zondag 20 mei 2012

Partijgeld



Premier Viktor Orbán heeft geopperd dat met ingang van komend jaar misschien maar alle overheidssubsidies aan parlementaire partijen geheel moeten worden gestopt. Een bezuinigingsmaatregel in tijden van crisis, heet het. Maar een dergelijke stap zou de capaciteit van de oppositie om campagne te voeren serieus kunnen ondermijnen.

De bedragen die de partijen nu krijgen zijn al bescheiden (Fidesz ruim 5 miljoen euro, de socialisten en de neonazi’s ieder grofweg 2 miljoen, de groene LMP minder dan 1 miljoen per jaar). Daarnaast krijgen alle partijen nog eens officieel steun van burgers en bedrijven, maar die bedragen zijn maximaal de helft van de subsidie. Volgens Transparency International zijn juist die geringe overheidssubsidies de voornaamste oorzaak van corruptie op partijniveau. Iedereen weet dat je van dat geld weinig tot niets kunt doen, maar toch voeren partijen campagnes die volgens schattingen van TI aanzienlijk meer geld kosten. Conclusie: partijen financieren zichzelf uit illegale bronnen.
Vrijheidsplein werd Horthyplein in Gyömrő
Door de officiële staatssubsidie op te heffen, zouden partijen echter gedwongen worden zich vrijwel geheel uit dergelijke bronnen te financieren. Wie dat niet wil (zoals de groene LMP) is simpelweg blut. Iedere Hongaar weet ook dat de partij die aan de macht is de meeste mogelijkheden heeft om geld af te romen (percentages van overheidsopdrachten en EU-subsidies die naar de partijkas vloeien, schimmige constructies met overheidsbedrijven, door derden gefinancierde reclamecampagnes enz. enz.). En aangezien Fidesz zichzelf een vrijwel ongelimiteerde macht heeft toebedeeld, zijn ook haar mogelijkheden om te cashen vrijwel ongelimiteerd.
Het is kortom de inmiddels bekende manier van werken van deze regering: de voorgestelde regeling is geheel legaal, de praktische uitwerking is verre van democratisch. Wedden dat naarmate 2014 nadert, er op instigatie van het door Fidesz gedomineerde openbaar ministerie ook meer onderzoeken gaan plaatsvinden naar illegale financieringsmethoden door de socialisten en Jobbik?


Verder deze week:

- Minister van Justitie Tibor Navracsics heeft de voorzitter van de Hoge Raad, de Kuria, laten weten dat hij ontevreden is met de veroordelingen in de Cozma moordzaak. Die zijn volgens hem te licht en hij eist in zijn brief dat de rechterlijke macht beter luistert naar de roep van de samenleving om hardere straffen. Eerder lieten een parlementariër van Jobbik en vervolgens ook premier Orbán zich in soortgelijke zin uit. De Roemeense handbalspeler Marian Cozma werd driejaar geleden bij een ruzie met drie zigeuners in een nachtclub in Hongarije doodgestoken. De zaak werd door Jobbik aangegrepen voor een felle anti-zigeuner campagne. De drie daders werden aanvankelijk veroordeeld tot twee maal levenslang en eenmaal 20 jaar. Maar in hoger beroep werd dat afgezwakt  tot tweemaal 18 jaar en eenmaal acht. De rechtbank oordeelde dat de aanvankelijke straffen teveel rustten op anti-Roma sentimenten en niet op wat er werkelijk was gebeurd. Mensenrechtenorganisaties veroordelen de brief van de minister aan de Kuria als aantasting van de onafhankelijkheid van de rechtspraak. “Het wordt rechters steeds moeilijker gemaakt hun eigen oordelen te vellen,” aldus András Kadar van het Helsinki Commitee.

- Drie ultrarechtse schrijvers uit de 30er jaren, Albert Wass, Dezső Szabó, and József Nyirő, zijn opgenomen in het litteratuur curriculum voor middelbare scholen in Hongarije. Alle drie waren radicale nationalisten, openlijke antisemieten en twee van de drie zijn na de oorlog veroordeeld (in absentie) als oorlogsmisdadigers. De stap zou te rechtvaardigen zijn als het litteraire werk van de betrokkenen van enig niveau zou zijn, maar buiten fanatieke politieke aanhangers zijn alle critici het erover eens dat hun werk zeer matig tot volkomen onleesbaar is. De bond van leraren Hongaars heeft een protest gestuurd aan de minister.

- Jobbik voorzitter Gábor Vóna verklaarde recent op een demonstratie van de partij dat zijn partij alle buitenlandse bedrijven het land uit zou gooien, Hongarije uit de EU zou halen en een buitenlands beleid zou voeren dat onafhankelijk is van Europa, de VS, het IMF en Israel. Opdat we nog even weten waar die partij ondermeer voor staat.

