Posts tonen met het label Fidesz. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Fidesz. Alle posts tonen

donderdag 17 april 2014

Business as usual

Na de Potemkin-verkiezingen was het voor Orbán en de zijnen al gauw weer “business as usual.” Over de bouw van het “monument voor de Duitse bezetting” en andere tragikomische gebeurtenissen van de afgelopen tien dagen.

Horthy en Hitler: "Samen maakten ze het land kapot."
* De dag na de verkiezingen werd in het centrum van Boedapest, in strijd met de belofte van premier Orbán dat er na Pasen eerst een debat zou plaatsvinden, begonnen met de bouw van het omstreden monument ter herdenking van de Duitse bezetting in maart 1944. Volgens de Joodse gemeenschap, vooraanstaande historici en vele anderen wordt met dat monument de verantwoordelijkheid voor de Holocaust in Hongarije ten onrechte enkel en alleen bij de Duitsers gelegd, hoewel die massamoord op 600.000 Joodse medeburgers voor 95% het werk was van Hongaarse autoriteiten (onder het deportatiebevel stond de handtekening van regent Miklos Horthy) en heel veel Hongaarse burgers, die al decennia enthousiaste antisemieten en bondgenoten van Hitler-Duitsland waren. Een analyse van de historicus Krisztian Ungváry is hier te lezen. Een paar honderd demonstranten hebben nu al zes of zeven keer de omheining rond het monument in aanbouw in de avonduren afgebroken. Maar die wordt elke ochtend opnieuw opgezet en de bouw gaat dan onverminderd door. De politie heeft nog niet ingegrepen maar wel zijn er justitiële aanklachten voor “het toebrengen van schade aan openbaar bezit” ingediend tegen diverse demonstranten, waaronder een Holocaust overlevende en Imre Mécs – een oud dissident (een van de opstandelingen van 1956 die daarvoor lange tijd in de dodencel zat) en ook een bekende liberale politicus.

* De Hongaarse Nationale Bank, alweer enige tijd onder leiding van Fidesz-man György Matolcsy, blijkt 90 miljard forint oftewel 300 miljoen euro uit te hebben gegeven aan de aanschaf van allerlei zaken die niets met het functioneren van de bank zelf te maken hebben. Het gaat om een hoop onroerend goed maar ook bijvoorbeeld een oude viool. Noch het parlement noch de Raad van Toezicht heeft enig zicht op wat er precies gebeurt. Volgens nieuwsportaal Index zijn de verkopers in vele gevallen Fidesz relaties die op deze manier in feite op staatskosten winstgevende deals afsluiten. De Nationale Bank liet weten dat ze een aanklacht zal indienen tegen Index.

* In het gratis maandblad voor werknemers in overheidsdienst in Hongarije Közszolgálat (4.Jg., Nr. 4, April 2014)  verscheen een redactioneel commentaar dat niet anders kan worden gekarakteriseerd dan als een liefdesverklaring aan premier Orbán. In het artikel (dat hier in het Duits te vinden is) schetst hoofdredactrice Ildikó Petró onder meer hoe haar ziel doorstroomde van warmte na de prachtige rede van de premier op 15 maart, de trotse, menselijke en edele leider van het Hongaarse vaderland die zulke fantastische dingen voor de natie doet. Dit soort persoonsverheerlijkende propaganda is niet alleen stuitend om te lezen, stuitend is ook dat het blad in kwestie gefinancierd wordt met geld van het Europese Sociaalfonds ter verbetering van de openbare dienstverlening.

* min of meer van dezelfde orde: het Nationaal Museum in Boedapest heeft besloten haar collectie over de recente geschiedenis uit te breiden met …. het rugzakje van premier Orban dat hij gebruikte tussen 2006 een 2010. Hoever zijn we nog van “…en dit is de pen van de grote leider, dit de stoel waarin de grote roerganger zat en dat de zakdoek waarin hij zijn neus snoot.” En dat van een premier die al in 2010 verordonneerde dat er van regeringsvergaderingen geen officiële notulen worden gemaakt zodat niets van wat er wordt besproken op papier staat en ooit bekend kan worden.

* De hoogste rechtbank, de Kuria, veroordeelde de makers van een satirische sketch die een paar maanden geleden op Internet verscheen en waarin een aap met de stem van Orbán een tekst van de premier uitspreekt.

* Het aantal mensen in de werkverschaffing (verplicht werk voor de helft van het minimumloon) werd het afgelopen jaar fors opgevoerd tot meer dan 200.000 mensen. Dat werd vervolgens door de regering gebruikt om te claimen dat de werkloosheid in Hongarije drastisch was verminderd. Nu de ‘verkiezingen’ gewonnen zijn, verschijnen al de eerste berichten dat het aantal mensen in dit soort baantjes danig gaat worden verlaagd.

* En tenslotte nog een paar over de verkiezingen.
-  de chef fotografie van staatspersbureau MTI heeft ontslag genomen na een incident waarbij het de fotograaf van MTI verboden werd foto’s te maken van premier Orbán en zijn vrouw toen die hun stem uitbrachten. Alleen een PR-fotograaf van de premier mocht deze plaatjes schieten en die moesten vervolgens door MTI op het net worden gezet.
- Volgens Transparency International heeft Fidesz in totaal zo’n drie miljard forint uitgegeven aan de verkiezingscampagne, drie keer zoveel als het wettelijk maximum dat volgens een door Fidesz  ontworpen wet is toegestaan.
- De door Fidesz benoemde Mediaraad heeft de onafhankelijke TV-zender ATV een boete opgelegd voor het uitzenden van oppositiereclame. ATV had de laatste verkiezingsbijeenkomst van de oppositie live uitgezonden en de uitzending niet onderbroken toen er op het podium verkiezingsspotjes werden vertoond. De dag ervoor had ATV ook de verkiezingsbijeenkomst van Fidesz live en in zijn geheel uitgezonden. Dat leverde geen boete op.
"Stemmen" op straat door Hongaren in Transylvanië
- Professor Kim Lane Schepele van Pirnceton University in de VS schreef een uitgebreide kritiek op de verkiezingen in Hongarije. In haar opinie is er minimaal twijfel over de eerlijkheid van het totale proces en de uitslag, maar is de manier waarop Fidesz de tweederde meerderheid in zetels won ronduit illegitiem. In haar artikel in de New York Times (dat hier in het Engels is te zien) constateert ze onder meer dat Fidesz op diverse manieren het eindresultaat op oneerlijke wijze  heeft beïnvloed: manipulaties bij het samenstellen van kiesdistricten, bij het werven en/of tellen van stemmen van Hongaren in de buurlanden (95,35% zou voor Fidesz hebben gestemd), door het introduceren van “compensatiestemmen voor de winnaar” wat de partij zes of zeven zetels extra opleverde, door het eenzijdig introduceren van een “First past de post system” enz. enz. Een Potemkin verkiezing noemt ze het, ogenschijnlijk is alles in orde maar wie een beetje verder kijkt dan zijn neus lang is, ziet dat er heel veel niet klopt.

dinsdag 18 maart 2014

Bang voor debat



Verkiezingsdebatten in Nederland mogen vaak saai, verwarrend, irritant en – met hun ingestuurde oneliners en grappen – zelfs deels gespeeld zijn, ze zijn en blijven een verschijnsel dat het wezen van de democratie uitdrukt. Een aantal dames en heren debatteren over van alles en nog wat en dan beslissen de kiezers wie ze het beste (of het minst slecht) vinden.

