Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Europa. Alle posts tonen

dinsdag 6 mei 2014

Orbán en Putin



Putin en Orbán hebben veel gemeen en dat zie je het duidelijkst in datgene wat ze allebei verfoeien: de macht van Brussel en de EU, het Westerse liberale democratiemodel en decadente waarden als homorechten en feminisme. Maar ook in wat ze daar beiden, zij het ieder op hun eigen manier en vanuit hun eigen geschiedenis, tegenover stellen: een radicaal nationalisme (inclusief het recht op te komen voor hun nationale broeders in buurlanden), een voorkeur voor een sterke centrale staatsmacht (die uiteraard onder hun persoonlijke controle staat) en de drastische inperking van de rechten van politieke, sociale en culturele minderheden.

In wezen behoren de twee tot dezelfde ideologische stroming, die de journalist Jan Fleischhauer in het weekblad Der Spiegel post-fascistisch noemt (zie het artikel in het Engels hier). Want Putin is niet de post-communist waarvoor velen hem houden, niet de man die eigenlijk het beleid voortzet van de gerontocraten van het Sovjet systeem, maar een politicus die denkt en handelt in de tradities van het oorspronkelijke fascisme van de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw (Mussolini, Franco, Salazar, de NSDAP). Het is een vergelijking die ook al vele malen is getrokken ten aanzien van Viktor Orbán, wiens ideologische verwantschap met het Horthy tijdperk evident is en door hemzelf ook eigenlijk niet wordt ontkend. Het is dan ook geen toeval dat Putin zich niet alleen positief uitlaat over Viktor Orbán en bijvoorbeeld Marie LePen, maar dat zijn regering ook nauwe banden onderhoudt (inclusief financiële) met tal van rechts-extreme en radicale anti-EU groeperingen en partijen in Europa (zie voor de details daarover ondermeer een artikel dat morgen 7 mei in het dagblad Trouw verschijnt).

Het maakt ook duidelijk waarom de (nog altijd deels geheime) overeenkomst die de regering Orbán een paar maanden geleden sloot met Putin over de uitbreiding van de kerncentrale in Paks, een lening van 10 miljard euro aan de Hongaarse staat en wie weet wat nog meer, helemaal niet zo vreemd is. Natuurlijk houdt Orbán op gezette tijden anticommunistische tirades, maar dat zijn slechts schijnmanoeuvres bedoeld voor binnenlandse consumptie door een ongeïnformeerd publiek (tenslotte telt Fidesz minstens zoveel voormalige communisten in eigen gelederen als de links-liberale oppositie) en Putin is ondanks zijn KGB verleden allerminst een communist. De Paks-deal is een pragmatische overeenkomst tussen ideologisch verwante regiems die beiden denken daar het nodige voordeel uit te kunnen halen: het geeft de regering Orbán de nodige financiële armslag los van Brussel en het verschaft Rusland, zoals een Russische commentator dat ten tijde van het afsluiten van die overeenkomst noemde, een bondgenoot binnen de gelederen van de EU.

Dat laatste is misschien niet hoe premier Orbán het zelf ziet. Hij zal ongetwijfeld – in de traditie van Horthy – opereren onder de illusie dat hij kan en moet laveren en manoeuvreren tussen Moskou en Brussel in, de twee grootmachten die in zijn ogen de Hongaarse nationale onafhankelijkheid bedreigen (“Wij willen geen kolonie zijn”). Maar de crisis in Oekraïne en de Tweede Koude Oorlog die inmiddels is begonnen (als het al geen echte oorlog wordt), maakt een dergelijk beleid niet alleen politiek steeds verwerpelijker, maar ook praktisch steeds gevaarlijker. Een land als Polen loopt de laatste maanden energiek voorop bij diplomatieke pogingen om het conflict in Oekraïne te bezweren, maar het doet dat wel op basis van een duidelijke keuze voor de EU en de NAVO, voor de Westerse waarden en een democratisch en onafhankelijk Oekraïne, en tegen het Russische machtsvertoon en wapengekletter. Het kan geen toeval zijn dat Hongarije weer eens aanzienlijk achter loopt.

zaterdag 25 januari 2014

Verkiezingen 6 april: vrij maar niet eerlijk.



Ook als de democratische oppositie in Hongarije niet zo zwak en verdeeld zou zijn, zou ze nog nauwelijks een kans hebben om de parlementsverkiezingen op 6 april a.s. in Hongarije te winnen, aldus Kim Lane Schepele, rechtsgeleerde aan de Universiteit van Princeton. Fidesz heeft, zo zegt ze, een in zekere zin geniaal verkiezingssysteem opgezet dat formeel democratisch is, maar in zijn feitelijke uitwerking op tal van manieren de regerende partij bevoordeelt. “Zelfs als er evenveel mensen op de oppositie stemmen als op de regeringspartij, wint Fidesz nog met zeker tien zetels verschil,” aldus Schepele.

