Posts tonen met het label banken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label banken. Alle posts tonen

vrijdag 6 september 2013

Icipici (spreek uit: ietsiepietsie)

Een derde van de Hongaren is nog steeds blij met het EU lidmaatschap, 22% is er tegen en maar liefst 39% van de Hongaarse burgers zegt niet goed te weten wat ze er van moet vinden, aldus een onderzoek van opiniepeiler Tarki. Hoewel er dus nog altijd geen meerderheid tégen de EU is, is er ook geen duidelijke meerderheid meer vóór de EU zoals dat het geval was in 2004 toen we lid werden.

Dat mag je best verwonderlijk noemen in een land dat de afgelopen vijf jaar meer dan 9 miljard euro aan financiële steun ontving van de EU (subsidies ter waarde van 14 miljard minus de Hongaarse bijdrage van ongeveer 1 miljard per jaar), een land dat dankzij de multinationale ondernemingen een draaiende economie heeft zodat honderdduizenden mensen banen en inkomens hebben, een land dat mede dankzij de EU tegenwoordig een aanzienlijk schoner milieu heeft en een land dat mede dankzij de EU in redelijke vrede leeft met zijn buren die tenslotte ook lid zijn van de club. En dan heb ik het nog niet over de mogelijkheid om gewoon over de grens in andere landen te gaan werken of een bedrijf op te zetten, over de mogelijkheid om elders in Europa te gaan studeren omdat diploma’s ook daar geldig zijn en omdat de EU daar speciale subsidies voor geeft, over de (publieke) instituten die met hulp van de EU zijn opgezet om de rechten van burgers en consumenten te behartigen, over de talloze projecten in het onderwijs, de gezondheidszorg, het gevangeniswezen enz. enz.enz.

Natuurlijk, er is ook allerlei mis in en met de EU en er is dus nog heel veel te verbeteren. Maar als ik door Vác fiets, zie ik echt overal bordjes met de tekst “aangelegd dankzij subsidie van de EU”: een plein dat is opgeknapt, een school die een nieuwe gymzaal heeft, een treinstation dat wordt gemoderniseerd, een mobiele dijk tegen de watersnood, een weg die is geasfalteerd en een fietspad heeft gekregen, de zuiveringsfilters op de cementfabriek, allemaal dankzij de EU. Natuurlijk kun je zeggen dat Hongarije als lid van de EU daar contractueel “recht op heeft,” maar een ietsiepietsie (Hongaars: “icipici”) gevoel voor perspectief zou niet slecht zijn.

Maar ja, wat wil je als je in de door Fidesz gecontroleerde media premier Viktor Orbán en zijn ministers steeds weer hoort uithalen tegen de EU en Brussel: dat “ze”ons willen koloniseren, dat “ze”ons uitzuigen, dat “ze”ons aanvallen, dat “ze” verantwoordelijk zijn voor de problemen van de Hongaarse economie, de werkloosheid, de staatsschuld, de schuldproblemen van mensen die geleend hebben in Euro’s en Zwitserse franks, de hoogte van de prijzen van gas en elektriciteit, de dalende kwaliteit van het onderwijs, de ongehoorzaamheid van de jeugd, de slechte TV programma’s, de kwaliteit van de weersvoorspellingen (jawel, serieus) en wie weet wat nog meer. Dat veel Hongaren het dus inmiddels niet meer weten, is nou weer niet zo verwonderlijk. Hoewel? Gewoon een ietsiepietsie om je heen kijken?

Verder de afgelopen week:

* De regering voert de druk op de banken op om opnieuw grote verliezen te nemen op de uitstaande leningen in Euro’s en Zwitserse Franken. Een paar honderdduizend mensen zitten nog steeds met enorme schuldenlasten vanwege hun leningen in harde valuta waarvan de wisselkoers sinds de crisis enorm is verslechterd (zodat ze in forinten veel meer moeten afbetalen). Volgens premier Orbán hebben de banken de mensen destijds belazerd met die leningen en hebben ze dus nu de morele plicht hen een aanzienlijk deel van hun schuld kwijt te schelden. Zwart-wit en daarmee volstrekte onzin, maar goed. Als de banken in November niet “vrijwillig” een goed plan op tafel hebben gelegd, legt de regering een regeling op. Dat zal de economie weer goed doen.

* Niemand zegt dat Mercedes, dat recent in Kecskemét een grote fabriek opende voor de productie van de luxe Mercedes-Benz CLA, alweer uit Hongarije vertrekt. Sterker nog, desgevraagd zegt een woordvoerder dat er geen sprake van is dat zo’n besluit is genomen. Maar het is ook duidelijk dat Mercedes – dat door de vorige regeringen Gyurcsány en Bajnai naar Hongarije is gehaald – inmiddels een stuk minder enthousiast is. Een besluit over een grote uitbreiding van de fabriek, dat al genomen had zullen zijn, is nog niet af- maar wel uitgesteld. En in internationale media hebben diverse vertegenwoordigers van Daimler ook bevestigd dat de mogelijkheid bestaat dat de productie van de betreffende luxe auto naar Mexico verhuist. Maar een besluit ligt er nog niet.