Wat mij betreft is het dan ook tekenend dat er in Hongarije aan de vooravond van de parlements verkiezingen van 6 april geen enkel debat plaatsvindt. Want? Want Fidesz en Viktor Orbán weigeren al sinds 2006 aan welk debat dan ook deel te nemen. In Nederland wemelt het tegen verkiezingstijd van de debatten tussen lijsttrekkers: bij de publieke omroepen, bij de commerciëlen en de regionalen, op de radio, bij de geschreven pers en in zaaltjes. Overal gaan politici met elkaar in debat, want dat is waar democratie om draait. Toch?
Maar Viktor Orbán heeft opnieuw de uitdaging van de oppositie voor een TV debat afgeslagen, zoals hij dat ook in 2010 deed en zoals Fidesz dat altijd en overal doet. Dat begon allemaal in 2006, toen Viktor Orbán een TV debat verloor van de toenmalige socialistische kandidaat premier Ferenc Gyurcsány. Hij heeft Gyurcsány die “vernedering” (want zo ziet hij het) nooit vergeven en sindsdien is het vermijden van serieus debat de partijstrategie van Fidesz. Dat gaat zo ver dat – en ik spreek hier uit persoonlijke ervaring – Fidesz politici zelfs uitnodigingen afwijzen van organisaties van buitenlandse ondernemers of buitenlandse journalisten in Hongarije  om te komen praten over een bepaald onderwerp (onderwijs, belastingen, hondenpoep van mijn part). Ze komen alleen als zij de enige spreker zijn, zodra er sprake is van een politicus van een andere partij die ook aanwezig is, doen ze niet mee. Debat past klaarblijkelijk niet in hun beeld van wat een democratie is.

Verder campagnenieuws:

- Volgens de nieuwe Fidesz wetgeving mogen partijen bij deze verkiezingen maximaal 1 miljard forint (3,3 miljoen euro) per partij uitgeven aan de verkiezingscampagne. Transparency International houdt de stand precies bij en wat blijkt? Eind februari (met de voornaamste vijf weken van campagne nog te gaan) zitten alle oppositiepartijen nog redelijk onder dat bedrag. Maar Fidesz heeft al 2,2 miljard uitgegeven en is dus fors in overtreding van haar eigen wetgeving.
Niet formeel natuurlijk, want zo doet de partij dat. Een groot deel van de campagne wordt gevoerd door een Fidesz mantelorganisatie die plakkaten ophangt, demonstraties organiseert en pamfletten verspreidt en daarnaast krijgt de bevolking op grote schaal “regeringsinformatie.” Maar iedereen weet wat dat betekent, zoals iedereen weet dat die soldaten op de Krim Russische soldaten zijn, dat het WK voetbal in Qatar is gekocht en dat Kim Jong-un van Noord Korea niet de steun heeft van 99,9% van de bevolking.

- In datzelfde kader worden er opeens ongelofelijk veel linten doorgeknipt van weer nieuwe projecten die moeten bewijzen dat Hongarije onder Orbán het beter doet. Openingen in de tweede helft van maart: het nieuwe Kossuth plein voor het parlement, de nieuwe (vierde) metrolijn, het nieuwe Design Centre bij het Deák plein, het gerenoveerde Vigadó theater aan de Donau en het vernieuwde Olympisch Park naast het parlement (vergeet ik er nu nog een of twee, de gerenoveerde Bazár aan de voet van de Burchtheuvel?). Natuurlijk is er op zich niets tegen als er wordt vernieuwd en gerenoveerd (allemaal overigens voor 90% op kosten van dezelfde EU waar Orbán altijd zo tegen tekeer gaat, maar met Brussels geld is niets mis). Toch is het nogal doorzichtig om alles net nu officieel te openen, vooral omdat de meeste projecten zo overduidelijk nog helemaal niet af zijn.

- De nieuwe Fidesz regels stimuleren nieuwe splinterpartijtjes om aan deze verkiezingen mee te doen. De overheid geeft voor vele miljoenen forinten subsidies aan nieuwe partijen terwijl de controle op de besteding van dat geld minimaal is. Wie het een beetje handig speelt, zo waarschuwden critici al bij voorbaat, kan ook al krijgt hij geen stem een aardige som overhouden. En dus hebben we inderdaad een aantal partijtjes op de kieslijst waarvan iedereen weet dat ze fake zijn. Maar intussen wordt wel de verwarring voor de zwevende kiezer alleen maar groter, temeer daar sommigen van die namaakpartijen namen hebben die sprekend lijken op namen die door de echte democratische oppositie worden gebruikt.
Ook zijn er duidelijke aanwijzingen dat een aantal van die partijtjes fraude hebben gepleegd om op de kieslijst te komen (het kopiëren en vervalsen van handtekeningenlijsten die aan moeten tonen dat ze voldoende steun in het land hebben). Maar de Nationale Kiescommissie weigert dat vóór de verkiezingen zelf uit te zoeken en laat die partijtjes toch gewoon meedoen.

- Tenslotte de opiniepeilingen. Daarin doet de oppositie het nog steeds slecht. Zo'n 40% is nog steeds zwevend, en Fidesz krijgt bij mensen die zeker weten dat ze naar de stembus gaan 40-50% van de stemmen, de democratische oppositiecoalitie 25-30% en de rechts-radicalen van Jobbik 15-20%. Maar wat ik een onthullend cijfer vind, is dat een onderzoeksbureau ongeveer 4000 mensen moet afwerken om uiteindelijk een representatieve steekproef van 1000 personen te krijgen. Want maar liefst drie op de vier mensen weigeren mee te doen en te zeggen of en op wie ze gaan stemmen. Heeft zo’n onderzoek statistisch dan eigenlijk nog wel waarde? Zowel de democratische als de rechts-radicale oppositie hopen van niet en zeggen dat ze nog altijd een kans maken om, ondanks alle manipulaties van de regering Orbán, te winnen.

zaterdag 8 februari 2014

Corruptie op zijn MSZP’s en à la Fidesz


Vooraanstaand socialistisch politicus Gábor Simon blijkt tot tweemaal toe met een tas vol geld naar Oostenrijk te zijn gereisd om zijn uit onduidelijke bron afkomstige inkomsten op een bankrekening te deponeren. Het moge duidelijk zijn, er is nog altijd iets heel erg mis in de MSZP. Maar ook in de Fidesz hoek gaat het graaien lustig verder, alleen doen ze het daar via ingewikkelde en moeilijker te doorgronden constructies met BV’s, stichtingen, staatsbedrijven en wat dies meer zij.