"Ze verdienen geen kans meer!"
Officieel mogen partijen pas op 14 februari met de verkiezingscampagne beginnen. Maar Boedapest hangt sinds een paar dagen toch al vol met posters tegen de leiders van de democratische oppositie, de meesten op reclamezuilen en borden (die voor een zeer groot deel eigendom zijn van een Fidesz gezind bedrijf) en een paar gigantische spandoeken op gebouwen. Dat is natuurlijk geen verkiezingspropaganda, formeel zijn de posters van een onafhankelijke stichting (al is die dan door Fidesz kopstukken opgericht en gefinancierd). Ook verraste het bureau van premier Orbán vrijdagmiddag met het uitvaardigen van een decreet dat het plakken van verkiezingsposters langs belangrijke wegen en kruispunten verbiedt. Een maand geleden verzekerde de minister van justitie nog dat zo’n verbod er echt niet zou komen, en opeens is er dan dat decreet (waarvoor geen parlementair debat nodig is).

 Dit soort acties zijn typerend voor de manier waarop de huidige Hongaarse regering opereert. Ook alle Fidesz wetten, regels en decreten die met het kiesrecht te maken hebben zijn stuk voor stuk juridisch “corrrect” maar zitten in praktijk boordevol haken en ogen. Schepele presenteerde ten overstaan van buitenlandse correspondenten en diplomaten een lange lijst van “problemen." Zie voor details aan het eind van deze blog, hier eerst een samenvatting.
De nieuwe kiesdistricten – nodig omdat het parlement wordt ingekrompen van bijna 400 naar 199 leden – zijn ernstig gemanipuleerd door en ten faveure van Fidesz. Het nieuwe systeem met één kiesronde waarbij de grootste partij de zetel krijgt (ook tegen de wil van de oppositie ingevoerd), benadeelt vooral de traditioneel meer verdeelde oppositie. Dankzij een unieke regeling van compensatiestemmen (overgenomen van Berlusconi), kan een aanzienlijk deel van de stemmen voor de winnende partij dubbel worden geteld wat de voorsprong van Fidesz verder vergroot. Daarnaast wordt het voor een paar honderdduizend Hongaren in de buurlanden die van Fidesz de Hongaarse nationaliteit hebben gekregen en dus in meerderheid pro-Fidesz zijn, heel gemakkelijk gemaakt om (per post) te stemmen. Tegelijk is het voor de honderdduizenden Hongaren die recent zijn gaan werken en studeren in West-Europa en waarvan gedacht wordt dat ze meer naar de oppositie overhellen, juist moeilijk om te deel te nemen (die mogen niet per post stemmen). Ook de mogelijkheden voor de oppositie om via de media gehoord te worden is ernstig beperkt, vooral door de onevenredige greep die regeringspartij Fidesz heeft op de staatsmedia en zelfs het merendeel van de private media. Maar ook de inperking van de financiële middelen die mogen worden ingezet (waarbij “regeringsvoorlichting” over het vele goede dat de regering Orbán voor het volk doet uiteraard niet meetelt als verkiezingspropaganda) en de ernstige inperking van de mogelijkheden om op de commerciële media (die veel publiek bereiken) te adverteren, benadelen de oppositie.

Al deze factoren hebben ieder op zich misschien geen groot effect, maar vele kleine beetjes maken ook een grote. Dat resulteert erin dat de uitkomst bij voorbaat zwaar vertekend is ten voordele van de regerende partij, aldus Schepele. Dit kiessysteem kan er gemakkelijk toe leiden dat Fidesz met 30% van de stemmen een meerderheid aan zetels in het nieuwe parlement haalt en met 42% van de stemmen zelfs een tweederde meerderheid, zodat premier Orbán opnieuw naar willekeur de grondwet kan wijzigen en aanpassen. Dat kan nooit d ebedoeling zijn van een werkelijk democratisch kiessysteem.

Bovendien zijn er problemen met bijvoorbeeld de samenstelling en het functioneren van de Nationale Kiescommissie (alle permanente leden zijn door Fidesz benoemd en blijven tot het jaar 2022 aan), met de procedures voor klachten over het verloop van de verkiezingen, met de gang van zaken bij het kiezen van de vertegenwoordigers van de nationale minderheden (m.n. de zigeuners), met de procedures bij het tellen van de stemmen en de controle daarop (met name het tellen van de stemmen van Hongaren in de buurlanden is fraudegevoelig) en met de software die nodig is om alle stemmen te tellen en uitkomsten te berekenen (het bedrijf dat die software ontwerpt is eerder door de Fidesz regering genationaliseerd).
De conclusie lijkt daarom bij voorbaat gerechtvaardigd dat de verkiezingen op 6 april formeel democratisch zullen zijn (elke burger kan naar een stembureau gaan en zijn of haar stem uitbrengen), maar ik praktijk allesbehalve eerlijk. Tel daarbij op de zeer matige prestaties van de oppositiepartijen, die zich pas nu  op het aller-allerlaatste moment hebben verenigd onder de naam “Samenwerking,”  en de winnaar lijkt bij voorbaat vast te staan. Het maximale wat de democratische oppositie er nu nog uit lijkt te kunnen halen, is verhinderen dat Fidesz weer 2/3 krijgt. Wat de situatie overigens niet per se beter maakt; dat kan makkelijk het begin zijn van veel Fidesz regering per decreet en grondwetswijzigingen in samenwerking met het extreemrechtse Jobbik.