* “De gedwongen nationalisatie van de kleine spaarfondsen zal worden gevolgd door de herprivatisatie aan Fidesz vrienden en familie, dus deze nationalisatie is nog immoreler dan die van de banken door de communisten in 1947,” aldus de secretaris van de Vereniging van Hongaarse Ondernemers en Werkgevers, Ferenc Dávid.

* De Orbán regering trekt jaarlijks nog maar 123.3 miljard forint (425 miljoen euro) uit voor het hele hoger onderwijs, terwijl er naar sport inmiddels al 116.4 miljard forint (400 miljoen euro) gaat.

zaterdag 27 juli 2013

Hongaars-nationaal grootkapitaal

Voor de Hongaarse regering is de versterking van het Hongaars-nationale kapitaal, niet alleen onder de kleine en middelgrote bedrijven maar ook onder de grote ondernemingen, van uitzonderlijk belang. Dat was volgens nieuwssite Index een van de thema’s van de toespraak van premier Viktor Orbán tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in het Roemeense plaatsje Tusnádfürdö op zaterdag 27 juli.

Het luxe voetbalstadion in aanbouw naast Orbán's huis
Tijdens de jaarlijkse ‘zomeruniversiteit’ van aan Fidesz verwante organisaties van Roemeense Hongaren in dit plaatsje in Transylvanië houdt Orbán altijd een redevoering waarin hij vaak elementen van zijn lange termijn visie toelicht. Ditmaal waren dat met name de rol van krachtige nationale staten tegenover een steeds zwakkere EU – zoals bekend wordt Orbán steeds EU sceptischer – en het belang van de opbouw van een sterke Hongaars-nationale kapitalistenklasse.

“De opbouw van een netwerk van grote Hongaarse ondernemingen die de internationale concurrentie aankunnen, vordert gestaag,” zei de premier ondermeer. De ondernemingen die hij daarbij op het oog heeft zijn niet alleen de grote ‘Hongaarse’ bedrijven die al langer actief zijn op de markt, zoals oliemaatschappij MOL, bouwbedrijf en projectontwikkelaar Trigranit, de OTP bank en geneesmiddelenonderneming Richter. Hij rekende daar nadrukkelijk ook de aan Fidesz gelieerde nieuwkomers op de markt bij, zoals de bedrijven van een aantal Fidesz oligarchen (Simicska, Nyerges en Fellegi) en natuurlijk de nieuwe grote Hongaarse spaarbank die het gevolg zal zijn van de recente nationalisatie en samenvoeging van kleine spaarverenigingen in het hele land (meer dan 100 kleine investeerders raakten zo de controle over hun kapitaal kwijt).

Volgens sommige critici vergeet Orbán in dit streven zijn eigen familie ook niet. Formeel bezit de premier zelf al decennialang niet meer dan een woning in Boeda, een buitenhuis in het dorp Felcsut, een auto en een bescheiden middenklasse inkomen. Maar als je alle eigendommen vergaard door zijn vader, zijn vrouw en ettelijke mensen die als stromannen worden gezien bij elkaar optelt, dan behoort de familie Orbán inmiddels misschien wel tot de vijf rijkste van Hongarije, menen sommigen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat een wat wilde schatting is, want niemand weet precies hoe het zit en de echte feiten zijn niet of nauwelijks boven water te krijgen.

Het is onvermijdelijk dat bij het van Fidesz-staatswege uitbouwen van zo’n nieuwe economische elite – gepresenteerd als het voltooien van de echte anticommunistische systeemomwenteling die in 1990 nooit echt van de grond kwam – af en toe ook de nodige wrijvingen ontstaan met zittende oligarchen wier belangen soms even tweede viool spelen. Zo uitte Sándor Demjan, eigenaar van Trigranit en ook betrokken bij de kleine spaarfondsen, recent felle kritiek op die nationalisatie. Ook zijn er volgens sommige commentatoren de nodige wrijvingen met Sándor Csányi, topman en grootaandeelhouder van de OTP bank (en nog tientallen andere bedrijven o.a. in de voedselindustrie). Zijn onverwachte stap om een deel van zijn OTP aandelen te verkopen en de scherpe val in het bankaandeel die daar direct het resultaat van was, leidde tot de nodige speculaties over een ruzie met Orbán (waarbij Csányi met zijn actie zou hebben willen laten zien: kijk, dit kan er gebeuren er als je mijn belangen onvoldoende in het oog houdt). Maar zelfs als een enkele oligarch zijn steun voor Fidesz in alle openheid
zou opzeggen – en daar zijn we nog lang niet – dan nog is het onwaarschijnlijk dat zoiets de strategische koers van Orbán wezenlijk beïnvloedt.

