Posts tonen met het label Jobbik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Jobbik. Alle posts tonen

zondag 16 februari 2014

De dubbelzinnige houding van de regering Orbán tegenover het antisemitisme.



Symbolisch voor het ontbreken van gezond verstand en goede smaak in het huidige Hongarije, zo betitelde het blad The Budapest Beacon de verkiezingsbijeenkomst afgelopen zaterdag in de voormalige synagoge van het stadje Esztergom. De rechts-radicale partij Jobbik, een vergaarbak van Hongaren die met regelmaat openlijk hun afkeer van joden, zigeuners, linksen en liberalen ventileren en hun sympathieën voor bepaalde autoritaire regiems uit de jaren dertig niet onder stoelen of banken steken, kwam bijeen in het oude gebedshuis van de Joods Hongaarse gemeenschap van Esztergom, dezelfde plek vanwaar in 1944 vijfhonderd van hen door de rechts-radicale Hongaarse nationalisten van die tijd werden gedeporteerd naar Auschwitz.

Demo tegen de aanwezigheid van Jobbik in de synagoge.
Pogingen om de bijeenkomst tegen te houden, liepen op niets uit. De Fidesz meerderheid in Esztergom weigerde de gang van zaken te veroordelen en ging uit van het legalistische standpunt dat het onmogelijk is om de verhuur van het gebouw, al jarenlang een gemeentelijk cultureel centrum, aan welke politieke partij dan ook te verhinderen. Formeel misschien geen speld tussen te krijgen, maar politiek en moreel beneden peil. En in die zin weer heel symbolisch voor de dubbele houding die Fidesz al heel lang aanneemt tegen het antisemitisme.
Juist die eeuwige dubbelzinnigheid van Fidesz is nu de reden dat een overweldigende meerderheid van de grootste organisatie van Joodse Hongaren, Mazsihisz, heeft besloten om de door de regering georganiseerde activiteiten in het kader van het Holocaust Herdenkingsjaar (1944-2014) te boycotten tenzij premier Orbán snel een paar serieuze concessies doet. Een geduchte tegenslag voor de regering Orbán die met dat herdenkingsjaar hoopte haar zeer gedeukte en gebutste reputatie op dit punt aanzienlijk op te kunnen vijzelen.
Er was het laatste half jaar bepaalde sprake van een PR offensief om te ‘bewijzen’ dat de regering Orbán niets te verwijten valt als het gaat om antisemitisme maar dat de echte vijand op dat punt Jobbik is. Een aantal zogenaamde “gematigden” uit het Fidesz kamp legden ten overstaan van buitenlanders verklaringen af waarin werd benadrukt dat de Hongaarse regering tegen antisemitisme is en daarop diverse acties heeft ondernomen en waarin spijt wordt betuigd voor de vergaande samenwerking van heel veel Hongaren en Hongaarse autoriteiten in de jaren ’30 en ’40 met de nazi’s.
Dat klinkt mooi en zulke activiteiten zijn er inderdaad, maar tegelijk probeert de regering Orbán om radicaalrechtse kiezers van Jobbik af te snoepen. En dus laten minder gematigde Fidesz politici zich voor binnenlands publiek bij tijd en wijle aanzienlijk minder correct uit op dit punt zonder dat ze worden teruggefloten, worden bekende radicaalrechtse figuren benoemd op leidende posten in de cultuursector of de media, zijn diverse notoire antisemitische politici en schrijvers uit de vorige eeuw gerehabiliteerd en bijvoorbeeld opgenomen in het nationaal curriculum voor met middelbaar onderwijs, worden radicaalrechtse initiatieven (Horthy beelden, Horthy straten) op formalistische gronden geen strobreed in de weg gelegd en is in de nieuwe grondwet opgenomen dat de Duitsers de volle verantwoordelijkheid dragen voor de Holocaust in Hongarije. Het getuigt allemaal niet alleen van slechte smaak, maar ook van een gebrek aan gezond verstand want als de geest eenmaal uit de fles is, is ze niet zo makkelijk terug te krijgen.
Drie recente regeringsinitiatieven van deze aard waren de druppels die bij Mazsihisz de emmer deden overlopen. Ten eerste wil de regering een museum openen ter nagedachtenis van Joodse kinderen die in de Holocaust omkwamen, maar heeft ze het project onder leiding geplaatst van een omstreden historica uit eigen kring en is er geen enkel serieus overleg met Joodse organisaties over de invulling van het initiatief. Op de tweede plaats heeft de regering ook aan het hoofd van een nieuw historisch instituut een omstreden historicus uit eigen kring benoemd, een man die nauwe banden heeft metrechtsradicale kringen en die recent in een interview een massamoord op duizenden joden uit Hongarije in 1942 bagatelliseerde. En de regering is vast van plan om in Boedapest een monument op te richten dat “de bezetting” van Hongarije door nazi-Duitsland in maart 1944 herdenkt en dat door zeer velen wordt gezien als een bevestiging dat deze regering de verantwoordelijkheid voor de moord op honderdduizenden Hongaarse joden op de eerste plaats bij Hitler legt (terwijl ze in werkelijkheid voor een heel groot deel bij de Hongaren lag).

