Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cultuur. Alle posts tonen

zondag 26 mei 2013

Orwell in Hongarije?

Nieuwe wetgeving geeft de Hongaarse overheid volmacht om (hooggeplaatste) publieke figuren maar ook hun naaste familieleden af te luisteren, hun brieven te openen, hun e-mails te lezen, hun vuilnis te doorzoeken, hen te schaduwen en filmen, hun privé leven ondersteboven te halen enz., alles zonder gerechtelijk bevel, parlementaire controle of zelfs maar een gerede verdenking van een strafbaar feit. Volgens de regering is de wet nodig om corruptie te bestrijden en de staatsveiligheid te verzekeren, volgens critici gaat de regering (weer eens) veel te ver.

Voorlezen uit "1984" van Orwell
De wet betreft vooralsnog topambtenaren, ambassadeurs, hoge officieren in leger en politie, parlementariërs die op enigerlei wijze bij de staatsveiligheid betrokken zijn, bestuurders van staatsbedrijven e.d. De wet geeft de regering ook het recht om deze lijst uit te breiden als ze dat nodig acht zonder de wet te wijzigen. Tot nu toe kon er slechts eens in de vijf jaar een antecedentenonderzoek tegen overheidsfunctionarissen plaatsvinden – te weinig, zeggen ook mensen van Transparency International – de nieuwe wet maakt vrijwel permanente controle mogelijk, ook van het privéleven van de functionaris. Wie daar geen toestemming voor geeft, krijgt de baan niet. In de vragenlijst die de betrokkenen bij het aanvaarden van hun functie moeten invullen, dienen zij ook informatie te geven over hun privéleven, bijvoorbeeld of ze verhoudingen buiten het huwelijk hebben of hebben gehad (of homoseksueel zijn?).

Het doel is, aldus de wet, om de staatsveiligheid te beschermen door de overheid de mogelijkheid te geven vast te stellen of en in hoeverre mensen chantabel of te corrumperen zijn. De geheime onderzoeken worden uitgevoerd door het Bureau ter Bescherming van de Grondwet afgekort AVH (nee, niet ÁVH zoals de stalinistische geheime dienst in de jaren vijftig heette). Tegen ontslagen die het gevolg zijn van dit soort geheime onderzoeken is geen beroep mogelijk. Officieel was de wet, zoals zo vaak, een privé initiatief van een aantal Fidesz parlementariërs, zodat maatschappelijk consultatie en ruim parlementair overleg kon worden omzeild. Critici zoals de ombudsman, mensenrechtengroepen en een aantal juridische experts hekelen vooral het afluisteren e.d. zonder gerede verdenking en gerechtelijk bevel, de aantasting van het privéleven en het gebrek aan een beroepsmogelijkheid. Bovendien regelt de wet niet wie er al dan niet inzage heeft in de zo verzamelde informatie, wat er precies met die informatie gebeurt, hoe lang die mag worden bewaard enz. Op de dag dat de wet werd aangenomen, las een groep demonstranten voor de deur van het ministerie van binnenlandse zaken urenlang voor uit het boek "1984" van George Orwell.


Verder afgelopen week

* De regering Orbán verkondigt nu met regelmaat trots dat ze, nadat er vanuit Europa veel kritiek kwam op de gedwongen vervroegde pensionering van rechters, ook aan die kritiek tegemoet is gekomen en dus wel degelijk bereid is tot constructief debat. Waar? Half waar. De regering heeft eerst een tijdlang alle kritiek categorisch afgewezen en voldongen feiten geschapen door rechters uit hun post te verwijderen en te vervangen. Maar toen Europa maar bleef zeggen dat dit echt niet kon, kregen de gepensioneerde rechters uiteindelijk na veel trekken en duwen de mogelijkheid terug te keren op hun post. Het praktische resultaat: van de 229 verwijderde rechters komen er in mei 2013 slechts 56 terug op hun oude post, want de rest heeft zo genoeg van al dit gezeik en gezaag aan hun stoelpoten, dat ze kozen voor een vrijwillige afvloeiingsregeling. Wat als je 60+ bent en al weer een dik jaar uit je werkritme, heel goed te begrijpen is. Maar de regering heeft dus wel degelijk wat ze wilde: een 173/229 oftewel 75% successcore bij het afvoeren van toprechters, dat is bepaald niet slecht. Bij de top van justitie is de score nog beter: 82 van de 101 oftewel 81%.

* Hoewel Fidesz steeds weer glashard ontkent dat er bij de toekenning van tabaksvergunningen ook maar iets onoorbaars is gebeurd, geeft Orbán tegelijk toe dat er wat hem betreft niets verkeerd aan is om tabaksvergunningen aan politieke vrienden toe te kennen. In een radio interview over de kwestie zei hij letterlijk: “Ik wil hier duidelijk stellen dat ik nooit diegenen die ons ondersteunen de rug toe zal keren. Waarom zou het fout zijn als ondernemers die onze waarden delen en ook anderszins aan de voorwaarden voldoen deze openbare uitschrijvingen winnen? (…) Onze eigen kiezers, aanhangers en supporters de rug toekeren alleen opdat wij politici dan minder kritiek krijgen, dat zal ik nooit accepteren. We moeten deze kritiek over ons heen laten komen, want als onze aanhangers niet op ons kunnen rekenen, wie dan wel?”

* Het Ludwig Museum in Boedapest is nu al enige weken door een kleine groep kunstenaars bezet. Het is intussen wel open voor publiek. De Fidesz regering heeft, zoals verwacht werd, directeur Barnabás Bencsik na zijn eerste periode van vijf jaar niet herbenoemd maar vervangen door een eigen persoon, kunsthistorica Julia Fabényi. Het gaat de demonstranten niet om de persoon Fábenyi, maar om de manier waarop ook dit weer is verlopen. Bencsik gold als te kritisch, modern, liberaal enz. en moest dus vervangen worden door ‘een van ons want het is nu onze beurt,’ hoewel hij de voorkeurskandidaat was van het museum zelf en van de Ludwig Stichting die de collectie destijds aan Hongarije in bruikleen gaf.

vrijdag 14 december 2012

Genoeg geweest?

“Het is genoeg geweest,”  aldus een protestbord van studenten die demonstreerden tegen de invoering van collegegeld, een demonstratie georganiseerd door “linkse” en  “rechtse” studentenorganisaties tezamen.  “Ik heb er schoon genoeg van,” was ook het thema van een recent spraakmakend interview waarin de gerespecteerde kunstenaar Levente Szőrényi de nationalistische cultuurpolitiek van de regering Orbán frontaal aanviel. Szőrényi was in het verleden uitgesproken pro-Fidesz maar is nu een van de vele prominente kunstenaars van diverse politieke achtergrond die gezamenlijk hun stem verheffen.
Elég volt! (Genoeg geweest!)


De demonstraties van studenten beginnen langzaamaan behoorlijk wijdverbreid te raken. Er waren de afgelopen dagen al acties (demonstraties, sit-in’s, korte bezettingen van regeringsgebouwen) in Boedapest, Szeged, Pécs, Komló en Miskolc. Ook scholieren uit het eindexamenjaar – de eersten die door het nieuwe collegegeldstelsel getroffen zullen worden – doen her en der mee. De beweging is nog niet heel massaal, maar zelfs regeringsgezinde commentatoren waarschuwen dat het dat wel kan worden.

Want het hoofdpunt is al bijna niet meer de invoering van het collegegeld als zodanig. Iedere deskundige en iedere politicus weet dat een of andere vorm van eigen bijdrage onvermijdelijk is en dat het dus gaat om de manier waarop (geleidelijke invoering, een eerlijk leenstelsel voor arme studenten, serieus overleg met alle betrokkenen). Maar de boosheid onder studenten over andere regeringsmaatregelen op onderwijsgebied is net zo groot (het verplichte “werken in Hongarije” contract, het streven om het aantal studenten op universiteiten drastisch in te perken, de verregaande aantasting van de autonomie van universiteiten, de plagiaatschandalen) en bovenal is er woede over de onbeschaamde manier waarop de regering zelfs tegen zijn eigen aanhang liegt.

