Volgens Robert Lászlo van het wetenschappelijke instituut
Political Capital zal de oppositie in Hongarije bij de verkiezingen op 6 april a.s. 300.000 stemmen meer moeten
krijgen dan regeringspartij Fidesz om evenveel zetels binnen te halen. In
andere woorden, zelfs als de oppositie tot 6% meer stemmen weet te winnen dan
Fidesz, verliest ze de verkiezingen nog omdat Fidesz dan nog steeds meer zetels
heeft in het parlement.

Volgens László is dat vooral het gevolg van de manier waarop Fidesz geheel eenzijidg de nieuwe kiesdistricten heeft ingedeeld. Zo zijn veel traditioneel linkse kiesdistricten opgeknipt. In het district Hajdu Bihar bijvoorbeeld (zie plaatje) won de MSZP in
2006 in 3 van de 9 districten en Fidesz in 6, maar zou Fidesz volgens de
huidige regels bij exact dezelfde stemmenverdeling als destijds alle
zes nieuwe kiesdistricten winnen.Tegelijk zijn de traditioneel linkse kiesdistricten die zijn overgebleven systematisch tot wel 30% groter dan kiesdistricten
die traditioneel rechts zijn, zodat Fidesz dus systematisch minder
stemmen nodig heeft om een district en dus een zetel in het parlement te
veroveren. Dit onderstreept de conclusie van een reeks andere waarnemers dat er zeer grote vraagtekens geplaatst moeten worden bij de eerlijkheid van het nieuwe Hongaarse kiessysteem. Of zoals een enkeling het formuleert: deze verkiezingen zijn wel “free”
maar niet “fair.”
Intussen reizen Fidesz ministers sinds de officiële start
van de verkiezingscampagne half februari stad en land af en strooien met dure beloftes en cadeaus.Volgens weekblad HVG is
in de afgelopen twee weken door vertegenwoordigers van de regering al voor een
slordige één triljoen forint (drie miljard euro) aan uitgaven toegezegd. De minister van justitie bezocht zijn thuisstad Vesprém
met de mededeling dat een nieuwe Fidesz regering een schuld van 600 mlj forint
(2 mlj euro) overneemt die is gemaakt ten behoeve van de bouw van een sportstadion.
De minister van defensie opende een nieuw kunstencentrum (!) in de stad waar
hij kandidaat is. Een staatssecretaris in het bureau van de premier kondigde in
Tatabánya aan dat een nieuwe Fidesz regering ook een schuld van die stad van 6
miljard forint (20 mlj euro) overneemt. Verder keurde de regering een voorstel
goed om een nieuwe voetbalacademie te bouwen in een deelgemeente van Boedapest,
kreeg de stad Makó de bouw toegezegd van een nieuwe grenspost en de stad Pécs
een nieuwe basketbal academie. Tegelijk worden overal in het land informatiebijeenkomsten
gehouden over de nog verdergaande daling van de kosten voor gas, elektra en
water die de burgers dankzij de Fidesz regering tegemoet kunnen zien.

Tegelijk klaagt de oppositie steen en been over de zeer
beperkte mogelijkheden die het heeft om verkiezingspropaganda te bedrijven, omdat
dat soort activiteiten dankzij nieuwe regelgeving van de Fidesz regering sterk is
ingeperkt en de oppositie een ernstig gebrek heeft aan geld en nauwelijks toegang
tot de media en de advertentiemarkt. Openbare verkiezingsdebatten, bijvoorbeeld op TV of radio, zijn er niet (daar werkt Fidesz niet aan mee), dus ook dat is geen manier om de publieke opinie te beïnvloeden.De democratische coalitie “Samenwerking”
beperkt zich vooralsnog noodgedwongen grotendeels tot kraampjes op drukke
punten in de stad en het direct aanspreken van kiezers op straat, met in de
planning een soort wanhoopsoffensief met posters en advertenties in de laatste twee
weken voor verkiezingsdag. Je weet tenslotte maar nooit. De gebeurtenissen in
Oekraïne roepen bij heel wat Hongaren ongemakkelijke herinneringen op aan
Boedapest 1956 en Praag 1968. In dat licht is de “wending naar het Oosten” die
Orbán voorstaat (zie de deal die hij nog maar zes weken geleden sloot met
Putyin over uitbreiding van de kerncentrale in Paks en een grote financiële
lening) misschien toch niet zo gelukkig?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten