Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

dinsdag 25 februari 2014

De feiten achter de feiten


Aan de vooravond van de verkiezingen benadrukt de regering Orbán dat er eindelijk weer schot zit in de economie, dat mensen minder betalen voor gas, elektra en water, dat het werkloosheidscijfer daalt, de inflatie afneemt en salarissen weer stijgen. Kortom, “Hongarije doet het beter” (Magyarország jobban teljesít), aldus de Fidesz slogan.

Anderhalf miljoen mensen in diepe armoede
György Barca is een van de weinige Hongaarse economen van naam die deze visie ondersteunt. Kijk simpelweg naar de feiten en je ziet dat het land vooruit gaat, benadrukt hij. Er is eindelijk weer economische groei, al is het nog weinig (0,6% in 2013, ongeveer 1% in 2014). De inflatie is gedaald tot onder de 1% (het laagste in 40 jaar), de werkloosheid is omlaag van 11% naar 9,2%, het overheidstekort is nu al twee jaar onder de 3% grens van Brussel en de staatsschuld is afgenomen tot onder de 80%. Ook de daling in het afgelopen jaar van de prijzen voor gas, elektriciteit, water, huisvuilverwerking e.d. is met harde cijfers aan te tonen. Dit zijn de feiten waar het om gaat, aldus Barcza, de rest is speculatie en theorie.

Met “de rest” doelt hij op de waarschuwingen van de meeste andere Hongaarse economen, van de EU, van de OECD, van het IMF enz. dat achter de ogenschijnlijk mooie cijfers een aanzienlijk somberder toekomstperspectief schuilgaat. Want wat zijn de feiten achter de feiten?

Neem de lichte economische groei van dit moment. Die is vrijwel volledig het resultaat van twee factoren “van buiten”: het aantrekken van de Duitse economie waardoor de autofabrieken in Hongarije meer verkopen en het uitzonderlijke goede weer het afgelopen jaar waardoor de landbouw een recordoogst had. Maar de rest van de industrie en handel doen het helemaal niet goed, consumenten geven nauwelijks geld uit en er wordt nauwelijks geïnvesteerd (op EU subsidies in overheidsprojecten na). Terwijl premier Orbán glashard beweert dat de economische groei volgend jaar tot wel 4% kan stijgen (let wel, hij voorspeelde ook voor 2011, 2012 en 2013 groeicijfers van 4-6% terwijl de werkelijkheid nul of negatief was), denken de meeste economen dat de Hongaarse economie in 2015 en daarna weer terug zal vallen.

Of neem het lagere werkloosheidscijfer: daarin worden ruim 200.000 mensen in de werkverschaffing (werken tegen de helft van het minimumloon op straffe van verlies van uitkering) als nieuwe banen meegerekend, evenals de banen van naar schatting 100.000 Hongaren die in het buitenland werken maar zich niet uit Hongarije hebben uitgeschreven. En dan zijn er ook nog de honderdduizenden Hongaren die op zoek naar een baan wel volledig zijn geëmigreerd en die dus niet meer als werkloos te boek staan. Dat is goed voor de statistiek maar kun je nauwelijks een verdienste van de regering noemen: “Hongarije doet het beter, want jongeren vertrekken massaal.” De harde werkelijkheid is dat in de private sector in Hongarije de werkgelegenheid niet toeneemt omdat er geen enkele groei is.

Of het lage inflatiecijfer: dat is voor een belangrijk deel te danken aan het geforceerde overheidsingrijpen in de prijzen van gas, elektra en water. Dat oogt leuk vlak voor de verkiezingen, maar leidt zeker op termijn tot verliesgevende energie en waterbedrijven die – of ze nu van de overheid zijn of privaat – niet meer in staat zijn te investeren in onderhoud en vernieuwing.

Het overheidstekort dat onder de 3% is dan? Dat is voor een groot deel bereikt door in 2011 de private pensioenspaargelden a raison van 10 miljard euro (2.945 miljard forint) te nationaliseren. Al dat geld is in de afgelopen drie jaar opgesoupeerd om de begrotingen sluitend te krijgen, met alle gevolgen van dien voor de pensioenvoorziening in de toekomst. En waar moet het geld voor de begroting vandaan komen nu dat spaarpotje op is? Nu al komen de eerste berichten naar buiten dat een begrotingstekort onder de 3% voor 2014 en 2015 mogelijk niet haalbaar is. Daarnaast blijken de niet betaalde schulden van overheidsinstellingen dramatisch te zijn gegroeid, van 100 miljoen euro in 2010 naar 300 miljoen in 2013. En zo zouden er nog wel eens heel veel meer lijken uit de kast kunnen komen vallen. Het is vrijwel een gegeven dat de kosten voor de Russische lening en voor de uitbreiding van de kerncentrale in Paks hoger uitvallen dan nu wordt gesuggereerd. Ook de wisselkoers van de forint verslechtert en is nu al min of meer permanent rond de 310 forint voor 1 euro, wat ernstige consequenties heeft voor de vele Hongaren met schulden in harde valuta en voor de overheidsschuld.

Kortom: het economisch beleid van deze regering is gebouwd op drijfzand, kunstgrepen, het nemen van onverantwoorde risico’s en voortmodderen. Dat gaat al drie jaar goed en kan gemakkelijk nog jaren “goed” gaan. Maar het is, zeggen de meeste deskundigen, geen beleid dat op termijn houdbaar en duurzaam is. Potverteren werkt maar even, eens moeten alle rekeningen betaald worden.