- Het IMF heeft gezegd dat ze te allen tijde bereid is met de regering Orbán om de tafel te gaan zitten over het verstrekken van krediet zodra de aanpassingen van de wet die de onafhankelijkheid van de Nationale Bank moeten garanderen in het parlement zijn aangenomen. Alleen: die wetswijzigingen zijn nog steeds niet gerealiseerd en het is onduidelijk of en wanneer dat gebeurt. Dus na de aanvankelijke euforie van een paar weken terug, toen Orbán de EU (alweer) beloofde dat hij dat snel zou doen, beginnen de financiële markten langzaam weer onrustig te worden en beginnen ze (opnieuw) te geloven dat Orbán eigenlijk helemaal geen overeenkomst wil.  Geen idee wat er gebeurt als Griekenland echt uit de Euro stapt, maar ik kan me zo voorstellen dat dat voor Hongarije niet aangenaam is.

zaterdag 12 mei 2012

Hongaarse oligarchen


Hét buzz-woord van de laatste weken in Hongarije is „oligarch.” Telkens weer duiken er aanwijzingen op dat de afgelopen twee jaar onder premier Viktor Orbán de corruptie schrikbarend toeneemt (wat veelzeggend is want het was al niet best). Aan Fidesz verwante oligarchen, volgens sommigen inclusief de familie Orbán zelf, incasseren de ene na de andere mooie deal. Het steekt des te meer omdat Fidesz nu juist de vorige regeringen verwijt dat ze zo corrupt waren en naar buiten toe beweert dat ze brandschoon is en de corruptie keihard bestrijdt.

Ik schreef een paar weken terug al over de ontwikkelingen in Felcsut, het dorp waar Orbán zijn jeugd doorbracht en waar nu Fidesz-getrouwen voor een zacht prijsje honderden hectaren landbouwland wisten te pachten van de staat, land dat eigenlijk bestemd is voor kleine boeren. Let wel, landbouwgrond is dankzij EU subsidies zeer lucratief. Want Brussel betaalt per jaar 300 euro inkomenssteun uit per hectare landbouwgrond. De Fidesz burgemeester van Felcsut en zijn familie, die samen ergens rond de 1000 ha hebben, beuren dus ruwweg 300.000 euro per jaar (een modaal jaarinkomen is in Hongarije maximaal 10.000 euro).
Afgelopen week kwamen er ook de nodige details boven water over soortgelijke affaires in de provincie Borsod en over ‘landeigenaren’ die subsidies opstrijken uit Brussel maar gewoon in Boedapest wonen. Officieel wordt degene die deze steun krijgt weliswaar geacht het land ook te bewerken, maar dat doen sommige eigenaren van de grond niet zelf: ze verpachten het land voor zeg 20-25.000 forint per ha oftewel 65-75 euro (opnieuw kassa) aan kleine boertjes die het eigenlijke werk doen. Oude tijden herleven.
Volgens József Ángyán is dit soort dingen gemeengoed en is de Hongaarse landbouw een speelbal geworden van een “netwerk van oligarchen die alles in handen hebben: subsidies, grond, de markt.” Hij kan het weten, want hij was tot maart dit jaar staatssecretaris van landbouw in de regering Orbán. Hij dacht daar de belangen van boerenfamiliebedrijven te kunnen behartigen – daarvoor zegt Fidesz immers op te komen – maar trad uit protest tegen de werkelijke gang van zaken af.
Ook interessant is dat de familie Orbán aangrenzend aan de grond die de burgemeester van Felcsut wist te pachten eveneens twee stukken grond in bezit heeft. Het eerste schafte Orbán’s vrouw Anikó al in 2000 aan (in dezelfde tijd kocht ze goedkoop ook een wijngaard bij Tokaj), het tweede kocht zijn vader Győző minder dan een jaar geleden en dat betreft het voormalige landgoed van de Habsburgse Aartshertog Joseph. Vader Orbán kocht het voor een onbekend bedrag van de staat. Van het paleis zelf is na een brand in 1945 weinig meer over dan een paar stukken muur, maar er staan diverse andere gebouwen op waar onder andere de beheerders van het landgoed woonden. In Felcsut schijnt het gerucht te gaan dat de familie er een luxe hotel wil bouwen.
Voor alle duidelijkheid, vader Győző Orbán was ooit een arme sloeber tot hij lid werd van de communistische partij, opklom tot plaatselijke partijbons en het beheer kreeg van een steengroeve. Na de omwenteling kocht hij die groeve voor een zacht prijsje (precies dus datgene wat Orbán al zijn politieke tegenstanders ter linkerzijde steeds weer verwijt) en toen zoon Viktor in 1998 premier werd, kreeg vader Győző opeens heel veel overheidscontracten (wegenbouw) en groeide zijn bedrijf uit tot een imperium.