Europa

Schepele ging ook nog kort in op de opstelling van Europa. Het lijkt zeker dat de OVSE een missie van verkiezingswaarnemers naar Hongarije zal sturen op de verkiezingsdag zelf, maar die kijkt slechts naar de feitelijke gang van zaken in de stembureaus. Eigenlijk had er, aldus Schepele, al lang geleden een bredere OVSE missie moeten zijn om een beoordeling te maken van het gehele raamwerk waarin deze verkiezingen plaatsvinden. Maar zo’n missie kan alleen als het land in kwestie (Hongarije) daarom verzoekt en dat is tot nu toe niet gebeurd. Mocht zo’n missie er nu alsnog komen, dan is onduidelijk wat die nog kan doen en wat de status van haar oordeel is (als dat negatief is, last je dan de verkiezingen af?).
Het is ook duidelijk, benadrukt Schepele, dat in de EU in Brussel zeer veel argwaan tegenover de Orbán regering bestaat. Er wordt daar in zeer brede kring over “het Hongaarse probleem” gesproken. Het door een ruime meerderheid in het Europese Parlement afgelopen voorjaar aangenomen Tavares rapport spreekt een zeer hard oordeel uit tegen de ondermijning van de democratie door de regering Orbán en er wordt gewerkt aan het opzetten van een “monitoring” procedure die uiteindelijk kan leiden tot bepaalde maatregelen en sancties. Ook overweegt de Europese Commissie om klachten tegen Hongarije op deelgebieden samen te voegen en zo procedures te starten die ernstiger consequenties hebben en door de regering Orbán veel moeilijker met juridische spitsvondigheden en politieke trucjes te omzeilen zijn.
Maar dat alles zal zeker geen gestalte krijgen vóór de Europese verkiezingen van juni dit jaar en bovendien is de realiteit dat Hongarije niet het grootste probleem is waar Europa mee te maken heeft. De afgelopen jaren had de Eurocrisis prioriteit, nu is dat de groei van de Eurosceptische sentimenten in Europa en de positie van Groot Brittannië.

Hoe werkt het Fidesz kiessysteem?

Het nieuwe parlement zal niet 386 maar 199 zetels hebben, waarvan er 106 worden gekozen via een districtensysteem (in elk district wint de kandidaat met de meeste stemmen de zetel) en 93 via landelijke partijlijsten. Iedere kiezer brengt dus twee stemmen uit, één op een districtskandidaat en één op een partijlijst. Deze mix van systemen is uiterst ingewikkeld en maakt het berekenen van de einduitslag zeer gecompliceerd (vandaar het belang van goede software), maar bestaat in principe al sinds 1990 en is voor een groot deel overgenomen van het Duitse kiessysteem.
Uitgangspunt bij de herindeling van de kiesdistricten (door Fidesz, zonder consultatie) was dat alle districten ongeveer evenveel kiezers moesten hebben. Daarbij is een marge gehanteerd van plus of min 15%  (terwijl dat internationaal volgens Schepele eerder plus of min 10% is). Die districten die traditioneel duidelijk links of duidelijk rechts zijn, zijn met rust gelaten. Maar met name in traditioneel zwevende districten zijn ‘linkse’ gebieden weggehaald (bijvoorbeeld toegevoegd aan naburige “zekere” linkse districten) of rechtse regio’s toegevoegd. Het resultaat is dat de meeste zwevende districten nu ook naar rechts hellen.
Één ronde en de grootste wint de zetel. Sinds 1990 was het gebruikelijk dat er voor het vaststellen van de winnaar in de districten twee rondes werden gehouden, tenzij een kandidaat al in de eerste ronde meer dan 50% kreeg. Dit stelde partijen in staat om eerst hun eigen campagne te voeren en in de tweede ronde coalities te sluiten. Nu wint die partijkandidaat die in de eerste ronde de meeste stemmen haalt, zelfs als dat maar 20, 30 of 40% van de stemmen is. In een maatschappij waar van oudsher een tweepartijensysteem bestaat, zou je dat nog kunnen rechtvaardigen. Maar in Hongarije waren links en het centrum gewend aan en ingericht op een meer gevarieerd systeem en dus is het voor hen uiterst moeilijk ineens om te switchen. Ook voor de linkse (of rechtse) partijen in Nederland zou het heel moeilijk zo niet onmogelijk zijn om opeens in één partij op te moeten gaan (met alle consequenties van dien over verlies aan eigen identiteit, de posities van partijleiders enz.).
Bij een gemend kiessysteem (districten en partijlijsten) is een systeem van compensatiestemmen niet ongewoon. Het idee is dat de stemmen voor de verliezende kandidaten in de districten niet geheel verloren mogen gaan en dus kunnen worden opgeteld bij de partijlijst van de verliezende kandidaat. Maar Fidesz heeft de unieke regel ingevoerd (ooit uitgedacht door Berlusconi) dat ook de winnende kandidaat compensatie moet krijgen. Stel dat hij zijn zetel wint met 10.000 stemmen en nummer twee heeft er 7.000. Dan had de winnende kandidaat dus eigenlijk genoeg gehad aan 7.001 stemmen om de zetel te halen en de overige 2.999 worden opgeteld bij de partijlijst: een verdere in plaats van een geringere vertekening van de verhoudingen.
Het stemmen van de Hongaren in de buurlanden is volgens Schepele uitermate fraudegevoelig, met name omdat de stemlijsten van die mensen geheim zijn. De reden daarvoor is dat het dubbele paspoort in bijvoorbeeld Slowakije en Oekraïne verboden is en openbaarheid dus tot problemen kan leiden voor wie stemt. Maar het gevolg is wel dat in praktijk niemand echt kan controleren wie er op de stemlijst staat en wat er met die stemmen gebeurt. Hongaren in de buurlanden die zich opgeven om te stemmen, hoeven slechts een minimum aan gegevens in te vullen (geen ID-kaart, geen precies adres) en naast stemmen per post mogen hun stemmen ook per dorp/stad door één persoon worden opgehaald en binnen gebracht. Theoretisch, aldus Schepele, is het voor eenieder die  een lijst heeft van mensen die een Hongaars paspoort bezitten, geen enkel probleem om op het laatste moment namens heel veel van die mensen een stem uit te brengen zonder dat er een haan naar kraait.