zaterdag 20 juli 2013

In Absurdistan gaat het beter

Volgens premier Viktor Orbán gaat het beter met Hongarije. Dankzij de extra crisisbelastingen op banken en bepaalde multinationals is hij er, zegt hij zelf, in geslaagd de financiële situatie van het land te stabiliseren. Het begrotingstekort is onder de 3% gebracht en zowel de inflatie, de werkloosheid als de staatsschuld zijn verminderd. Dus is er nu ruimte voor forse verlagingen van de energie- en waterlasten van huishoudens, de verhoging van de salarissen van leraren en artsen en een handhaving van de koopkracht voor gepensioneerden. Het land staat aan het begin van een periode van economische groei en bloei, zo herhaalt hij steeds weer.


Ja, het begrotingstekort is onder de 3% gebracht. Daarvoor was een hele reeks van bezuinigingsrondes nodig (hoewel Orbán in 2010 had beloofd dat er niet meer bezuinigd zou worden) en het is misschien vooral gedaan omdat Brussel anders wel eens de EU subsidies aan Hongarije zou kunnen gaan opschorten of bevriezen (ruim vier miljard euro netto per jaar dus geen kattenpis), maar toch, dat is gelukt. Maar dan heb je het ook wel gehad met de positieve cijfers.

De werkloosheid is ongeveer gelijk gebleven aan 2010. Niets geen één miljoen banen erbij, zoals Orbán destijds beloofde. Er is veel schijnwerkgelegenheid gecreëerd in de vorm van werkverschaffing tegen een gehalveerd minimumloon. Maar er zijn in de private economie geen banen – echte banen dus – bijgekomen en dat is wat telt. Bovendien zijn er bijna een half miljoen werkzoekenden naar het buitenland vertrokken, wat de werkloosheidscijfers ook nog eens danig vertekent.

Orbán heeft de staatsschuld tot staatsvijand nummer één verklaard. Maar wat hij ook beweert, die schuld is net als toen hij aan de macht kwam nog altijd iets boven de 80% (ondanks de inbeslagname van miljarden aan private pensioenreserves die als rook voor de zon zijn verdwenen). Bovendien zijn economen het er niet over eens hoeveel staatsschuld nu wel of niet acceptabel is: 80% is aan de ruime kant (hoewel niet perse alarmerend), maar 50% zoals in 2002 is weer heel weinig.

Het aantal mensen dat rond het bestaansminimum leeft is gestegen van ruim drie miljoen in 2010 naar vier miljoen mensen nu en daar bovenop zijn er inmiddels 1,38 miljoen Hongaren die onder het bestaansminimum leven. Dat wil zeggen dat 54% van de totale bevolking er bar slecht aan toe is. De oorzaken liggen in de invoering van de vlaktaks (waar de rijke 12% enorm van profiteerde maar de rest op verloor), de verhogingen van de BTW naar 27% en al die andere nieuwe belastingen die zijn ingevoerd en niet te vergeten de ongekend grofe bezuinigingen op sociale uitkeringen. Het klinkt dan vervolgens heel mooi om nu, met de verkiezingen van voorjaar 2014 in aantocht, leraren opeens een grote loonsverhoging van ruim 30% toe te zeggen. Maar diezelfde leraren, aan wie zo’n loonsverhoging overigens eigenlijk al was toegezegd in 2010, hebben sindsdien hun inkomen fors achteruit zien gaan. Gemiddeld verdiende een leraar in 2010 133.000 Ft., gecorrigeerd voor inflatie had dat nu 153.000 Ft moeten zijn maar het is in feite 128.000 Ft. En voor dat salaris moeten ze dan ook dankzij een nieuwe wet aanzienlijk meer uren maken dan voorheen. Kortom, die verhoging is vooral een sigaar uit eigen doos.

En dat geldt eigenlijk ook voor de campagne waarbij de regering de elektriciteit, gas- en waterbedrijven dwingt hun tarieven met tientallen procenten te verlagen. Dat klinkt aardig tot je bedenkt dat de tariefverlaging alleen maar betaald kan worden door de investeringen in het netwerk stil te leggen. Als gevolg daarvan verdwijnen er duizenden banen bij deze bedrijven en betalen we met zijn allen over een jaar of vier a vijf de tol in de vorm van blackouts en andere storingen in het net (die dan weer voor veel meer geld moeten worden opgelost)

En tenslotte de crisisbelastingen voor banken, telefoonmaatschappijen, grootwinkelbedrijven e.d. Het is natuurlijk niet onredelijk als grote bedrijven extra bijdragen in tijden van crisis. Maar wel op een redelijk niveau (de Hongaarse crisisbelasting is vele malen hoger dan in andere Europese landen) en in redelijk overleg (nu was het een dictaat en is de “tijdelijke” belasting allang permanent geworden). De onvoorspelbaarheid en willekeur waarmee de afgelopen drie jaar met het bedrijfsleven is omgegaan, betekent dat Hongarije zichzelf in de voet heeft geschoten.