Ook in andere bedrijfstakken doen Fidesz prominenten het goed. Dé grote man is Lajos Simicska, een van de medeoprichters van Fidesz en goede vriend van Orbán. Hij geldt al sinds 1989 als het financiële brein van de groep, is verantwoordelijk voor allerlei shady deals ten bate van Fidesz in de jaren negentig met behulp van illustere BV’s met namen als Happy End en Ezüst Hajó (het Zilverschip). Simicska heeft inmiddels grote belangen op weten te bouwen in onder andere de mediawereld, de advertentiemarkt en de (wegen)bouw. Veel topfuncties in het ministerie van Economische Zaken worden tegenwoordig bezet door mensen die hoge posities hebben gehad in bedrijven van Simicska. En ook zijn bedrijven weten de laatste twee jaar opvallend veel overheidsopdrachten binnen te halen, al dan niet in openbare uitschrijvingen.
Ook andere topfunctionarissen van Fidesz hebben grote zakelijke belangen, van ex minister van Economische Zaken Tamás Fellegi (media) en minister van Binnenlandse Zaken Sándor Pintér (zijn ‘voormalige’ beveiligingsbedrijf beheerst nu de branche) tot de rijzende sterren als János Lázár (ex-fractieleider, nu benoemd tot staatssecretaris) en Rogán Antal (de nieuwe fractieleider) die beiden als burgemeester (van respectievelijk het stadje Hódmezővásárhely en het 5e district van Boedapest) een vermogen wisten op te bouwen (naar verluid is de locale politiek de meest corrupte sector in het land maar dat heeft daar natuurlijk niets mee te maken).

Ja, ook vóór 2010 was er veel corruptie in Hongarije. Er is zelfs sprake van dat er jarenlang een soort 70-30 deal bestond tussen de grote regerende en oppositionele partijen. Steekpenningen bij grote overheidsopdrachten werden, aldus het gerucht, volgens de 70-30 sleutel verdeeld en dus was iedereen gelukkig en hield iedereen zijn mond. Hoe waar dat gerucht is, valt tot op de dag van vandaag niet vast te stellen. Zelfs Transparency International durft daar desgevraagd niets met zekerheid over te zeggen en het is natuurlijk een schande dat de socialisten daar tot de dag van vandaag omheen draaien (hun financiële brein, Laszló Puch, is recent weliswaar uit alle bestuurlijke posities gezet maar daar blijft het bij).

Maar volgens een recent rapport van TI (maart) is er hoe dan ook geen twijfel over dat het risico op corruptie de afgelopen twee jaar aanzienlijk is toegenomen door een gebrek aan transparantie en door de uitholling van onafhankelijke controleorganen en instituten.


Verder deze week:

- In het stadje Eger hanteert Fidesz een soort zwarte lijst van acteurs en kunstenaars die ongewenst zijn. Een locale Internet nieuwssite publiceerde de notulen en later ook de opnames van een bijeenkomst van de commissie voor cultuur en toerisme, waar een stadsregente suggereerde zo’n lijst samen te stellen. Aanleiding was het optreden in de stad van een acteur die door Fidesz politici werd betiteld als een vuile jood en een liberaal en die derhalve geweerd had moeten worden. Of de lijst nu wel of niet op papier bestaat, iets wat uiteraard door Fidesz wordt bestreden, doet er eigenlijk niet meer toe.

- Slechts een derde van de Hongaren plant dit jaar een zomervakantie, de rest blijft thuis, En van degenen die gaan, is 62% van plan in Hongarije te blijven.
.




zaterdag 5 mei 2012

In een notendop


Onlangs verklaarde vicepremier en minister van justitie Tibor Navracsics op Kossuth  radio doodleuk dat alle meningsverschillen met de EU over de nieuwe opzet van Hongaarse rechtbanken e.d. eigenlijk waren opgelost. Er waren nog wat technische puntjes die moesten worden uitgepraat, maar de Hongaarse regering had ingestemd met een aantal wetswijzigingen die de Venetië Commissie van de Raad van Europa wenste en dus was alles opgelost. De aanklachten tegen Hongarije verpulveren tot stof, aldus Navracsics. Keihard en zonder blikken of blozen (hoewel, dat zie je niet op de radio). Maar ook onwaar.