vrijdag 6 september 2013

Icipici (spreek uit: ietsiepietsie)

Een derde van de Hongaren is nog steeds blij met het EU lidmaatschap, 22% is er tegen en maar liefst 39% van de Hongaarse burgers zegt niet goed te weten wat ze er van moet vinden, aldus een onderzoek van opiniepeiler Tarki. Hoewel er dus nog altijd geen meerderheid tégen de EU is, is er ook geen duidelijke meerderheid meer vóór de EU zoals dat het geval was in 2004 toen we lid werden.

Dat mag je best verwonderlijk noemen in een land dat de afgelopen vijf jaar meer dan 9 miljard euro aan financiële steun ontving van de EU (subsidies ter waarde van 14 miljard minus de Hongaarse bijdrage van ongeveer 1 miljard per jaar), een land dat dankzij de multinationale ondernemingen een draaiende economie heeft zodat honderdduizenden mensen banen en inkomens hebben, een land dat mede dankzij de EU tegenwoordig een aanzienlijk schoner milieu heeft en een land dat mede dankzij de EU in redelijke vrede leeft met zijn buren die tenslotte ook lid zijn van de club. En dan heb ik het nog niet over de mogelijkheid om gewoon over de grens in andere landen te gaan werken of een bedrijf op te zetten, over de mogelijkheid om elders in Europa te gaan studeren omdat diploma’s ook daar geldig zijn en omdat de EU daar speciale subsidies voor geeft, over de (publieke) instituten die met hulp van de EU zijn opgezet om de rechten van burgers en consumenten te behartigen, over de talloze projecten in het onderwijs, de gezondheidszorg, het gevangeniswezen enz. enz.enz.

Natuurlijk, er is ook allerlei mis in en met de EU en er is dus nog heel veel te verbeteren. Maar als ik door Vác fiets, zie ik echt overal bordjes met de tekst “aangelegd dankzij subsidie van de EU”: een plein dat is opgeknapt, een school die een nieuwe gymzaal heeft, een treinstation dat wordt gemoderniseerd, een mobiele dijk tegen de watersnood, een weg die is geasfalteerd en een fietspad heeft gekregen, de zuiveringsfilters op de cementfabriek, allemaal dankzij de EU. Natuurlijk kun je zeggen dat Hongarije als lid van de EU daar contractueel “recht op heeft,” maar een ietsiepietsie (Hongaars: “icipici”) gevoel voor perspectief zou niet slecht zijn.

Maar ja, wat wil je als je in de door Fidesz gecontroleerde media premier Viktor Orbán en zijn ministers steeds weer hoort uithalen tegen de EU en Brussel: dat “ze”ons willen koloniseren, dat “ze”ons uitzuigen, dat “ze”ons aanvallen, dat “ze” verantwoordelijk zijn voor de problemen van de Hongaarse economie, de werkloosheid, de staatsschuld, de schuldproblemen van mensen die geleend hebben in Euro’s en Zwitserse franks, de hoogte van de prijzen van gas en elektriciteit, de dalende kwaliteit van het onderwijs, de ongehoorzaamheid van de jeugd, de slechte TV programma’s, de kwaliteit van de weersvoorspellingen (jawel, serieus) en wie weet wat nog meer. Dat veel Hongaren het dus inmiddels niet meer weten, is nou weer niet zo verwonderlijk. Hoewel? Gewoon een ietsiepietsie om je heen kijken?

Verder de afgelopen week:

* De regering voert de druk op de banken op om opnieuw grote verliezen te nemen op de uitstaande leningen in Euro’s en Zwitserse Franken. Een paar honderdduizend mensen zitten nog steeds met enorme schuldenlasten vanwege hun leningen in harde valuta waarvan de wisselkoers sinds de crisis enorm is verslechterd (zodat ze in forinten veel meer moeten afbetalen). Volgens premier Orbán hebben de banken de mensen destijds belazerd met die leningen en hebben ze dus nu de morele plicht hen een aanzienlijk deel van hun schuld kwijt te schelden. Zwart-wit en daarmee volstrekte onzin, maar goed. Als de banken in November niet “vrijwillig” een goed plan op tafel hebben gelegd, legt de regering een regeling op. Dat zal de economie weer goed doen.

