Posts tonen met het label Bajnai. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bajnai. Alle posts tonen

zondag 15 september 2013

Regeren per decreet?

Terwijl de campagnes voor de verkiezingen van april/mei 2014 – nog maar acht maanden te gaan – op stoom komen, bereiden zowel premier Viktor Orbán’s Fidesz als de oppositie zich voor op de mogelijkheid dat vervolgens geen van beide kampen een twee derde meerderheid in het parlement gaat halen. In het Fidesz kamp circuleert het idee om dan te gaan regeren per decreet, terwijl de oppositie verdeeld is over de vraag of in die omstandigheden een compromis met Fidesz mogelijk en/of wenselijk is.

Het is natuurlijk allemaal een beetje voorbarig, maar het geeft wel aan dat Fidesz er redelijk van overtuigd is dat ze de verkiezingen wel zal winnen, terwijl de oppositie er op zijn best een nipte overwinning uit hoopt te slepen. De meeste waarnemers zien zelfs dat al als te optimistisch. De regering Orbán deelt kwistig geld uit en roert ijverig de nationalistische trom, terwijl de oppositie alleen maar verder verdeeld lijkt te raken en er nog geen spoor is van een sterke beweging met een inspirerend alternatief.

Je weet het natuurlijk nooit. In 2012 wist in Nederland Diederik Samsom's PvdA er binnen een paar maanden een zeer onverwacht resultaat uit te slepen. Maar dat was wel na ettelijke verkiezingsdebatten in een land met vrije media. In Hongarije is de situatie bepaald anders: op debatten hoef je niet te rekenen, het overgrote deel van de massamedia worden direct of indirect door Fidesz gecontroleerd. Eigenlijk twijfelt dus nauwelijks iemand er aan dat Orbán’s partij in het ook nog eens gemanipuleerde kiessysteem opnieuw de grootste wordt en met 30-35% van de stemmen een meerderheid in het parlement zal halen.

Maar Orbán zou met een simpele meerderheid aan zetels niet meer op dezelfde autoritaire manier kunnen regeren als in de afgelopen jaren, waarbij elke wet of regeling desnoods in twee dagen door het parlement werd gejast. Parlementsvoorzitter László Kövér – Orbán’s trouwe gezel sinds 1988 – suggereerde daarom in een radio-interview een oplossing: “Ik zou het normaal vinden (…) als het parlement zich alleen bezig houdt met de meest fundamentele wetgeving en garanties en daarbuiten een volledig mandaat geeft aan de regering voor een periode van vier jaar. ” Dat komt, erkende hij, eigenlijk neer op regeren per decreet.

De oppositie reageerde woedend en vond het ongehoord dat nota bene de voorzitter van het parlement voor (verdere) uitholling van de bevoegdheden van het parlement pleit. Kövér verklaarde daarop dat de oppositie zijn woorden uit hun verband rukte en dat hij alleen maar wil dat het parlement zich minder “met details” bezig houdt, zodat de regering efficiënter kan regeren en het parlement haar controletaak op hoofdlijnen beter kan uitvoeren. Waarop de oppositie weer reageerde dat ze Kövér heel goed begreep maar dat hij de essentie van de Europese democratie niet lijkt te begrijpen, namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordigers te allen tijde de regering ter verantwoording kan roepen, ook al mag dat soms “lastig” en “traag” lijken.

Diezelfde oppositie heeft zich intussen wel diep in de nesten gewerkt. Nadat de socialisten eerder met succes Samen 2014 van Gordon Bajnai “zijn plaats” had gewezen, werd deze week de liberale DK van Ferenc Gyurcsány buiten de oppositiecoalitie gemanoeuvreerd. Van de hoop op één gezamenlijk front tegen Orbán is dan ook weinig meer over. Illustratief zijn de openlijke meningsverschillen die er ten toon worden gespreid over wat te doen als de oppositie de verkiezingen wel wint maar geen twee derde meerderheid haalt, zodat een nieuwe regering dankzij het Fidesz-systeem dat de laatste drie jaar is opgebouwd eigenlijk vrijwel machteloos is. Samen 2014 pleit in dat geval voor een compromis met Fidesz, de DK wijst elk compromis af en de socialisten wankelen ergens daar tussenin. Geen eenheid, geen visie, geen richting.

Verder de afgelopen week:

* In het VN “World Happiness” rapport eindigde Hongarije op de 110e plaats, samen met Servië, Bosnië, Azerbeidzjaan en Macedonië. De meeste buurlanden zaten aanzienlijk hoger, zoals Polen (51), Slowakije (46), Slovenië (44), Tsjechië (39) en Kroatië (58) en ook landen als Turkije, Nicaragua, Moldavië, Turkmenistan en Angola deden het aanzienlijk beter. De onderzoekers keken onder meer naar welvaart (bnp), de jaren die mensen gemiddeld in gezondheid leven en of mensen iemand hebben op wie ze kunnen rekenen, maar ook de vrijheid om levenskeuzen te maken, vrijgevigheid en vrij zijn van corruptie. De top vier: Denemarken, Noorwegen, Zwitserland en Nederland.

donderdag 29 augustus 2013

Hoog spel


De leider van de socialistische partij MSZP Attila Mesterházy speelde hoog spel en weigerde zijn claim op het lijsttrekkerschap van de oppositiecoalitie met Samen 2014 op te geven. Dus komt er nu slechts een halve coalitie: wel gezamenlijke kandidaten in de 100 regionale districten (in één derde van de districten een Samen-2014 kandidaat, in twee derde een socialist), maar ook twee aparte landelijke partijlijsten met ieder hun eigen lijsttrekker.