Op zijn MSZP’s

 Gábor Simon was vicevoorzitter van de MSZP, een van de lijsttrekkers in Boedapest en nummer 12 op de nationale kieslijst. Vorige week werd bekend dat hij in 2008 en 2009 grote bedragen in contanten heeft gestort op een private bankrekening in Oostenrijk; 575.000 euro in januari 2008 en 162.954 dollar in april 2009. Hij verklaarde destijds tegen de bank dat het geld afkomstig was van de verkoop van een huis en een bedrijf, alleen heeft hij nooit een huis van die waarde of een bedrijf in bezit gehad. Wel was hij destijds burgemeester van een deelgemeente van Boedapest en het is een publiek geheim dat veel mensen in dergelijke functies regelmatig “een percentage” opeisen bij de toekenning van vergunningen, overheidsopdrachten e.d.
Toegegeven, binnen een week was Simon uit de partij gezet en in die zin is er schoon schip gemaakt. Maar toch laat het schandaal perfect zien waarom de MSZP nooit de leiding had mogen hebben van Samen, de coalitie van democratische oppositiepartijen.Want echt “schoon” is de socialistische partij nog steeds niet. Veelzeggend was het commentaar dat nieuwssite Origo optekende uit de mond van een (anonieme) MSZP bestuurder dat de ietwat kleurloze Simon wat hem betreft een van de minder waarschijnlijke types was van wie je zoiets kon verwachten en dat hij zo tien anderen kon noemen die waarschijnlijk meer boter op hun hoofd hebben.
De werkelijkheid is dat de MSZP nog altijd niet echt heeft afgerekend met de corruptie van de periode 1990-2010. Welke deals hebben er plaatsgevonden in de tijd van de grote privatiseringen, hoe werkte de geheime deal met Fidesz over de verdeling van bestuurlijke corruptiegelden (70% voor de partij die regeert, 30% voor de partij in de oppositie) en welke MSZP bestuurders waren voor die gang van zaken (mede) verantwoordelijk? Ook László.Puch, de man die destijds de financiële touwtjes in de MSZP in handen had, is nog steeds een actief partijlid, al zit hij niet meer in het landelijk bestuur.En dus is het onvermijdelijk dat er steeds weer nieuwe schandalen boven water komen die direct de hele democratische oppositie zware schade berokkenen omdat Fidesz heel makkelijk kan claimen dat het gewoon dezelfde mensen zijn die vóór 2010 de boel ook al belazerden.
Nee, waarschijnlijk is het geen toeval dat dit schandaal nu werd gebracht door regeringskrant Magyar Nemzet, direct nadat het hele land was volgeplakt met affiches waarop de oppositie wordt afgebeeld als een stel boeven en waarschijnlijk op basis van bronnen in de (door Fidesz gecontroleerde) belastingdienst. Maar uiteindelijk doet dat er niet toe, de feiten blijven de feiten en die herinneren de kiezers er aan dat er een hele goede reden was waarom ze in 2010 meer dan genoeg hadden van de MSZP. Dat de corruptie en het machtsmisbruik in de afgelopen vier jaar onder Fidesz tienvoudig is toegenomen, verdwijnt dan al te gemakkelijk op de achtergrond.

À la Fidesz

Want laten we wel wezen, Fidesz pakt het veel sluwer aan. Een paar voorbeelden die de afgelopen twee weken boven water kwamen:


- In 2010 kocht de Fidesz regering op de vrije markt een grote hoeveelheid aardgas op voor een relatief lagere prijs (het waarom en hoe is zeer gecompliceerd en voert hier te ver). Volgens anti-corruptie waakhond Átlátszó werd echter het overgrote deel van die met belastinggeld betaalde hoeveelheid gas direct door staatsbedrijf MVMP voor een appel en een ei doorverkocht aan de private onderneming MET. Dat bedrijf kon het gas later met een forse winst van volgens schattingen 50 miljard forint (200 miljoen euro) doorverkopen. Een van de mannen achter MET en het web van BV’s dat met dat bedrijf verbonden is (MET heeft zijn hoofdkwartier in Zwitserland maar bezit dochters in belastingparadijzen als Cyprus, de Britse Virgin Eilanden en de Kaaiman Eilanden) is volgens Átlátszó István Garancsai, goede vriend en zakenpartner van Viktor Orbán en eigenaar van voetbalclub Videoton (waarvan de premier een fan is). Garancsai was tot 2001 een simpele bankbediende op het platteland, maar  werd toen onder de vorige regering Orbán opeens benoemd als de man die de privatisering moest doen van CD Hungary, een staatsonderneming die luxe onroerend goed van de Hongaarse overheid (ambassades, flats voor diplomaten e.d.) beheerde.

- In 2013 nationaliseerde de regering Orbán alle kleine spaarfondsen van het land. Ze werden gedwongen samen te gaan in één spaarbank onder staatscontrole, de Takarékbank (Er was maar één spaarfonds uitgezonderd van die nationalisatie en die was van…de boven genoemde meneer Garancsai). Hoe dan ook, nu verkoopt de Hongaarse regering haar 54% aandeel in die nieuwe bank, officieel in een open en internationale aanbesteding. Maar volgen Ferenc David, voorzitter van de Nationale Federatie van Ondernemers, zitten de voorwaarden van de aanbesteding zo in elkaar dat er maar één winnaar kan zijn, namelijk EHPSF, een recent opgerichte BV die eigendom is van de managers van Takarékbank. Zodra dat rond is, kunnen de aandelen vervolgens zonder openbare aanbesteding worden doorverkocht aan ondernemers met banden met Fidesz, zo vreest David.

- Een andere vriend en zakenpartner van Viktor Orbán, burgemeester Lörinc Mézáros van Orbán’s thuisdorp Felcsut, is inmiddels doorgedrongen tot de top 100 lijst van Hongarije’s rijkste mensen. Met een geschat vermogen van 6,9 miljard forint (23 miljoen euro) is hij binnengekomen op nummer 88. De voormalige loodgieter is inmiddels grootgrondbezitter in de regio Felcsut, hoewel veel van zijn grond formeel eigendom is van een of ander familieland of een of andere B. Mézáros is ook de man van de voetbalacademie van Felcsut en, het nieuwe superluxe voetbalstadion van het dorp. Felcsut krijgt bovendien niet alleen een nieuw spoorwegstation maar nu ook een eigen zakenvliegveld. Bovendien wordt er een groot hotel gebouwd pal naast een paar stukken land die eigendom zijn van Mézáros en van Anikó Lévai, de echtgenote van de premier.

