Posts tonen met het label media. Alle posts tonen
Posts tonen met het label media. Alle posts tonen

zaterdag 1 februari 2014

"Soft censorship" in verkiezingstijd



In de overheidsmedia in Hongarije mag geen melding worden gemaakt van daklozen die omkomen door de vrieskou, zegt het Hongaarse Sociale Forum (MSZF). Volgens de organisatie komen er meer dan 300 daklozen per jaar om door blootstelling aan de vrieskou, maar weigeren de overheidsmedia daar melding van te maken. Het is slechts een van de voorbeelden in de afgelopen weken die duidelijk maken dat er in Hongarije een vorm van “soft censorship” bestaat.

De oppositie eist een referendum over de Paks kerncentrale.
Volgens de MSZF bestaat er bij overheidsmedia een verbod op “elke vermelding van een overlijden door blootstelling aan de vrieskou.” De organisatie wil dat er wel aandacht aan dit soort gevallen wordt besteed om zo de bevolking bewust te maken van het bestaan van dit serieuze probleem, maar zegt dat al haar pogingen om deze “censuur” te doorbreken op niets zijn uitgelopen. In de afgelopen drie jaar zijn er volgens de MSZF meer dan duizend Hongaarse daklozen door de kou omgekomen, velen omdat ze door de overheid tegenwoordig worden geweerd uit de binnensteden (dankzij een grondwetswijziging kunnen locale overheden nu harder optreden tegen daklozen die in de binnenstad proberen te schuilen in metrostations en andere beschutte plekken) en ze dus op koudere plekken overnachten. Omdat deze winter voorlopig zeer mild is, is het dodental dit jaar tot nu toe laag (88).

In mijn vorige blog meldde ik al dat de regering op 24 januari per decreet verkiezingspropaganda langs snelwegen, grote kruispunten en op lantarenpalen en elektriciteitsmasten verbood. Op 28 januari stelde vervolgens de gemeenteraad van Boedapest een verbod in op verkiezingspropaganda op en bij de bruggen over de Donau, monumentale gebouwen, metrostations, bomen e.d. Daarmee zijn de meeste plekken die bij elke verkiezing sinds 1990 altijd vol hingen met affiches, stickers en wat dies meer zij nu verboden, uiteraard ‘ter bescherming van het monumentale stadsgezicht en het milieu,’ aldus de gemeente. Ook besloot het bedrijf dat reclameborden verhuurt in de metrotreinen en –stations in de hoofdstad om geen verkiezingsreclame toe te staan, zodat de oppositie ook daar niet terecht kan. Wat over blijft zijn de officiële reclamezuilen en –borden, maar die zijn voor 60-80% in handen van aan Fidesz gelieerde bedrijven en hangen vol met regeringspropaganda.

Verder verwisselde afgelopen maand een van de twee grote commerciële TV zenders, het verliesgevende TV2, van eigenaar. De nieuwe eigenaren zijn officieel twee topfunctionarissen van TV2, maar die hadden absoluut het geld niet om het station te kopen. Ze hebben daarom het volle bedrag van de aanschaf geleend van het verkopende Duitse bedrijf dat tot nu toe eigenaar was van TV2. Dat is natuurlijk merkwaardig en critici vermoeden dat daar een of andere financiële garantiestelling van een derde partij achter zit en dat TV2 via een stroman constructie nu in feite in Fidesz handen is. Overigens mogen de commerciële TV en radio, die nu voor het overgrote deel in handen zijn van aan Fidesz gelieerde bedrijven, volgens de nieuwe kieswet alleen reclame voor politieke partijen uitzenden als ze die reclametijd gratis weggeven (en dan moeten ze ook alle partijen dezelfde zendtijd geven). Daar komt dus in praktijk weinig tot niets van terecht. Het betekent ook dat er maar twee commerciële stations waar de oppositie nog op een enigszins normale manier aan bod komt, het uitgesproken linkse Klub radio (dat dankzij de regering al haar frequenties buiten de hoofdstad kwijt is) en het neutrale TV station ATV (dat een beperkt budget en dus ook een beperkt bereik heeft).

De socialisten hebben dezer dagen een boycot ingesteld tegen de publieke TV zenders uit protest tegen de manier waarop ze door die zenders worden behandeld. De nieuwsuitzendingen zijn diplomatiek gezegd nogal regeringsvriendelijk, in gewone mensentaal: propaganda-uitzendingen van de regering. Volgens de nieuwe Fidesz wetgeving ruimen ook de publieke TV- en radiozenders van de overheid maar zeer beperkt tijd in voor verkiezingsspotjes. De democratische oppositie krijgt in 50 dagen verkiezingscampagne ongeveer … drie minuten.

Alle dag- en weekbladen moeten zich van tevoren bij de overheid aanmelden als ze verkiezingsadvertenties aan politieke partijen willen verkopen en bekend maken wat hun tarieven zijn. Wie op deze lijst staat, moet aan alle partijen verkopen en wie niet op de lijst staat, mag aan niemand verkopen. Wat opvalt is dat twee grote regeringsgezinde publicaties, gratis dagblad Metropool en het dagblad Het Hongaarse Volk (Magyar Nemzet) niet op de lijst staan. Dus terwijl de weinige overgebleven ‘linkse’ publicaties als Népszabadság, HVG of Magyar Narancs Fidesz advertenties accepteren (de bladen hebben geen keus want zijn straatarm) kunnen rechtse bladen die zwaar worden gesubsidieerd via allerlei overheidsreclame zich veroorloven oppositieadvertenties te weigeren.

Wat overblijft voor de oppositie is het versturen van materiaal per post aan alle 8 miljoen kiesgerechtigden. Maar dat kost een slordige acht miljard forint (25 miljoen euro) en de oppositie is arm. Dat is geen probleem voor het CFO, de zogenaamd onafhankelijke organisatie die ter ondersteuning van de regering demonstraties organiseert, de stad vol plakt met affiches en ja, ook aan iedereen materiaal per post toestuurt. Waar de organisatie, die uiteraard ontkent verkiezingspropaganda te bedrijven, het geld voor die activiteiten vandaan haalt, wil ze niet zeggen. Maar het is een publiek geheim dat de Fidesz regering enorme overheidssubsidies naar de club toe sluist.

Rest nog de constatering dat er hoogstwaarschijnlijk van enig rechtstreeks verkiezingsdebat – in den lande of op TV – geen sprake zal zijn. Fidesz en Orbán weigeren tot nu toe consequent zulk een rechtstreekse confrontatie.

Wie vindt dat dit alles de typische kenmerken zijn van een vrije, open en eerlijke verkiezingsstrijd waarin de bevolking een serieuze afweging kan maken op wie te stemmen, mag het zeggen.

maandag 18 maart 2013

Propaganda in de sneeuwstorm

Toevallig rijdt premier Viktor Orbán op zaterdag 16 maart samen met minister van Binnenlandse Zaken Pintér in zijn eigen auto op de autosnelweg tussen Boedapest en Wenen. Terwijl de laatste resten van de sneeuwstorm nog worden opgeruimd, zien ze toevallig een jong stel dat langs de kant van de snelweg loopt, gestrand als gevolg van de sneeuw. Natuurlijk besluiten ze, vriendelijk en behulpzaam als ze zijn, de twee een lift te geven. En laat er nou toevallig een camera in de auto zitten die alles opneemt?


Dat is onderdeel  van een filmpje dat door de regering is verspreid via YouTube, een tamelijk ongelofelijk staaltje van succespropaganda waarin de premier met de verantwoordelijke minister (alle hulpdiensten vallen onder Pinter) een dagje gaan kijken hoe het ervoor staat op de weg na de sneeuwstorm? Van de talloze chauffeurs, bewakers, lijfwachten of ander gevolg die Orbán altijd omringen geen spoor, maar wel een draaiende camera? En dat terwijl Orbán net terug is uit Brussel en Pintér zijn handen nog vol heeft of zou moeten hebben met de sneeuwstormcatastrofe?