Door sommige commentatoren werd het meningsverschil tussen Mesterházy en Gordon Bajnai van Samen 2014 neergezet als weer zo’n ruzie tussen twee politici die allebei de macht willen en te ijdel zijn om een stap terug te doen. Maar dat lijkt me een onjuiste simplificatie. De socialisten betoogden dat zij recht hadden op de positie van leider van de coalitie omdat zij duidelijk de grootste partij zijn en verreweg de beste partijorganisatie in het land hebben. Bovendien, zo is de redenering, nam Mesterházy vier jaar geleden de leiding van de partij op zich toen de MSZP in een heel diep dal zat en heeft hij in zeer moeilijke tijden hard gewerkt om weer de weg omhoog te wijzen. Dus zou het onrechtvaardig zijn om hem dan nu de post van lijsttrekker te ontzeggen.
Het klinkt op het eerste gezicht allemaal niet onredelijk. Maar alle verkiezingsonderzoeken tonen ook aan dat de MSZP er niet in slaagt erg veel meer dan haar oude (letterlijk) en vertrouwde standvastige aanhang aan te trekken. Heel veel Hongaren hebben weliswaar meer dan genoeg van de regering Orbán, maar een hele grote groep voelt er tegelijk ook heel weinig tot niets voor om weer op de socialisten te gaan stemmen of op een coalitie die door de socialisten wordt gedomineerd. Orbán is een teleurstelling, maar ze willen ook niet terug naar de teleurstelling van vóór 2010. De cijfers zijn keihard: een oppositie onder aanvoering van Mesterházy en de MSZP is bij voorbaat kansloos tegen Orbán.
Dat is precies waarom Samen 2014 door Gordon Bajnai werd opgericht: om zwevende kiezers een alternatief te geven en zo op het door Fidesz toch al sterk gemanipuleerde speelveld (overheersing van de media, discutabele kiesregels) alsnog een (kleine) kans te maken op de overwinning. Maar dat kan alleen, zo betoogden zij, als je een coalitie smeedt waarin de socialisten weliswaar een belangrijke rol spelen, maar die niet door hen wordt gedomineerd. Daarbij hoort een leider (en toekomstig premier) die niet tot de MSZP behoort. Dat heeft weinig te maken met persoonlijke ambitie van Bajnai, maar was altijd de essentie van het bestaansrecht van Samen 2014.
Maar Mesterházy speelde hoog spel en weigerde toe te geven, of omdat hij zijn eigen ambitie niet wilde opgeven of omdat hij echt denkt dat de MSZP zelf het tij kan keren. Het resultaat is een halfslachtig compromis dat de kansen op een overwinning van de oppositie in 2014 niet vergroot. De helft van de 200 parlementszetels zullen worden verdeeld via een districtenstelsel en de andere helft via de stemmen op de partijlijsten. Dankzij deze merkwaardige coalitie heeft de oppositie inderdaad een betere kans om in de “swing districts” met veel zwevende kiezers te winnen. Maar dat de oppositie verder gescheiden opereert, is een teken van zwakte en frictie. Bovendien levert de partij met de meeste stemmen de toekomstige premier en aangezien dat waarschijnlijk de MSZP is, kan ook dat een deel van de zwevende kiezers afschrikken.

Verder de afgelopen week:

* De Hongaarse regering heeft een speciaal contract gesloten met een ziekenhuis in de hoofdstad zodat 311 topfunctionarissen (van de minister-president tot en met rechters, de voorzitter van de mediaraad, provinciale commissarissen enz.) niet hoeven te wachten maar een VIP behandeling krijgen als ze naar een specialist moeten of een onderzoek nodig hebben. Nu weet ik dat de Hongaarse elite natuurlijk hoe dan ook al jarenlang een VIP behandeling krijgt in ziekenhuizen. Iedereen met geld omzeilt de ellenlange wachtlijsten, het dankbaarheidgeld en de slechte verzorging die de doorsnee patiënt wacht. Een kwestie van naar een privé kliniek in het buitenland gaan of een “hotelbehandeling” kopen bij de paar Hongaarse staatsziekenhuizen die dat mogelijk maken. En toch, zo’n officieel contract dat hoge overheidsambtenaren op kosten van de overheid een voorkeursbehandeling krijgen bij een overheidsziekenhuis, doet me buitengewoon sterk denken een systeem dat nog niet zo lang geleden in dit land nog bestond. Üdvözlünk, János bácsi.

* Paramilitaire extreemrechtse organisaties hebben weer diverse malen in alle openbaarheid gemarcheerd. Hoewel de Hongaarse Garde officieel allang verboden is, marcheren groepen die zich in dezelfde uniformen steken en soortgelijke namen hebben (Nieuwe Hongaarse Garde, Nationale Hongaarse Garde) “frish und fröhlich” door. Op 25 augustus marcheerden honderden aanhangers in het centrum van Boedapest (Heldenplein en Andrassy Boulevard), nota bene om de oprichting van de (verboden) Garde zes jaar geleden te herdenken. Op 20 augustus marcheerden soortgelijke groepen in alle openheid mee in de officiële kerkelijke processie ter gelegenheid van de nationale feestdag ter ere van de Heilige Stefan, ook bijgewoond door de president, de premier en andere regeringsnotabelen. En de dag ervoor werden in een voetbalstadion in het stadje Akasztó bij Kecskemét 100 nieuwe leden van de (verboden) Hongaarse Garde ingezworen, waarbij leiders van de extreemrechtse partij Jobbik toespraken hielden. Is een verbod dat niet wordt afgedwongen wel een echt verbod?
Heldenplein




Processie in Pest
Ceremonie bij Kecskemét





zaterdag 20 juli 2013

In Absurdistan gaat het beter

Volgens premier Viktor Orbán gaat het beter met Hongarije. Dankzij de extra crisisbelastingen op banken en bepaalde multinationals is hij er, zegt hij zelf, in geslaagd de financiële situatie van het land te stabiliseren. Het begrotingstekort is onder de 3% gebracht en zowel de inflatie, de werkloosheid als de staatsschuld zijn verminderd. Dus is er nu ruimte voor forse verlagingen van de energie- en waterlasten van huishoudens, de verhoging van de salarissen van leraren en artsen en een handhaving van de koopkracht voor gepensioneerden. Het land staat aan het begin van een periode van economische groei en bloei, zo herhaalt hij steeds weer.