- In de afgelopen jaren heeft bouwbedrijf Közgép van Lajos Simicska, vriend van premier Orbán en het financiële brein achter Fidesz, voor meer dan 900 miljoen forint (4 miljard Euro) aan openbare aanbestedingen gewonnen. Van een middelgrote bouwer van metalen structuren is de onderneming uitgegroeid tot het voornaamste bedrijf voor de bouw van wegen, bruggen, spoorlijnen en sinds kort ook opslagfaciliteiten voor radioactief materiaal. Veel van de opdrachten worden voor 50%-90% gefinancierd met EU subsidies. Het is dan ook een van de weinige bouwbedrijven die forse dividenden uitkeert aan haar aandeelhouders.

- De afgelopen twee jaar “informeerde” de regering de bevolking over haar activiteiten. Deze reclamecampagne op kosten van de belastingbetaler – totale kosten 800 miljoen forint (2,6 miljoen euro) – vond plaats onder de slogan: Hongarije doet het beter. Slogan en campagneopzet zijn nu voor de verkiezingen ‘verkocht’ aan Fidesz voor het schamele bedrag van 400.000 forint (1300 euro).

En dan dit nog:

Deze week stemde de rechtse meerderheid in het parlement (Fidesz en Jobbik) klakkeloos voor de overeenkomst met Putyin Rusland over de uitbreiding van kerncentrale Paks, ondanks het feit dat delen van de overeenkomst voor de komende tien jaar geheim zijn verklaard, dat de overeenkomst de energie en financiële afhankelijkheid van Rusland aanzienlijk vergroot, dat de noodzaak van de uitbreiding niet is onderbouwd, dat de bouw een prijsstijging voor elektriciteit tot gevolg kan hebben van 40-60% (volgens een door staatsbedrijf MVM uitgevoerde interne studie die de regering heeft geprobeerd weg te moffelen) enz. Het is een van de grootste en meest controversiële deals van Hongarije ooit, maar er is binnen luttele weken en na slechts vier uur ‘debat’ over gestemd, wat veel zegt over de kwaliteit van de parlementaire democratie in Hongarije vandaag.


woensdag 25 september 2013

Verkiezingsfraude in Baja?

Is er wel of geen fraude gepleegd bij de tussentijdse verkiezingen in het stadje Baja, waarbij een kandidaat van regeringspartij Fidesz afgelopen zondag nipt won van een kandidaat van de verenigde linkse oppositie? Was er daadwerkelijk sprake van “kiezerstransport” en van “ketting-stemmen” en wel op een schaal die de einduitslag beslissend beïnvloedde?

Melinda Teket namens de gehele linkse oppositie
In één district van het stadje Baja in zuidoost Hongarije moest afgelopen zondag een tussentijdse verkiezing worden gehouden omdat een Fidesz gemeenteraadslid was overleden. Het district bestaat uit vijf stembureaus en telt 2913 stemgerechtigden. In 2006 en 2010 won de Fidesz kandidaat in dit district van Baja met gemak en haalde meer dan 60% van de stemmen, maar nu werd de strijd met een kandidate van de gezamenlijke linkse oppositie een nek aan nek race. Uiteindelijk won Fidesz met 467 tegen 406 stemmen (een opkomst van ruim 30% wat voor een tussentijdse verkiezing als redelijk geldt).

Al op zondagmiddag kwam de eerste klacht binnen van een oppositiewaarnemer die zei dat bij één stembureau twee Fidesz activisten (een van hen een zigeunerleider) hem hadden gewaarschuwd dat hij het niet moest wagen hen de hele tijd te controleren. Een dag later duikt er een filmpje op van een man die met zijn auto kiezers naar precies dat stembureau transporteert en zich verontschuldigt dat dit al zijn derde rit is, waarop de zigeunerleider die voor het stembureau staat, opmerkt: “Maakt niet uit, al kom je vijftig keer.” En dan is er die merkwaardige afwijking in de uitslag. In vier van de vijf stembureaus van Baja krijgen beide kandidaten bijna evenveel stemmen (waarbij de oppositie in drie van de vier bureaus nipt wint), maar bij het genoemde stembureau wint de Fidesz kandidaat opeens heel ruim zodat hij uiteindelijk in de totaaluitslag 61 stemmen meer heeft.

Hier past een kleine uitleg over de manier waarop ook bij eerdere verkiezingen de uitslag al illegaal werd beïnvloed: het kopen van stemmen, kiezerstransport en ketting-stemmen. Het kopen van stemmen van met name zigeuners in ruil voor cash of de belofte van protectie, werk o.i.d. is relatief gemakkelijk. Zeker in kleinere plaatsen zijn heel veel zigeuners analfabeet, werkloos en straatarm. Ze overleven dankzij een minimale uitkering, af en toe een baantje in de werkverschaffing en de uitdeling van gratis brandhout en voedsel, allemaal zaken waarin de plaatselijke autoriteiten (met name de burgermeester) een sleutelrol vervullen. Als ook de plaatselijke woekeraar (een zigeuner waarbij je grote schulden hebt omdat je geld hebt geleend tegen een paar 100 procent rente) met diezelfde autoriteiten samenwerkt, is nee zeggen heel moeilijk.

De vraag is hoe je vervolgens garandeert dat de persoon wier stem je hebt gekocht ook echt een stem uitbrengt op de kandidaat van jouw keuze? Dat is minder moeilijk dan het lijkt. Eerst zorg je ervoor dat de betrokkene ook daadwerkelijk gaat stemmen en dus worden deze stemgerechtigden met de auto van huis opgehaald en naar het stemlokaal gebracht. Dit kiezerstransport is volgens de Hongaarse wet verboden, maar het gebeurt toch, zie het filmpje (het is overigens volgens de nieuwe door Fidesz ingevoerde kieswet met ingang van de parlementsverkiezingen van voorjaar 2014 niet meer verboden). Vervolgens heeft de stemmenkoper maar één enkel leeg stembiljet nodig. Dat ene biljet wordt buiten het stemlokaal “correct” ingevuld en dan door de kiesgerechtigde onder zijn kleren meegenomen. Binnen krijgt hij of zij een leeg stembiljet, in het stemhokje worden de twee verwisseld en dan gaat het “correcte” biljet in de stembus en wordt het lege biljet buiten in de auto aan de opkoper gegeven. Die het opnieuw invult en aan de volgende kiesgerechtigde geeft.