Maar dat is dus het punt van dit toneelstukje: de verontwaardiging over de aanpak van de sneeuwstorm van de 14e-15e maart loopt inmiddels behoorlijk op. Hoewel de storm dagen van tevoren was aangekondigd door de weersdiensten en er aan Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk heel goed te zien was wat er op ons afkwam, sneeuwden tal van (snel) wegen in Hongarije de 14e maart volledig dicht en moesten tienduizenden mensen de nacht in hun auto doorbrengen. Gelukkig waren er heel veel vrijwilligers die gestrande passagiers opvingen, eten en drinken bezorgden enz. Hulde. Maar waarom kwamen de hulpdiensten die de wegen sneeuwvrij zouden moeten maken eigenlijk pas de 15e in actie, toen alles al volledig vastzat? Waarom ging een waarschuwing om de weg niet op te gaan pas de 15e maart uit? Waarom werd vrachtverkeer, dat ook massaal vastliep, niet al de 14e stilgelegd aan de grenzen? Geconfronteerd met deze vragen, wisten de autoriteiten niet veel meer te zeggen dan dat de sneeuwstorm de grootste in mensenheugenis was (onzin), dat de weersvoorspellers het fout hadden gehad (grote onzin) en dat ze alles te allen tijde onder controle hadden gehad (een botte leugen).

De werkelijkheid is, op zijn best, dat het hele hulpverleningsapparaat last had van de gebruikelijke Hongaarse bureaucratische laksheid: iedereen zat gewoon lekker thuis het lange weekeinde te vieren (vrijdag de 15e maart is een nationale feestdag) en niemand had verder gekeken dan zijn neus lang was. Maar waarschijnlijk is dit alles aanzienlijk verergerd door de manier waarop ook de rampen- en hulpdiensten de laatste jaren zijn ‘hervormd’ door de regering Orbán: alle diensten zijn tot het uiterste gecentraliseerd (echte beslissingen kunnen alleen nog maar aan een bureau in een ministerie in Boedapest genomen worden), vele honderden deskundige personeelsleden zijn eruit gegooid en op topposities zijn vaak ondeskundige mensen benoemd die politiek beloond moesten worden. De nieuwe topman van de recent ingestelde Nationale Catastrofe Dienst bijvoorbeeld is een wat dubieuze advocaat zonder enige ervaring in rampenbestrijding of hulpverlening, maar wel met goede Fidesz connecties. Een incompetente bureaucratie in het kwadraat dus die, opnieuw, herinneringen oproept aan bepaalde andere tijden.

De auto van Orbán (omringd door zijn bewakers van de TEK)  vlak vóór de opname.

p.s. 19 maart. Het jonge stel is door het Hongaarse blad HVG opgespoord en het zijn geen acteurs, zoals velen aanvankelijk dachten. Ze waren wel verbaasd dat er opeens een camera was en dat de premier achter het stuur zat, "maar we konden moeilijk zeggen, nee dank u, bij u stap ik niet in." Dat maakt het filmpje minder "sappig" maar het geheel blijft een in scene gezet stuk: de premier als "de man van het volk" die controleert of alles wel goed gaat.



Verder de afgelopen dagen:

- Na de storm van kritiek die Orbán de afgelopen week kreeg, was ook zijn ontvangst op de Eurotop afgelopen week ijskoud, aldus Europarlement voorzitter Schulz. Diverse premiers (waaronder ook Rutte) hebben Orbán gezegd dat het zo niet verder kan. De EU beraad zich op verdere stappen.

- Shell heeft aangekondigd dat ze nog meer benzinestations in Hongarije gaat sluiten en mensen gaat ontslaan. Officieel om puur economische redenen (toenemende concurrentie, dalende opbrengsten) maar je proeft in de uitleg dat ook dit bedrijf zich in het land niet meer lekker voelt. Volgens CEO Erényi overweegt Shell niet om zich volledig uit de Hongaarse markt terug te trekken maar is het wel constant de vraag hoe lang het de bestaande situatie nog kan volhouden.

- De regering heeft hoge staatsprijzen (zoiets als bij ons een lintje) gegeven aan een aantal mensen, daaronder ook extreemrechtse types zoals Ferenc Szaniszló, (verslaggever bij Echo TV bekend om zijn openlijk antisemitische en racistische bijdrages), Kornél Bakay (een archeoloog die theorieën aanhangt dat het oude Israël nooit heeft bestaan en dat de Joden verantwoordelijk waren voor het feit dat de Hongaren in het jaar 1526 de slag bij Mohacs verloren tegen de Turken), Ajándok Eöry (ook een zogenaamde wetenschapper volgens wie de Chinezen de acupunctuur hebben geleerd van de Hongaren) en János Petrás (gitarist van de groep Karpatia, een populaire band op neo-Nazi bijeenkomsten). De Fidesz minister die de prijzen uitreikte, Zoltán Balog, claimt nu dat hij niet op de hoogte was van de achtergrond van deze prijswinnaars. Een leugen of een bewijs van onvermogen? 