Ja, het begrotingstekort is onder de 3% gebracht. Daarvoor was een hele reeks van bezuinigingsrondes nodig (hoewel Orbán in 2010 had beloofd dat er niet meer bezuinigd zou worden) en het is misschien vooral gedaan omdat Brussel anders wel eens de EU subsidies aan Hongarije zou kunnen gaan opschorten of bevriezen (ruim vier miljard euro netto per jaar dus geen kattenpis), maar toch, dat is gelukt. Maar dan heb je het ook wel gehad met de positieve cijfers.

De werkloosheid is ongeveer gelijk gebleven aan 2010. Niets geen één miljoen banen erbij, zoals Orbán destijds beloofde. Er is veel schijnwerkgelegenheid gecreëerd in de vorm van werkverschaffing tegen een gehalveerd minimumloon. Maar er zijn in de private economie geen banen – echte banen dus – bijgekomen en dat is wat telt. Bovendien zijn er bijna een half miljoen werkzoekenden naar het buitenland vertrokken, wat de werkloosheidscijfers ook nog eens danig vertekent.

Orbán heeft de staatsschuld tot staatsvijand nummer één verklaard. Maar wat hij ook beweert, die schuld is net als toen hij aan de macht kwam nog altijd iets boven de 80% (ondanks de inbeslagname van miljarden aan private pensioenreserves die als rook voor de zon zijn verdwenen). Bovendien zijn economen het er niet over eens hoeveel staatsschuld nu wel of niet acceptabel is: 80% is aan de ruime kant (hoewel niet perse alarmerend), maar 50% zoals in 2002 is weer heel weinig.

Het aantal mensen dat rond het bestaansminimum leeft is gestegen van ruim drie miljoen in 2010 naar vier miljoen mensen nu en daar bovenop zijn er inmiddels 1,38 miljoen Hongaren die onder het bestaansminimum leven. Dat wil zeggen dat 54% van de totale bevolking er bar slecht aan toe is. De oorzaken liggen in de invoering van de vlaktaks (waar de rijke 12% enorm van profiteerde maar de rest op verloor), de verhogingen van de BTW naar 27% en al die andere nieuwe belastingen die zijn ingevoerd en niet te vergeten de ongekend grofe bezuinigingen op sociale uitkeringen. Het klinkt dan vervolgens heel mooi om nu, met de verkiezingen van voorjaar 2014 in aantocht, leraren opeens een grote loonsverhoging van ruim 30% toe te zeggen. Maar diezelfde leraren, aan wie zo’n loonsverhoging overigens eigenlijk al was toegezegd in 2010, hebben sindsdien hun inkomen fors achteruit zien gaan. Gemiddeld verdiende een leraar in 2010 133.000 Ft., gecorrigeerd voor inflatie had dat nu 153.000 Ft moeten zijn maar het is in feite 128.000 Ft. En voor dat salaris moeten ze dan ook dankzij een nieuwe wet aanzienlijk meer uren maken dan voorheen. Kortom, die verhoging is vooral een sigaar uit eigen doos.

En dat geldt eigenlijk ook voor de campagne waarbij de regering de elektriciteit, gas- en waterbedrijven dwingt hun tarieven met tientallen procenten te verlagen. Dat klinkt aardig tot je bedenkt dat de tariefverlaging alleen maar betaald kan worden door de investeringen in het netwerk stil te leggen. Als gevolg daarvan verdwijnen er duizenden banen bij deze bedrijven en betalen we met zijn allen over een jaar of vier a vijf de tol in de vorm van blackouts en andere storingen in het net (die dan weer voor veel meer geld moeten worden opgelost)

En tenslotte de crisisbelastingen voor banken, telefoonmaatschappijen, grootwinkelbedrijven e.d. Het is natuurlijk niet onredelijk als grote bedrijven extra bijdragen in tijden van crisis. Maar wel op een redelijk niveau (de Hongaarse crisisbelasting is vele malen hoger dan in andere Europese landen) en in redelijk overleg (nu was het een dictaat en is de “tijdelijke” belasting allang permanent geworden). De onvoorspelbaarheid en willekeur waarmee de afgelopen drie jaar met het bedrijfsleven is omgegaan, betekent dat Hongarije zichzelf in de voet heeft geschoten.

Want daardoor is Hongarije de afgelopen jaren verder achterop geraakt op naburige landen als Polen, Tsjechië of Slowakije en zit het nu op het niveau van Roemenië en Bulgarije, meent Attila Chikán, een prestigieuze Hongaarse econoom en minister in een eerdere rechtse regering. Volgens zijn conservatieve collega en ex-president van de Nationale Bank György Surányi is daarbij vooral verontrustend dat de investeringen naar een absoluut dieptepunt zijn gedaald en dat kan niet anders dan negatieve lange termijn gevolgen hebben. Er wordt nu al anderhalf jaar minder geïnvesteerd dan nodig is om zelfs maar de bestaande economische activiteiten te vervangen. Oftewel, de economie teert in en de kans op blijvende groei is daardoor miniem.

Zoals Gordon Bajnai van Samen 2014 zegt: “Als ik Orbán hoor, is het alsof we in twee werelden leven. In Absurdistan gaat alles beter, maar in het echte Hongarije merk je daar niets van.”

dinsdag 18 juni 2013

Wie gaat de oppositie leiden?

Vrijdag beginnen de definitieve onderhandelingen tussen de diverse oppositiepartijen over samenwerking bij de verkiezingen in mei 2014. Maar een positieve uitkomst is bepaald niet verzekerd. Er is veel frictie en weinig succesvolle praktische samenwerking tussen de socialisten (MSZP) en de groeperingen die Samen 2014 vormen. En op de kernvraag wie de coalitie moet leiden, Attila Mesterházy van de MSZP of Gordon Bajnai van Samen 2014, is fundamentele onenigheid en dat kan makkelijk een breekpunt blijken. Wat betekent dat de verkiezingen verloren zouden zijn voor ze zelfs maar zijn begonnen.