Drie jaar lang heeft Mazsihisz geprobeerd met de regering Orbán te overleggen, compromissen te sluiten en Fidesz zo ver te krijgen dat ze haar dubbelzinnige beleid vaarwel zegt en zich consequent van het antisemitisme afgrenst. Het besluit om het Holocaust Herdenkingsjaar te boycotten tenzij de regering Orbán snel een aantal drastische en serieuze concessies doet, is een laatste poging het tij te keren. Of het zal werken? Ik betwijfel het. Bij Viktor Orbán is opportunisme altijd belangrijker geweest dan principes, goede smaak of gezond verstand.

zaterdag 13 april 2013

Ruzie met de Europese Christendemocraten



Volgens de Hongaarse krant in Roemenië Magyar Szó (Het Hongaarse Woord) heeft het bestuur van de christendemocratische EPP fractie in het Europees Parlement in een vergadering in Dubrovnik gisterenavond besloten dat de Hongaarse regeringspartij Fidesz een ultimatum krijgt: ofwel ze conformeert zich binnen een week aan de Europese verzoeken betreffende het Vierde Superamendement op de grondwet ofwel Fidesz wordt uit de EPP geschorst.

De grondwetsstraat is nu de Fidesz-heeft-altijd-gelijk-straat
Natuurlijk zal premier Orbán, die dinsdag aanwezig zal zijn bij de zitting van de voltallige EPP fractie in Straatsburg,  reageren met de nodige verzekeringen dat alles goed zal komen, dat er niets aan de hand is en dat hij bepaalde passages in de (grond)wet wel wil wijzigen: rekken traineren, marchanderen. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat hij er niet langer van uit kan gaan dat de Europese christendemocraten hem niet (openlijk) zullen laten vallen en daarmee komt hij in Europa heel zwak te staan.
Intussen blijft het Europese conflict escaleren. Commissie voorzitter Manuel Barroso (EPP) heeft vrijdag een nieuwe kritische brief aan premier Orbán geschreven en het Europees Parlement vergadert woensdagochtend over “de kwestie Hongarije,” waarbij mogelijk ook voorstellen op tafel komen om hardere actie tegen de regering Orbán, te beginnen met een soort parlementair onderzoek (een artikel 7 procedure) om vast te stellen of het land zich aan de democratische normen van de EU houdt.
Tegelijk lanceren Orbán en zijn ministers de ene na de andere (persoonlijke) aanval op die Europese politici en instellingen die zich niet door hen laten overtuigen dat er niets aan de hand is. Daarbij beschuldigen ze bijvoorbeeld commissaris Viviane Reding (EPP), commissaris Neelie Kroes (liberalen) maar ook de deskundigen van de Venetië Commissie en het Europees Parlement zelf ervan bevooroordeeld te zijn en zich te laten meeslepen in een links-liberaal complot tegen Hongarije. Ook heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken haar ambassades opdracht gegeven actief te reageren als er in media in hun landen artikelen verschijnen met “feitelijke onjuistheden.” Met name bij krantenredacties en directies in Duitsland en Oostenrijk zijn de laatste maanden de nodige klachten neergelegd over het werk van hun redacties en hun Hongarije correspondenten. En tenslotte heeft de regering een speciale “taskforce” van juristen opgezet die haar moet bijstaan in het pareren van de Europese aanvallen.

Verder de afgelopen week:

- Judit Király is afgetreden als laatste onafhankelijke lid van de Monetaire Raad van de Hongaarse Nationale Bank (MNB). Ze wilde daarmee onderstrepen dat de bank niet langer onafhankelijk werkt, maar een verlengstuk van de regering is geworden.

- Volgens regeringswoordvoerder Ferenc Kumin treedt de Hongaarse regering altijd ferm op tegen het antisemitisme en is dat nog eens bewezen toen premier Orbán begin deze week hoogstpersoonlijk de motordemonstratie “Geef Gas” verbood die een extreemrechtse motorclub wil houden op 21 april a.s., de dag van de Holocaust herdenking. Het behoeft hier geen betoog dat “Geef Gas, Handen af van ons Vaderland en onze Huizen” antisemitisch, provocerend en uitermate onsmakelijk is. De “Hongaarse Motorrijders Beweging” wil tijdens een motortocht op de 21e ook de Joodse wijk van Boedapest aandoen terwijl daar de “Mars der Levenden” wordt gehouden ter herdenking van de Holocaust.
De politie had “Geef Gas” niet verboden omdat ze dat volgens de bestaande wetgeving niet kan. Joodse organisaties waren uiteraard zeer verontwaardigd en premier Orbán droeg vervolgens in het parlement hoogstpersoonlijk de minister van binnenlandse zaken op alsnog een politieverbod uit te vaardigen. Dat nu door de motorclub voor de rechter wordt aangevochten, want de Hongaarse wet staat zo’n verbod nu eenmaal niet toe.
De gang van zaken is tekenend voor de machtsverhoudingen zoals die inmiddels zijn ontstaan, aldus mensenrechtenorganisaties TASZ. Naarmate de premier iets bevalt of niet bevalt, geeft hij opdrachten, zelfs al zijn die in strijd met de wet en het recht. Terwijl echt goede wetgeving die dit soort problemen voorkomt en waarmee rechtbanken iets kunnen doen, nog altijd ontbreekt. Misschien zou het verstandiger zijn om wetgeving te ontwerpen die deze motorrijders wel toestaat hun mening te uiten, hoe verwerpelijk hun mening ook is, maar niet op het tijdstip en de plek die zij willen omdat dat de openbare orde in gevaar brengt en het recht van anderen op een vreedzame demonstratie in het gedrang brengt?
Bovendien is één zo’n groots gebaar mooi voor de Bühne, maar verhult het niet dat premier Orbán en Fidesz als partij zich nooit consequent bij het antisemitische kamp scharen. Want in hun cynische pogingen om iedereen die zich tot rechts rekent – ook de antisemieten – te vriend te houden, tolereren en steunen ze met grote regelmaat allerlei extreemrechtse figuren en werken ze bij tal van gelegenheden ook met hen samen. Een greep uit de afgelopen maand:
*  in de deelgemeente Ujpest vond een 15 maart herdenking plaats waarbij naast de Fidesz burgemeester prominent twee mannen stonden in het uniform van de nieuwe Magyar Gárda, een verboden paramilitaire organisatie van extreemrechts. De Fidesz burgemeester van een andere deelgemeente in Boedapest nam diezelfde nationale feestdag deel aan een bijeenkomst van Jobbik. Jobbik is de partij die op 4 mei als het Joodse Wereld Congres  in Budapest vergadert een manifestatie zal houden tegen “de Judeo-Bolshevistische , anti-Christelijke en anti-Hongaarse terreur en zijn Joodse leiders tussen 1919 en 1945.”
* de door Fidesz gecontroleerde publieke zender Duna TV bestelde voor 300.000 euro aan programma’s bij TV productiefirma Dextramedia. Dextramedia heeft nauwe banden met extreemrechtse politici, produceert ook materiaal voor radicaal rechtse private TV zenders zoals Hir TV en Echo TV en maakte voor het aan Jobbik gelieerde N1TV ondermeer een lovende film over de staatsman Adolf Hitler, ‘tegen wiens nagedachtenis “een heksenjacht” wordt gevoerd.’ Ook bleek dat Beatrix Siklósi, die bekend staat om haar extreemrechtse opvattingen en daar op sociale media ook geen geheim van maakt, een hoge adviesfunctie heeft bij het publieke mediabedrijf  MTVA. Maar ze is bepaald niet de enige uit die hoek met een functie bij de ‘publieke’ omroep.
* in maart benoemde de Fidesz regering de jurist Imre Juhász als ‘rechter’ in het Grondwettelijk Hof. Júhász geldt als een openlijke sympathisant van Jobbik en het is dan ook geen wonder dat Jobbik in het parlement deze benoeming steunde.
* ik meldde al eerder dat minister Balog Zoltán een paar weken terug hoge staatsonderscheidingen gaf aan diverse bekende rechtsextreme figuren, waaronder een journalist en een popmusicus. Toen er veel ophef over ontstond, vroeg en kreeg hij van de journalist de onderscheiding terug, maar de onderscheiding van de betreffende gitarist staat nog steeds. Naar aanleiding van die affaire kwam  een krant met het bericht dat minister Navracsics van justitie vorig jaar ook al een hoge onderscheiding had verleend aan Imre Szabó, een van de voornaamste medewerkers van kuruc.info, een neonazistische Hongaarse website die vanuit de VS opereert.