zondag 24 februari 2013

Zwarte lijst



“Lelijke Joodse kop,” “Atheïst,” “liberale homo,” “stom Evangelisch meisje,” dat zijn een paar van de kwalificaties op een lijst van eerstejaarsstudenten aan de sociale faculteit van de ELTE Universiteit in Boedapest. Het door extreem rechtse activisten gedomineerde bestuur van de HÖK, de officiële studentenorganisatie op de faculteit, blijkt al vele jaren dit soort lijsten van eerstejaars bij te houden.

Op die lijsten wordt ook in codes van sommigen aangegeven wat hun politieke voorkeur is (A = MSZP; B = LMP, C = Fidesz, D = Jobbik ), of hij of zij van Joodse afkomst is (I voor Igen=Ja, N voor Nem=Nee) en bij meisjes soms hoe seksueel aantrekkelijk ze al dan niet zijn. Leiders van HÖK op de ELTE-Universiteit ontkenden weliswaar niet dat er lijsten waren, maar wel dat zij er dat soort denigrerende en politieke kwalificaties op hadden aangebracht; dat zijn volgens hen vervalsingen. Maar weinigen geloven dat. Het bestuur van de HÖK is inmiddels door de rector geschorst, politici van vele gezindten – ook Fidesz – veroordeelden het aanleggen ervan en er komt mogelijk een politieonderzoek. Hoe serieus die veroordelingen door Fidesz en de rector zijn, wordt door sommigen betwijfeld, want zij gaven diezelfde studentenorganisaties vele jaren lang vrij spel, heel goed wetende wat voor vlees ze in de kuip hadden.

Al sinds het begin van de jaren 2000 zijn de officiële studentenorganisaties op de meeste universiteiten in vergaande mate in handen van (radicaal)rechtse activisten. Aanvankelijk waren die vooral Fidesz gezind, later vormde een deel van hen de extreemrechtse politieke partij Jobbik. De studentenorganisaties hebben weinig actieve aanhang onder de studenten, maar wel aanzienlijke invloed: ze krijgen forse subsidies, gelden als de officiële onderhandelingspartners en hebben bijvoorbeeld ook invloed op de toewijzing van kamers in studentenflats. De HÖK aan de ELTE-Universiteit die deze lijsten aanlegde, wordt al jaren geleid door mensen die vervolgens topposities in Jobbik bekleden.

Juist die rechtse en extreemrechtse oriëntatie van wat oorspronkelijk onafhankelijke studentenvertegenwoordigingen waren, was een paar jaar geleden reden voor de oprichting van HaHa, een landelijk Studentennetwerk dat onvermijdelijk meer links georiënteerd werd. HaHa is de motor van het verzet tegen het hoger onderwijsbeleid van de regering Orbán. Het landelijk verband van de officiële studentenorganisaties, HOÖK, deed wel mee (ze hadden geen keus gezien de enorme impopulariteit van dat beleid onder studenten), maar liep niet voorop. Het is ook geen toeval dat de regering Orbán nu wel onderhandelt met HOÖK, maar dat HaHa niet welkom is aan tafel. Dezelfde HÖK op de ELTE-universiteit heeft bijvoorbeeld de afgelopen weken ook klachten ingediend bij de rector tegen studentenactivisten van HaHa en tegen professoren die hen actief zouden ondersteunen en heeft in één geval geprobeerd met een groep van 50 in het zwart geklede jongeren (slechts deels studenten) een actiebijeenkomst op de faculteit te verstoren.

Ook de Hongaarse recherche mengt zich in de studentenacties. In burger geklede politieagenten begonnen tijdens een sit-in in het universiteitsgebouw mensen te ondervragen over actieleiders en actieplannen. Een HaHa activiste werd zonder enige grond aangehouden, in een auto geduwd en vijf uur lang op een politiebureau verhoord. De motivatie van de recherche: we hadden vernomen dat er plannen waren om een brug in Boedapest te bezetten. Dat willen we hoe dan ook voorkomen dus vandaar.
Verder afgelopen week