En natuurlijk is voor een deel van de bevolking het leven in de afgelopen drie jaar beter geworden. De inkomens boven modaal zijn er door belastingwijzigingen dik op vooruit gegaan. Duizenden mensen hebben overheidsbanen gekregen om de posten te vullen van degenen die zijn weggezuiverd. In het onderwijs en de gezondheidszorg krijgen heel veel mensen nu opeens een forse loonsverhoging, ook al is dat dan in de meeste gevallen geen volledige compensatie voor wat ze in de twee jaar daarvoor waren kwijtgeraakt. En iedereen ziet op zijn maandelijkse gasrekening dat de prijs van gas nu even omlaag gaat. Maar voor heel veel mensen is het leven, als je alles bij elkaar optelt en aftrekt, niet beter geworden, integendeel. Veelzeggend is dat in de afgelopen drie jaar het aantal Hongaren dat onder de armoedegrens leeft, is gestegen van drie naar vier miljoen.

zaterdag 20 juli 2013

In Absurdistan gaat het beter

Volgens premier Viktor Orbán gaat het beter met Hongarije. Dankzij de extra crisisbelastingen op banken en bepaalde multinationals is hij er, zegt hij zelf, in geslaagd de financiële situatie van het land te stabiliseren. Het begrotingstekort is onder de 3% gebracht en zowel de inflatie, de werkloosheid als de staatsschuld zijn verminderd. Dus is er nu ruimte voor forse verlagingen van de energie- en waterlasten van huishoudens, de verhoging van de salarissen van leraren en artsen en een handhaving van de koopkracht voor gepensioneerden. Het land staat aan het begin van een periode van economische groei en bloei, zo herhaalt hij steeds weer.


Ja, het begrotingstekort is onder de 3% gebracht. Daarvoor was een hele reeks van bezuinigingsrondes nodig (hoewel Orbán in 2010 had beloofd dat er niet meer bezuinigd zou worden) en het is misschien vooral gedaan omdat Brussel anders wel eens de EU subsidies aan Hongarije zou kunnen gaan opschorten of bevriezen (ruim vier miljard euro netto per jaar dus geen kattenpis), maar toch, dat is gelukt. Maar dan heb je het ook wel gehad met de positieve cijfers.

De werkloosheid is ongeveer gelijk gebleven aan 2010. Niets geen één miljoen banen erbij, zoals Orbán destijds beloofde. Er is veel schijnwerkgelegenheid gecreëerd in de vorm van werkverschaffing tegen een gehalveerd minimumloon. Maar er zijn in de private economie geen banen – echte banen dus – bijgekomen en dat is wat telt. Bovendien zijn er bijna een half miljoen werkzoekenden naar het buitenland vertrokken, wat de werkloosheidscijfers ook nog eens danig vertekent.

Orbán heeft de staatsschuld tot staatsvijand nummer één verklaard. Maar wat hij ook beweert, die schuld is net als toen hij aan de macht kwam nog altijd iets boven de 80% (ondanks de inbeslagname van miljarden aan private pensioenreserves die als rook voor de zon zijn verdwenen). Bovendien zijn economen het er niet over eens hoeveel staatsschuld nu wel of niet acceptabel is: 80% is aan de ruime kant (hoewel niet perse alarmerend), maar 50% zoals in 2002 is weer heel weinig.

Het aantal mensen dat rond het bestaansminimum leeft is gestegen van ruim drie miljoen in 2010 naar vier miljoen mensen nu en daar bovenop zijn er inmiddels 1,38 miljoen Hongaren die onder het bestaansminimum leven. Dat wil zeggen dat 54% van de totale bevolking er bar slecht aan toe is. De oorzaken liggen in de invoering van de vlaktaks (waar de rijke 12% enorm van profiteerde maar de rest op verloor), de verhogingen van de BTW naar 27% en al die andere nieuwe belastingen die zijn ingevoerd en niet te vergeten de ongekend grofe bezuinigingen op sociale uitkeringen. Het klinkt dan vervolgens heel mooi om nu, met de verkiezingen van voorjaar 2014 in aantocht, leraren opeens een grote loonsverhoging van ruim 30% toe te zeggen. Maar diezelfde leraren, aan wie zo’n loonsverhoging overigens eigenlijk al was toegezegd in 2010, hebben sindsdien hun inkomen fors achteruit zien gaan. Gemiddeld verdiende een leraar in 2010 133.000 Ft., gecorrigeerd voor inflatie had dat nu 153.000 Ft moeten zijn maar het is in feite 128.000 Ft. En voor dat salaris moeten ze dan ook dankzij een nieuwe wet aanzienlijk meer uren maken dan voorheen. Kortom, die verhoging is vooral een sigaar uit eigen doos.