In een persbericht van o.a. het Helsinki Comité worden de beweringen van de Fidesz minister weerlegd. De Hongaarse regering heeft wel wat kleine wetswijzigingen voorgesteld, maar die zijn vooral cosmetisch. Volgens de Venetië Commissie leidt de nieuwe wetgeving tot een ongekende concentratie van macht in de handen van enkele, door één politieke partij benoemde functionarissen en leidt dat gehele systeem tot een ernstige ondermijning van de onafhankelijkheid van het justitiële en gerechtelijke apparaat. Aan de essentie van die kritiek wordt door de regering absoluut niet tegemoet gekomen, aldus het Helsinki Comité, en de meningsverschillen zijn allerminst weg. Het lijkt mij stug dat minister Navracsics dat niet wist toen hij glashard het omgekeerde beweerde. Hij zou zich diep, zeer diep moeten schamen. Maar dat doet hij dus niet.

Maar ja, Navracsics is dezelfde man die in de verkiezingscampagne in 2006 tegenover buitenlandse journalisten doodleuk verklaarde dat Fidesz natuurlijk allerlei dingen beloofde en zei waarvan de partij drommels goed wist dat ze die niet waar kon maken en dat ze onzin waren, maar dat ze dat natuurlijk niet hardop ging zeggen tegen de kiezers, dat is nu eenmaal politiek. Vrij vertaald: niks mis met leugens als ze je aan de macht brengen en houden. Twee jaar Orbán regering in een notendop.


Verder de afgelopen week

> De nieuwste loten aan het belastingsysteem (dat volgens de beloftes – ooit – van Fidesz simpeler en lichter zou worden): belastingen op bankoverschrijvingen, op betalingen aan de overheid, op telefoonverkeer en op Internetgebruik. Het eindresultaat zal ook hier (net als bij de vlaktaks en allerlei andere nieuwe belastingen) zijn dat vooral de inkomens op en onder modaal extra getroffen worden want die geven immers al hun geld al uit aan de meest basale levensbehoeftes.

> In de krant Népszabadság een verslag uit een dorp op de poesta. Daar worden de allerarmsten – niet alleen zigeuners – gedwongen mee te doen aan de werkverschaffingsprojecten waar de regering Orbán zo trots op is. Op straffe van verlies van hun recht op een sociale uitkering voor jaren worden deze mensen, ook ouderen met een matige gezondheid, te werk gesteld op een boerderij waar ze zware landarbeid moeten doen tegen een schamele ’vergoeding’ van de helft van het minimumloon: 260-270 forint (één euro) per uur. Goede  business voor de landeigenaar in kwestie, dunkt me. Op diezelfde boerderijen werken ook illegale landarbeiders uit Roemenie die nota bene het dubbele verdienen: 500 tot 600 forint.

> Volgens de UNHCR in Hongarije worden de weinige politieke vluchtelingen die in Hongarije terecht komen en hier politiek asiel aanvragen vervolgens schandalig slecht behandeld. Ze worden opgesloten in gewone gevangenissen, mogen alleen geboeid aan handen en voeten naar een ziekenhuis, een rechtbank of de kerk, en er is ook regelmatig sprake van mishandelingen door bewakers. En dat in een land waar vandaan zelf nog niet zo heel lang geleden tienduizenden mensen wegvluchtten om politieke redenen, mensen die in 1956 en daarna elders in Europa massaal werden opgevangen en geholpen.

> Vroedvrouw Agnes Gereb dreigt nog altijd in de cel te verdwijnen voor hulp bij thuisbevallingen. Ze zit al meer dan een jaar in haar huis opgesloten. Ze krijgt dagelijks op diverse tijden (ook midden in de nacht) politiecontroles of ze er wel is. Haar absurde veroordeling (de rechtbank weigerde buitenlandse deskundigen op het vlak van thuisbevalling zelfs maar te horen) is in hoger beroep nog verzwaard: twee jaar celstraf en een beroepsverbod van zes jaar. Al maanden loopt er een verzoek om amnestie, maar dat hebben de Fidesz regering en de president nog altijd niet ingewilligd.

 > Fidesz dient zich gezien al het voorgaande diep, zeer diep te schamen. Maar dat doet ze dus niet. Integendeel, critici van het regeringsbeleid krijgen de wind van voren, ook van die mensen binnen Fidesz die als de meer gematigden en de “redelijke conservatieven” worden gezien: de eerder genoemde Navracsics, minister van buitenlandse zaken Martonyi. staatssecretaris van informatie Zoltán Kóvacs, en daarbij wordt steeds glashard beweerd dat er geen enkel probleem is.
Zo brengen deskundigen van de Raad van Europa binnenkort een rapport uit dat ernstige kritiek uit op de mediasituatie, ondermeer de enorme machtsconcentratie van de politiek eenzijdig samengestelde Mediaraad. De enige reactie van officiële zijde: het rapport is volkomen onwaar en gebaseerd op eenzijdige misinformatie. Deskundigen van het Amerikaanse Freedom House hebben deze week in de jaarlijkse beoordeling van de mediasituatie in alle landen van de wereld Hongarije afgewaardeerd van “vrij” naar “gedeeltelijk vrij.” De reactie van officiële zijde: allemaal schandalige onzin, die is gebaseerd op onjuiste informatie en vooringenomenheid tegen Hongarije. Twee jaar regering Orbán in een notendop.






donderdag 26 april 2012

Boedapest-Brussel: “eindstand 2-1” of “2-2 en verlengen”?