Het is geen methode die fraude op hele grote schaal mogelijk maakt, maar het kan in kleine plaatsen waar een paar dozijn stemmen het verschil kunnen maken, wel degelijk net dat extra duwtje in de “correcte” richting zijn. De veronderstelling van de oppositie is dat iets dergelijks ook is gebeurd in dat ene stembureau in Baja dat in een arme wijk met veel zigeuners staat. Want naast de genoemde gebeurtenissen zijn er ook zeer sterke aanwijzingen dat de twee genoemde Fidesz activisten bij het stembureau in Baja beiden eerder bij dergelijke fraudes betrokken waren in de steden Pécs en Kiskunfélegyhaza (van een van de twee bestaat zelfs een opname waarin hij dit toegeeft). Het probleem is natuurlijk: dit zijn allemaal suggestieve aanwijzingen, maar dat is nog iets anders als onomstotelijke bewijzen wie hier precies op welk moment wat heeft gedaan. En dan moet je ook nog hard maken dat er in dit geval meer dan 61 stemmen zijn gekocht zodat de uitslag echt niet klopt. De oppositie heeft diverse klachten ingediend, zowel bij de Kiescommissie als bij justitie. Wordt vervolgd?

En dan dit nog:

* Bij een tussentijdse verkiezing in het stadje Vác twee weken geleden won ook de Fidesz kandidaat. Dat was geen verrassing gezien het conservatieve karakter van het betreffende district, maar het viel toch op dat de ingang van het stembureau was versierd met … een paar enorme posters van de Fidesz kandidaat.

* Op 23 juli van dit jaar werd Sándor Kocsis, onderburgermeester van het dorp Abaújlak, officieel berispt voor het vervalsen van documenten. Hij had vlak voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 het aantal kiesgerechtigden in het dorp kunstmatig verhoogd door een aantal mensen als woonachtig op zijn adres in het dorp te registreren (waar ze uiteraard niet woonden). Kocsis, de vader van een prominente Fidesz parlementariër, bekende schuld.

* Nog even terug naar Baja: daar deden de drie grote centrumlinkse oppositiepartijen wat ze landelijk nog niet schijnen te kunnen. De oppositie had één gezamenlijke kandidaat namens de socialistische MSZP, Samen 2014 en de Democratische Koalitie van oud-premier Gyurcsány. Er wordt gespeculeerd dat zo’n samenwerking ook op landelijk niveau op het allerlaatste moment vlak voor de verkiezingen van 2014 toch nog tot stand kan komen.

zondag 15 september 2013

Regeren per decreet?

Terwijl de campagnes voor de verkiezingen van april/mei 2014 – nog maar acht maanden te gaan – op stoom komen, bereiden zowel premier Viktor Orbán’s Fidesz als de oppositie zich voor op de mogelijkheid dat vervolgens geen van beide kampen een twee derde meerderheid in het parlement gaat halen. In het Fidesz kamp circuleert het idee om dan te gaan regeren per decreet, terwijl de oppositie verdeeld is over de vraag of in die omstandigheden een compromis met Fidesz mogelijk en/of wenselijk is.

Het is natuurlijk allemaal een beetje voorbarig, maar het geeft wel aan dat Fidesz er redelijk van overtuigd is dat ze de verkiezingen wel zal winnen, terwijl de oppositie er op zijn best een nipte overwinning uit hoopt te slepen. De meeste waarnemers zien zelfs dat al als te optimistisch. De regering Orbán deelt kwistig geld uit en roert ijverig de nationalistische trom, terwijl de oppositie alleen maar verder verdeeld lijkt te raken en er nog geen spoor is van een sterke beweging met een inspirerend alternatief.

Je weet het natuurlijk nooit. In 2012 wist in Nederland Diederik Samsom's PvdA er binnen een paar maanden een zeer onverwacht resultaat uit te slepen. Maar dat was wel na ettelijke verkiezingsdebatten in een land met vrije media. In Hongarije is de situatie bepaald anders: op debatten hoef je niet te rekenen, het overgrote deel van de massamedia worden direct of indirect door Fidesz gecontroleerd. Eigenlijk twijfelt dus nauwelijks iemand er aan dat Orbán’s partij in het ook nog eens gemanipuleerde kiessysteem opnieuw de grootste wordt en met 30-35% van de stemmen een meerderheid in het parlement zal halen.

Maar Orbán zou met een simpele meerderheid aan zetels niet meer op dezelfde autoritaire manier kunnen regeren als in de afgelopen jaren, waarbij elke wet of regeling desnoods in twee dagen door het parlement werd gejast. Parlementsvoorzitter László Kövér – Orbán’s trouwe gezel sinds 1988 – suggereerde daarom in een radio-interview een oplossing: “Ik zou het normaal vinden (…) als het parlement zich alleen bezig houdt met de meest fundamentele wetgeving en garanties en daarbuiten een volledig mandaat geeft aan de regering voor een periode van vier jaar. ” Dat komt, erkende hij, eigenlijk neer op regeren per decreet.

De oppositie reageerde woedend en vond het ongehoord dat nota bene de voorzitter van het parlement voor (verdere) uitholling van de bevoegdheden van het parlement pleit. Kövér verklaarde daarop dat de oppositie zijn woorden uit hun verband rukte en dat hij alleen maar wil dat het parlement zich minder “met details” bezig houdt, zodat de regering efficiënter kan regeren en het parlement haar controletaak op hoofdlijnen beter kan uitvoeren. Waarop de oppositie weer reageerde dat ze Kövér heel goed begreep maar dat hij de essentie van de Europese democratie niet lijkt te begrijpen, namelijk dat de gekozen volksvertegenwoordigers te allen tijde de regering ter verantwoording kan roepen, ook al mag dat soms “lastig” en “traag” lijken.

Diezelfde oppositie heeft zich intussen wel diep in de nesten gewerkt. Nadat de socialisten eerder met succes Samen 2014 van Gordon Bajnai “zijn plaats” had gewezen, werd deze week de liberale DK van Ferenc Gyurcsány buiten de oppositiecoalitie gemanoeuvreerd. Van de hoop op één gezamenlijk front tegen Orbán is dan ook weinig meer over. Illustratief zijn de openlijke meningsverschillen die er ten toon worden gespreid over wat te doen als de oppositie de verkiezingen wel wint maar geen twee derde meerderheid haalt, zodat een nieuwe regering dankzij het Fidesz-systeem dat de laatste drie jaar is opgebouwd eigenlijk vrijwel machteloos is. Samen 2014 pleit in dat geval voor een compromis met Fidesz, de DK wijst elk compromis af en de socialisten wankelen ergens daar tussenin. Geen eenheid, geen visie, geen richting.

