsidie van 200 tot 300 euro (afhankelijk van diverse factoren). Maar de hoogte van de pachtsom die hij aan de eigenaar van de grond betaalt, is min of meer aan die subsidie gekoppeld en kan oplopen tot 100-150 euro per hectare. Zo vloeit een aanzienlijk deel van de EU subsidie naar de eigenaar van de grond en die hoeft over die inkomsten vervolgens in Hongarije geen cent belasting te betalen (inkomen uit lease van land is belastingvrij). Nog steeds zeer lucratief dus.

vrijdag 25 mei 2012

Weg



Tot voor kort waren de Hongaren de meest honkvaste Oost Europeanen. Terwijl miljoenen Polen, Roemenen, Bulgaren, Tsjechen, Slowaken en “Ossies” de afgelopen 20 jaar hun heil in het Westen zochten, bleven de Hongaren thuis. Een enkeling vertrok er altijd wel, al met al enige tienduizenden. Maar de meesten wensten – hoe mies ze vaak ook waren over de toestand in eigen land - geen afscheid te nemen van huis en haard en oma’s zondagse pot. Dat is snel aan het veranderen. In toenemende mate willen Hongaarse jongeren, en hun ouders met hen, vooral één ding: weg.

Onder beter opgeleide en progressief denkende Hongaren begon je het al te horen vanaf het moment, eind 2010, dat de contouren van Orbán’s beteugelde ‘democratie’ zich aftekenden. Mensen stalden hun spaargeld bij banken in Oostenrijk of Slowakije en begonnen actiever om te zien naar een tijdelijke baan elders in de EU (vaak gebruik makend van het netwerk dat een bestaande baan bij een multinational in Hongarije biedt). En in ieder geval, zo gaven ze aan, onderzochten ze serieus de mogelijkheden voor hun kinderen om in het buitenland te studeren. “Of ze ooit terug willen, zien ze later zelf maar.” De recente invoering van de nieuwe wet die studenten aan een Hongaarse universiteit verplicht om in ruil voor een studiebeurs na het afstuderen een langere periode in Hongarije te werken (tweemaal de duur van je studie) versterkt die tendens alleen maar. Je hoeft niet aan die verplichting te voldoen als je je studie helemaal zelf betaalt, maar als je dan toch veel op moet hoesten, kun je net zo goed of beter naar het buitenland gaan.

Maar ook aan de onderkant van de samenleving trekt de emigratie sterker en sterker. "Weet je niet iets in Nederland voor me, want hier kan ik niet meer rondkomen?"  is de vraag die je steeds vaker hoort. Er zijn geen banen bijgekomen, het minimumloon is reëel gedaald, op sociale voorzieningen is ongekend hard bezuinigd en van de gedwongen werkverschaffing wordt een mens ook niet vrolijk. Bijna vier van de tien miljoen Hongaren leeft onder het bestaansminimum, aldus de meest recente cijfers. Dus zoeken nu ook de arme en slecht opgeleide Hongaren steeds massaler naar manieren om weg te komen. “Het is de laatste tijd heel moeilijk geworden om goed bedienend personeel te krijgen, die trekken liever weg,” aldus een kennis met een horecabedrijf in Boedapest. Anderen gaan een paar maanden beton vlechten in Vlaanderen (al dan niet zwart), werken als tegelzetter of huisschilder in de bouw in Nederland of Duitsland, of zoeken emplooi als verpleegster, kindermeisje of als het moet ook als prostituee in Zürich (waar één op de vijf meisjes die op straat tippelen Hongaars is).

Deze nieuwe trend wordt nu ook door nieuw onderzoek bevestigd. Volgens onderzoeksbureau Tárki wil maar liefst één op de vijf volwassen Hongaren voor kortere of langere tijd of zelfs voor altijd naar het buitenland. Onder jongeren (tussen de 18 en 30 jaar) denkt zelfs 48% over emigratie na. Die cijfers zijn in de afgelopen twintig jaar nog nooit zo hoog geweest. Al in 2006-2008, toen in Hongarije de crisis toesloeg, zag je een toename maar vanaf 2010 (toen Orbán aan de macht kwam) is een scherpe stijging ingezet en die gaat nog steeds door. Ter vergelijking: in de economisch moeilijkste jaren na de val van het IJzeren Gordijn, van 1990 tot 1998, kwam het cijfer nooit boven de 6%. Blijkbaar hebben velen de hoop opgegeven dat het op korte termijn thuis nog iets wordt.