* Niemand zegt dat Mercedes, dat recent in Kecskemét een grote fabriek opende voor de productie van de luxe Mercedes-Benz CLA, alweer uit Hongarije vertrekt. Sterker nog, desgevraagd zegt een woordvoerder dat er geen sprake van is dat zo’n besluit is genomen. Maar het is ook duidelijk dat Mercedes – dat door de vorige regeringen Gyurcsány en Bajnai naar Hongarije is gehaald – inmiddels een stuk minder enthousiast is. Een besluit over een grote uitbreiding van de fabriek, dat al genomen had zullen zijn, is nog niet af- maar wel uitgesteld. En in internationale media hebben diverse vertegenwoordigers van Daimler ook bevestigd dat de mogelijkheid bestaat dat de productie van de betreffende luxe auto naar Mexico verhuist. Maar een besluit ligt er nog niet.

* “De gedwongen nationalisatie van de kleine spaarfondsen zal worden gevolgd door de herprivatisatie aan Fidesz vrienden en familie, dus deze nationalisatie is nog immoreler dan die van de banken door de communisten in 1947,” aldus de secretaris van de Vereniging van Hongaarse Ondernemers en Werkgevers, Ferenc Dávid.

* De Orbán regering trekt jaarlijks nog maar 123.3 miljard forint (425 miljoen euro) uit voor het hele hoger onderwijs, terwijl er naar sport inmiddels al 116.4 miljard forint (400 miljoen euro) gaat.

donderdag 4 juli 2013

Regering Orbán onder verscherpt politiek toezicht van de EU

De aanname op woensdag 3 juli van het zogenaamde Tavares rapport (over de democratie in Hongarije) door een overduidelijke meerderheid in het Europese Parlement lijkt oppervlakkig gezien een zoveelste veroordeling van de koers van de regering Orbán door een Europese instantie. Maar het is veel meer dan dat. Wat de Raad van Europa vorige week niet aandurfde, heeft het Europees Parlement nu wel gedaan: Hongarije wordt onder verscherpt politiek toezicht geplaatst om te zorgen dat de regering Orbán van koers wijzigt en er worden nieuwe instrumenten geschapen om alle lidstaten die de democratische waarden van de EU ondermijnen tot de orde te kunnen roepen.

Orbán 2011: Take care what you wish for.
Het rapport bevat een zeer gedocumenteerde en omvattende analyse van wat er de laatste drie jaar in Hongarije allemaal gebeurd is, een zeer lange lijst van wetten, regels en gedragslijnen die Hongarije moet veranderen en aanbevelingen aan de Europese Commissie hoe te handelen als Europese lidstaten (in dit geval Hongarije) de waarden en normen van de EU ondergraven. Het rapport werd aangenomen met een ruime meerderheid van 370 tegen 248 stemmen en 82 onthoudingen. De meeste waarnemers zijn het erover eens dat dit een zeer ruime marge is en dat het een belangrijk politiek feit is dat een deel van de EPP fractie waartoe ook Fidesz (en het CDA) behoort, vóór deze veroordeling van de regering Orbán heeft gestemd of in ieder geval niet tégen (de onthoudingen). Commissie voorzitter Barroso heeft al te kennen gegeven dat hij de aanbevelingen van het rapport wil gaan uitvoeren.Volgens grondwetsdeskundige Kim Lane Schepele betekent dat concreet het volgende (zie haar uitgebreide analyse in Hungarian Spectrum):

1. Er komt een “Artikel 2 Alarm Agenda” waarop alle punten komen te staan die het betrokken land (in dit geval Hongarije) moet wijzigen/corrigeren/intrekken. Die Alarm Agenda heeft absolute prioriteit. Totdat het betrokken land (in dit geval Hongarije) aan de aanbevelingen heeft voldaan, kunnen alle andere gesprekken, onderhandelingen of overleggen met het betrokken land (in dit geval Hongarije) niet worden afgerond. Wat dat precies inhoudt, moet worden uitgewerkt. Geen nieuwe overeenkomsten? Geen nieuwe samenwerkingsverbanden? Geen nieuwe contracten met EU instellingen? Geen nieuwe toewijzingen voor subsidies?

2. Er wordt een nieuwe politieke commissie in het leven geroepen, die moet beoordelen hoe de voortgang van het betrokken land (in dit geval Hongarije) is. In die commissie zitten afgevaardigden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van Europa (vandaar de naam Trialoog) en die gaan een uitgebreid monitoring systeem opzetten dat de overheid van het betrokken land (in dit geval Hongarije) op alle punten van kritiek (justitie en rechtbanken, media, parlementaire procedures, kiesregels en kiessysteem, budgetbeleid, mensenrechten enz. enz.) zeer nauwgezet in de gaten moet houden.

3. Er komt een Kopenhagen Commissie van onafhankelijke en alom gerespecteerde Europese experts die voortaan in de gaten moeten houden of EU-lidstaten zich wel houden aan de democratische normen en waarden van de EU die ze allemaal hebben ondertekent, te weten artikel 2 van het EU verdrag en de Kopenhagen Verklaring van 1993. Wat het Tavares rapport is voor Hongarije wordt voortaan een Kopenhagen rapport.