En dat geldt eigenlijk ook voor de campagne waarbij de regering de elektriciteit, gas- en waterbedrijven dwingt hun tarieven met tientallen procenten te verlagen. Dat klinkt aardig tot je bedenkt dat de tariefverlaging alleen maar betaald kan worden door de investeringen in het netwerk stil te leggen. Als gevolg daarvan verdwijnen er duizenden banen bij deze bedrijven en betalen we met zijn allen over een jaar of vier a vijf de tol in de vorm van blackouts en andere storingen in het net (die dan weer voor veel meer geld moeten worden opgelost)

En tenslotte de crisisbelastingen voor banken, telefoonmaatschappijen, grootwinkelbedrijven e.d. Het is natuurlijk niet onredelijk als grote bedrijven extra bijdragen in tijden van crisis. Maar wel op een redelijk niveau (de Hongaarse crisisbelasting is vele malen hoger dan in andere Europese landen) en in redelijk overleg (nu was het een dictaat en is de “tijdelijke” belasting allang permanent geworden). De onvoorspelbaarheid en willekeur waarmee de afgelopen drie jaar met het bedrijfsleven is omgegaan, betekent dat Hongarije zichzelf in de voet heeft geschoten.

Want daardoor is Hongarije de afgelopen jaren verder achterop geraakt op naburige landen als Polen, Tsjechië of Slowakije en zit het nu op het niveau van Roemenië en Bulgarije, meent Attila Chikán, een prestigieuze Hongaarse econoom en minister in een eerdere rechtse regering. Volgens zijn conservatieve collega en ex-president van de Nationale Bank György Surányi is daarbij vooral verontrustend dat de investeringen naar een absoluut dieptepunt zijn gedaald en dat kan niet anders dan negatieve lange termijn gevolgen hebben. Er wordt nu al anderhalf jaar minder geïnvesteerd dan nodig is om zelfs maar de bestaande economische activiteiten te vervangen. Oftewel, de economie teert in en de kans op blijvende groei is daardoor miniem.

Zoals Gordon Bajnai van Samen 2014 zegt: “Als ik Orbán hoor, is het alsof we in twee werelden leven. In Absurdistan gaat alles beter, maar in het echte Hongarije merk je daar niets van.”

vrijdag 28 juni 2013

Social engineering

De Hongaarse regering legt de banken in Hongarije opnieuw een aantal extra belastingen op. Nou ja, de banken, uiteindelijk draaien uiteraard de klanten voor het grootste deel op. Wat niet wegneemt dat bankieren in Hongarije een steeds moeizame affaire is geworden. “Een nachtmerrie,” noemde de topman van de CIB Bank het een paar maanden geleden. Het wachten is op de eerste buitenlandse bank die afhaakt…en dan is de regering Orbán wel bereid de betrokken instelling voor een zacht prijsje over te nemen.

Onder andere de onlangs ingevoerde financiële transactiebelasting (voor het opnemen of overmaken van geld) wordt verdubbeld en de banken krijgen ook een “eenmalige aanslag” van 75 miljard forint (300 miljoen euro) opgelegd, geld dat rechtstreeks in de staatskas gaat. Dat komt bovenop de diverse andere “tijdelijke” en “extra” belastingen die nu al een paar jaar bestaan en die ervoor hebben gezorgd dat de financiële sector volledig op slot zit: er wordt nauwelijks meer geld uitgeleend aan bedrijven (of individuen). Gecombineerd met het volledig wegvallen van investeringen omdat (internationale) bedrijven het economisch beleid van de regering Orbán voor geen cent vertrouwen, betekent dit dat de economie zo goed als stil staat.

Intussen maakt premier Orbán er geen geheim van dat hij banken over wil nemen; niet tijdelijk als noodoplossing maar permanent, omdat hij vindt dat minimaal 50% van de sector in “Hongaarse” handen moet zijn (nu is 90% van de sector eigendom van een hele reeks internationale bankconsortia). De voorbereidingen daarvoor gaan onverminderd door, afgelopen week met de nationalisatie van de kleine coöperatieve spaarbanken van het land. De Hongaarse overheid neemt daar een aandeel in en dwingt ze tot nationale samenwerking, waarin ook het postbedrijf betrokken wordt. Zo wordt een nieuwe nationale speler gecreëerd. Ook nam de overheid een 50% aandeel in twee kleine banken die eigendom zijn van twee oligarchen. Zodat er, als straks de ING of de CIB of welke andere bank dan ook de pijp aan Márton geeft, een staatsbank klaarstaat om de boel over te nemen.

Het is inmiddels een veel gehanteerd recept. De (internationale) energiemaatschappijen, die Orbán ook in staatshanden wil zien, worden met allerlei extra belastingen en dwangwetgeving ook onder grote druk gezet. E.ON is de eerste die nu heeft verkocht, het is een kwestie van tijd tot anderen volgen (er gaan al geruchten over het vertrek van TiGáz). Er wordt nu gedreigd met de invoering van een advertentiebelasting die vooral de twee grote onafhankelijke commerciële TV zenders (RTL en TV2) treft. Met name TV 2, dat al jaren verliesgevend is, zou overwegen om te verkopen en onder insiders gaat het gerucht dat een aan Fidesz gelieerd mediabedrijf klaar staat om de boel over te nemen. Een zelfde lot wacht zelfs mogelijk het links-liberale dagblad Népszabadság. De door Fidesz geïnstalleerde mediaraad heeft de uitgevers Ringier en Springer verboden om in Hongarije hun kranten samen te voegen (iets wat elders in de regio wel gebeurt). De vraag is echter hoe lang Ringier, eigenaar van Népszabadság, de verliesgevende krant nog kan en wil financieren. Een van de potentiële kopers is een aan Fidesz gelieerde onderneming.