 Verder deze week:

- Volgens het linkse dagblad Népszabadság wordt er binnen Fidesz nog steeds zeer serieus nagedacht over het invoeren van een verplichte registratie bij verkiezingen. Het idee zou zijn dat iedereen die wil stemmen zich een tot twee maanden voor de verkiezingen persoonlijk moet registreren en anders niet mee mag doen. Het argument is dat men kiezers wil uitsluiten die geen “weloverwogen” oordeel hebben. Het moge duidelijk zijn dat zo’n regeling – waarvoor geen enkele steekhoudende technische reden is want Hongarije heeft een prima bevolkings- en kiesregister – vooral die mensen uitfiltert die onzeker zijn over hun stem, terwijl partijen met een trouwe aanhang (Fidesz) hun resultaat aanzienlijk kunnen oppeppen.

- Volgens diverse opiniepeilingen heeft nu 54% van het Hongaarse electoraat geen idee op wie te stemmen. De aanhang van Fidesz onder de gehele bevolking is gedaald tot 16% (van 46% in mei 2010), de socialisten staan op 12%, Jobbik op 9% en de groene partij LMP op 4%.

- Een ander plan dat de ronde doet is om de hoogte van de pensioenen afhankelijk te maken van het aantal kinderen dat je op de wereld zet. Volgens één plan zou een gepensioneerde zonder kinderen maar de helft aan pensioen krijgen dan iemand met vier kinderen. Er zouden zelfs deskundigen op het ministerie zijn die willen dat iemand die geen kinderen heeft, geen recht heeft op een staatspensioen. Alles om het geboortecijfer op te krikken en te veranderen dat het briljante ras der ware Hongaren uitsterft. Natuurlijk, het zijn nog slechts ideeën die circuleren, maar dan nog?

- Tenslotte nog een onderzoek van de sociologe Maria Vasárhely in het tijdschrift ÉS, allebei hartstikke links-liberaal natuurlijk, maar toch: tweederde van de Hongaren zien de periode van het goulashcommunisme onder partijleider Kádár als een “gouden eeuw” en slechts een derde betitelt de Kádár tijd als een dictatuur.


zondag 20 mei 2012

Partijgeld



Premier Viktor Orbán heeft geopperd dat met ingang van komend jaar misschien maar alle overheidssubsidies aan parlementaire partijen geheel moeten worden gestopt. Een bezuinigingsmaatregel in tijden van crisis, heet het. Maar een dergelijke stap zou de capaciteit van de oppositie om campagne te voeren serieus kunnen ondermijnen.

De bedragen die de partijen nu krijgen zijn al bescheiden (Fidesz ruim 5 miljoen euro, de socialisten en de neonazi’s ieder grofweg 2 miljoen, de groene LMP minder dan 1 miljoen per jaar). Daarnaast krijgen alle partijen nog eens officieel steun van burgers en bedrijven, maar die bedragen zijn maximaal de helft van de subsidie. Volgens Transparency International zijn juist die geringe overheidssubsidies de voornaamste oorzaak van corruptie op partijniveau. Iedereen weet dat je van dat geld weinig tot niets kunt doen, maar toch voeren partijen campagnes die volgens schattingen van TI aanzienlijk meer geld kosten. Conclusie: partijen financieren zichzelf uit illegale bronnen.
Vrijheidsplein werd Horthyplein in Gyömrő
Door de officiële staatssubsidie op te heffen, zouden partijen echter gedwongen worden zich vrijwel geheel uit dergelijke bronnen te financieren. Wie dat niet wil (zoals de groene LMP) is simpelweg blut. Iedere Hongaar weet ook dat de partij die aan de macht is de meeste mogelijkheden heeft om geld af te romen (percentages van overheidsopdrachten en EU-subsidies die naar de partijkas vloeien, schimmige constructies met overheidsbedrijven, door derden gefinancierde reclamecampagnes enz. enz.). En aangezien Fidesz zichzelf een vrijwel ongelimiteerde macht heeft toebedeeld, zijn ook haar mogelijkheden om te cashen vrijwel ongelimiteerd.
Het is kortom de inmiddels bekende manier van werken van deze regering: de voorgestelde regeling is geheel legaal, de praktische uitwerking is verre van democratisch. Wedden dat naarmate 2014 nadert, er op instigatie van het door Fidesz gedomineerde openbaar ministerie ook meer onderzoeken gaan plaatsvinden naar illegale financieringsmethoden door de socialisten en Jobbik?