Op dinsdag 26 april kwam er een eind aan de patstelling tussen de Hongaarse regering en de EU Commissie. Voorzitter Manuel Barosso gaf het groene licht voor het starten van de onderhandelingen met Hongarije over een EU/IMF krediet. Premier Orbán had voldoende compromisbereidheid getoond in alle meningsverschillen die er waren, aldus Barosso. Bovendien is een aantal EU landen van mening dat Europa zich nu niet ook nog eens een financiele crisis  in Hongarije kan permitteren, met alle potentiele schade voor anderen van dien. Laat Brussel zich inpakken of heeft Orbán inderdaad serieuze concessies gedaan. Staat het nu 2-1 voor Orbán of is het 2-2 en verlengen?

Door de regering Orbán wordt het openen van de onderhandelingen als een overwinning verwelkomd: 2-1. We hebben zelfs op het punt van de onafhankelijkheid van de Centrale Bank nauwelijks concessie gedaan, zo verklaarde één minister. Uiteraard wordt in het regeringskamp ook betoogd dat het hoe dan ook onterecht was dat de Commissie onderhandelingen koppelde aan de intrekking van een aantal wetten die niets met economie of financiën te maken hebben: de onafhankelijkheid van de rechtbanken en van de ombudsman voor gegevensbescherming. Die twee zijn zoals bekend deel van een hele reeks politieke hervormingen waar Orbán hoe dan ook aan wenst vast te houden, ook al vinden critici dat hij daarmee de democratie ernstig uitholt.

Velen in het democratische kamp zijn dan ook teleurgesteld. Zij vinden dat Brussel over zich heen laat lopen door niet ook aan de politieke eisen als voorwaarde vast te houden. Daarmee krijgt Orbán de kalmte op de financiële markten die hij nodig heeft  en die ervoor zorgt dat de Hongaarse economie en overheidsfinanciën niet direct in gevaar komen, terwijl hij intussen ongestoord verder kan gaan met het uitbouwen van zijn Fidesz partijstaat. Slecht voor de Hongaarse democratie en slecht voor de gemeenschap van democratische waarden die Europa wil uitdragen.

Een enkeling in het kamp der critici houdt echter de moed erin. De Commissie heeft moeten erkennen dat het (juridisch en financieel) niet vol te houden is om de oplossing van de politieke problemen met Hongarije tot inzet te maken van onderhandelingen over een IMF krediet. Maar er wordt geen enkele overeenkomst over een krediet ondertekend zolang Orbán de belofte om de onafhankelijkheid van de Nationale Bank overeind te houden, niet in wetgeving heeft omgezet (wat dus nog niet is gebeurd). Bovendien gaat het debat over de politieke problemen gewoon door, het is dus hooguit 2-2 en er komt een verlenging.

De grote vraag is echter of Brussel nu niet haar grootste troef, financiële druk, uit handen heeft gegeven. Orbán zou persoonlijk aan Barosso hebben toegezegd dat hij de kritiek van de Venetië commissie op de wetgeving rond de rechtbanken serieus zal nemen. Maar wat is dat waard als hij ook zegt dat de Hongaarse regering die kwestie en allerlei andere kwesties desnoods tot het Strafhof in Straatsburg zal uitvechten. Dan zijn we dus een half jaar, een jaar, twee jaar verder? En intussen is zijn wetgeving en zijn systeem van kracht en worden er voldongen feiten geschapen, net als met de mediawet, de grondwet, de kieswet enz. Bovendien, in 2013 loopt de ambtstermijn af van gouverneur van de Nationale Bank András Simor. Dan kan Orbán een partijman benoemen en de onafhankelijkheid van de bank alsnog aan banden leggen.

Een verlenging dus, maar wel een waarin Brussel met tien man speelt. Dat kan succesvol aflopen, zoals we bij Barcelona-Chelsea weer eens hebben gezien, maar op voorhand zijn de kansen daarop niet groot.

Verder deze week:

- het dorp Gyömrőn onder de rook van Boedapest Airport (pardon, Frans Liszt Airport) is de eerste in het land die weer een plein noemt naar de omstreden autoritaire leider van voor de oorlog, regent Miklos Horthy. Symbolisch genoeg heette het centrale plein tot nu toe Vrijheidsplein. What’s in a name? Dat is toch zoiets als een Petain plein in Frankrijk, een Mussolini plein in Italie of een Salazar plein in Portugal.