Bajnai (l) en Mesterházy
Bajnai en aanhang erkennen dat de MSZP de grootste en dus zeer belangrijke partij in de coalitie is. De MSZP heeft in elke stad en dorp van het land een organisatie, een partijkantoor, geld en in totaal zo’n 30.000 activisten. Samen 2014 is sterk in Boedapest en heeft daar mogelijk een paar duizend activisten, maar stelt in de rest van het land weinig voor. Desondanks vindt Samen 2014 dat Bajnai de coalitie moet leiden en de nieuwe premier moet worden omdat de oppositie alleen dan die paar honderdduizend zwevende kiezers aan kan trekken die zwaar teleurgesteld zijn in Orbán en Fidesz maar nooit op een door de socialisten geleide oppositie zullen stemmen. Zonder zo’n “bruggenbouwer” is de overwinning van de oppositie onmogelijk, zeggen zij.

Mesterházy bestreed dat vandaag in een gesprek met buitenlandse correspondenten. Hij erkent dat brede samenwerking van de oppositie nodig is om een overwinning te behalen, maar denkt dat dat heel goed kan onder zijn leiding. Wij willen een gezamenlijk programma en een gezamenlijke lijst, waarbij wij ook bereid zijn in tal van kiesdistricten (vooral Boedapest) een kandidaat van Samen 2014 op de eerste plaats te zetten en actief te steunen met onze organisatie, onze activisten en ons geld. Maar waarom zou de veruit kleinste partner de leider moeten leveren? Temeer daar in opinieonderzoeken blijkt dat we beiden ongeveer even populair zijn?

Vooralsnog lijken beide heren hun hakken ferm in het zand te hebben gezet. Bajnai kan (en wil?) niet toegeven, mede omdat hij zich organisatorisch heeft verbonden aan het buitenparlementaire Milla (dat al die demonstraties organiseerde) en aan de linkerfractie die van de groene partij LMP is afgesplitst. In beide groepen zijn sterke antisocialistische tendensen. Mesterházy zegt dat hij het aan zichzelf en zijn achterban niet kan verkopen dat zij, als grootste en best georganiseerde partij, in alles tweede viool zou moeten spelen. Wij gaan ons inzetten voor kun kandidaten, aldus Mesterházy, maar wat is hun concessie aan ons? De suggestie van een derde kandidaat, bijvoorbeeld de burgemeester van de stad Szeged László Botka (socialist, zeer populair en een ervaren en pragmatische bestuurder die heeft bewezen over partijgrenzen heen te kunnen reiken) wees Mesterházy ook categorisch van de hand. Maar wie weet, in een later stadium?

Natuurlijk zijn er ook nog allerlei andere vraagstukken waar ze het eens over moeten worden, maar daar ligt waarschijnlijk meer ruimte voor compromis. Samen 2014 legt bijvoorbeeld veel nadruk op thema’s als democratie, verantwoord economisch beleid en onderwijs en cultuur, terwijl de MSZP de neiging heeft “bread and butter issues” en de corruptieschandalen rond Fidesz meer te benadrukken en dat ook met een zekere dosis populisme te mengen (Mesterházy: we winnen zwevende kiezers alleen als ze ervan overtuigd zijn dat het huidige regiem niet klopt en dat ze met ons een beter leven krijgen). Samen 2014 vindt dat de Fidesz grondwet geamendeerd (en dus deels behouden) kan worden, terwijl de MSZP benadrukt dat er een geheel nieuwe grondwet moet komen op basis van een brede en langdurige discussie in de samenleving en de politiek. Ook de positie van de Democratische Koalitie van ex-premier Ferenc Gyurcsány is een heikel punt (wij willen dat de DK meedoet, aldus Mesterházy, en als Gyurcsány belooft een post op de achtergrond te accepteren, kan dat voor Samen 2014 acceptabel zijn).

De MSZP heeft ook een belangrijke stap gedaan door op voorhand te verklaren dat zij zich zal committeren aan anticorruptie wetgeving die geheel door Transparency International wordt geschreven. Beide groepen zijn het verder vergaand eens over de noodzaak om, na een eventuele verkiezingsoverwinning, serieuze compromissen te sluiten met centrumrechts (met uitsluiting van de harde kern rond Orbán), over het vermijden van een bijltjesdag (wie competent is, kan blijven) en over het belang om je aan de geldende rechtsregels te houden (er zijn legale mogelijkheden om veel van de nieuwe regels die tot doel hebben de macht van Fidesz te verankeren, te omzeilen).

In oktober moeten de onderhandelingen “op de ene of de andere manier” zijn afgesloten, aldus Mesterházy. Het is dus nu of nooit.

zondag 28 april 2013

Eén gezamenlijke oppositie



De kogel is eindelijk door de kerk. Samen 2014 en de socialistische partij MSZP hebben definitief afgesproken dat ze vanaf nu één gezamenlijke oppositie vormen tegen het Orbán regiem. De leiders van de twee partijen, Gordon Bajnai en Attila Meszterházy, maakten die afspraak gisteren bekend.

Gordon Bajnai en Attila Mesterházy
Bij de verkiezingen van 2014 komt er in ieder district slechts één gezamenlijke kandidaat en er komt een gezamenlijke landelijke lijsttrekker. Bij alle tussentijdse verkiezingen zullen vanaf nu ook gezamenlijke kandidaten naar voren geschoven worden die gezamenlijk campagne voeren. De partijen houden op elkaar aan te vallen of te verzwakken en Mesterházy en Bajnai gaan vanaf nu hun werkzaamheden coördineren. Op lokaal niveau gaat er ook nauw samengewerkt worden tussen de partijactivisten (de MSZP heeft er zo’n 40.000 in het hele land, Samen 2014 maximaal 10.000 met het accent op Boedapest).

Samen 2014 – dat ook het buitenparlementaire Milla, de vakbond Solidarnosc en Dialoog voor Hongarije (de voormalige centrumlinkse vleugel van de Groenen) bevat – heeft zich daarmee eerder dan aanvankelijk de bedoeling was aan de MSZP gelieerd. Samen 2014 wilde aanvankelijk zoveel mogelijk tijd om meer centrumrechtse politici en andere publieke figuren die grote kritiek hebben op het beleid van de socialisten in het verleden, bij haar organisatie te betrekken. Maar het staat inmiddels wel vast dat zulks een schier hopeloze taak is. Hoeveel kritiek er ook in centrumrechtse kring is op Orbán c.s., de meesten van die critici weigeren ook categorisch zich openlijk met de oppositie te associëren.