Verder deze week:

- Minister van Justitie Tibor Navracsics heeft de voorzitter van de Hoge Raad, de Kuria, laten weten dat hij ontevreden is met de veroordelingen in de Cozma moordzaak. Die zijn volgens hem te licht en hij eist in zijn brief dat de rechterlijke macht beter luistert naar de roep van de samenleving om hardere straffen. Eerder lieten een parlementariër van Jobbik en vervolgens ook premier Orbán zich in soortgelijke zin uit. De Roemeense handbalspeler Marian Cozma werd driejaar geleden bij een ruzie met drie zigeuners in een nachtclub in Hongarije doodgestoken. De zaak werd door Jobbik aangegrepen voor een felle anti-zigeuner campagne. De drie daders werden aanvankelijk veroordeeld tot twee maal levenslang en eenmaal 20 jaar. Maar in hoger beroep werd dat afgezwakt  tot tweemaal 18 jaar en eenmaal acht. De rechtbank oordeelde dat de aanvankelijke straffen teveel rustten op anti-Roma sentimenten en niet op wat er werkelijk was gebeurd. Mensenrechtenorganisaties veroordelen de brief van de minister aan de Kuria als aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak. “Het wordt rechters steeds moeilijker gemaakt hun eigen oordelen te vellen,” aldus András Kadar van het Helsinki Commitee.

- Drie ultrarechtse schrijvers uit de 30er jaren, Albert Wass, Dezső Szabó, and József Nyirő, zijn opgenomen in het litteratuur curriculum voor middelbare scholen in Hongarije. Alle drie waren radicale nationalisten, openlijke antisemieten en twee van de drie zijn na de oorlog veroordeeld (in absentie) als oorlogsmisdadigers. De stap zou te rechtvaardigen zijn als het litteraire werk van de betrokkenen van enig niveau zou zijn, maar buiten fanatieke politieke aanhangers zijn alle critici het erover eens dat hun werk zeer matig tot volkomen onleesbaar is. De bond van leraren Hongaars heeft een protest gestuurd aan de minister.

- Jobbik voorzitter Gábor Vóna verklaarde recent op een demonstratie van de partij dat zijn partij alle buitenlandse bedrijven het land uit zou gooien, Hongarije uit de EU zou halen en een buitenlands beleid zou voeren dat onafhankelijk is van Europa, de VS, het IMF en Israel. Opdat we nog even weten waar die partij ondermeer voor staat.

- Het IMF heeft gezegd dat ze te allen tijde bereid is met de regering Orbán om de tafel te gaan zitten over het verstrekken van krediet zodra de aanpassingen van de wet die de onafhankelijkheid van de Nationale Bank moeten garanderen in het parlement zijn aangenomen. Alleen: die wetswijzigingen zijn nog steeds niet gerealiseerd en het is onduidelijk of en wanneer dat gebeurt. Dus na de aanvankelijke euforie van een paar weken terug, toen Orbán de EU (alweer) beloofde dat hij dat snel zou doen, beginnen de financiële markten langzaam weer onrustig te worden en beginnen ze (opnieuw) te geloven dat Orbán eigenlijk helemaal geen overeenkomst wil.  Geen idee wat er gebeurt als Griekenland echt uit de Euro stapt, maar ik kan me zo voorstellen dat dat voor Hongarije niet aangenaam is.

zaterdag 12 mei 2012

Hongaarse oligarchen


Hét buzz-woord van de laatste weken in Hongarije is „oligarch.” Telkens weer duiken er aanwijzingen op dat de afgelopen twee jaar onder premier Viktor Orbán de corruptie schrikbarend toeneemt (wat veelzeggend is want het was al niet best). Aan Fidesz verwante oligarchen, volgens sommigen inclusief de familie Orbán zelf, incasseren de ene na de andere mooie deal. Het steekt des te meer omdat Fidesz nu juist de vorige regeringen verwijt dat ze zo corrupt waren en naar buiten toe beweert dat ze brandschoon is en de corruptie keihard bestrijdt.