In 2008 was Fidesz de grote kracht achter een referendum dat elke vorm van betaling voor hoger onderwijs afwees. Dat referendum speelde een cruciale rol in de ondergang van de linkse regering in 2009, de overweldigende verkiezingsoverwinning van Fidesz in 2010 en de massale steun onder studenten voor rechts. Sindsdien heeft Orbán uit en te na herhaald dat hij geen collegegeld in zou voeren, nooit niet en op geen enkele manier. Zelfs afgelopen oktober zei zijn woordvoerder nog dat er absoluut geen plannen in die richting waren. En nu ligt er “opeens” een voorstel dat het woord collegegeld niet gebruikt, maar daar wel volledig op neerkomt. Een voorstel dat “in het belang van de studenten” zou zijn maar een veel drastischer eigen bijdrage invoert dan de linkse regering in 2008 voorstelde.

De studenten voelen zich gewoon verschrikkelijk in de zeik gezet. Het is een morele kwestie aan het worden: een enkel leugentje om bestwil is te begrijpen, maar er zijn grenzen. En het helpt dan niet dat premier Orbán een uitnodiging van studenten om zijn beleid “en plein public” te komen verdedigen, naast zich neerlegt (in 1996 had een linkse minister die collegegeld wilde invoeren wel het lef tot zo’n openbaar debat). En dus gaat HÖOK, de grootste studentenorganisatie die als pro-Fidesz geldt, nu samen met HaHa, een linkse studentenorganisatie, de straat op. Premier Orbán liet vanuit Brussel weten dat het allemaal eind van de week wel over zou zijn. Maar dat is maar de vraag.

Want ook op cultureel terrein zie je een omslag. “Ik heb er schoon genoeg van dat ik alles van de zogenaamde “burgerlijke” zijde maar moet accepteren omdat het “nationaal” is en dat ik me moet verontschuldigen  als iets me niet bevalt omdat ik anders te horen krijg dat ik geen goede Hongaar zou zijn,” aldus de gerespecteerde kunstenaar Szőrényi in het eerder genoemde interview. Hij en tientallen andere gerenommeerde Hongaarse kunstenaars, van zowel linkse als conservatieve huize, hebben nu ook hun handtekening gezet onder een petitie die protesteert tegen de snel groeiende invloed  van een uiterst conservatieve en nationalistische Academie Voor Hongaarse Beeldende Kunsten (zie mijn vorige blogbericht). De teneur van het protest: we willen terug naar een normaal cultuurbeleid, waarin goede kunstenaars worden gewaardeerd omdat ze goede kunstenaars zijn, en niet opzij worden gezet ten behoeve van tweederangs knutselaars met de “juiste” politieke overtuiging.

Is er sprake van een keerpunt? Het is te vroeg om dat te zeggen. Maar ik denk nog steeds dat Gordon Bajnai, leider van de nieuwe politieke beweging Samen 2014, de groeiende stemming in het land goed samenvat als hij in zijn speeches zegt: we willen terug naar een normaal Hongarije; een Hongarije waarin iedereen telt, waarin verantwoordelijke politici zich houden aan democratische spelregels en minimale normen van politiek fatsoen, waarin competentie belangrijker is dan politieke hielenlikkerei, waarin extremisme klip en klaar wordt veroordeeld en waarin normaal debat mogelijk is.




Verder afgelopen week:

- Het is nog steeds onduidelijk hoeveel eigen bijdrage studenten nu precies moeten gaan betalen. De bedragen en schattingen variëren van 90.000 Forint (350 euro) per jaar voor sociale wetenschappen tot 300.000 Forint (ruim 1.000 euro) per jaar voor meer exacte studies, met uitschieters tot ruim 2 miljoen forint (8.000 euro) per jaar voor wie medicijnen wil studeren en alles zelf zal moeten betalen. Nogmaals ter vergelijking: het minimumloon ligt hier op ongeveer 350 euro per maand.