De MSZP geeft met de verbintenis definitief het streven op om te zien in hoeverre ze op eigen kracht in staat is een vuist tegen Fidesz te maken. Diverse tussentijdse verkiezingen in gemeentes en deelgemeentes hebben de afgelopen maanden duidelijk gemaakt dat socialistische kandidaten in hun eentje kansloos zijn. Het ligt nu ook in de lijn der verwachting dat de landelijke lijsttrekker ofwel Bajnai ofwel een nog onbekende derde gaat worden, maar niet de socialist Mesterházy.

Verder afgelopen week:

* Het staatsmonopolie op tabaksverkoop draait, zoals te verwachten was, uit op een goede deal voor weer heel wat aan Fidesz gelieerde figuren. Er zijn in een niet-openbare en volstrekt ondoorzichtige vergunningenprocedure 3.500 vergunningen uitgegeven om tabak te verkopen en een groot deel daarvan aan mensen met de juiste politieke connecties. Volgens weekblad HVG ging het zo ver dat in veel gemeentes de locale Fidesz baas besliste wie een vergunning kreeg en dat in sommige gemeentes de Fidesz fractie er over heeft gestemd. Geen toeval dus dat er opvallend veel vergunningen uitgegeven zijn aan mensen rond de CBA winkelketen (een grote sponsor van Fidesz). Ook diverse mensen met connecties met de Fidesz politicus die de wet heeft opgesteld vallen in de prijzen, net als bijvoorbeeld de 19-jarige zoon van de Fidesz burgemeester van het dorpje Fonyód aan het Balaton (hij kreeg drie vergunningen) en drie leden van één familie in het stadje Esztergom die de hand wisten te leggen op tien van de 16 vergunningen daar. Van de meer dan 15.000 winkeliers die tot nu toe tabak verkochten, heeft het overgrote deel geen vergunning gekregen. Onder hen een man in Budakalász wiens familie al meer dan 70 jaar in de tabaksverkoop zit. Zijn grootvader raakte de familiezaak kwijt toen de communisten zijn winkel nationaliseerden in de jaren ’50, deze man raakt zijn inkomen kwijt nu Fidesz hem in feite hetzelfde trucje flikt. Gisteren dienden twee Fidesz politici ook nog eens een wet in die de winnaars van deze tabaksvergunningen van staatswege een winst van minimaal 10 procent garandeert. Al eerder was vastgelegd dat de betreffende winkeliers naast tabak ook alcohol, frisdranken, tijdschriften en loterijtickets mogen verkopen. Zodat ook de uitbaters van die stalletjes nu oneerlijke gesubsidieerde concurrentie krijgen.

* Hetzelfde laken een pak in de tenders voor landbouwland. Fidesz dissident Jozsef Angyán (ex-staatssecretaris van landbouw) slaat nu al twee jaar de trom over de wijze waarop Fidesz vriendjes lucratieve pachtcontracten krijgen toegespeeld. In twee provincies (Fejér en Borsod) is 80% van de contracten naar Fidesz relaties gegaan, voor zeker de helft ook nog eens naar mensen die geen locale boeren zijn maar behoren tot een kleine groep van families en individuen van buiten. De krant Népszabadság legde de hand op een intern rapport van de organisatie die de betreffende landbouwgrond in eigendom heeft, de NFA, waarin wordt gezegd dat de criteria voor de toewijzing van de pachtcontracten niet objectief zijn. Het bestaan van dat rapport werd tot nu toe van officiële zijde ontkend. Het politieke effect van deze machinaties is overigens vooral een verschuiving van de steun van Fidesz naar het extreemrechtse Jobbik in veel plattelandsgebieden.

* De minister van economische ontwikkeling heeft de directie van olie- en gasbedrijf MOL gevraagd op te houden met het subsidiëren van een wetenschappelijke stichting die de activiteiten van oppositieleider Gordon Bajnai met onderzoek ondersteunt. De Hongaarse overheid heeft aandelen in MOL en het geeft geen pas dat zo’n bedrijf de activiteiten steunt van iemand die de huidige regering ten val wil brengen, aldus de minister.

woensdag 13 maart 2013

Hongarije is geen constitutionele democratie meer.

Hongarije is geen constitutionele democratie meer, tot die spijkerharde conclusie kwam de conservatieve ex-president en voormalig lid van het Grondwettelijk Hof László Solyóm na de aanname van het vierde amendement op de grondwet afgelopen maandag.

De wijziging van de grondwet ontlokte een stortvloed aan negatieve reacties uit heel Europa. Veel commentaren in zowel Duitsland, Frankrijk als Engeland - van het conservatieve Die Welt tot en met de progressieve Independant - constateerden dat de EU dit echt niet langer over zijn kant kan laten gaan. Omdat een aantal EU-landen bijna een jaar geleden niet bovenop de Euro-crisis nog een Hongarije crisis wilden, nam Brussel toen genoegen met halfzachte toezeggingen van premier Orbán dat hij de kritiek serieus zou nemen. Maar dat doet hij dus niet. “Orbán heeft niets geleerd, hij lacht ons gewoon uit,” zei de liberale voorman Guy Verhofstad in het Europese parlement.

Tegelijk vraagt iedereen zich af wat Europa dan moet en kan doen. Aanmaningen helpen niet, maar het ontnemen van stemrecht en stopzetten van subsidies – de nucleaire optie – gaat wel heel ver en is ook zo makkelijk nog niet (want alle andere leden moeten daarmee instemmen). Misschien dat het voorbeeld van Barbara Stamm, voorzitster van het Beierse parlement en vooraanstaand lid van de CSU en tot nu toe een trouwe bondgenoot van Orbán, een indicatie is waar het heen gaat. Zij zegde uit protest een ontmoeting met de Hongaarse parlementsvoorzitter László Kövér af. Ook president János Áder kreeg bij zijn staatsbezoek aan Duitsland van de afgelopen dagen ook van iedereen een wagonlading kritiek over zich heen. Benieuwd hoe Orbán morgen en overmorgen ontvangen wordt op de EU-bijeenkomst van regeringsleiders?