Ik schreef een paar weken terug al over de ontwikkelingen in Felcsut, het dorp waar Orbán zijn jeugd doorbracht en waar nu Fidesz-getrouwen voor een zacht prijsje honderden hectaren landbouwland wisten te pachten van de staat, land dat eigenlijk bestemd is voor kleine boeren. Let wel, landbouwgrond is dankzij EU subsidies zeer lucratief. Want Brussel betaalt per jaar 300 euro inkomenssteun uit per hectare landbouwgrond. De Fidesz burgemeester van Felcsut en zijn familie, die samen ergens rond de 1000 ha hebben, beuren dus ruwweg 300.000 euro per jaar (een modaal jaarinkomen is in Hongarije maximaal 10.000 euro).
Afgelopen week kwamen er ook de nodige details boven water over soortgelijke affaires in de provincie Borsod en over ‘landeigenaren’ die subsidies opstrijken uit Brussel maar gewoon in Boedapest wonen. Officieel wordt degene die deze steun krijgt weliswaar geacht het land ook te bewerken, maar dat doen sommige eigenaren van de grond niet zelf: ze verpachten het land voor zeg 20-25.000 forint per ha oftewel 65-75 euro (opnieuw kassa) aan kleine boertjes die het eigenlijke werk doen. Oude tijden herleven.
Volgens József Ángyán is dit soort dingen gemeengoed en is de Hongaarse landbouw een speelbal geworden van een “netwerk van oligarchen die alles in handen hebben: subsidies, grond, de markt.” Hij kan het weten, want hij was tot maart dit jaar staatssecretaris van landbouw in de regering Orbán. Hij dacht daar de belangen van boerenfamiliebedrijven te kunnen behartigen – daarvoor zegt Fidesz immers op te komen – maar trad uit protest tegen de werkelijke gang van zaken af.
Ook interessant is dat de familie Orbán aangrenzend aan de grond die de burgemeester van Felcsut wist te pachten eveneens twee stukken grond in bezit heeft. Het eerste schafte Orbán’s vrouw Anikó al in 2000 aan (in dezelfde tijd kocht ze goedkoop ook een wijngaard bij Tokaj), het tweede kocht zijn vader Győző minder dan een jaar geleden en dat betreft het voormalige landgoed van de Habsburgse Aartshertog Joseph. Vader Orbán kocht het voor een onbekend bedrag van de staat. Van het paleis zelf is na een brand in 1945 weinig meer over dan een paar stukken muur, maar er staan diverse andere gebouwen op waar onder andere de beheerders van het landgoed woonden. In Felcsut schijnt het gerucht te gaan dat de familie er een luxe hotel wil bouwen.
Voor alle duidelijkheid, vader Győző Orbán was ooit een arme sloeber tot hij lid werd van de communistische partij, opklom tot plaatselijke partijbons en het beheer kreeg van een steengroeve. Na de omwenteling kocht hij die groeve voor een zacht prijsje (precies dus datgene wat Orbán al zijn politieke tegenstanders ter linkerzijde steeds weer verwijt) en toen zoon Viktor in 1998 premier werd, kreeg vader Győző opeens heel veel overheidscontracten (wegenbouw) en groeide zijn bedrijf uit tot een imperium.

Ook in andere bedrijfstakken doen Fidesz prominenten het goed. Dé grote man is Lajos Simicska, een van de medeoprichters van Fidesz en goede vriend van Orbán. Hij geldt al sinds 1989 als het financiële brein van de groep, is verantwoordelijk voor allerlei shady deals ten bate van Fidesz in de jaren negentig met behulp van illustere BV’s met namen als Happy End en Ezüst Hajó (het Zilverschip). Simicska heeft inmiddels grote belangen op weten te bouwen in onder andere de mediawereld, de advertentiemarkt en de (wegen)bouw. Veel topfuncties in het ministerie van Economische Zaken worden tegenwoordig bezet door mensen die hoge posities hebben gehad in bedrijven van Simicska. En ook zijn bedrijven weten de laatste twee jaar opvallend veel overheidsopdrachten binnen te halen, al dan niet in openbare uitschrijvingen.
Ook andere topfunctionarissen van Fidesz hebben grote zakelijke belangen, van ex minister van Economische Zaken Tamás Fellegi (media) en minister van Binnenlandse Zaken Sándor Pintér (zijn ‘voormalige’ beveiligingsbedrijf beheerst nu de branche) tot de rijzende sterren als János Lázár (ex-fractieleider, nu benoemd tot staatssecretaris) en Rogán Antal (de nieuwe fractieleider) die beiden als burgemeester (van respectievelijk het stadje Hódmezővásárhely en het 5e district van Boedapest) een vermogen wisten op te bouwen (naar verluid is de locale politiek de meest corrupte sector in het land maar dat heeft daar natuurlijk niets mee te maken).