Want daardoor is Hongarije de afgelopen jaren verder achterop geraakt op naburige landen als Polen, Tsjechië of Slowakije en zit het nu op het niveau van Roemenië en Bulgarije, meent Attila Chikán, een prestigieuze Hongaarse econoom en minister in een eerdere rechtse regering. Volgens zijn conservatieve collega en ex-president van de Nationale Bank György Surányi is daarbij vooral verontrustend dat de investeringen naar een absoluut dieptepunt zijn gedaald en dat kan niet anders dan negatieve lange termijn gevolgen hebben. Er wordt nu al anderhalf jaar minder geïnvesteerd dan nodig is om zelfs maar de bestaande economische activiteiten te vervangen. Oftewel, de economie teert in en de kans op blijvende groei is daardoor miniem.

Zoals Gordon Bajnai van Samen 2014 zegt: “Als ik Orbán hoor, is het alsof we in twee werelden leven. In Absurdistan gaat alles beter, maar in het echte Hongarije merk je daar niets van.”

woensdag 10 juli 2013

Van die dingen dus…

Een ex-minister die in een volstrekt geheim proces op geheime aanklachten en bewijzen wordt veroordeeld tot gevangenisstraf, rechters die elkaars vonnissen kopiëren (inclusief spelfout), 1000-en kleine winkeliers die hun zaak failliet zien gaan en nog zo het een en ander van de afgelopen twee weken. Merk je in het dagelijks leven nou veel van dat autoritaire beleid van Orbán, vragen mensen uit Nederland wel eens? Als je de krant leest wel, en natuurlijk als je in een van die hoeken zit waar net de klappen vallen.

* György Szilvásy, in de vorige links-liberale regering minister voor de veiligheidsdiensten, en twee voormalige directeuren van die diensten zijn in een geheim proces veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor iets dat met landverraad te maken zou hebben. Szilvásy kreeg twee jaar en tien maanden. Niet alleen het proces maar ook de aanklacht en dus ook het vermeende bewijsmateriaal zijn geheim en mogen niet openbaar gemaakt worden tot 2040. De veroordeelden en hun advocaten hebben wel verklaard dat de aanklachten volstrekte onzin zijn en nergens op slaan, maar mogen op bevel van de rechter geen enkel detail over het hoe, waarom en wat naar buiten brengen. Normaal gesproken had het proces plaats moeten vinden in Boedapest, maar de Fidesz bazin van de rechterlijke macht, Tünde Handó, had het proces verschoven naar een (conservatievere?) rechtbank in Debrecen. Een Fidesz woordvoerder verklaarde na het vonnis blij te zijn dat de schuldigen zijn gestraft. Schuldigen? Aan wat dan? Op grond van welk bewijs? Weet hij meer dan wij? Vindt je het gek dat dit bij de oppositie geldt als een schoolvoorbeeld van een door Fidesz opgezet schijnproces?

* Een aantal jaren geleden eiste een Fidesz bestuurder van een deelgemeente in Boedapest in een brief aan het personeel dat iedereen deel moest nemen aan een Fidesz demonstratie. Een aantal ambtenaren die niet waren gegaan, werden later ontslagen. De formele reden was natuurlijk niet hun politieke mening, maar ze werden wel allemaal vervangen door uitgesproken pro-Fidesz mensen. Zes van hen vochten hun ontslag aan en hoewel hun zaken dienden bij verschillende rechtbanken, verloren ze niet alleen alle zes hun zaak, maar luidde het vonnis van de zes verschillende rechtbanken ook woord voor woord hetzelfde….tot op de fout in de spelling van een naam van een getuige aan toe. Volgens de betrokkenen wijst dit erop dat het vonnis ergens hogerop (Tünde Handó?) was voorgekookt en vervolgens simpel zes maal is gecopypaste.

* Nee, de rechterlijke macht is nog niet volledig door Fidesz discipelen vervangen. Her en der zitten nog steeds rechters die op basis van eigen kennis en geweten recht spreken en zich niet laten intimideren door de politieke bazen, al weet je natuurlijk nooit op voorhand wie. Hoe dan ook, het hoogste rechtscollege, de Kuria, heeft het gewaagd om in een zaak betreffende leningen in buitenlandse valuta een uitspraak te doen die er op neerkomt dat banken wettig hebben gehandeld bij het afsluiten van zulke contracten en hen dus juridisch niets te verwijten valt. Een woordvoerder van Fidesz noemde diezelfde dag de uitspraak “schokkend en onacceptabel.” Dat muisje gaat dus een staartje krijgen, wie weet ook voor de rechters in kwestie?