- de Fidesz regering gaat de wet intrekken die een belasting van 98% legt op de vertrekpremies van politici en overheidsdienaren. De wet werd anderhalf jaar geleden met veel moralistisch trompetgeschal ingevoerd (met terugwerkende kracht tot 2002) om diegenen die de vorige regering dienden te pakken. Nu kan ze weer worden afgeschaft, uiteraard met ingang van heden, zodat alle Fidesz getrouwen wel hun bonussen kunnen incasseren.

- Het ministerie van justitie heeft bij het Parlement een resolutie ter stemming ingediend die verklaart dat een bepaalde uitspraak van het Europese Gerechtshof in Straatsburg niet door de Hongaarse regering zal worden uitgevoerd. Dat hof oordeelde recent dat een man die een rode ster op zijn revers droeg jaren geleden onterecht was veroordeeld voor het dragen van een symbool van het communisme en veroordeelde de regering tot een schadevergoeding van ruim 4000 euro en vergoeding van proceskosten. Los van hoe je over de zaak denkt – je mag toch ook het dragen van een hakenkruis verbieden, aldus  Fidesz – vinden critici het ongehoord dat een uitspraak van het Hof zo openlijk terzijde wordt gelegd door de regering van een EU land.

vrijdag 20 april 2012

Vriendenclub

In je studententijd maak je vrienden voor het leven en dat geldt ook voor premier Viktor Orbán. Met János Áder, de nieuwe president die begin mei benoemd gaat worden, is er weer een centrale machtspositie toebedeeld aan een lid van de oude vriendenclub van de juridische faculteit van de stad Székesfehérvár die eind jaren tachtig Fidesz oprichtte.
 

Áder was de laatste jaren een beetje op de achtergrond geraakt, naar verluid na een ruzie met Orbán waarop hij werd weggepromoveerd naar het Europees Parlement. Maar hij gold daarvoor altijd als een van de sleutelfiguren in Fidesz en hij was duidelijk weer op de weg terug want hij was ondermeer de auteur van twee belangrijke nieuwe wetten die de Fidesz macht voor langere tijd bestendigen: de nieuwe wet op de rechtbanken en de nieuwe kieswet. Opnieuw een “partijsoldaat” zoals de Hongaren dat noemen als president en geen figuur die boven de partijen staat en kan verbinden.

Een ander lid van de oude vriendenclub die deze week in het nieuws was, is Lajos Simicska. Volgens de linkse krant Népszabadság en onafhankelijke nieuwswebsite Origó is nu definitief vast komen te staan dat Simicska de echte eigenaar is van het grote bouwbedrijf (Kőzgép) dat de afgelopen anderhalf jaar voor maar liefst 300 miljard forint (ruim 1 miljard euro) aan overheidsopdrachten kreeg toebedeeld. Omdat het bedrijf de beste was natuurlijk, dat spreekt.
Simicska geldt als het financieel genie van de vriendenclub. Zo bedacht hij in de jaren negentig allerlei schimmige constructies met onroerend goed en reeksen BVs (waaronder Happy End BV) waar de partij veel geld mee verdiende. Onder de vorige regering Orbán (1998-2002) was hij een tijdje hoofd van de Hongaarse belastingdienst, heeeel handig, en daarna werd hij de grote man achter een zakenimperium van private mediabedrijven dat de afgelopen tien jaar is opgebouwd, waardoor ‘Fidesz’ a la Berlusconi een grote speler is geworden in de Hongaarse mediamarkt. Op topfuncties in het huidige ministerie van Economische Zaken zitten tegenwoordig allemaal mensen die voorheen ook topmanagers waren in bedrijven van Simicska. Toeval, uiteraard.

Een derde lid van de vriendenclub, parlementsvoorzitter László Kövér, die bekend staat om de botte wijze waarop hij bij tijd en wijle zijn radicaal rechtse en nationalistische denkbeelden naar voren brengt, haalde de afgelopen dagen de krant met zijn voorstel om het beeld van Imre Nagy – leider van de opstand van 1956 – weg te halen van zijn huidige plek vlakbij het parlement. Dat voorstel zat er aan te komen nu het plein voor het parlement geheel wordt hersteld in de toestand zoals het was in de tijd van het grote voorbeeld, de autoritaire vooroorlogse regent Miklos Horthy. Daarin past uiteraard niet het beeld van een hervormingscommunist, zelfs al stierf hij voor de goede zaak.

Twee andere leden van de vriendenclub hebben de laatste maanden ook regelmatig het nieuws gehaald: Europarlementariër József Szájer die geldt als de auteur van de Fidesz grondwet, en zijn vrouw Tünde Handó (ook een huisvriendin van Orbán’s vrouw) die nu de omstreden administratieve baas is van de rechtbanken. Het is allemaal “miénk” zoals ze in het Hongaars zeggen oftewel “van ons” (en raad eens wat dat in het Italiaans is?).