En zo groeit de macht van het Fidesz netwerk in de economie gestaag. Transparency International wees een jaar geleden op dit nieuwe verschijnsel dat ze “state capture” noemde: een economische belangengroep die de overheid overneemt en gebruikt ten eigen bate. Bálint Magyar, liberaal politicus en voormalig minister van onderwijs, gebruikt in een recent artikel zelfs de harde woorden: “een postcommunistische maffiastaat.” In zijn optiek is dit het eigenlijke doel van de hele operatie: Fidesz gebruikt haar politieke almacht voor het creëren van een geheel nieuwe economische en heersende elite bestaande uit haar eigen netwerk van aanhangers en vrienden (zie ook de tabakswinkels, de landbouwgrond affaires, het massaal toewijzen van openbare uitschrijvingen aan bevriende bedrijven enz. enz.). Zoiets is na vier jaar al moeilijk meer terug te draaien, laat staan na acht of twaalf jaar. “Social engineering” in de 21e eeuw.

zondag 2 juni 2013

Voetbalsupporters té tolerant

Een groep supporters van de nieuwe Hongaarse voetbalkampioen Győri ETO kwam onder vuur vanwege spandoeken die …. te tolerant en liberaal waren. Stel je voor, een groep supporters van het elftal – waarvan meer dan de helft van de selectie bestaat uit spelers uit meer dan tien landen – hield tijdens de kampioenswedstrijd een spandoek omhoog met de tekst “Veel naties, één team – Bedankt!”

De gewraakte spandoeken en vlaggen
Ook zwaaiden ze niet alleen met Hongaarse vlaggen maar eveneens met vlaggen van de landen waar een deel van hun buitenlandse spelers vandaan kwamen, zoals Slowakije, Servië en Roemenië. En dat kon toch allemaal echt niet,  met dat soort gedrag worden de gevoelens van veel Hongaren gekwetst, zo heette het. De officiële supportersvereniging schreef eerst een openbare excuusbrief waarin dit laakbare gedrag werd geweten aan “een kleine groep” en hief zichzelf vervolgens op. Maar niet nadat ze vergiffenis had gevraagd “van ieder Hongaar en mede supporter, maar vooral van onze Hongaarse Vrienden die buiten de grenzen van Hongarije leven.” In Nederland proberen supportersverenigingen het extremistische gedrag van kleine groepen supporters in toom te houden, hier is het precies andersom. Op zijn minst opvallend, die omgekeerde wereld.

Verder de afgelopen week

* Afgevaardigden van Fidesz maken er geen geheim van dat de nieuwe regels rond de financiering van verkiezingscampagnes ondermeer bedoeld zijn om oppositiebeweging Samen 2014 van Gordon Bajnai dwars te zitten, aldus Internetsite Index. De nieuwe regels bepalen ondermeer dat partijen geen steun mogen ontvangen van grote commerciële bedrijven, anonieme donoren en buitenlandse stichtingen e.d. Samen 2014 krijgt ondermeer geld van een Amerikaanse stichting ter bevordering van de democratie, maar dat mag dus niet. Let wel, Fidesz ontving in 2006 en 2010 veel steun van grote Hongaarse bedrijven en van bijvoorbeeld de Konrad Adenauer Stiftung en de Friedrich Neumann Stiftung. Maar nu de partij de regering is, de publieke media beheerst en zich zwaar heeft ingekocht in de private media, heeft het aan dat soort financiering weinig behoefte meer. Vorige week nog lag er weer een folder in mijn brievenbus waarin uitgebreid de fantastische resultaten van deze regering werden geschetst. Dat was natuurlijk absoluut geen partijpropaganda, maar eerlijke regeringsvoorlichting (op kosten van de belastingbetaler). Ook verder zijn de nieuwe regels op zijn minst discutabel. Zo wordt de overheidssubsidie aan parlementaire partijen in het verkiezingsjaar geheel stopgezet en is er alleen een beperkte subsidie voor de verkiezingskas. Daar heeft “de regering” uiteraard geen last van, maar het kost oppositiepartijen een hoop geld. Voor het geval die overwegen om het geld via sluipwegen te dirigeren, waarschuwt de wet dat er strikte controle op naleving zal zijn en dat geld dat tegen de regels in wordt geworven, in beslag zal worden genomen en zal worden afgetrokken van de verkiezingssubsidie. Dit alles uiteraard ter bevordering van de transparantie en openheid.

* De regering is uiteraard zeer blij met het voornemen van de EU om de speciale procedure op te heffen die nu al jaren bestaat tegen Hongarije wegens het niet nakomen van de 3%-norm voor het begrotingstekort. De EU heeft weinig keus, omdat de regering Orbán de laatste twee jaar dat tekort inderdaad drastisch heeft teruggebracht (zei het op een zeer discutabele manier). De opheffing wordt, zoals te verwachten, door de regering Orbán als een grootse overwinning gevierd en als een bewijs dat haar economisch beleid zeer succesvol is. Hetzelfde gebeurt zodra er ook maar de minste flinter van positief economisch nieuws is, bijvoorbeeld de voorspelling dat er in 2013 wellicht een hele kleine economische groei zal zijn. Maar bij al die opgetogen regeringspropaganda worden steevast twee dingen vergeten. De belofte van Orbán drie jaar geleden was niet een stabilisatie van de werkloosheid en 0,1% of 0,2% groei, maar één miljoen banen erbij en vele procenten groei per jaar. Daar zijn we heel ver vandaan. Sterker nog, de onderliggende tendens is zeer negatief: Hongarije doet het aanzienlijk slechter dan diverse buurlanden in de regio en de investeringen in het land dalen nog steeds, wat weinig goeds voorspelt voor de komende jaren.