Ook in Hongarije uiteraard veel kritiek, ditmaal eveneens hele harde van gematigde conservatieven zoals de jonge journalist Bálint Ablonczy van Heti Válasz (de Orbán regering is haar zin voor realiteit kwijt),  de bekende publicist Gábor Török en Dávid Lakner, een lid van de jonge conservatieve groep Mandiner. Ex-president László Solyóm constateerde dat Fidesz zich nu formeel boven de grondwet heeft geplaatst. “Onbeperkte parlementaire macht is in Hongarije noch elders in Centraal Europa ooit democratisch geweest en dat roept zeer onaangename herinneringen op,” aldus Solyóm.

In Boedapest demonstreerden de afgelopen dagen duizenden mensen, waaronder ook opvallend veel jongeren. Studenten die uit protest de parkeerplaats van het Parlement blokkeerden werden gearresteerd en kregen per persoon een boete van 50.000 forint (180 euro). Er is een actie gestart om dat geld voor hen in te zamelen. Demonstranten eisten onder meer dat president Áder de wet niet ondertekent. Een demonstratie op het plein voor  het paleis van de president moest echter verderop gehouden worden omdat de antiterreur eenheid TEK dat plein afsloot. Dat TEK is een eenheid van 1200 man, die twee jaar geleden door deze regering werd opgericht. Ze wordt geleid door een voormalige lijfwacht van Orbán en staat onder direct bevel van de premier.

Verder de afgelopen dagen:

- Er komt vrijdag toch een grote demonstratie van de oppositie. 15 Maart is de nationale feestdag waarop de opstand van 1848 tegen de Habsburgers wordt herdacht. Diverse oppositiepartijen houden eerst eigen bijeenkomsten en trekken daarna naar de grote bijeenkomst van Milla op het Kalvin plein. Het motto is een regel uit een gedicht waarin Petöfi, een van de leiders van 1848, het opstandige volk vergelijkt met een onstuitbare watervloed : "Äzért a víz az úr" (letterlijk: Daarom is het water de meester).

- “Dialoog voor Hongarije,” de linkervleugel van de Groene LMP die onlangs van die partij afsplitste, heeft nu met “Samen 2014” van Gordon Bajnai officieel de “Verkiezingsalliantie Samen 2014” opgericht die volgend jaar het Orbán regiem moet verslaan. Naar verwachting zullen in de herfst ook de socialisten en de Democratische Coalitie van oud premier Gyurcsány zich onder die Alliantie scharen.

-  CEO Enrico Cuchicani van de Bank Intesa Sanpaolo SpA, eigenaar van de CIB Bank, kondigde aan dat hij weg wil uit Hongarije. Het is een nachtmerriescenario geworden, verklaarde hij. De Hongaarse regering heeft de laatste jaren de banken zonder enig overleg zulke excessief hoge belastingen opgelegd dat vrijwel alle banken in Hongarije verliesgevend zijn geworden en de markt voor leningen volstrekt stil is komen te liggen. Premier Orbán zei dezelfde dag op een conferentie dat hij wil dat minimaal 50% van de banken in Hongaarse handen komt. Er gaan al langer geruchten dat de regering banken wil opkopen en/of nationaliseren in de hoop zo directe invloed uit te kunnen oefenen op de financiële sector. De MKB, eigendom van de Bayerische Bank, geldt als een van de kandidaten en de CIB nu dus ook. Dit soort nationalisme kan makkelijk tot nieuwe wrijving met de EU leiden.

- De financiële markten maken zich duidelijk zorgen. De forint is de afgelopen dagen door alle commotie scherp gedaald naar 307 voor de Euro en 249 voor de Zwitserse Frank. Slecht nieuws voor alle Hongaren met leningen in die valuta en voor de Hongaarse regering, die haar budget voor dit jaar had afgestemd op een koers van 285 voor de Euro en dus, als dit zo blijft, extra zal moeten bezuinigen.

zondag 27 januari 2013

Op het vinkentouw

De ‘Groenen’ vallen uiteen, Gordon Bajnai’s Samen 2014 zakt terug in de peilingen en de socialistische MSZP boekt nauwelijks vooruitgang. De oppositie zit in de problemen, concluderen veel Hongaarse commentatoren, vooral die ter rechterzijde. Maar het is wel wat erg vroeg voor die conclusie. Want driekwart van de Hongaren vindt dat het land de verkeerde kant op gaat en 53% wil een andere regering.

Natuurlijk kan de brede samenwerking van links tot en met centrum rechts die nodig is om in mei 2014 Fidesz te verslaan, makkelijk mislukken. Sterker nog, de Fidesz regering zal, naast alle manipulaties met kiesregels, met allerlei beloftes en cadeautjes proberen het electoraat opnieuw om te kopen (geforceerde verlagingen van de energieprijzen, een eenmalige verhoging van pensioenen vlak voor de verkiezingen e.d.). Bovendien hebben Hongaren een eeuwenlange traditie van gebrek aan samenwerking en onderlinge vetes, ruzies en gekissebis, dus de kans dat een democratische samenwerking mislukt, is niet ondenkbaar.

Maar dat de ‘Groene’ LMP (Politiek Kan Anders) vandaag definitief uit elkaar is gevallen, kan ook positief uitpakken. Op het partijcongres dit weekeinde haalde de rechtervleugel opnieuw een kleine meerderheid. Die vleugel wil geen samenwerking met de socialisten en Samen 2014, maar is ervan overtuigd dat de LMP op haar eentje Fidesz kan verslaan. Let wel, de LMP heeft al jaren 3-5% van de stemmen dus dat zou een waar mirakel moeten worden. Andere commentatoren suggereren dat deze rechtervleugel helemaal niet zo happig is om Orbán ten val te brengen, maar hoopt na mei 2014 de “kingmaker” te kunnen worden; de kleine partij die Fidesz net aan een nieuwe meerderheid kan helpen.

Hoe dan ook, nu de splitsing een feit is, heeft de linkervleugel – die ruim 40% van de partijaanhang vertegenwoordigt en de meerderheid van de parlementsfractie – de vrijheid om wel met Samen 2014 te gaan praten en zo de verenigde oppositie meer draagkracht te geven.