zondag 7 april 2013

Hongaarse riksja’s in Amsterdam

Na het vrijgeven van de markt voor fiets- of riksja taxi’s in Amsterdam in 2009, liep hun aantal snel op tot zo’n 200. Ze zijn populair, vooral onder toeristen, maar er kwamen ook steeds meer klachten over kwaliteit, verkeershinder e.d., zodat Amsterdam nu bezig is het aantal in te perken tot maximaal 100. Een sof voor veel riksja chauffeurs natuurlijk, waarvan een groot aantal (sommigen zeggen bijna de helft) bestaat uit Hongaarse jongeren.

Een Hongaarse fietstaxi in A'dam
Op de Hongaarse nieuwssite Index was onlangs een mooie reportage te zien over het leven van deze jongeren in Amsterdam (in het Hongaars uiteraard, maar te zien op
http://www.youtube.com/watch?v=kPcbrGlu2Lg. De meesten zijn de laatste paar jaar gekomen en de redenen waarom ze in Amsterdam werken zijn heel divers. Ze zijn aangetrokken door het avontuur, door de vrijheid van het leven in Nederland, door de fantastische verscheidenheid aan mensen die je in Amsterdam tegenkomt. Maar ze klagen bijna zonder uitzondering ook over de situatie in Hongarije, waar geen werk is, geen perspectief, geen toekomst. Het verschil tussen Amsterdam en Hongarije? “Hier (in Amsterdam) glimlachen mensen tegen mekaar. Als je thuis (in Hongarije) iemand wat langer aankijkt, krijg je te horen: wat moet je van me? Hier (in Amsterdam) zeggen de meeste mensen: hallo, hoe gaat het? Mensen zijn positiever, creatiever, vrijer.”

Natuurlijk speelt geld ook een hele belangrijke rol in hun keuze. Van 100.000 forint (350 euro) per maand kun je niet leven, zegt er een. Maar dat is wel het soort salaris (iets meer dan het minimumloon) waar heel veel Hongaren thuis het van moeten doen. Als riksja chauffeur verdien je 100 tot 150 euro per dag/avond, rekent een ander voor. Het is hard werken, maar dat loont dan ook. Een interessante observatie van een Engelsman die al jaren als riksja chauffeur in Amsterdam woont: er werken niet alleen veel Hongaren maar ook Roemenen op de fietstaxi’s. In eerste instantie lijken ze op elkaar, maar gaandeweg ga je het verschil in één oogopslag zien. De Roemenen zijn meestal luidruchtig en snel maar de Hongaren kijken doorgaans sip en zijn pessimistisch.

Verder de afgelopen week:

* Klubradio is met ingang van gisteren ook haar frequentie in de stad Kecskemét kwijt. Daarmee zijn de zender de afgelopen drie jaar onder Fidesz 11 van haar 12 frequenties ontnomen, en wel alle frequenties in grotere provinciesteden. Alleen de frequentie in Boedapest mag, voor zover nu te overzien, blijven. Maar daarvoor heeft Klubradio maar liefst zeven rechtszaken moeten voeren, die de radio allemaal won maar die de Fidesz Mediaraad zesmaal negeerde! En nu? Nu klopt de regering Orbán zich opeens op de borst over het feit dat Klubradio in Boedapest mag blijven uitzenden. Zie je wel dat er niets aan de hand is, schrijft regeringspropagandist Ferenc Kumin? “Al diegenen die zeiden dat wij ze het zwijgen op wilden leggen, blijken ongelijk te hebben. Er moesten alleen een aantal juridische details worden afgehandeld.” De cynische leugenachtigheid is meer dan stuitend.