* De regering Orbán wil een nieuwe advertentiebelasting invoeren, die geheven zal worden over de advertentie inkomsten van grote mediabedrijven. De belasting dreigt vooral de private zenders RTL en TV-2 zwaar te treffen. Linkse en centrumrechtse critici vrezen dat dat geen toeval is maar alles te maken heeft met het feit dat deze zenders niet onder strikte regeringscontrole staan (zoals de publieke TV). De totale opbrengst van de belasting is in verhouding tot de begrotingsproblemen te verwaarlozen maar voor de betrokken bedrijven is het een zeer zware financiële aanslag en als de belasting doorgaat zullen ze op zijn minst overwegen of ze hun uitzendingen in Hongarije niet beter kunnen stopzetten.

* Twee niet gouvernementele organisaties, anticorruptie waakhond Transparency International (TI) en mensenrechtengroep TASZ, zijn het oneens over de beoordeling van de nieuwe wet op het screenen van hoger overheidspersoneel (zie mijn vorige post, waarin ik de beoordeling van TASZ als uitgangspunt nam). Het is bijvoorbeeld niet waar, aldus een vertegenwoordiger van TI, dat de nieuwe wet allerlei zware controle methodes (afluisteren enz.) toestaat zonder gerechtelijk bevel of gerede aanleiding. TI is het ermee eens dat de nieuwe wet op een aantal punten onjuist en onduidelijk is (met name op de vraag wat er met de vergaarde informatie over betrokkenen gebeurt), maar vindt dat TASZ in haar kritiek verder schromelijk overdrijft.

zondag 3 maart 2013

En dat is negen…



Ze zullen de financiële markten vast nog een tijdje voor de mal houden, maar in feite heeft de Hongaarse Nationale Bank zojuist zijn onafhankelijkheid verloren, aldus het commentaar van een financiële specialist op de benoeming van György Matolcsy tot nieuwe gouverneur van de Hongaarse Nationale Bank (MNB) per 4 maart 2013. Intussen blijft premier Orbán in weerwil van de simpele feiten keihard beweren dat het onorthodoxe economische beleid van de afgelopen drie jaar, waarvan Matolcsy als superminister van economische zaken de bedenker was, een enorm succes is.

De benoeming van Matolcsy als opvolger van de onafhankelijke András Simor, wiens termijn van zeven jaar is afgelopen –  werd een paar maanden geleden door de meeste financiële deskundigen nog gekarakteriseerd als een “rampscenario.” Maar het was inmiddels al weken niet echt een verrassing meer en dus was de schok er al vanaf. De gevolgen zullen echter ernstig zijn, denkt financieel analist Peter Attard Montalto. Op portfolio.hu concludeerde hij dat we moeten rekenen op “een groter en meer dramatisch verlies aan geloofwaardigheid (…), minder transparantie en het verdwijnen van onafhankelijk en onbevooroordeeld onderzoek en analyse over de financiële sector en belastingkwesties.” Vanaf nu is de Nationale Bank een uitvoerend orgaan van de regering en van premier Orbán. Dat is dus onafhankelijk controle instituut nummer negen dat eraan moet geloven. Er zijn al eerste berichten dat de staf van de bank nu gescreend wordt op haar politieke betrouwbaarheid. Attard Montalto verwacht dat de twee vicedirecteuren van de bank op korte termijn ontslagen zullen worden, snel gevolgd door een ontslaggolf onder de gehele staf.

Premier Orbán blijft intussen uitdragen hoe enorm succesvol het onorthodoxe economische en financiële beleid van de afgelopen drie jaar, dat is uitgedacht door Matolcsy, zou zijn. De werkelijkheid is bepaald anders, meent László Békesi, econoom en zelf minister van financiën in 1989/1990 en 1994/1995, in een artikel in de Budapester Zeitung.
Ja, het begrotingstekort is op papier teruggedrongen tot rond de 3%. Maar dat is gebeurd door de private pensioenfondsen te nationaliseren (niet alleen diefstal, maar ook nog dom want toekomstige generaties zullen daarvoor extra moeten dokken), door (buitenlandse) banken en multinationals buitensporig hoge extra belastingen op te leggen (waardoor de investeringen volledig stil zijn komen te vallen en de economie in een recessie is geraakt) en door een reeks antisociale maatregelen (belastingverlaging voor de rijken, belastingverhoging voor de armen en inkomens tot en met modaal).  
Ja, de staatsschuld is afgenomen van 81% naar 79%. Maar omdat de economie dusdanig in het slop is geraakt dat er de komende jaren geen serieuze groei te verwachten is, zal de schuldenlast onvermijdelijk binnenkort weer gaan groeien.
Ja, de werkloosheid is op papier iets gedaald. Maar dat komt alleen maar omdat meer dan 100.000 werklozen in tijdelijke werkverschaffings-baantjes zijn gedwongen waar ze voor een  fors verlaagd minimumloon moeten werken, want een uitkering krijgen ze anders niet. Zowel bij de overheid als in de private sector nemen de reguliere banen nog altijd gestaag af en er waren nog nooit zoveel faillissementen van bedrijven als afgelopen jaar. En stel je voor hoe hoog de werkloosheid zou zijn als er de afgelopen drie jaar niet een paar honderdduizend Hongaren waren geëmigreerd?