Verder de afgelopen week:

* In het VN “World Happiness” rapport eindigde Hongarije op de 110e plaats, samen met Servië, Bosnië, Azerbeidzjaan en Macedonië. De meeste buurlanden zaten aanzienlijk hoger, zoals Polen (51), Slowakije (46), Slovenië (44), Tsjechië (39) en Kroatië (58) en ook landen als Turkije, Nicaragua, Moldavië, Turkmenistan en Angola deden het aanzienlijk beter. De onderzoekers keken onder meer naar welvaart (bnp), de jaren die mensen gemiddeld in gezondheid leven en of mensen iemand hebben op wie ze kunnen rekenen, maar ook de vrijheid om levenskeuzen te maken, vrijgevigheid en vrij zijn van corruptie. De top vier: Denemarken, Noorwegen, Zwitserland en Nederland.

woensdag 21 augustus 2013

Zomerzorgen

De uitbetaling van alle EU subsidies aan Hongarije is eerder deze maand opgeschort. Volgens Brussel zijn er geen concrete aanwijzingen voor fraude, maar klopt de administratie en het controlesysteem van de Hongaarse regering niet. Het land krijgt minimaal een boete van een paar honderd miljoen euro en raakt in het ergste geval – als het de problemen niet snel oplost - een paar miljard euro aan subsidies kwijt.

Er is nog heel veel onduidelijkheid over zowel de omvang als de consequenties, maar het ligt voor de hand dat de totale reorganisatie van de subsidieadministratie in Hongarije door de regering Orbán in Brussel niet goed is gevallen. Tot 2010 functioneerde alles redelijk, al ging er ongetwijfeld het nodige mis. Maar toen Orbán aan de macht kwam werden vrijwel alle ambtenaren die zich met de subsidies bezig hielden (meer dan 100) eruit gegooid en langzaam maar zeker vervangen door nieuwe mensen (bijna 600!). Eerst viel de subsidiestroom nog onder het ministerie van economische zaken maar sinds een half jaar heeft het bureau van premier Orbán er directe controle over..

In oppositiekringen wordt al langer gezegd dat er op grote schaal met EU subsidies wordt gerommeld en wel op zo’n wijze dat vooral bedrijven en personen die Fidesz gezind zijn de gelden opstrijken. Officieel mag de  EU dan wellicht nog geen concrete aanwijzingen voor fraude hebben, maar waar geld wordt uitgedeeld zonder deugdelijke controle (en daar is hier dus sprake van) is gerommel en fraude onvermijdelijk.

Verder de afgelopen zomerweken:

* Na het overlijden van Annámaria Szalai dit voorjaar is er eindelijk een nieuwe media-commissaris benoemd. De allerhoogste baas van de oppermachtige en veel bekritiseerde Hongaarse Media Autoriteit werd, op voorspraak van premier Orbán, Mónika Karas. Ze werkte de laatste jaren als advocate voor diverse Fidesz gezinde media. In de jaren 90 was ze betrokken bij de extreemrechtse partij MIÉP en dáár weer voor werkte ze voor de communistische partij van Hongarije, MSZMP. Niet bepaald een onafhankelijke en alom gerespecteerde dame dus en de benoeming werd door alle oppositiepartijen dan ook fel bekritiseerd.

* Dit najaar wordt wetgeving van kracht die het mogelijk maakt om anoniem staatsobligaties te kopen. De betrokkene hoeft ook de bron van zijn geld niet te onthullen. Het gaat om minimaal 20.000 euro dat voor vijf jaar op een speciale bankrekening kan worden gezet. Daarna mag de eigenaar zijn (voorheen zwarte) geld inclusief eventuele winst belastingvrij (!) opnemen. Critici noemen het een gelegaliseerde witwasoperatie waar ongetwijfeld ook de aan Fidesz gelieerde notabelen met graagte gebruik van zullen maken.Het is nog onduidelijk wat de EU van deze regeling vindt.

* De regering is van plan staalbedrijf Dunaferr terug te kopen. Dunaferr werd in 2004 geprivatiseerd en is eigendom van een Oekraïense holding. Zoals de meeste staalbedrijven in Europa draait het slecht (het maakte de afgelopen drie jaar 20 miljard forint per jaar verlies) en de eigenaren willen nu 1500 van de 7500 werknemers ontslaan. De renationalisatie moet dat voorkomen en Hongaarse banen behouden, althans dat is de regerings-PR. Maar de realiteit zal ongetwijfeld zijn dat de overheid er een groot verliesgevend bedrijf bij heeft waar jaar in jaar uit bakken geld in moeten zonder dat het ook maar iets oplevert.

* Een Fidesz woordvoerder heeft de oppositie ervan beschuldigd dat ze betaald wordt door “bepaalde buitenlandse financiële kringen” waaronder George Soros om “een campagne te voeren tegen de regering en Hongarije.” Volgens de Fidesz woordvoerder “hebben VS speculanten miljoenen dollars besteed om Fidesz, de Hongaarse regering en Hongarije aan te vallen via organisaties die zichzelf mensenrechten, anti-corruptie en Roma organisaties noemen.” Hij noemde daarbij TASZ, het Helsinki Committee, homorechtengroep Hatter, Vrouwen tegen Geweld, en Amnesty International bij name. Op een of andere manier doen dit soort uitspraken me denken aan….Rusland, China, Zimbabwe?

* In de stad Székesfehérvár hield premier Orbán op 19 augustus een speech ter gelegenheid van Sint Stefansdag op de 20e (Koning Stefan is in het jaar 1000 in deze stad gekroond en begraven). Aan een plaatselijk orkest van strijkers was gevraagd eerst een passend stuk te spelen en zij kozen voor “Roemeense volksdansen” van de grote Hongaarse componist Béla Bartok. Maar dat vonden de stadsvaderen klaarblijkelijk wat te gevoelig gezien de oplopende spanningen met Roemenië de afgelopen weken en dus kondigden zij het stuk liever aan als “Volksdansen.” Hoe klein kun je zijn?

* In Szigetvár heeft de burgemeester mensen in de plaatselijke werkverschaffing ingezet om … te ‘demonstreren’ tegen oppositieleider Gordon Bajnai die in het stadje een zaal met aanhangers toesprak. “Samen 2014”heeft een video-opname waarin diverse werklozen verklaren dat ze door het gemeentebestuur waren bevolen om te verschijnen.

* Er komt een speciaal historisch instituut dat de omwenteling van 1989/1990 in Hongarije in een nieuw perspectief gaat plaatsen. Het instituut zal rechtstreeks onder premier Orbán vallen en de directeur wordt Zoltán Bíro, nota bene een voormalige communist (ambtenaar in de cultuursectie van de MSZMP) die na 1990 nationalist en aanhanger van radicaal rechts werd. Hij verafschuwt volgens eigen zeggen het liberalisme en vindt democratie maar zo-zo. In 2009 zei hij in de rechtse krant Magyar Hírlap onder meer: “Fidesz zou zelfs dictatoriale instrumenten moeten gebruiken want men dient het bestaan van de natie te eren en als heilig te beschouwen en niet de doctrine van democratie en vrijheid.” Dat wordt me het wetenschappelijke onderzoek wel.