Ja, ook vóór 2010 was er veel corruptie in Hongarije. Er is zelfs sprake van dat er jarenlang een soort 70-30 deal bestond tussen de grote regerende en oppositionele partijen. Steekpenningen bij grote overheidsopdrachten werden, aldus het gerucht, volgens de 70-30 sleutel verdeeld en dus was iedereen gelukkig en hield iedereen zijn mond. Hoe waar dat gerucht is, valt tot op de dag van vandaag niet vast te stellen. Zelfs Transparency International durft daar desgevraagd niets met zekerheid over te zeggen en het is natuurlijk een schande dat de socialisten daar tot de dag van vandaag omheen draaien (hun financiële brein, Laszló Puch, is recent weliswaar uit alle bestuurlijke posities gezet maar daar blijft het bij).

Maar volgens een recent rapport van TI (maart) is er hoe dan ook geen twijfel over dat het risico op corruptie de afgelopen twee jaar aanzienlijk is toegenomen door een gebrek aan transparantie en door de uitholling van onafhankelijke controleorganen en instituten.


Verder deze week:

- In het stadje Eger hanteert Fidesz een soort zwarte lijst van acteurs en kunstenaars die ongewenst zijn. Een locale Internet nieuwssite publiceerde de notulen en later ook de opnames van een bijeenkomst van de commissie voor cultuur en toerisme, waar een stadsregente suggereerde zo’n lijst samen te stellen. Aanleiding was het optreden in de stad van een acteur die door Fidesz politici werd betiteld als een vuile jood en een liberaal en die derhalve geweerd had moeten worden. Of de lijst nu wel of niet op papier bestaat, iets wat uiteraard door Fidesz wordt bestreden, doet er eigenlijk niet meer toe.

- Slechts een derde van de Hongaren plant dit jaar een zomervakantie, de rest blijft thuis, En van degenen die gaan, is 62% van plan in Hongarije te blijven.
.




zaterdag 5 mei 2012

In een notendop


Onlangs verklaarde vicepremier en minister van justitie Tibor Navracsics op Kossuth  radio doodleuk dat alle meningsverschillen met de EU over de nieuwe opzet van Hongaarse rechtbanken e.d. eigenlijk waren opgelost. Er waren nog wat technische puntjes die moesten worden uitgepraat, maar de Hongaarse regering had ingestemd met een aantal wetswijzigingen die de Venetië Commissie van de Raad van Europa wenste en dus was alles opgelost. De aanklachten tegen Hongarije verpulveren tot stof, aldus Navracsics. Keihard en zonder blikken of blozen (hoewel, dat zie je niet op de radio). Maar ook onwaar.

In een persbericht van o.a. het Helsinki Comité worden de beweringen van de Fidesz minister weerlegd. De Hongaarse regering heeft wel wat kleine wetswijzigingen voorgesteld, maar die zijn vooral cosmetisch. Volgens de Venetië Commissie leidt de nieuwe wetgeving tot een ongekende concentratie van macht in de handen van enkele, door één politieke partij benoemde functionarissen en leidt dat gehele systeem tot een ernstige ondermijning van de onafhankelijkheid van het justitiële en gerechtelijke apparaat. Aan de essentie van die kritiek wordt door de regering absoluut niet tegemoet gekomen, aldus het Helsinki Comité, en de meningsverschillen zijn allerminst weg. Het lijkt mij stug dat minister Navracsics dat niet wist toen hij glashard het omgekeerde beweerde. Hij zou zich diep, zeer diep moeten schamen. Maar dat doet hij dus niet.