Dat de socialisten met 16% aanhang nog altijd veruit de grootste oppositiepartij zijn, maar nauwelijks of geen winst boekt op Fidesz (19%), is ook geen wonder. De grote meerderheid van de kiezers vertrouwt inmiddels Fidesz voor geen cent meer, maar dat wil niet zeggen dat ze de socialisten nu opeens wel vertrouwen. Meer dan 50% van de mensen zit op het vinkentouw en de vraag is wie die stemmen kan winnen. Ook Bajnai heeft steeds gezegd dat de kracht van de socialistische partij een realiteit is, maar tegelijk ook dat ze er nooit en te nimmer in haar eentje in zal slagen de zwevende kiezer naar zich toe te halen, dat kan alleen een brede coalitie.

En dat Samen 2014 in de opiniepeilingen maar rond de 6% haalt, terwijl dat in november nog 14% was, zegt ook weinig. Die peilingen meten Samen 2014 alsof dat een aparte partij is die zelfstandig aan de verkiezingen deelneemt, maar dat was ze tot nu toe in ieder geval niet. De bedoeling was een beweging die partijen en groepen van links tot en met centrumrechts verenigt. Dan moet je dus peilen wat de uitkomst zou zijn van een verkiezing als dat lukt (wat pas in de loop van de zomer, na nog hele moeilijke onderhandelingen, duidelijk zal zijn). En hoe een peiling met Fidesz en Jobbik ter rechterzijde tegenover Samen 2014 (gesteund door socialisten, groenen, democraten, Milla, Solidarnosc enz.) zou uitpakken, dat blijft vooralsnog helemaal ongewis.

Verder de afgelopen week:

- Vorige keer meldde ik al dat de hoofden van meer dan 1000 scholen die sinds 1 januari weer genationaliseerd zijn, de instructie hebben gekregen dat ze niet in het openbaar kritiek mogen uiten op het Nationale Onderwijscentrum dat hen bestuurt. Ook de hoofden van ziekenhuizen blijken een paar weken terug zo’n instructie te hebben gehad, in hun geval over de regeringsinstelling die toezicht houdt op de gezondheidszorg. Al sinds mei 2010 weten ambtenaren van alle overheidsinstellingen, mede dankzij de wet die ontslag zonder opgaaf van redenen mogelijk maakte, dat ze geacht worden hun mond te houden en ja te knikken. “Op een of ander moment en op een of andere manier is er in dit land een begin mee gemaakt aan mensen te vertellen hoe ze moeten denken en inmiddels wordt centraal gedefinieerd wat ik kan zeggen,” aldus een blogger. “Wat ben ik blij dat ik nergens bestuurder ben, zodat ik nog tot op zekere hoogte de baas blijf van mijn eigen woorden (wie weet hoe lang nog...).”

- De regering heeft weer twaalf grote pleinen, straten en bruggen in het centrum van Boedapest gereserveerd voor officiële vieringen op en rond 15 maart, een nationale feestdag ter herding van de opstand van 1848. Dus zal de oppositie, die op die dag altijd een grote demonstratie houdt bij de Elisabeth Brug, opnieuw de strijd aan moeten gaan of dat mag of niet. Vorig jaar gebeurde iets soortgelijks, maar zwichtte de regering uiteindelijk.

- De Fidesz parlementariër József Ángyán die als enige van de fractie tegen een bepaalde aanpassing van de wet op de landbouwgrond stemde uit protest tegen de oneerlijke toewijzing van land aan, heeft voor zijn dissidente stemgedrag van de Fidesz fractie een financiële boete opgelegd gekregen van 250.000 forint (1000 euro, een ruim modaal maandsalaris). Hoewel hij het best kan betalen, heeft een groep boeren aangeboden uit solidariteit het geld voor hem op tafel te leggen

woensdag 14 november 2012

Oneerlijke verkiezingen




Vele kleine beetjes maken ook een grote, onder dat motto past de regering Orbán opnieuw een aantal kiesregels aan zodat het speelveld nog verder naar haar kant overhelt. De invoering van een volstrekt onnodige extra kiezersregistratie zal ertoe leiden dat 25% of meer van de stemgerechtigden van de stembus wordt weggehouden. Het gaat daarbij vooral om burgers die zich niet met politiek bezig houden en ook geen enkel vertrouwen in politici (meer) hebben. Er is bovendien een verbod ingesteld op politieke advertenties bij de commerciële TV en radio en op het Internet. “Als je het formeel bekijkt, worden het in 2014 nog wel vrije verkiezingen. Maar eerlijk worden ze zeker niet, de oppositie wordt zwaar benadeeld,” zegt Csaba Tóth, politiek analist van denktank Republikon.

Een gelijk speelveld, gelijke kansen
Hoewel Hongarije een prima werkend bevolkingsregister heeft en uit opiniepeilingen blijkt dat 79% van de Hongaren tegen aparte registratie is, moeten de acht miljoen stemgerechtigde Hongaren zich nu toch apart en persoonlijk gaan registreren (wie werkt zal dus zelfs een halve of hele dag vrij moeten nemen). Die extra registratie is voor vier jaar geldig maar wie zich tot  twee weken voor verkiezingsdag niet heeft geregistreerd, mag niet meedoen. Deskundigen verwachten dat deze extra hindernis zeker een kwart van de kiezers weg zal houden van de stembus en dat de opkomst daardoor makkelijk kan dalen van 70% bij de vorige verkiezingen tot 45-50% in 2014.

Afgelopen maandag voerde Fidesz parlementariër Gergely Gulyás op een persconferentie allerlei formele argumenten aan waarom de bestaande burgerlijke stand nu opeens niet meer afdoende zou zijn. “Maar dat is merendeels onzin, die burgerlijke stand heeft altijd prima gewerkt. Waar het om gaat is dat de regeringspartij af wil van de aanzienlijke groep apathische en gedesillusioneerde kiezers die op het allerlaatste moment zo boos zijn dat ze toch nog naar de stembus gaan om de zittende regering weg te sturen,” aldus Tóth en zijn collega Robert László van onderzoeksinstituut  Political Capital. Bij de verkiezingen van 2010 kwam ongeveer 10% van de uitgebrachte stemmen van deze groep ‘zwevende kiezers’ die in de laatste twee weken besloten toch te gaan: dat zijn 500-duizend stemmen die toen voor een groot deel voor Fidesz waren en die ze nu tegen dreigt te krijgen.