* Enige duizenden winkeliers, de meesten kleine familiebedrijven, staan op het punt failliet te gaan nu ze geen sigaretten meer mogen verkopen. Zoals bekend is de tabaksverkoop genationaliseerd en zijn vergunningen voor die verkoop in heel veel plaatsen vooral gegaan naar mensen die de goedkeuring van de plaatselijke Fidesz politici konden wegdragen, voor het overgrote deel mensen met geen enkele voorafgaande ervaring. Om er nog maar eens eentje uit te pikken: in de stad Miskolc had vooral de familie van een locale Fidesz politicus “geluk.” Zijn echtgenote, zijn schoonmoeder en zijn broer kregen ieder vergunningen voor het exploiteren van vier winkels, zodat “de familie” van de ene dag op de andere een keten van twaalf winkels in de stad bezit.

* De nationalisatie van 120 kleine spaarbankjes staat inmiddels ook op de rol. Ze gaan gedongen worden samengevoegd tot een organisatie waarin de centrale overheid het grootste belang heeft. Zelfs oligarch Demjan, lange tijd een supporter van Fidesz en eigenaar van een kleinere bank die eveneens wordt opgeslokt, vindt dit te ver gaan. Hij heeft nu al een tweede protestbrief aan premier Orbán geschreven waarin hij klaagt dat dit er erger aan toe gaat dan destijds onder partijleider János Kádár.

* Hoeveel geld heb je per maand nodig om in Hongarije te kunnen leven en wat zou u doen als u moest rondkomen van een Hongaarse bijstandsuitkering die door deze regering is verlaagd naar 22.800 forint per maand (77 euro) voor het hele gezin? Een hulporganisatie stelde die vraag aan voorbijgangers op straat in Boedapest en hier is hun filmpje (Hongaars met Engelse ondertitels).

* Er zijn zeer drastische bezuinigen doorgevoerd op de budgetten van gemeentes. Het plaatsje Kübekháza (1600 inwoners) heeft 5 miljoen forint per maand nodig voor een aantal basisdingen maar ontving van het rijk voor de maand juli het bedrag van … 3.480 forint. Burgemeester Molnár (Fidesz) heeft met instemming van de gehele gemeenteraad deze “belediging” teruggestuurd.

vrijdag 28 juni 2013

Social engineering

De Hongaarse regering legt de banken in Hongarije opnieuw een aantal extra belastingen op. Nou ja, de banken, uiteindelijk draaien uiteraard de klanten voor het grootste deel op. Wat niet wegneemt dat bankieren in Hongarije een steeds moeizame affaire is geworden. “Een nachtmerrie,” noemde de topman van de CIB Bank het een paar maanden geleden. Het wachten is op de eerste buitenlandse bank die afhaakt…en dan is de regering Orbán wel bereid de betrokken instelling voor een zacht prijsje over te nemen.

Onder andere de onlangs ingevoerde financiële transactiebelasting (voor het opnemen of overmaken van geld) wordt verdubbeld en de banken krijgen ook een “eenmalige aanslag” van 75 miljard forint (300 miljoen euro) opgelegd, geld dat rechtstreeks in de staatskas gaat. Dat komt bovenop de diverse andere “tijdelijke” en “extra” belastingen die nu al een paar jaar bestaan en die ervoor hebben gezorgd dat de financiële sector volledig op slot zit: er wordt nauwelijks meer geld uitgeleend aan bedrijven (of individuen). Gecombineerd met het volledig wegvallen van investeringen omdat (internationale) bedrijven het economisch beleid van de regering Orbán voor geen cent vertrouwen, betekent dit dat de economie zo goed als stil staat.

Intussen maakt premier Orbán er geen geheim van dat hij banken over wil nemen; niet tijdelijk als noodoplossing maar permanent, omdat hij vindt dat minimaal 50% van de sector in “Hongaarse” handen moet zijn (nu is 90% van de sector eigendom van een hele reeks internationale bankconsortia). De voorbereidingen daarvoor gaan onverminderd door, afgelopen week met de nationalisatie van de kleine coöperatieve spaarbanken van het land. De Hongaarse overheid neemt daar een aandeel in en dwingt ze tot nationale samenwerking, waarin ook het postbedrijf betrokken wordt. Zo wordt een nieuwe nationale speler gecreëerd. Ook nam de overheid een 50% aandeel in twee kleine banken die eigendom zijn van twee oligarchen. Zodat er, als straks de ING of de CIB of welke andere bank dan ook de pijp aan Márton geeft, een staatsbank klaarstaat om de boel over te nemen.