Verder de afgelopen week:

- De recent benoemde onderstaatssecretaris voor Hoger Onderwijs István Klinghammer suggereerde onlangs dat er een soort buitenlands complot is om de kwaliteit van het onderwijs in Hongarije te ondermijnen. “Het is niet in het belang van buitenlanders dat er onderwijs van hoge kwaliteit is in Hongarije,” aldus de 72-jarige Klinghammer, een echte man van de oude garde. Dat lijkt me helemaal de juiste houding om een modernen Europees  universitair systeem op te bouwen.

- Op diverse universiteiten zijn de eerste massaontslagen van professoren en docenten begonnen. Onder degenen wiens namen op de lijst staan behoren zeer vooraanstaande wetenschappers.  Studenten hebben acties gehouden om tegen deze ontslaggolf te protesteren. Daarbij werden onder meer menselijke ketens gevormd rond een aantal faculteiten.

- De regering heeft, ondanks een paar vage toezeggingen aan actievoerende studenten, ook haar plannen om de autonomie van de universiteiten in te perken, niet ingetrokken. Ideeën om rectoren voortaan door de regering aan te laten stellen en om op alle universiteiten een financiële regeringscommissaris neer te zetten die over de financiën gaat, gaan nu mogelijk in de Fidesz grondwet worden verankerd.

- Ook het strafbaar stellen van dakloosheid, onlangs nog door een meerderheid in het Grondwettelijke Gerechtshof  als onconstitutioneel bestempeld, komt nu wellicht gewoon in de grondwet (en is dan dus niet meer ongrondwettelijk).

- Ook overweegt Fidesz om een deel van de (toch al zeer halfbakken) concessies die ze had gedaan aan de Raad van Europa omtrent de mediawetgeving weer ongedaan te maken. Er was ondermeer toegezegd dat het hoofd van de mediaraad na een zittingsperiode van negen jaar niet voor nog eens negen jaar herkozen kon worden. Maar dat wordt nu wellicht toch mogelijk.



zaterdag 16 februari 2013

Godgeklaagd



Een openbare school (lagere en middelbaar onderwijs) in Balatonfüred, waarvan het beheer vorig jaar door de gemeente is overgedragen aan de Gereformeerde Kerk, heeft twee leraren ontslag aangezegd omdat….ze niet met voldoende overtuiging meezongen tijdens het ochtendgebed. “Mijn kind kwam op een dag huilend thuis omdat haar klassenleraar ontslagen wordt,” aldus een ouder tegenover TV-zender ATV. Boze ouders zijn een petitie gestart omdat hen was beloofd dat beheer door de kerk geen consequenties zou hebben voor anders- of niet-gelovige kinderen op de school, die nog steeds uit algemene middelen wordt gefinancierd.

De nieuwe schoolleiding bevestigt tegenover ATV dat de twee leraren eruit gezet worden omdat ze onvoldoende hun best deden om de kinderen op te voeden tot toegewijde leden van de kerk en het land, zoals de Gereformeerde Kerk dat voorschrijft.  Maar meer willen de directeur en de plaatselijke dominee, die ook bij het besluit betrokken was, niet zeggen omdat de klachten van anonieme ouders komen. Maar ja, die ouders hebben kinderen op school en durven om begrijpelijke redenen niet met naam en toenaam naar buiten te treden.

Ook boze studenten zetten hun acties nog altijd voort.
Natuurlijk, dit komt niet elke dag op elke school voor, er zijn ook plaatselijke kerkbesturen die anders met de door hen overgenomen scholen omgaan en het is dus niet maatgevend. Maar het is ook geen geïsoleerd incident en het feit dat dit soort dingen je als ouder en leraar in Hongarije kunnen overkomen, in Europa in de 21e eeuw, is…..godgeklaagd?


Verder de afgelopen week:

- Zoals eerder gemeld zijn er ook zo’n 1100 scholen in het hele land opnieuw genationaliseerd en onder beheer geplaatst van een nieuw centraal bureau van het ministerie van onderwijs, kortweg KLIK genaamd. Dat KLIK heeft diverse regionale kantoren opgezet die natuurlijk moesten worden ingericht. Stel je de verbijstering voor van leraren en schooldirecteuren die meemaakten hoe op een ochtend KLIK-medewerkers hun school binnen kwamen en de spullen die ze nodig hadden gewoon meenamen: beeldschermen,  computers, bureaus, kasten, gemakkelijke stoelen voor gasten. Die hebben wij meer nodig dan jullie, kregen ze volgens weekblad HVG te horen. Heet dat in de meeste landen niet gewoon diefstal? Maar ja, wat doe als schoolhoofd dat volledig van datzelfde KLIK afhankelijk is?
- Eén op de vijf Hongaren overweegt naar het buitenland te gaan op zoek naar werk, een beter inkomen, beter onderwijs enz. Onder jongeren onder de 30 jaar is dat cijfer zelfs 48%! Maar ja, onder jongeren is de werkloosheid inmiddels ook toegenomen tot 27,4%.