* Volgens Julia Király, één van de nog twee onafhankelijke leden van de monetaire raad van de Nationale Bank, is het recente plan ter stimulering van de economie dat door de bank is gelanceerd nooit serieus binnen de bank bediscussieerd. Ze kreeg het 40 pagina’s tellende plan 35 minuten voor de zitting waarin het werd ‘besproken’ te lezen en vervolgens werd er ‘gestemd.’ Bij haar weten had het plan ook voor die zitting nooit de ronde gedaan. Het is, kortom, een regeringsplan dat door ‘onafhankelijk’ gouverneur Matolcsy is gedropt en doorgejast. De zuivering van de bank is inmiddels vrijwel compleet. Matolcsy heeft drie van de meest gerespecteerde topeconomen van de bank ontslagen en bondgenoten (deels functionarissen die voorheen onder hem op het ministerie werkten) op alle sleutelposities benoemd.

* Het Joodse Wereld Congres houdt in mei haar jaarlijkse algemene plenaire zitting in Boedapest. De regering Orbán zal ongetwijfeld gaan proberen dat aan te grijpen om te betogen dat het wel meevalt met het antisemitisme in Hongarije en vooral haar rol daarin, want anders zou dit congres toch niet in Boedapest plaats vinden? Maar het omgekeerde is het geval, aldus de bekende Joodse multimiljonair en filantroop Ronald Lauder. In een ingezonden stuk in de Süddeutsche Zeitung klaagt hij juist de verantwoordelijkheid van de regering Orbán voor het toenemende antisemitisme en racisme scherp aan en betoogt hij dat precies dat de reden is om het congres in Boedapest te houden. “We willen een sterk signaal uitsturen dat Hongarije – een thuis voor de op twee na grootste Joodse gemeenschap in Europa – zich op een gevaarlijke weg bevindt.”

* Het extreemrechtse Jobbik heeft in totaal 16 maal een klacht ingediend bij de Fidesz Mediaraad omdat de partij vond dat ze “onrechtvaardig” werd behandeld en in maar liefst 13 gevallen heeft ze van die mediaraad ook gelijk gekregen. De enige onafhankelijke TV zender die er nog is, ATV, mag bijvoorbeeld Jobbik geen neonazi partij meer noemen en dient zodra Jobbik aan de orde komt ook altijd iemand van deze neonazi partij aan het woord te laten. Daarentegen zijn alle (!) klachten van andere organisaties over met name de toenemende hetze tegen zigeuners, daaronder ook zes klachten tegen de ‘publieke’ media, door diezelfde Mediaraad ongegrond verklaard.

zondag 24 februari 2013

Zwarte lijst



“Lelijke Joodse kop,” “Atheïst,” “liberale homo,” “stom Evangelisch meisje,” dat zijn een paar van de kwalificaties op een lijst van eerstejaarsstudenten aan de sociale faculteit van de ELTE Universiteit in Boedapest. Het door extreem rechtse activisten gedomineerde bestuur van de HÖK, de officiële studentenorganisatie op de faculteit, blijkt al vele jaren dit soort lijsten van eerstejaars bij te houden.

Op die lijsten wordt ook in codes van sommigen aangegeven wat hun politieke voorkeur is (A = MSZP; B = LMP, C = Fidesz, D = Jobbik ), of hij of zij van Joodse afkomst is (I voor Igen=Ja, N voor Nem=Nee) en bij meisjes soms hoe seksueel aantrekkelijk ze al dan niet zijn. Leiders van HÖK op de ELTE-Universiteit ontkenden weliswaar niet dat er lijsten waren, maar wel dat zij er dat soort denigrerende en politieke kwalificaties op hadden aangebracht; dat zijn volgens hen vervalsingen. Maar weinigen geloven dat. Het bestuur van de HÖK is inmiddels door de rector geschorst, politici van vele gezindten – ook Fidesz – veroordeelden het aanleggen ervan en er komt mogelijk een politieonderzoek. Hoe serieus die veroordelingen door Fidesz en de rector zijn, wordt door sommigen betwijfeld, want zij gaven diezelfde studentenorganisaties vele jaren lang vrij spel, heel goed wetende wat voor vlees ze in de kuip hadden.