- Euronews, een mede door de EU gesubsidieerde 24-uur nieuws TV zender, zal vanaf komend voorjaar uitzendingen in het Hongaars gaan maken gericht op Hongarije met nieuws uit en over Hongarije en de wereld. Het is uitdrukkelijk de bedoeling, aldus Euronews, om met eigen nieuwsgaring  te gaan werken en onafhankelijk nieuws te gaan maken dat aan de hoogste journalistieke normen voldoet. De zender is bezig een grote staf op te bouwen. Dat is een belangrijk initiatief omdat het huidige medialandschap allerminst objectief is. De publieke media en het nationale persbureau zijn propaganda instrumenten van de regering geworden en de enige nieuws TV zender van Hongarije, Hir TV, wordt gefinancierd en gecontroleerd door een radicaal rechtse oligarch. Nu zien of de kabelmaatschappijen in de diverse Hongaarse steden Euronews in hun pakket op gaan nemen?

woensdag 5 december 2012

Toch collegegeld




 Naar verwachting zullen 65.000 nieuwe studenten zich in willen schrijven voor het volgend studiejaar 2013/2014. Het overgrote deel van hen (80%) zal echter fors collegegeld moeten gaan betalen, zo blijkt uit de jongste plannen van de regering. Een zoveelste belofte (“Wij voeren nooit collegegeld in”) die wordt gebroken.


Studentenprotest in februari dit jaar
In 2010 kregen nog ruim 50.000 studenten een volledige beurs, in dit lopende studiejaar was dat al teruggebracht tot zo’n 30.000 en dat worden er volgend jaar nog maar 10.500. Ruim 46.000 eerstejaarsstudenten krijgen dan alleen nog maar een gedeeltelijke beurs en de rest (een krappe 10.000) zal alles zelf moeten betalen, aldus de plannen.

In praktijk betekent het dat het overgrote deel van de studenten zo’n 80.000-90.000 forint aan collegegeld  zal moeten betalen, oftewel zo’n 350 euro (dat is de helft van wat een doorsnee studie hier in Hongarije heet te kosten, 170.000-180.000 forint per jaar). Nu mag een collegegeld van 350 euro in Nederlandse ogen een schijntje lijken, maar in een land waar dat ongeveer het bedrag van het minimummaandloon is, is het fors. Een van de neveneffecten zal ongetwijfeld zijn dat er minder mensen gaan studeren, maar dat is dan ook een van de intenties van de regering Orbán.

Het is ook duidelijk dat de regering het beurzensysteem gebruikt om de toestroom naar bepaalde studies te frustreren. Er zijn geen volledige beurzen meer beschikbaar voor studies als economie of rechten en er zijn er nog maar beperkt voor mensen die sociale  en geesteswetenschappen willen studeren. Het merendeel van de volledige beurzen zal beschikbaar zijn voor studenten in de exacte wetenschappen (techniek, informatica, medicijnen e.d.).

Voorwaarde voor enige vorm van studiebeurs blijft dat de ontvanger een contract tekent met de regering dat hij of zij na de studie tweemaal de periode van de studie in Hongarije gaat werken (wat dus op zes tot acht jaar neer zal komen). Brussel onderzoekt op het moment of die voorwaarde geen aantasting is van het recht op vrije vestiging in Europa.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort plannen onder studenten niet erg goed vallen. In 2008 organiseerde Fidesz nog een nationaal referendum tegen de invoering van een collegegeld. Ook voor de verkiezingen van mei 2010sprak de partij zich daar onomwonden tegen uit. Maar hoewel de regering nu het woord “collegegeld” angstvallig vermijdt, weten we allemaal waar het op neerkomt, aldus Dávid Nagy, voorzitter van de landelijke studentenorganisaties  HOÖK.