- De Hongaarse economie is het afgelopen kwartaal gekrompen met maar liefst 2,7%, waarmee het gemiddelde uitkomt op 1,7% over heel 2012. Daarmee doet Hongarije het aanzienlijk slechter dan de andere landen in de regio. Maar Premier Orbán blijft doodleuk herhalen dat het regeringsbeleid een groot succes is onder het motto dat als je een leugen vaak genoeg herhaalt, een deel van het publiek het gewoon gelooft. De krimp is slechts het gevolg van de tegenvallende resultaten van de Europese economie als geheel, maar in de tweede helft van dit jaar komt de grote wederopleving, aldus Orbán. Precies wat hij ook zei in 2010, 2011 en 2012.

- Regeringspartij Fidesz is bezig haar eigen grondwet opnieuw op een aantal punten aan te passen met het doel de bevoegdheden van het Grondwettelijke Hof verder in te perken. De kleine meerderheid van niet door Fidesz benoemde rechters in dat Hof keurden onlangs een aantal controversiële wetten af (waaronder een aparte kiezersregistratie) omdat ze niet in overeenstemming waren met de grondwet en de grondwettelijke praktijk. Maar vanaf nu mag dat Hof zijn oordelen niet meer baseren op de jurisprudentie van vóór 1 januari 2012 (toen de nieuwe grondwet werd ingevoerd) en mag ze amendementen op die grondwet niet meer inhoudelijk beoordelen maar alleen nog op juridisch-technische gronden. Daarmee worden twee decennia van gerechtelijke uitspraken simpelweg geschrapt en kan de regering Orbán allerlei controversiële maatregelen die ze wil nemen in haar grondwet verankeren.

- Fidesz heeft ook een nieuwe Civiele Code aangenomen die op 1 januari 2014 ingaat. Daarbij zijn op het allerallerlaatste moment weer een aantal wijzigingen doorgevoerd waarover niet meer gedebatteerd kon worden, alleen nog maar gestemd. Er is ondermeer vastgelegd dat ook bedrijven die grote openbare aanbestedingen winnen, niet alle feiten en cijfers over zo’n project en hun bod openbaar hoeven te maken maar een beroep kunnen doen op het bedrijfsgeheim. Politici en andere autoriteiten krijgen in deze code het “onvervreemdbare recht op persoonlijke waardigheid,” een formulering die de mogelijkheid biedt om scherpe publieke kritiek of god-beter-het sarcasme en satire aan te pakken. Tenslotte is opnieuw vastgelegd dat een huwelijk alleen mogelijk is tussen man en vrouw.

- Veel debat over de hoeveelheid subsidie die Hongarije tussen 2014 en 2020 kan krijgen van Brussel. Volgens premier Orbán heeft hij een geweldig resultaat uit de onderhandelingen gesleept en krijgt Hongarije meer dan ooit, namelijk 712.000 forint per hoofd van de bevolking, tegenover 660.000 forint per hoofd van de bevolking voorheen. Hij vergeet echter te vermelden dat het absolute steunbedrag fors naar beneden is gegaan van €25,7 miljard naar €20,4 miljard, een korting van ruim 20% (terwijl het totale steunbedrag van de hele EU met 3% is gekort en Polen bijvoorbeeld zelfs in absolute termen meer heeft gekregen). Orbán komt aan zijn “gunstige” cijfers omdat hij de verzwakte koers van de forint en het feit dat de bevolking aanzienlijk is afgenomen, niet meerekent. Er zijn zoals bekend leugens, grove leugens en statistieken.

zondag 13 januari 2013

Hate speech

Een artikel van een vooraanstaand lid van regeringspartij Fidesz, waarin zigeuners “beesten” worden genoemd en een nauwelijks verholen oproep wordt gedaan ook fysiek en met bruut geweld met hen af te rekenen, leidde tot grote commotie. Zelfs binnen Fidesz gaan stemmen op om de man uit de partij te zetten.

Zsolt Bayer (l) en premier Orbán: beste vrienden.
In het gewraakte artikel schreef Zsolt Bayer, commentator bij de rechts-nationalistische krant Magyar Hirlap, dat “een aanzienlijk deel van de Zigeuners ongeschikt is om mee samen te leven. Ze zijn ongeschikt om onder de mensen te zijn. Het zijn dieren en ze gedragen zich als dieren…Als zo iemand weerstand ondervindt, moordt hij. Hij vernietigt waar en wanneer het in hem opkomt…Hij wil hebben wat hij ziet. Als hij het niet krijgt, neemt hij het en doodt…Er komen slechts ongearticuleerde geluiden uit zijn dierlijke schedel en het enige wat hij begrijpt is bruut geweld…Dit soort dieren zouden er niet moeten zijn. Absoluut niet. Dit moet worden aangepakt, onmiddellijk en op wat voor manier dan ook.”

Bayer had al een reputatie vanwege zijn talloze virulente stukken tegen alles wat links, progressief, liberaal, te Europees, on-Hongaars en uiteraard joods is. Maar hij is ook één van de drie organisatoren van de grote pro-regerings Vredesmarsen tegen de EU, het IMF en “de kolonialisering” van Hongarije. Hij is ook een van de oprichters van Fidesz (lidmaatschapskaart no.5). En hij is een persoonlijk vriend van premier Viktor Orbán.