* Jobbik woordvoerder Ádám Mirkoczki pleitte voor de invoering van chemische castratie, de doodstraf en gevangenissen op basis van etnische afkomst (speciale gevangenissen voor zigeuners). Om nog even te onderstrepen dat het altijd nog gekker kan.

woensdag 10 juli 2013

Van die dingen dus…

Een ex-minister die in een volstrekt geheim proces op geheime aanklachten en bewijzen wordt veroordeeld tot gevangenisstraf, rechters die elkaars vonnissen kopiëren (inclusief spelfout), 1000-en kleine winkeliers die hun zaak failliet zien gaan en nog zo het een en ander van de afgelopen twee weken. Merk je in het dagelijks leven nou veel van dat autoritaire beleid van Orbán, vragen mensen uit Nederland wel eens? Als je de krant leest wel, en natuurlijk als je in een van die hoeken zit waar net de klappen vallen.

* György Szilvásy, in de vorige links-liberale regering minister voor de veiligheidsdiensten, en twee voormalige directeuren van die diensten zijn in een geheim proces veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor iets dat met landverraad te maken zou hebben. Szilvásy kreeg twee jaar en tien maanden. Niet alleen het proces maar ook de aanklacht en dus ook het vermeende bewijsmateriaal zijn geheim en mogen niet openbaar gemaakt worden tot 2040. De veroordeelden en hun advocaten hebben wel verklaard dat de aanklachten volstrekte onzin zijn en nergens op slaan, maar mogen op bevel van de rechter geen enkel detail over het hoe, waarom en wat naar buiten brengen. Normaal gesproken had het proces plaats moeten vinden in Boedapest, maar de Fidesz bazin van de rechterlijke macht, Tünde Handó, had het proces verschoven naar een (conservatievere?) rechtbank in Debrecen. Een Fidesz woordvoerder verklaarde na het vonnis blij te zijn dat de schuldigen zijn gestraft. Schuldigen? Aan wat dan? Op grond van welk bewijs? Weet hij meer dan wij? Vindt je het gek dat dit bij de oppositie geldt als een schoolvoorbeeld van een door Fidesz opgezet schijnproces?

* Een aantal jaren geleden eiste een Fidesz bestuurder van een deelgemeente in Boedapest in een brief aan het personeel dat iedereen deel moest nemen aan een Fidesz demonstratie. Een aantal ambtenaren die niet waren gegaan, werden later ontslagen. De formele reden was natuurlijk niet hun politieke mening, maar ze werden wel allemaal vervangen door uitgesproken pro-Fidesz mensen. Zes van hen vochten hun ontslag aan en hoewel hun zaken dienden bij verschillende rechtbanken, verloren ze niet alleen alle zes hun zaak, maar luidde het vonnis van de zes verschillende rechtbanken ook woord voor woord hetzelfde….tot op de fout in de spelling van een naam van een getuige aan toe. Volgens de betrokkenen wijst dit erop dat het vonnis ergens hogerop (Tünde Handó?) was voorgekookt en vervolgens simpel zes maal is gecopypaste.

* Nee, de rechterlijke macht is nog niet volledig door Fidesz discipelen vervangen. Her en der zitten nog steeds rechters die op basis van eigen kennis en geweten recht spreken en zich niet laten intimideren door de politieke bazen, al weet je natuurlijk nooit op voorhand wie. Hoe dan ook, het hoogste rechtscollege, de Kuria, heeft het gewaagd om in een zaak betreffende leningen in buitenlandse valuta een uitspraak te doen die er op neerkomt dat banken wettig hebben gehandeld bij het afsluiten van zulke contracten en hen dus juridisch niets te verwijten valt. Een woordvoerder van Fidesz noemde diezelfde dag de uitspraak “schokkend en onacceptabel.” Dat muisje gaat dus een staartje krijgen, wie weet ook voor de rechters in kwestie?

* Enige duizenden winkeliers, de meesten kleine familiebedrijven, staan op het punt failliet te gaan nu ze geen sigaretten meer mogen verkopen. Zoals bekend is de tabaksverkoop genationaliseerd en zijn vergunningen voor die verkoop in heel veel plaatsen vooral gegaan naar mensen die de goedkeuring van de plaatselijke Fidesz politici konden wegdragen, voor het overgrote deel mensen met geen enkele voorafgaande ervaring. Om er nog maar eens eentje uit te pikken: in de stad Miskolc had vooral de familie van een locale Fidesz politicus “geluk.” Zijn echtgenote, zijn schoonmoeder en zijn broer kregen ieder vergunningen voor het exploiteren van vier winkels, zodat “de familie” van de ene dag op de andere een keten van twaalf winkels in de stad bezit.

* De nationalisatie van 120 kleine spaarbankjes staat inmiddels ook op de rol. Ze gaan gedongen worden samengevoegd tot een organisatie waarin de centrale overheid het grootste belang heeft. Zelfs oligarch Demjan, lange tijd een supporter van Fidesz en eigenaar van een kleinere bank die eveneens wordt opgeslokt, vindt dit te ver gaan. Hij heeft nu al een tweede protestbrief aan premier Orbán geschreven waarin hij klaagt dat dit er erger aan toe gaat dan destijds onder partijleider János Kádár.

* Hoeveel geld heb je per maand nodig om in Hongarije te kunnen leven en wat zou u doen als u moest rondkomen van een Hongaarse bijstandsuitkering die door deze regering is verlaagd naar 22.800 forint per maand (77 euro) voor het hele gezin? Een hulporganisatie stelde die vraag aan voorbijgangers op straat in Boedapest en hier is hun filmpje (Hongaars met Engelse ondertitels).

* Er zijn zeer drastische bezuinigen doorgevoerd op de budgetten van gemeentes. Het plaatsje Kübekháza (1600 inwoners) heeft 5 miljoen forint per maand nodig voor een aantal basisdingen maar ontving van het rijk voor de maand juli het bedrag van … 3.480 forint. Burgemeester Molnár (Fidesz) heeft met instemming van de gehele gemeenteraad deze “belediging” teruggestuurd.

vrijdag 3 mei 2013

Een Fidesz gemeenteraadslid klapt uit de school

Ákos Hadházy, lid van Fidesz en gemeenteraadslid in het stadje Szekszárd, schreef vorige week een anonieme brief aan weekblad HVG waarin hij onthulde hoe de partij op lokaal niveau directe invloed had uitgeoefend op het verlenen van vergunningen voor tabakswinkels, die vanaf 1 Juli a.s. een staatsmonopolie zijn. Een paar dagen later besloot hij met naam en toenaam in de publiciteit te treden. Hij sprak met HVG over het waarom van zijn “verraad” en hoe hij tegen de ontwikkeling van de partij aankijkt. Het interview werd gepubliceerd op dinsdag 30 april.