4. Als het betrokken land (in dit geval Hongarije) ook door deze maatregelen niet tot inkeer te brengen is, maar dan zijn we wel een paar jaar verder, dan kan alsnog artikel 7 van het EU verdrag in werking treden met sancties als het opschorten van stemrecht en/of het intrekken van subsidies.

Hoe nu verder?

Uiteraard veroordeelde Viktor Orbán de uitspraak van het Europees Parlement onmiddellijk. Hij noemde het een politieke aanval van links-liberalen (maar de EPP stemmen dan?), zei dat Europa zijn bevoegdheden overschrijdt (door te controleren of lidstaten zich aan de afspraken houden?) en dat dit niet het Europa is waar Hongarije lid van werd (dat is het juist wel, dat is het hele punt). Tijdens het debat in het Europees Parlement had hij het ook al over “de vijanden van Hongarije” gehad en vergeleek Fidesz afgevaardigde József Szájer de procedure zelfs met de Stalin schijnprocessen. Die opstelling deed de Fidesz zaak in het Parlement zeker geen goed, maar ongetwijfeld gaat Orbán voort met deze verscherpte anti-EU retoriek. Er is sprake van een extra zitting van het Hongaarse parlement waarop de Fidesz meerderheid een scherpe veroordeling van het Europees Parlement uitspreekt. Een andere vraag is hoe de Hongaarse regering gaat reageren op de concrete stappen die nu zullen volgen. Gaat ze het gesprek aan met de trialoog commissie, gaat ze meewerken aan het nieuwe monitoring systeem, gaat ze meewerken aan een onderzoek naar het kiessysteem en een eventuele extra grote delegatie van Europese waarnemers bij de verkiezingen volgend jaar? Gaat ze zoals gebruikelijk rekken en trekken (kleine concessies doen die later weer deels worden teruggenomen, formele procedures aangaan maar intussen voldongen feiten scheppen enz.) of komt er een meer confronterende koers?

Hoe anti-EU de retoriek ook wordt, het is vooralsnog niet waarschijnlijk dat Hongarije er zelf uitstapt. Orbán’s hoofddoel is en blijft het scheppen van een nieuwe economische elite van mensen die politiek aan hem en Fidesz zijn gelieerd en die dus ook altijd een dominerende rol in de politiek en de rest van de samenleving kunnen spelen. Essentieel daarvoor zijn de enorme EU subsidies die nog steeds uit Brussel komen (en tot 2020 zijn vastgelegd) en het overeind houden van de kurk waar de Hongaarse economie op drijft: de voor de export producerende multinationals in de auto industrie, de elektronica e.d. (die dan ook niet getroffen worden door allerlei extra belastingen en willekeurige wetgeving zoals de banken, energiemaatschappijen, grootwinkelbedrijven en andere dienstverlenende multinationals die op de Hongaarse markt opereren). Zelf uit de EU stappen zou betekenen dat die twee essentiële inkomstenbronnen verspeelt worden. Dat is niet erg rationeel en het is maar de vraag of Orbán daarmee de verkiezingen van 2014 kan winnen. Maar waar spanningen toenemen, kunnen nationalistische emoties de overhand krijgen over rationele argumenten en kunnen kleine incidenten soms grote gevolgen hebben.

zaterdag 13 april 2013

Ruzie met de Europese Christendemocraten



Volgens de Hongaarse krant in Roemenië Magyar Szó (Het Hongaarse Woord) heeft het bestuur van de christendemocratische EPP fractie in het Europees Parlement in een vergadering in Dubrovnik gisterenavond besloten dat de Hongaarse regeringspartij Fidesz een ultimatum krijgt: ofwel ze conformeert zich binnen een week aan de Europese verzoeken betreffende het Vierde Superamendement op de grondwet ofwel Fidesz wordt uit de EPP geschorst.

De grondwetsstraat is nu de Fidesz-heeft-altijd-gelijk-straat
Natuurlijk zal premier Orbán, die dinsdag aanwezig zal zijn bij de zitting van de voltallige EPP fractie in Straatsburg,  reageren met de nodige verzekeringen dat alles goed zal komen, dat er niets aan de hand is en dat hij bepaalde passages in de (grond)wet wel wil wijzigen: rekken traineren, marchanderen. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat hij er niet langer van uit kan gaan dat de Europese christendemocraten hem niet (openlijk) zullen laten vallen en daarmee komt hij in Europa heel zwak te staan.
Intussen blijft het Europese conflict escaleren. Commissie voorzitter Manuel Barroso (EPP) heeft vrijdag een nieuwe kritische brief aan premier Orbán geschreven en het Europees Parlement vergadert woensdagochtend over “de kwestie Hongarije,” waarbij mogelijk ook voorstellen op tafel komen om hardere actie tegen de regering Orbán, te beginnen met een soort parlementair onderzoek (een artikel 7 procedure) om vast te stellen of het land zich aan de democratische normen van de EU houdt.
Tegelijk lanceren Orbán en zijn ministers de ene na de andere (persoonlijke) aanval op die Europese politici en instellingen die zich niet door hen laten overtuigen dat er niets aan de hand is. Daarbij beschuldigen ze bijvoorbeeld commissaris Viviane Reding (EPP), commissaris Neelie Kroes (liberalen) maar ook de deskundigen van de Venetië Commissie en het Europees Parlement zelf ervan bevooroordeeld te zijn en zich te laten meeslepen in een links-liberaal complot tegen Hongarije. Ook heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken haar ambassades opdracht gegeven actief te reageren als er in media in hun landen artikelen verschijnen met “feitelijke onjuistheden.” Met name bij krantenredacties en directies in Duitsland en Oostenrijk zijn de laatste maanden de nodige klachten neergelegd over het werk van hun redacties en hun Hongarije correspondenten. En tenslotte heeft de regering een speciale “taskforce” van juristen opgezet die haar moet bijstaan in het pareren van de Europese aanvallen.