Maar ja, Navracsics is dezelfde man die in de verkiezingscampagne in 2006 tegenover buitenlandse journalisten doodleuk verklaarde dat Fidesz natuurlijk allerlei dingen beloofde en zei waarvan de partij drommels goed wist dat ze die niet waar kon maken en dat ze onzin waren, maar dat ze dat natuurlijk niet hardop ging zeggen tegen de kiezers, dat is nu eenmaal politiek. Vrij vertaald: niks mis met leugens als ze je aan de macht brengen en houden. Twee jaar Orbán regering in een notendop.


Verder de afgelopen week

> De nieuwste loten aan het belastingsysteem (dat volgens de beloftes – ooit – van Fidesz simpeler en lichter zou worden): belastingen op bankoverschrijvingen, op betalingen aan de overheid, op telefoonverkeer en op Internetgebruik. Het eindresultaat zal ook hier (net als bij de vlaktaks en allerlei andere nieuwe belastingen) zijn dat vooral de inkomens op en onder modaal extra getroffen worden want die geven immers al hun geld al uit aan de meest basale levensbehoeftes.

> In de krant Népszabadság een verslag uit een dorp op de poesta. Daar worden de allerarmsten – niet alleen zigeuners – gedwongen mee te doen aan de werkverschaffingsprojecten waar de regering Orbán zo trots op is. Op straffe van verlies van hun recht op een sociale uitkering voor jaren worden deze mensen, ook ouderen met een matige gezondheid, te werk gesteld op een boerderij waar ze zware landarbeid moeten doen tegen een schamele ’vergoeding’ van de helft van het minimumloon: 260-270 forint (één euro) per uur. Goede  business voor de landeigenaar in kwestie, dunkt me. Op diezelfde boerderijen werken ook illegale landarbeiders uit Roemenie die nota bene het dubbele verdienen: 500 tot 600 forint.

> Volgens de UNHCR in Hongarije worden de weinige politieke vluchtelingen die in Hongarije terecht komen en hier politiek asiel aanvragen vervolgens schandalig slecht behandeld. Ze worden opgesloten in gewone gevangenissen, mogen alleen geboeid aan handen en voeten naar een ziekenhuis, een rechtbank of de kerk, en er is ook regelmatig sprake van mishandelingen door bewakers. En dat in een land waar vandaan zelf nog niet zo heel lang geleden tienduizenden mensen wegvluchtten om politieke redenen, mensen die in 1956 en daarna elders in Europa massaal werden opgevangen en geholpen.

> Vroedvrouw Agnes Gereb dreigt nog altijd in de cel te verdwijnen voor hulp bij thuisbevallingen. Ze zit al meer dan een jaar in haar huis opgesloten. Ze krijgt dagelijks op diverse tijden (ook midden in de nacht) politiecontroles of ze er wel is. Haar absurde veroordeling (de rechtbank weigerde buitenlandse deskundigen op het vlak van thuisbevalling zelfs maar te horen) is in hoger beroep nog verzwaard: twee jaar celstraf en een beroepsverbod van zes jaar. Al maanden loopt er een verzoek om amnestie, maar dat hebben de Fidesz regering en de president nog altijd niet ingewilligd.

 > Fidesz dient zich gezien al het voorgaande diep, zeer diep te schamen. Maar dat doet ze dus niet. Integendeel, critici van het regeringsbeleid krijgen de wind van voren, ook van die mensen binnen Fidesz die als de meer gematigden en de “redelijke conservatieven” worden gezien: de eerder genoemde Navracsics, minister van buitenlandse zaken Martonyi. staatssecretaris van informatie Zoltán Kóvacs, en daarbij wordt steeds glashard beweerd dat er geen enkel probleem is.
Zo brengen deskundigen van de Raad van Europa binnenkort een rapport uit dat ernstige kritiek uit op de mediasituatie, ondermeer de enorme machtsconcentratie van de politiek eenzijdig samengestelde Mediaraad. De enige reactie van officiële zijde: het rapport is volkomen onwaar en gebaseerd op eenzijdige misinformatie. Deskundigen van het Amerikaanse Freedom House hebben deze week in de jaarlijkse beoordeling van de mediasituatie in alle landen van de wereld Hongarije afgewaardeerd van “vrij” naar “gedeeltelijk vrij.” De reactie van officiële zijde: allemaal schandalige onzin, die is gebaseerd op onjuiste informatie en vooringenomenheid tegen Hongarije. Twee jaar regering Orbán in een notendop.