Maar zelfs binnen Fidesz begint er nu kritiek op te wellen. Een vooraanstaand partlid noemde Bayer “een clown.” Minister van justitie Tibor Navracsics verklaarde op de vraag of Bayer niet uit de partij gezet zou moeten worden, “dat er voor mensen die andere mensen voor een groep dieren uitmaken, geen plaats is in de gemeenschap.” Sommige commentatoren speculeerden dat Bayer op het punt stond uit Fidesz gegooid te worden. Of dat er van komt, is de vraag.

In het cynische en Machiavellistische denken van premier Orbán is alles toegestaan als het maar politiek gewin oplevert: liegen, bedriegen, haat zaaien, rechtse retoriek, linkse retoriek. En zijn vriend Zsolt speelt zijn rol van extreemrechtse agitator die Jobbik de wind uit de zeilen neemt en potentiële Jobbik stemmers bij Fidesz houdt al heel lang en heel succesvol.

Verder de afgelopen week:

- over linkse retoriek gesproken: volgens nieuwssite Index circuleert binnen regeringskringen nu ook het idee om eind 2013 alle gepensioneerden (drie van de tien miljoen Hongaren!) toch weer een 13e maand te geven. Dat komt dan bovenop de geforceerde energieprijsverlagingen die ik vorige keer al vermeldde (min 20 tot min 30%). Dat heeft uiteraard allemaal helemaal niets te maken met de verkiezingen die er in mei 2014 zijn.

- om een of andere reden besloot de regering tegelijk wel dat de pensioneringsregels vanaf 1 januari strikt moeten worden toegepast en wel per direct. Iedereen die een pensioen heeft en daarnaast ook nog een baan, moet voor 31 januari a.s. ofwel zijn pensioen ofwel zijn inkomen van die baan opgeven. Verzoeken tot een uitzondering hierop moeten voor die tijd worden ingediend bij het bureau van de premier. Deskundigen vrezen een totale chaos. Op de eerste plaats wordt bijvoorbeeld de toch al belazerde gezondheidszorg voor een belangrijk deel overeind gehouden omdat veel gepensioneerden doorwerken. Van de 35.000 artsen is een kwart al gepensioneerd en moet 42% binnen tien jaar met pensioen. Wat moeten die artsen nu doen? Ontslag nemen? Voor niets werken? Hun pensioen opgeven? En bovendien kunnen veel gepensioneerden die wat minder hoog op de maatschappelijke ladder staan (arbeiders, leraren enz.) alleen maar van hun schamele pensioentjes overleven omdat ze ernaast een klein baantje hebben. Ondoordacht dus, op zijn minst.

- Vanaf 1 januari zijn een groot aantal scholen die tot nu toe onder locale overheden vielen gerenationaliseerd. Maar zoals gebruikelijk is de operatie slecht voorbereid en georganiseerd, zodat scholen geen enkele duidelijkheid hebben over budgetten, salarissen, leerprogramma’s e.d. Sommige scholen vrezen dat ze op korte termijn geheel of gedeeltelijk dicht moeten.

- Ook gebruikelijk is dat het nieuwe centrale regeringsbureau waar al deze scholen nu onder vallen, is vernoemd naar een politicus uit de Horthy-tijd. In dit geval gaat het om Kuno von Klebelsberg, ministerie van Cultuur en Onderwijs van 1922-1931. De regering benadrukt dat Von Klebelsberg verantwoordelijk was voor de sterke uitbreiding van openbaar onderwijs in die tijd. Maar daarbij wordt vergeten dat de man ook een van de architecten was van de antisemitische numerus clausus uit die jaren, met name de geniepige variant die in 1928 werd ingevoerd toen de open variant uit 1921 (de eerste in Europa) onder druk van de Volkerenbond moest worden ingetrokken. Op zijn minst een ambivalent man, dus.

- Op de financiële markten begint de onrust over de aantasting van de onafhankelijkheid van de Hongaarse Nationale Bank toe te nemen, met een verzwakking van de forint tot gevolg (sinds een paar dagen staat die weer boven de 290 voor de Euro). Er zijn de nodige geruchten dat minister van economische zaken en financiën Matolcsy, de architect van het “onorthodoxe beleid” van de afgelopen jaren, die positie krijgt. “De slechtst denkbare uitkomst,” aldus het commentaar van een financiële analist.

- De conservatieve econoom István Hamecz schreef in het conservatieve weekblad Heti Válasz dat het hoofdprobleem van de Hongaarse economie op het moment is dat investeringen uitblijven. De reden? Het onberekenbare economische beleid en de rechtsonzekerheid die het gevolg zijn van het regeringsbeleid van de afgelopen 2 ½ jaar.

- Omdat de regering geen overeenkomst met het IMF wenst te sluiten, betaalt Hongarije een ongeveer twee keer zo hoge rente op leningen. Dat kost het land, aldus berekeningen van website Portfolio zo’n 600 miljard forint (iets meer dan 2 miljard Euro) per jaar. Om dat een beetje in perspectief te plaatsen: dat is drie keer zo veel als de staatsinkomsten aan omzetbelasting van ondernemingen of 40% van de staatsinkomsten aan persoonlijke inkomstenbelasting of een kwart van de totale BTW inkomsten of een kwart van de totale uitgaven aan pensioenen.