Verder de afgelopen weken:

- Terecht veel ophef over de schandalige uitspraken van een  kamerlid van het extreemrechtse Jobbik dat het hoog tijd wordt om een lijst aan te leggen van de Joden in overheidsdienst omdat die staatsgevaarlijk zijn. Aan de demonstratie tegen die uitspraken afgelopen zondag werd ook deelgenomen door Antal Rogán, fractievoorzitter van Fidesz. Prima, want hoe meer Fidesz-mensen zich in het openbaar tegen Jobbik keren, des te moeilijker zal het in de toekomst voor Fidesz zijn om een coalitie met extreemrechts aan te gaan.

- Tegelijk wijzen veel critici er op dat Rogán een van de architecten is van de inperking van de democratie in dit land, dat hij de naam heeft een van de meest corrupte politici van dit land te zijn en dat zijn partij Fidesz medeverantwoordelijk is voor het politieke klimaat dat ervoor heeft gezorgd dat antisemitisme in Hongarije de afgelopen jaren weer vrijwel normaal is geworden. Met name premier Orbán is een meester van de dubbele tong. Soms veroordeelt hij antisemitisme (“Wij Hongaren komen op voor onze Joodse landgenoten,” zei hij afgelopen maandag in het parlement nog), vooral in het buitenland. Maar tegelijk gebruikt hij in Hongarije stelselmatig gecodeerde taal en symboliek die door iedere Hongaar worden begrepen als anti-Joods (“mensen wier hart in het buitenland ligt,” “de macht van bankiers en financiers,” de herintroductie in het openbare leven van antisemitische politici en schrijvers uit de jaren dertig zoals Horthy, Nyirő en Wass). Fidesz is geen antisemitische partij, maar Fidesz is wel heel cynisch: voor het winnen van stemmen onder extreemrechtse sympathisanten is heel veel toegestaan.

- De Academie voor Hongaarse Beeldende Kunsten (MMA), een private organisatie die een aantal jaren terug is opgericht door de uiterst conservatieve  en nationalistische architect Imre Makovecz, krijgt een grote rol in het Hongaarse culturele leven. De academie krijgt van de regering Orbán vanaf 1 januari het eigendomsrecht van een van de grootste musea van Boedapest (de Kunsthal op het Heldenplein) en van een van de grotere theaters (Pesti Vigadó). De artistiek directeur van de Kunsthal heeft inmiddels uit protest ontslag genomen. Daarnaast krijgt de Academie een beduidende stem in het beleid van twee grote subsidieverleners op cultureel gebied, de Nationale Cultuur Stichting en de Nationale Film Stichting, en in de toekenning van een aantal nationale cultuurprijzen.  Tenslotte wordt de subsidie aan de Academie verhoogd van 10-15 miljoen forint naar 2,5 miljard forint.

- Diverse grote Europese banken heroverwegen hun strategie in Hongarije, waarbij terugtrekking uit die markt een van de opties is, aldus Daniel Gyuris, hoofd van de Vereniging van Banken. Het is een reactie op de aankondiging van de regering Orbán dat de (exorbitant hoge) speciale bankbelasting nooit zal worden afgeschaft (ondanks vele malen herhaalde beloftes dat de belasting slechts tijdelijk is) en op de invoering van een speciale belasting op financiële transacties (elke overschrijving en opname gaat belast worden, wat uiteraard de klant uiteindelijk betaalt).

- De Vereniging van Hongaarse Geschiedenisonderwijzers verwerpt het nieuwe geschiedenis curriculum dat volgend schooljaar door de Orbán regering gaat worden ingevoerd. Het materiaal geeft een onkritische, eenzijdige, vooringenomen en vergoelijkende kijk op de Hongaarse nationale geschiedenis, aldus de leraren. De kans dat hun kritiek tot iets leidt, is miniem, want er is nauwelijks tijd voor enig debat ingeruimd, zo constateren ze.