 Verder deze week:

- Op Debrecen TV verklaarde premier Orbán dat hij de subsidies die Hongarije van de EU krijgt niet als een gift of als steun beschouwt, maar als de terugbetaling van Hongaars geld waar Hongarije gewoon recht op heeft. Blijkbaar nog nooit gehoord van het verschil tussen afdrachten en subsidies of netto verdieners en netto betalers.

- Minister van Economische Zaken György Matolcsy heeft diverse wijzigingen aangebracht in de wet op de positie van de Hongaarse Nationale Bank, een van de grote strijdpunten met de EU en het IMF. Maar afgezien van een aantal cosmetische veranderingen, zijn de bezwaren van Brussel lang niet allemaal gehonoreerd. Bovendien blijft de regering weigeren op andere punten (rechtbanken enz.) wetgeving te wijzigen. Zodat de patstelling voortduurt en inmiddels de grote meerderheid van de economische en financiële analisten ervan uitgaat dat er voor het eind van het jaar geen overeenkomst komt, met alle risico’s van dien.

- De Demokratische Koalitie (DK), de groep rond oud premier Gyurcsány die zich ruim een half jaar geleden afsplitste van de socialistische partij, krijgt geen eigen fractie in het parlement (en dus ook geen financiering en minder spreektijd). Toen de groep zich afsplitste waren de regels nog zo ze na een half jaar wachten een eigen fractie mochten vormen. Maar nu heeft Fidesz, dat een bloedhekel heeft aan Gyurcsány, gewoon met haar 2/3 meerderheid tussendoor die regels zo gewijzigd dat dat niet meer mag. Democraten?

- Uit een onderzoek van de Duitse Kamer van Koophandel in Hongarije blijkt dat 2/3 van de buitenlandse bedrijven in het land zeer ontevreden is met de economische koers van de regering Orbán en het aantal bedrijven dat eigenlijk weg zou willen, begint ook sterk te groeien. Op de lijst van favoriete investeringslanden is Hongarije in slechts een jaar tijd gedaald van de vierde naar de tiende plaats.

donderdag 12 april 2012

F-side


Er worden drie gloednieuwe voetbalstadions gebouwd in Hongarije die aan alle Fifa eisen voldoen: één voor topclub Debrecen, de tweede stad van Hongarije, één voor (voormalige?) topclub Ferencváros (Fradi) in Boedapest en één voor …. Felcsút, een klein dorp 40 km ten westen van Boedapest.
Toegegeven, met 3500 zitplaatsen wordt het stadion van Felcsút waarvoor dezer dagen de eerste schop de grond ingaat, bescheiden van omvang. Maar dat is ruim groot genoeg voor de 2000 inwoners van het dorp en het wordt wel een van de modernste voetbalstadions van het land met aan alle vier de zijden overdekte zittribunes. Het gaat horen bij de Puskas Voetbalacademie, die tijdens de eerdere Fidesz regering (1998-2002) al door voetballiefhebber en premier Viktor Orbán persoonlijk is opgericht en in het dorp gevestigd. Felcsút is niet toevallig ook de plek waar hij een groot deel van zijn jeugd doorbracht en nu een buitenhuis heeft. Ach ja, regenten en de dorpen uit hun jeugd.
Er broeit echter ook een schandaal over de manier waarop de familie van burgemeester Lőrincs Mészáros van Felcsút, eigenaar van een plaatselijk aannemersbedrijf, voorzitter van de Voetbal Academie en steunpilaar van de plaatselijke Fidesz afdeling, recent de hand wist te leggen op meer dan 900 hectare landbouwgrond bij een paar dorpen in de regio, waaronder Kajászó. Er is in heel Hongarije nog veel staatsgrond die bij stukjes en beetjes verpacht wordt voor een termijn van 20 jaar. Onder de vorige regering ging dat in openbare uitschrijvingen waarbij de hoogste bieder de grond kreeg toegewezen. Tegenwoordig is de prijs kunstmatig laag, maar zijn de criteria waarop de grond wordt toegewezen door een overheidsinstantie onduidelijk en ook niet openbaar. In Kajaszó en omgeving kregen kleine plaatselijke boeren die aanvragen hadden gedaan helemaal niets toegewezen, maar gingen er wel allemaal stukken grond naar Mészáros zelf, zijn bedrijf, zijn vrouw en zijn broer. Ook de familie Flier, toevallig eveneens Fidesz leden en ondersteuners van de Voetbal Academie in Felcsút, kreeg in de regio allemaal stukken land in pacht. De bevolking in Kajászó zet zo zijn vraagtekens.
Ook in Felcsút zelf is men kennelijk niet onverdeeld blij met Orbán en zijn connecties. Tekenend was dat bij de burgemeestersverkiezingen anderhalf jaar geleden niet Orbán’s Fidesz kandidaat (Flier) won, maar een onafhankelijke man. Met tien stemmen verschil (454 tegen 444), maar dat betekende dus dat de helft van de bevolking niets in de Fidesz kandidaat zag. Niet getreurd, de locale Fidesz afdeling wist een paar weken later de gekozen burgemeester af te zetten omdat hij enige tientallen euro belastingschuld had, er werden nieuwe verkiezingen georganiseerd en toen haalde hun man, Mészáros ditmaal, het wel. Welkom bij de F-side.