Het is inmiddels een veel gehanteerd recept. De (internationale) energiemaatschappijen, die Orbán ook in staatshanden wil zien, worden met allerlei extra belastingen en dwangwetgeving ook onder grote druk gezet. E.ON is de eerste die nu heeft verkocht, het is een kwestie van tijd tot anderen volgen (er gaan al geruchten over het vertrek van TiGáz). Er wordt nu gedreigd met de invoering van een advertentiebelasting die vooral de twee grote onafhankelijke commerciële TV zenders (RTL en TV2) treft. Met name TV 2, dat al jaren verliesgevend is, zou overwegen om te verkopen en onder insiders gaat het gerucht dat een aan Fidesz gelieerd mediabedrijf klaar staat om de boel over te nemen. Een zelfde lot wacht zelfs mogelijk het links-liberale dagblad Népszabadság. De door Fidesz geïnstalleerde mediaraad heeft de uitgevers Ringier en Springer verboden om in Hongarije hun kranten samen te voegen (iets wat elders in de regio wel gebeurt). De vraag is echter hoe lang Ringier, eigenaar van Népszabadság, de verliesgevende krant nog kan en wil financieren. Een van de potentiële kopers is een aan Fidesz gelieerde onderneming.

En zo groeit de macht van het Fidesz netwerk in de economie gestaag. Transparency International wees een jaar geleden op dit nieuwe verschijnsel dat ze “state capture” noemde: een economische belangengroep die de overheid overneemt en gebruikt ten eigen bate. Bálint Magyar, liberaal politicus en voormalig minister van onderwijs, gebruikt in een recent artikel zelfs de harde woorden: “een postcommunistische maffiastaat.” In zijn optiek is dit het eigenlijke doel van de hele operatie: Fidesz gebruikt haar politieke almacht voor het creëren van een geheel nieuwe economische en heersende elite bestaande uit haar eigen netwerk van aanhangers en vrienden (zie ook de tabakswinkels, de landbouwgrond affaires, het massaal toewijzen van openbare uitschrijvingen aan bevriende bedrijven enz. enz.). Zoiets is na vier jaar al moeilijk meer terug te draaien, laat staan na acht of twaalf jaar. “Social engineering” in de 21e eeuw.

zondag 3 maart 2013

En dat is negen…



Ze zullen de financiële markten vast nog een tijdje voor de mal houden, maar in feite heeft de Hongaarse Nationale Bank zojuist zijn onafhankelijkheid verloren, aldus het commentaar van een financiële specialist op de benoeming van György Matolcsy tot nieuwe gouverneur van de Hongaarse Nationale Bank (MNB) per 4 maart 2013. Intussen blijft premier Orbán in weerwil van de simpele feiten keihard beweren dat het onorthodoxe economische beleid van de afgelopen drie jaar, waarvan Matolcsy als superminister van economische zaken de bedenker was, een enorm succes is.

De benoeming van Matolcsy als opvolger van de onafhankelijke András Simor, wiens termijn van zeven jaar is afgelopen –  werd een paar maanden geleden door de meeste financiële deskundigen nog gekarakteriseerd als een “rampscenario.” Maar het was inmiddels al weken niet echt een verrassing meer en dus was de schok er al vanaf. De gevolgen zullen echter ernstig zijn, denkt financieel analist Peter Attard Montalto. Op portfolio.hu concludeerde hij dat we moeten rekenen op “een groter en meer dramatisch verlies aan geloofwaardigheid (…), minder transparantie en het verdwijnen van onafhankelijk en onbevooroordeeld onderzoek en analyse over de financiële sector en belastingkwesties.” Vanaf nu is de Nationale Bank een uitvoerend orgaan van de regering en van premier Orbán. Dat is dus onafhankelijk controle instituut nummer negen dat eraan moet geloven. Er zijn al eerste berichten dat de staf van de bank nu gescreend wordt op haar politieke betrouwbaarheid. Attard Montalto verwacht dat de twee vicedirecteuren van de bank op korte termijn ontslagen zullen worden, snel gevolgd door een ontslaggolf onder de gehele staf.