1 Mei: Fidel Castro heet de Nationale Tabaksregering welkom
Hadházy is dierenarts van beroep en sinds 2006 raadslid. Hij noemt zichzelf een overtuigd rechts en conservatief mens, alleen is het alleen al vanuit de familietraditie. “Mijn overgrootvader had een ridderorde, mijn grootvader was een presbyteriaanse dominee, ik ben voorzanger in de kerk.” De affaire van de tabakswinkelvergunningen “was een druppel die de emmer deed overlopen,” zegt hij. Volgens Hadházy kwam de tabakswinkellijst niet op een gewone fractievergadering aan de orde, maar tijdens een "politiek overleg" over het verzamelen van handtekeningen [vóór het verlagen van de energietarieven voor kleinverbruikers…HH]. De bijeenkomst werd ook bijgewoond door de burgemeester van Szekszárd, die aan het eind de aanwezigen vroeg om de lijst van de aanvragers in te kijken en "te zeggen wie we kennen en wie geschikt zouden kunnen zijn. Ik was hierdoor verrast. Het was duidelijk dat er sprake was van lobbyen maar het verraste me om te zien dat het zo openlijk gedaan werd." De aanwezigen werd gevraagd te kijken wie wie was op de lijst en wat hun mening over hen was, aldus de dierenarts, die eraan toevoegde hij geen kennis had van wat er later met deze lijst gebeurde. Pas toen hij later via de media vernam hoe het proces was verlopen en wie de winnaars van de concessies waren, begreep hij dat "dit niet een juiste procedure was." Hadházy had vervolgens geworsteld met de vraag of hij in de openbaarheid moest treden met deze kennis, zich terdege beseffend dat velen binnen Fidesz hem als een "verrader" zouden beschouwen. Uiteindelijk was hij tot de conclusie gekomen dat het openbaren van wat er werkelijk gebeurd was "op de lange termijn” het belang van de partij dient. "Op de korte termijn zal het zeker onaangenaam zijn. [Onze] populariteit kan een paar procent dalen, maar ik denk dat dit op de lange termijn de partij zou kunnen helpen."

In het interview zegt Hadházy ook dat de tweederde wetgevende meerderheid van Fidesz niet alleen kansen geeft, maar ook schadelijk kan uitwerken. "Ik ben ervan overtuigd dat een goed functionerende oppositie een basisbehoefte is of zou moeten zijn voor elke regering. Zonder oppositie zullen we vroeg of laat niet in staat zijn om onze eigen beslissingen te beheersen, omdat er geen weerwoord is als wat we doen slecht is. [...] Bij gebrek aan externe oppositie nemen we nu beslissingen die niet goed zijn, en helaas leidde deze [situatie] ook tot beslissingen die individuele belangen dienen." Daarnaast constateert hij dat het een groot probleem is dat "er geen interne oppositie" is binnen Fidesz. Het ontbreken van kritiek binnen de partij is verklaarbaar omdat het aantal parlementsleden zal worden verminderd [bij de verkiezingen van 2014 wordt de omvang van het parlement gereduceerd van bijna 400 tot 200…HH]. “Dat weten de huidige afgevaardigden ook en dus is het duidelijk dat iemand die in de toekomst nog een of andere hoge positie wil bekleden, dus elk besluit zal moeten accepteren. Je kunt niet van hen verwachten dat ze een serieuze negatieve opinie formuleren. Ook dit kan leiden tot slechte overheidsbesluiten. (…) Als er geen debatten zijn binnen een partij – en binnen onze partij zijn er geen, in ieder geval niet op ons niveau – dan kan dat twee dingen betekenen: of we doen iets heel goed of er is iets helemaal mis. Ik geloof dat debat onmisbaar is om tot goede beslissingen te komen. Maar vaak zie je dat in de partij beslissingen worden genomen met 98% of 100% steun. Dat is op een of andere manier niet goed. (…)We hebben veel beslissingen genomen – in ieder geval op plaatselijk niveau – die denk ik niet genoeg zijn doordacht en in veel gevallen (...) kregen individuele belangen de voorkeur boven publieke belangen. De tabakswinkelkwestie was er zo een." Hadházy zei af te zullen wachten of dit interview gevolgen zou hebben voor zijn politieke carrière. Als er een politieke vendetta tegen hem volgt, is hij van plan zijn politieke loopbaan op te geven, wat spijtig zou zijn omdat hij “een aantal goede dingen voor de stad” kon doen. Het uitblijven van politieke vergelding zou bewijzen dat "er nog altijd heel veel democraten in Fidesz zijn, zelfs al is dat niet evident gezien de huidige besluitvormingmechanismen."

Verder de afgelopen week:

* Naar aanleiding van de tabakswinkelaffaire hebben diverse NGOs gevraagd om openheid over het aanbestedingsproces. De reactie van Fidesz: nog dezelfde (!) dag kwamen de Fidesz fractie met een wetsontwerp dat het overheidsinstellingen mogelijk maakt zo’n verzoek om openheid van informatie naast zich neer te leggen als de instelling vindt dat het om een “oneigenlijk” verzoek gaat. De dag erna (!) werd het wetsontwerp door het parlement aangenomen.

* Betalingen van de EU ter waarde van 100en miljoen euro’s voor wegenbouw, spoorbouw en bouwprojecten (energiebesparing en isolatie) zijn in gevaar. Brussel betaalt vooralsnog niet uit omdat er problemen zijn met een aantal voorwaarden die bij de toekenning van de projecten zijn gesteld. Zo eisten de Hongaren dat alle betrokken ingenieurs over Hongaarse diploma’s beschikten waarmee je de facto buitenlandse ondernemingen uitsluit. Maar er zou ook een verband kunnen zijn met een onderzoek door OLAF (de antifraude eenheid van Brussel) die vorig jaar huiszoeking deed bij Fidesz gelieerde bedrijven en onder meer computergegevens in beslag nam.

* Het parlement nam niet alleen een wet aan die betrokken bedrijven verplicht om de energie- en waterprijzen met 10% te verlagen, maar ook om op de rekeningen aan klanten elke maand te vermelden hoeveel financieel voordeel die daarvan hebben. Wettelijk verplichte regeringspropaganda dus. Een verplichte vermelding van de hoeveelheid belastingen inclusief de verhoogde btw die de klanten over hun gas, elektriciteit en water betalen, staat niet in de wet.

* Het hoofd van de Raoul Wallenberg Vereniging Ferenc Orosz is na een voetbalwedstrijd in het Puskas stadion uitgescholden en aangevallen, waarbij onder meer zijn neus is gebroken. en verwond. Orosz vroeg een groep supporters die pro Mussolini liederen aan het zingen waren en “Sieg Heil” riepen daarmee op te houden. Hij werd daarop uitgescholden voor “Joodse communist” en na de wedstrijd door twee mannen opgewacht. <![endif]-->
Ferenc Orosz