Al sinds het begin van de jaren 2000 zijn de officiële studentenorganisaties op de meeste universiteiten in vergaande mate in handen van (radicaal)rechtse activisten. Aanvankelijk waren die vooral Fidesz gezind, later vormde een deel van hen de extreemrechtse politieke partij Jobbik. De studentenorganisaties hebben weinig actieve aanhang onder de studenten, maar wel aanzienlijke invloed: ze krijgen forse subsidies, gelden als de officiële onderhandelingspartners en hebben bijvoorbeeld ook invloed op de toewijzing van kamers in studentenflats. De HÖK aan de ELTE-Universiteit die deze lijsten aanlegde, wordt al jaren geleid door mensen die vervolgens topposities in Jobbik bekleden.

Juist die rechtse en extreemrechtse oriëntatie van wat oorspronkelijk onafhankelijke studentenvertegenwoordigingen waren, was een paar jaar geleden reden voor de oprichting van HaHa, een landelijk Studentennetwerk dat onvermijdelijk meer links georiënteerd werd. HaHa is de motor van het verzet tegen het hoger onderwijsbeleid van de regering Orbán. Het landelijk verband van de officiële studentenorganisaties, HOÖK, deed wel mee (ze hadden geen keus gezien de enorme impopulariteit van dat beleid onder studenten), maar liep niet voorop. Het is ook geen toeval dat de regering Orbán nu wel onderhandelt met HOÖK, maar dat HaHa niet welkom is aan tafel. Dezelfde HÖK op de ELTE-universiteit heeft bijvoorbeeld de afgelopen weken ook klachten ingediend bij de rector tegen studentenactivisten van HaHa en tegen professoren die hen actief zouden ondersteunen en heeft in één geval geprobeerd met een groep van 50 in het zwart geklede jongeren (slechts deels studenten) een actiebijeenkomst op de faculteit te verstoren.

Ook de Hongaarse recherche mengt zich in de studentenacties. In burger geklede politieagenten begonnen tijdens een sit-in in het universiteitsgebouw mensen te ondervragen over actieleiders en actieplannen. Een HaHa activiste werd zonder enige grond aangehouden, in een auto geduwd en vijf uur lang op een politiebureau verhoord. De motivatie van de recherche: we hadden vernomen dat er plannen waren om een brug in Boedapest te bezetten. Dat willen we hoe dan ook voorkomen dus vandaar.
Verder afgelopen week

 - Zowel de kritische TV zender ATV als de kleine linkse Népszava zijn door de Media Autoriteit gewaarschuwd dat ze moeten ophouden Jobbik, dat klachten had ingediend, oneerlijk te behandelen. Ze mogen Jobbik (bekend om zijn anti-zigeuner beleid, anti-semitische uitspraken en nationalistische Groot-Hongarije retoriek) bijvoorbeeld geen “extreemrechtse” partij meer noemen. En als een geïnterviewde iets negatiefs zegt over Jobbik, dient die partij direct het recht te krijgen op weerwoord (een wel zeer merkwaardige interpretatie van het hoor-wederhoor principe). Bij herhaling volgt boete, aldus de Media Autoriteit die zoals bekend toeziet of de media wel “objectief en onbevooroordeeld” zijn. Diezelfde raad heeft, ondanks vele tientallen goedgedocumenteerde klachten over leugens, verdraaiingen en verfraaiingen door persbureau MTI, nog nooit ook maar één klacht tegen deze zwaar gecensureerde regeringsspreekbuis gegrond verklaard.

- Sinds 2009 is in Hongarije 97% van alles wat is gebouwd en gerenoveerd in de openbare ruimte gefinancierd door de EU: wegen en spoorwegen, zwembaden en opgeknapte natuurparken, dorpspleinen, scholen, ziekenhuizen. Brussel is er in Hongarije geen procentje populairder van geworden, integendeel, dankzij de anti-Brussel retoriek van Orbán c.s. is de EU minder populair geworden. We willen tenslotte geen kolonie zijn. Maar het is al eerder geconstateerd, Orbán is een meester in het spreken met dubbele tong. Dus startte donderdag een door Brussel geïnitieerde maar door de regering gesteunde campagne die … de voordelen van Europa onder de aandacht moet brengen.