Verder de afgelopen week:

- Judit Király is afgetreden als laatste onafhankelijke lid van de Monetaire Raad van de Hongaarse Nationale Bank (MNB). Ze wilde daarmee onderstrepen dat de bank niet langer onafhankelijk werkt, maar een verlengstuk van de regering is geworden.

- Volgens regeringswoordvoerder Ferenc Kumin treedt de Hongaarse regering altijd ferm op tegen het antisemitisme en is dat nog eens bewezen toen premier Orbán begin deze week hoogstpersoonlijk de motordemonstratie “Geef Gas” verbood die een extreemrechtse motorclub wil houden op 21 april a.s., de dag van de Holocaust herdenking. Het behoeft hier geen betoog dat “Geef Gas, Handen af van ons Vaderland en onze Huizen” antisemitisch, provocerend en uitermate onsmakelijk is. De “Hongaarse Motorrijders Beweging” wil tijdens een motortocht op de 21e ook de Joodse wijk van Boedapest aandoen terwijl daar de “Mars der Levenden” wordt gehouden ter herdenking van de Holocaust.
De politie had “Geef Gas” niet verboden omdat ze dat volgens de bestaande wetgeving niet kan. Joodse organisaties waren uiteraard zeer verontwaardigd en premier Orbán droeg vervolgens in het parlement hoogstpersoonlijk de minister van binnenlandse zaken op alsnog een politieverbod uit te vaardigen. Dat nu door de motorclub voor de rechter wordt aangevochten, want de Hongaarse wet staat zo’n verbod nu eenmaal niet toe.
De gang van zaken is tekenend voor de machtsverhoudingen zoals die inmiddels zijn ontstaan, aldus mensenrechtenorganisaties TASZ. Naarmate de premier iets bevalt of niet bevalt, geeft hij opdrachten, zelfs al zijn die in strijd met de wet en het recht. Terwijl echt goede wetgeving die dit soort problemen voorkomt en waarmee rechtbanken iets kunnen doen, nog altijd ontbreekt. Misschien zou het verstandiger zijn om wetgeving te ontwerpen die deze motorrijders wel toestaat hun mening te uiten, hoe verwerpelijk hun mening ook is, maar niet op het tijdstip en de plek die zij willen omdat dat de openbare orde in gevaar brengt en het recht van anderen op een vreedzame demonstratie in het gedrang brengt?
Bovendien is één zo’n groots gebaar mooi voor de Bühne, maar verhult het niet dat premier Orbán en Fidesz als partij zich nooit consequent bij het antisemitische kamp scharen. Want in hun cynische pogingen om iedereen die zich tot rechts rekent – ook de antisemieten – te vriend te houden, tolereren en steunen ze met grote regelmaat allerlei extreemrechtse figuren en werken ze bij tal van gelegenheden ook met hen samen. Een greep uit de afgelopen maand:
*  in de deelgemeente Ujpest vond een 15 maart herdenking plaats waarbij naast de Fidesz burgemeester prominent twee mannen stonden in het uniform van de nieuwe Magyar Gárda, een verboden paramilitaire organisatie van extreemrechts. De Fidesz burgemeester van een andere deelgemeente in Boedapest nam diezelfde nationale feestdag deel aan een bijeenkomst van Jobbik. Jobbik is de partij die op 4 mei als het Joodse Wereld Congres  in Budapest vergadert een manifestatie zal houden tegen “de Judeo-Bolshevistische , anti-Christelijke en anti-Hongaarse terreur en zijn Joodse leiders tussen 1919 en 1945.”
* de door Fidesz gecontroleerde publieke zender Duna TV bestelde voor 300.000 euro aan programma’s bij TV productiefirma Dextramedia. Dextramedia heeft nauwe banden met extreemrechtse politici, produceert ook materiaal voor radicaal rechtse private TV zenders zoals Hir TV en Echo TV en maakte voor het aan Jobbik gelieerde N1TV ondermeer een lovende film over de staatsman Adolf Hitler, ‘tegen wiens nagedachtenis “een heksenjacht” wordt gevoerd.’ Ook bleek dat Beatrix Siklósi, die bekend staat om haar extreemrechtse opvattingen en daar op sociale media ook geen geheim van maakt, een hoge adviesfunctie heeft bij het publieke mediabedrijf  MTVA. Maar ze is bepaald niet de enige uit die hoek met een functie bij de ‘publieke’ omroep.
* in maart benoemde de Fidesz regering de jurist Imre Juhász als ‘rechter’ in het Grondwettelijk Hof. Júhász geldt als een openlijke sympathisant van Jobbik en het is dan ook geen wonder dat Jobbik in het parlement deze benoeming steunde.
* ik meldde al eerder dat minister Balog Zoltán een paar weken terug hoge staatsonderscheidingen gaf aan diverse bekende rechtsextreme figuren, waaronder een journalist en een popmusicus. Toen er veel ophef over ontstond, vroeg en kreeg hij van de journalist de onderscheiding terug, maar de onderscheiding van de betreffende gitarist staat nog steeds. Naar aanleiding van die affaire kwam  een krant met het bericht dat minister Navracsics van justitie vorig jaar ook al een hoge onderscheiding had verleend aan Imre Szabó, een van de voornaamste medewerkers van kuruc.info, een neonazistische Hongaarse website die vanuit de VS opereert.