Volgens de nieuwe regels mag er ook nog maar 50 dagen campagne worden gevoerd en mogen politieke partijen geen advertenties plaatsen op commerciële TV en radiostations  en op het Internet. Volgens Fidesz-man Gulyás is dat om te verhinderen dat partijen teveel geld uitgeven aan campagne voeren, maar ook daar geloven de twee analisten niets van. Zij denken dat Fidesz het de oppositie moeilijker wil maken om via die commerciële stations en populaire  nieuwssites op het Internet een groot publiek te bereiken. Natuurlijk zijn er wellicht omwegen om deze regels gedeeltelijk te omzeilen, zeker op het Internet, maar dat kost dan wel weer extra moeite en extra geld. “En TV zenders die daar aan meewerken, zouden via de omstreden mediawet weer problemen kunnen krijgen, dus die zullen heel voorzichtig zijn.”

Er mag straks wel beperkt campagne gevoerd worden via de staatsomroep (maar die is zwaar pro-regering en trekt nauwelijks publiek), via reclameborden op straat (maar die zijn voor een zeer groot deel eigendom van Fidesz oligarchen die de prijzen kunnen bepalen) en via gewone kranten (die slechts een klein publiek bereiken dat zijn keus toch al gemaakt heeft). En de regering kan intussen natuurlijk nog wel ‘publieke informatiecampagnes’  houden, zoals ze recent allerlei advertenties tegen het IMF plaatste. Maar als het aan Fidesz ligt komt er geen lange en felle verkiezingscampagne, komen er geen politieke advertenties en komen er zeker geen TV debatten met de oppositie, want dat alles lokt alleen maar zwevende kiezers naar de stembus.

In 2010 won Fidesz met 2,7 miljoen stemmen, maar de helft daarvan is inmiddels totaal gedesillusioneerd afgehaakt. De strategie is nu om met de overgebleven één tot anderhalf miljoen mensen, die volkomen idolaat zijn en hoe dan ook altijd op Orbán zullen stemmen, in 2014 te winnen. In dat licht moet je alle nieuwe regelgeving zien, meent Tóth. De regels van deze week komen bovenop eerder manipulaties, zoals de invoering van het “first past the post” systeem (de grootste partij wint een district, zelfs al heeft die maar 30% van de stemmen), het rommelen met de samenstelling van districten (waardoor Fidesz niet zal winnen in districten die traditioneel links zijn, maar wel veel meer kans heeft in zogenaamde “swing districts”), de invoering van stemrecht voor Hongaren in Roemenië en andere buitenlanden (alleen die Hongaren die een Hongaars paspoort hebben aangevraagd, wat doorgaans de meer nationalistisch gezinden zijn en dat levert Fidesz zo weer 100- of misschien 200-duizend stemmen extra op).

Elke maatregel op zichzelf is geen ongekende schending van het kiesrecht en elke maatregel op zichzelf levert de regeringspartij maar een klein beetje voordeel op. Maar al die voordeeltjes bij elkaar, leiden tot een aanzienlijke verstoring van het eerlijke speelveld.

En in het voorjaar van 2013 komt er nog meer, zoals een mogelijke drastische beperking of zelfs afschaffing van de overheidssubsidie voor partijen (zodat de oppositie, die toch al armer is dat de regering en haar oligarchen, nog minder fondsen heeft om te mobiliseren voor registratie en het stemmen zelf). “Let wel, deze regering kan eenzijdig en op elk moment de regels van het spel wijzigen, doet dat ook permanent en kan daarmee doorgaan tot vlak voor de verkiezingen. Dat alleen al maakt het heel moeilijk voor een oppositie om een campagne op te zetten en is dus eigenlijk onaanvaardbaar in een democratie,” aldus Tóth.


Maar hoezeer het speelveld ook verstoord is, we moeten en kunnen  met een sterke grassroots campagne Fidesz zelfs dan nog verslaan, zegt Gordon Bajnai van “Samen 2014” op een persgesprek met buitenlandse correspondenten afgelopen dinsdag: “We hebben geen keus. Het wordt onze laatste kans om op een redelijke manier van dit regime af te komen.” Bajnai hoopt in de zomer van 2013 een coalitie met een alternatief regeringsprogramma op poten te hebben. Daarvan zouden alle democratische partijen inclusief  centrumrechtse groepen deel uit moeten maken. “Het is belangrijk dat de EU Hongarije  zeer nauwgezet in de gaten houdt, maar verandering kan alleen maar van de Hongaren zelf komen.”

Verder deze week:



- Boeren in het dorp Kajászó hebben een stuk grond aan de rand van het dorp illegaal ‘bezet’. Ze bewerken het land gezamenlijk en willen de opbrengst onderling verdelen. Dit gebeurt uit protest tegen de oneerlijke manier waarop naar hun mening de Fidesz regering grote stukken staatsgrond, die eigenlijk onder kleine locale boeren verpacht zou moeten worden, in handen speelt van partijgetrouwen. Ook het bezette stuk grond is recent aan zo iemand toegewezen. Volgens ex-staatssecretaris van landbouw József Ángyán (Fidesz), die uit protest tegen deze corruptie een jaar geleden aftrad, vervreemd de regeringspartij op deze manier haar traditionele aanhang op het platteland van zich.

- Bij de hoofdstedelijke brandweer wordt het schoonmaakwerk tegenwoordig gedaan door 22 vrouwen van de werkverschaffing (gedwongen werk voor uitkeringsgerechtigden tegen een aanzienlijk verlaagd loon). Nadat de overeenkomst daartoe was getekend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (zowel de baas van de brandweer als van de werkverschaffing), zijn 19 schoonmaaksters in vaste dienst (met een regulier minimumloon) ontslagen, aldus een rapport van nationale ombudsman Máté Szabó.