Premier Orbán blijft intussen uitdragen hoe enorm succesvol het onorthodoxe economische en financiële beleid van de afgelopen drie jaar, dat is uitgedacht door Matolcsy, zou zijn. De werkelijkheid is bepaald anders, meent László Békesi, econoom en zelf minister van financiën in 1989/1990 en 1994/1995, in een artikel in de Budapester Zeitung.
Ja, het begrotingstekort is op papier teruggedrongen tot rond de 3%. Maar dat is gebeurd door de private pensioenfondsen te nationaliseren (niet alleen diefstal, maar ook nog dom want toekomstige generaties zullen daarvoor extra moeten dokken), door (buitenlandse) banken en multinationals buitensporig hoge extra belastingen op te leggen (waardoor de investeringen volledig stil zijn komen te vallen en de economie in een recessie is geraakt) en door een reeks antisociale maatregelen (belastingverlaging voor de rijken, belastingverhoging voor de armen en inkomens tot en met modaal).  
Ja, de staatsschuld is afgenomen van 81% naar 79%. Maar omdat de economie dusdanig in het slop is geraakt dat er de komende jaren geen serieuze groei te verwachten is, zal de schuldenlast onvermijdelijk binnenkort weer gaan groeien.
Ja, de werkloosheid is op papier iets gedaald. Maar dat komt alleen maar omdat meer dan 100.000 werklozen in tijdelijke werkverschaffings-baantjes zijn gedwongen waar ze voor een  fors verlaagd minimumloon moeten werken, want een uitkering krijgen ze anders niet. Zowel bij de overheid als in de private sector nemen de reguliere banen nog altijd gestaag af en er waren nog nooit zoveel faillissementen van bedrijven als afgelopen jaar. En stel je voor hoe hoog de werkloosheid zou zijn als er de afgelopen drie jaar niet een paar honderdduizend Hongaren waren geëmigreerd?

Verder de afgelopen week:

- De recent benoemde onderstaatssecretaris voor Hoger Onderwijs István Klinghammer suggereerde onlangs dat er een soort buitenlands complot is om de kwaliteit van het onderwijs in Hongarije te ondermijnen. “Het is niet in het belang van buitenlanders dat er onderwijs van hoge kwaliteit is in Hongarije,” aldus de 72-jarige Klinghammer, een echte man van de oude garde. Dat lijkt me helemaal de juiste houding om een modernen Europees  universitair systeem op te bouwen.

- Op diverse universiteiten zijn de eerste massaontslagen van professoren en docenten begonnen. Onder degenen wiens namen op de lijst staan behoren zeer vooraanstaande wetenschappers.  Studenten hebben acties gehouden om tegen deze ontslaggolf te protesteren. Daarbij werden onder meer menselijke ketens gevormd rond een aantal faculteiten.

- De regering heeft, ondanks een paar vage toezeggingen aan actievoerende studenten, ook haar plannen om de autonomie van de universiteiten in te perken, niet ingetrokken. Ideeën om rectoren voortaan door de regering aan te laten stellen en om op alle universiteiten een financiële regeringscommissaris neer te zetten die over de financiën gaat, gaan nu mogelijk in de Fidesz grondwet worden verankerd.

- Ook het strafbaar stellen van dakloosheid, onlangs nog door een meerderheid in het Grondwettelijke Gerechtshof  als onconstitutioneel bestempeld, komt nu wellicht gewoon in de grondwet (en is dan dus niet meer ongrondwettelijk).

- Ook overweegt Fidesz om een deel van de (toch al zeer halfbakken) concessies die ze had gedaan aan de Raad van Europa omtrent de mediawetgeving weer ongedaan te maken. Er was ondermeer toegezegd dat het hoofd van de mediaraad na een zittingsperiode van negen jaar niet voor nog eens negen jaar herkozen kon worden. Maar dat wordt nu wellicht toch mogelijk.



woensdag 5 december 2012

Toch collegegeld




 Naar verwachting zullen 65.000 nieuwe studenten zich in willen schrijven voor het volgend studiejaar 2013/2014. Het overgrote deel van hen (80%) zal echter fors collegegeld moeten gaan betalen, zo blijkt uit de jongste plannen van de regering. Een zoveelste belofte (“Wij voeren nooit collegegeld in”) die wordt gebroken.


Studentenprotest in februari dit jaar
In 2010 kregen nog ruim 50.000 studenten een volledige beurs, in dit lopende studiejaar was dat al teruggebracht tot zo’n 30.000 en dat worden er volgend jaar nog maar 10.500. Ruim 46.000 eerstejaarsstudenten krijgen dan alleen nog maar een gedeeltelijke beurs en de rest (een krappe 10.000) zal alles zelf moeten betalen, aldus de plannen.

In praktijk betekent het dat het overgrote deel van de studenten zo’n 80.000-90.000 forint aan collegegeld  zal moeten betalen, oftewel zo’n 350 euro (dat is de helft van wat een doorsnee studie hier in Hongarije heet te kosten, 170.000-180.000 forint per jaar). Nu mag een collegegeld van 350 euro in Nederlandse ogen een schijntje lijken, maar in een land waar dat ongeveer het bedrag van het minimummaandloon is, is het fors. Een van de neveneffecten zal ongetwijfeld zijn dat er minder mensen gaan studeren, maar dat is dan ook een van de intenties van de regering Orbán.

Het is ook duidelijk dat de regering het beurzensysteem gebruikt om de toestroom naar bepaalde studies te frustreren. Er zijn geen volledige beurzen meer beschikbaar voor studies als economie of rechten en er zijn er nog maar beperkt voor mensen die sociale  en geesteswetenschappen willen studeren. Het merendeel van de volledige beurzen zal beschikbaar zijn voor studenten in de exacte wetenschappen (techniek, informatica, medicijnen e.d.).