 - Zowel de kritische TV zender ATV als de kleine linkse Népszava zijn door de Media Autoriteit gewaarschuwd dat ze moeten ophouden Jobbik, dat klachten had ingediend, oneerlijk te behandelen. Ze mogen Jobbik (bekend om zijn anti-zigeuner beleid, anti-semitische uitspraken en nationalistische Groot-Hongarije retoriek) bijvoorbeeld geen “extreemrechtse” partij meer noemen. En als een geïnterviewde iets negatiefs zegt over Jobbik, dient die partij direct het recht te krijgen op weerwoord (een wel zeer merkwaardige interpretatie van het hoor-wederhoor principe). Bij herhaling volgt boete, aldus de Media Autoriteit die zoals bekend toeziet of de media wel “objectief en onbevooroordeeld” zijn. Diezelfde raad heeft, ondanks vele tientallen goedgedocumenteerde klachten over leugens, verdraaiingen en verfraaiingen door persbureau MTI, nog nooit ook maar één klacht tegen deze zwaar gecensureerde regeringsspreekbuis gegrond verklaard.

- Sinds 2009 is in Hongarije 97% van alles wat is gebouwd en gerenoveerd in de openbare ruimte gefinancierd door de EU: wegen en spoorwegen, zwembaden en opgeknapte natuurparken, dorpspleinen, scholen, ziekenhuizen. Brussel is er in Hongarije geen procentje populairder van geworden, integendeel, dankzij de anti-Brussel retoriek van Orbán c.s. is de EU minder populair geworden. We willen tenslotte geen kolonie zijn. Maar het is al eerder geconstateerd, Orbán is een meester in het spreken met dubbele tong. Dus startte donderdag een door Brussel geïnitieerde maar door de regering gesteunde campagne die … de voordelen van Europa onder de aandacht moet brengen.

vrijdag 14 december 2012

Genoeg geweest?

“Het is genoeg geweest,”  aldus een protestbord van studenten die demonstreerden tegen de invoering van collegegeld, een demonstratie georganiseerd door “linkse” en  “rechtse” studentenorganisaties tezamen.  “Ik heb er schoon genoeg van,” was ook het thema van een recent spraakmakend interview waarin de gerespecteerde kunstenaar Levente Szőrényi de nationalistische cultuurpolitiek van de regering Orbán frontaal aanviel. Szőrényi was in het verleden uitgesproken pro-Fidesz maar is nu een van de vele prominente kunstenaars van diverse politieke achtergrond die gezamenlijk hun stem verheffen.
Elég volt! (Genoeg geweest!)


De demonstraties van studenten beginnen langzaamaan behoorlijk wijdverbreid te raken. Er waren de afgelopen dagen al acties (demonstraties, sit-in’s, korte bezettingen van regeringsgebouwen) in Boedapest, Szeged, Pécs, Komló en Miskolc. Ook scholieren uit het eindexamenjaar – de eersten die door het nieuwe collegegeldstelsel getroffen zullen worden – doen her en der mee. De beweging is nog niet heel massaal, maar zelfs regeringsgezinde commentatoren waarschuwen dat het dat wel kan worden.

Want het hoofdpunt is al bijna niet meer de invoering van het collegegeld als zodanig. Iedere deskundige en iedere politicus weet dat een of andere vorm van eigen bijdrage onvermijdelijk is en dat het dus gaat om de manier waarop (geleidelijke invoering, een eerlijk leenstelsel voor arme studenten, serieus overleg met alle betrokkenen). Maar de boosheid onder studenten over andere regeringsmaatregelen op onderwijsgebied is net zo groot (het verplichte “werken in Hongarije” contract, het streven om het aantal studenten op universiteiten drastisch in te perken, de verregaande aantasting van de autonomie van universiteiten, de plagiaatschandalen) en bovenal is er woede over de onbeschaamde manier waarop de regering zelfs tegen zijn eigen aanhang liegt.

In 2008 was Fidesz de grote kracht achter een referendum dat elke vorm van betaling voor hoger onderwijs afwees. Dat referendum speelde een cruciale rol in de ondergang van de linkse regering in 2009, de overweldigende verkiezingsoverwinning van Fidesz in 2010 en de massale steun onder studenten voor rechts. Sindsdien heeft Orbán uit en te na herhaald dat hij geen collegegeld in zou voeren, nooit niet en op geen enkele manier. Zelfs afgelopen oktober zei zijn woordvoerder nog dat er absoluut geen plannen in die richting waren. En nu ligt er “opeens” een voorstel dat het woord collegegeld niet gebruikt, maar daar wel volledig op neerkomt. Een voorstel dat “in het belang van de studenten” zou zijn maar een veel drastischer eigen bijdrage invoert dan de linkse regering in 2008 voorstelde.