Verder deze week:
 

De politie heeft opnieuw de Budapest Pride, gepland voor 7 juli, verboden "wegens verkeershinder," hoewel zo'n verbod vorig jaar al eens door een rechter onderuit werd gehaald.Dus moeten de organisatoren weer naar de rechter.  Het extreemrechtse Jobbik pleit inmiddels voor het strafbaar stellen van homoseksuele uitingen.


woensdag 4 april 2012

Schmitt gate of een dooie mus?



Het is moeilijk nu al een inschatting te maken van de consequenties van het aftreden van de van plagiaat beschuldigde Pál Schmitt als president, afgelopen maandag. Er lijken wat eerste scheurtjes in het tot voor kort zo eensgezinde dan wel volgzame conservatieve kamp en wie weet staan we aan het begin van een heuse Schmitt-gate. Of de bui waait natuurlijk gewoon over.



Orbán en Schmitt in vroeger tijden
Het is in ieder geval voor het eerst dat een aanzienlijk deel van de Fidesz fractie in het parlement, conservatieve intellectuelen en media openlijk tegen het beleid van de partij ingingen en dat betekent tegen Orbán, de man die het partijbeleid bepaalt, die in 2010 de benoeming van Schmitt doordrukte en die hem nu de hand boven het hoofd probeerde te houden. Herhaalde pogingen om de zaak als afgedaan te verklaren en zo snel mogelijk na de uitspraak van de onderzoekscommissie weer gewoon tot de orde van de dag over te gaan, faalden en leidden alleen maar tot een toename van de weerstand.

Die blamage komt bovenop de weigering van Orbán en de partijleiding twee weken geleden om de archieven van de oude communistische geheime dienst openbaar te maken. Ook die beslissing wordt door een deel van de eigen aanhang niet goed begrepen, met name niet door jongere christendemocraten en conservatieven die daadwerkelijk geloven in de anticommunistische retoriek van de partijleiding. Terwijl de ouderen en de leiding zelf verdomd goed weten dat die retoriek slechts voor het effectbejag is, omdat de scheidslijnen tussen goed en kwaad in het verleden niet zo simpel lagen. En dat bijvoorbeeld de namen van een reeks vooraanstaande Fidesz leiders, ministers en beschermheren van Fidesz (in het zakenleven en onder de katholieke kerkleiding) in die archieven voorkomen onder de noemer informant, medewerker of agent.

Tenslotte is er nog de vraag of de zaak Schmitt zich wellicht ontwikkelt tot Schmitt-gate? Sommige media citeren een ex-vriendin van Pál (die bekend staat als een womaniser) die zegt dat de president haar heeft verteld hoe hij premier Orbán dagenlang onder druk heeft gezet om hem te blijven steunen in zijn pogingen aan te blijven. Schmitt zou daarbij hebben gedreigd, zo zegt zij, dat hij ook uit de school kan klappen en de nodige (persoonlijke) informatie naar buiten brengen als hij niet aan kan blijven. Het is nu moeilijk vast te stellen in hoeverre dit waar is, maar het kan dus interessant worden.

Of niet. Want voorlopig blijft staan dat diezelfde conservatieve critici die vonden dat Schmitt echt niet aan kon blijven, nog altijd geen moeite hebben met de essentie van de conservatieve revolutie die de laatste anderhalf jaar is doorgevoerd en door president Schmitt klakkeloos gesanctioneerd: de uitholling van controle-instellingen, onafhankelijke media en een onafhankelijke justitie en rechtbanken, het ambt van de president zelf, de rechten van de oppositie in het parlement, de politisering van ministeries, cultuurinstellingen, universiteiten en andere onderwijsinstellingen enz. enz. Wie weet is dit het begin van het einde voor Orbán – de filosoof János Kiss betoogt al dat de zaak Schmitt laat zien dat de nieuwe orde van Orbán niet vol te houden is – maar de stemming kan evengoed zo weer omslaan en alles wat overblijft is een dooie mus.