Voorwaarde voor enige vorm van studiebeurs blijft dat de ontvanger een contract tekent met de regering dat hij of zij na de studie tweemaal de periode van de studie in Hongarije gaat werken (wat dus op zes tot acht jaar neer zal komen). Brussel onderzoekt op het moment of die voorwaarde geen aantasting is van het recht op vrije vestiging in Europa.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort plannen onder studenten niet erg goed vallen. In 2008 organiseerde Fidesz nog een nationaal referendum tegen de invoering van een collegegeld. Ook voor de verkiezingen van mei 2010sprak de partij zich daar onomwonden tegen uit. Maar hoewel de regering nu het woord “collegegeld” angstvallig vermijdt, weten we allemaal waar het op neerkomt, aldus Dávid Nagy, voorzitter van de landelijke studentenorganisaties  HOÖK.

Verder de afgelopen weken:

- Terecht veel ophef over de schandalige uitspraken van een  kamerlid van het extreemrechtse Jobbik dat het hoog tijd wordt om een lijst aan te leggen van de Joden in overheidsdienst omdat die staatsgevaarlijk zijn. Aan de demonstratie tegen die uitspraken afgelopen zondag werd ook deelgenomen door Antal Rogán, fractievoorzitter van Fidesz. Prima, want hoe meer Fidesz-mensen zich in het openbaar tegen Jobbik keren, des te moeilijker zal het in de toekomst voor Fidesz zijn om een coalitie met extreemrechts aan te gaan.

- Tegelijk wijzen veel critici er op dat Rogán een van de architecten is van de inperking van de democratie in dit land, dat hij de naam heeft een van de meest corrupte politici van dit land te zijn en dat zijn partij Fidesz medeverantwoordelijk is voor het politieke klimaat dat ervoor heeft gezorgd dat antisemitisme in Hongarije de afgelopen jaren weer vrijwel normaal is geworden. Met name premier Orbán is een meester van de dubbele tong. Soms veroordeelt hij antisemitisme (“Wij Hongaren komen op voor onze Joodse landgenoten,” zei hij afgelopen maandag in het parlement nog), vooral in het buitenland. Maar tegelijk gebruikt hij in Hongarije stelselmatig gecodeerde taal en symboliek die door iedere Hongaar worden begrepen als anti-Joods (“mensen wier hart in het buitenland ligt,” “de macht van bankiers en financiers,” de herintroductie in het openbare leven van antisemitische politici en schrijvers uit de jaren dertig zoals Horthy, Nyirő en Wass). Fidesz is geen antisemitische partij, maar Fidesz is wel heel cynisch: voor het winnen van stemmen onder extreemrechtse sympathisanten is heel veel toegestaan.

- De Academie voor Hongaarse Beeldende Kunsten (MMA), een private organisatie die een aantal jaren terug is opgericht door de uiterst conservatieve  en nationalistische architect Imre Makovecz, krijgt een grote rol in het Hongaarse culturele leven. De academie krijgt van de regering Orbán vanaf 1 januari het eigendomsrecht van een van de grootste musea van Boedapest (de Kunsthal op het Heldenplein) en van een van de grotere theaters (Pesti Vigadó). De artistiek directeur van de Kunsthal heeft inmiddels uit protest ontslag genomen. Daarnaast krijgt de Academie een beduidende stem in het beleid van twee grote subsidieverleners op cultureel gebied, de Nationale Cultuur Stichting en de Nationale Film Stichting, en in de toekenning van een aantal nationale cultuurprijzen.  Tenslotte wordt de subsidie aan de Academie verhoogd van 10-15 miljoen forint naar 2,5 miljard forint.

- Diverse grote Europese banken heroverwegen hun strategie in Hongarije, waarbij terugtrekking uit die markt een van de opties is, aldus Daniel Gyuris, hoofd van de Vereniging van Banken. Het is een reactie op de aankondiging van de regering Orbán dat de (exorbitant hoge) speciale bankbelasting nooit zal worden afgeschaft (ondanks vele malen herhaalde beloftes dat de belasting slechts tijdelijk is) en op de invoering van een speciale belasting op financiële transacties (elke overschrijving en opname gaat belast worden, wat uiteraard de klant uiteindelijk betaalt).

- De Vereniging van Hongaarse Geschiedenisonderwijzers verwerpt het nieuwe geschiedenis curriculum dat volgend schooljaar door de Orbán regering gaat worden ingevoerd. Het materiaal geeft een onkritische, eenzijdige, vooringenomen en vergoelijkende kijk op de Hongaarse nationale geschiedenis, aldus de leraren. De kans dat hun kritiek tot iets leidt, is miniem, want er is nauwelijks tijd voor enig debat ingeruimd, zo constateren ze.