De studenten voelen zich gewoon verschrikkelijk in de zeik gezet. Het is een morele kwestie aan het worden: een enkel leugentje om bestwil is te begrijpen, maar er zijn grenzen. En het helpt dan niet dat premier Orbán een uitnodiging van studenten om zijn beleid “en plein public” te komen verdedigen, naast zich neerlegt (in 1996 had een linkse minister die collegegeld wilde invoeren wel het lef tot zo’n openbaar debat). En dus gaat HÖOK, de grootste studentenorganisatie die als pro-Fidesz geldt, nu samen met HaHa, een linkse studentenorganisatie, de straat op. Premier Orbán liet vanuit Brussel weten dat het allemaal eind van de week wel over zou zijn. Maar dat is maar de vraag.

Want ook op cultureel terrein zie je een omslag. “Ik heb er schoon genoeg van dat ik alles van de zogenaamde “burgerlijke” zijde maar moet accepteren omdat het “nationaal” is en dat ik me moet verontschuldigen  als iets me niet bevalt omdat ik anders te horen krijg dat ik geen goede Hongaar zou zijn,” aldus de gerespecteerde kunstenaar Szőrényi in het eerder genoemde interview. Hij en tientallen andere gerenommeerde Hongaarse kunstenaars, van zowel linkse als conservatieve huize, hebben nu ook hun handtekening gezet onder een petitie die protesteert tegen de snel groeiende invloed  van een uiterst conservatieve en nationalistische Academie Voor Hongaarse Beeldende Kunsten (zie mijn vorige blogbericht). De teneur van het protest: we willen terug naar een normaal cultuurbeleid, waarin goede kunstenaars worden gewaardeerd omdat ze goede kunstenaars zijn, en niet opzij worden gezet ten behoeve van tweederangs knutselaars met de “juiste” politieke overtuiging.

Is er sprake van een keerpunt? Het is te vroeg om dat te zeggen. Maar ik denk nog steeds dat Gordon Bajnai, leider van de nieuwe politieke beweging Samen 2014, de groeiende stemming in het land goed samenvat als hij in zijn speeches zegt: we willen terug naar een normaal Hongarije; een Hongarije waarin iedereen telt, waarin verantwoordelijke politici zich houden aan democratische spelregels en minimale normen van politiek fatsoen, waarin competentie belangrijker is dan politieke hielenlikkerei, waarin extremisme klip en klaar wordt veroordeeld en waarin normaal debat mogelijk is.




Verder afgelopen week:

- Het is nog steeds onduidelijk hoeveel eigen bijdrage studenten nu precies moeten gaan betalen. De bedragen en schattingen variëren van 90.000 Forint (350 euro) per jaar voor sociale wetenschappen tot 300.000 Forint (ruim 1.000 euro) per jaar voor meer exacte studies, met uitschieters tot ruim 2 miljoen forint (8.000 euro) per jaar voor wie medicijnen wil studeren en alles zelf zal moeten betalen. Nogmaals ter vergelijking: het minimumloon ligt hier op ongeveer 350 euro per maand.

- Euronews, een mede door de EU gesubsidieerde 24-uur nieuws TV zender, zal vanaf komend voorjaar uitzendingen in het Hongaars gaan maken gericht op Hongarije met nieuws uit en over Hongarije en de wereld. Het is uitdrukkelijk de bedoeling, aldus Euronews, om met eigen nieuwsgaring  te gaan werken en onafhankelijk nieuws te gaan maken dat aan de hoogste journalistieke normen voldoet. De zender is bezig een grote staf op te bouwen. Dat is een belangrijk initiatief omdat het huidige medialandschap allerminst objectief is. De publieke media en het nationale persbureau zijn propaganda instrumenten van de regering geworden en de enige nieuws TV zender van Hongarije, Hir TV, wordt gefinancierd en gecontroleerd door een radicaal rechtse oligarch. Nu zien of de kabelmaatschappijen in de diverse Hongaarse steden Euronews in hun pakket op gaan nemen?