woensdag 6 februari 2013

Chaos in het onderwijs



De verwarring, vertwijfeling en boosheid in het hoger- en middelbaar onderwijs in Hongarije lijken met de dag toe te nemen. De chaos die is ontstaan door de renationalisering van ruim 1100 scholen per 1 januari jl. duurt voort. Leraren van die scholen die afgelopen maandag hun loonstrookje ontvingen, bleken weer minder over te houden (en ze kregen al zo weinig). En er is sprake van massale ontslaggolven van professoren bij grote universiteiten.

Geef ons onze toekomst terug!
Ouderavond op het gymnasium van mijn zoon, een van de top drie scholen in het land en verbonden aan een grote universiteit in de hoofdstad. Maar niets is meer zeker, zegt de klassenleraar: niet meer de banen van het onderwijzend personeel (waarvan een groot deel inmiddels al een paar uur per week onbetaald werkt om de zaak draaiende te houden), niet meer de banen van conciërges en schoonmaaksters, zelfs niet meer het voortbestaan van de school, “al zal die er over anderhalf jaar als jullie kinderen eindexamen doen nog wel zijn,” voegt hij daar – schertsend? – aan toe.

Kleine correctie: het staat nu al vast dat de school haar twee conciërges en alle schoonmaaksters moet ontslaan. Wie er dan aan de ingang zit? Niemand. Wie de school dan schoonmaakt? Niemand. Nou ja, dat kunnen de leerlingen misschien doen? De universiteit, een van de top drie universiteiten van het land, krijgt van de regering Orbán zware bezuinigingen opgelegd en schuift die ten dele door. De meeste ouders schudden hun hoofd en reageren gelaten; niemand snapt meer hoe het precies zit, niemand weet meer wat er precies gaat gebeuren, maar dat het bergafwaarts gaat, staat wel vast. Volgende gespreksonderwerp: wat te doen om je zoon of dochter op een universiteit of hogeschool in het buitenland te krijgen?

De stemming is typerend. Terwijl de regering nu opeens is begonnen met het opzetten van een Ronde Tafel van Nationale Eenheid waar Alle Betrokkenen in het Onderwijs Meepraten over de Toekomst, wordt in praktijk de botte bijl allang volop gehanteerd. Met name de grote en gerenommeerde universiteiten worden van de ene op de andere dag opgezadeld met enorme kortingen op hun overheidssteun en bovendien heeft de regering Orbán nu bedacht dat iedereen bij de overheid of semi-overheid  die een pensioen heeft, daarnaast niet ook mag werken. Het gevolg: universiteiten en scholen zullen op grote schaal professoren, leraren en ander personeel moeten ontslaan. Op sommige universiteiten  bestaat 20-30% van de staf uit mensen die eigenlijk allang met pensioen zijn en sommige vakken zullen simpelweg van het lesrooster geschrapt moeten worden omdat daar geen betaalbare en/of capabele professoren meer voor te krijgen zijn.

En dan de salarissen. Al vele jaren klagen leraren en professoren steen en been over hun schandalig lage vergoedingen, tussen de 90.000 en 150.000 forint per maand (350-550 euro). Twee jaar geleden zadelde de regering Orbán het onderwijzend personeel al op met een aanzienlijk verhoging van hun werkuren zonder extra vergoeding. De belofte dat die loonsverhoging nog zou komen, is nog steeds niet waargemaakt. En begin deze week ontvingen de onderwijzers van de gerenationaliseerde scholen hun eerste loonstrookje van de staat. Wat blijkt? Ze ontvangen gemiddeld 10-20 duizend forint per maand minder dan voorheen. “Ik werk nu al tien jaar in het onderwijs en houdt 87.000 forint (300 euro) per maand over, een grap..,” aldus een briefschrijver aan internetkrant Index. Een ander schrijft dat hij zelf 20.000 minder krijgt en zijn vrouw, ook lerares, 12.000 minder. Overuren worden niet meer betaald, een OV abonnement niet meer vergoed, bonussen die het salaris nog enigszins op peil brachten ingetrokken.

 Verder de afgelopen week:

- Ook de socialistische partij heeft zich nu, mede onder druk van Samen 2014, uitgesproken voor het openen van alle archieven van de communistische geheime diensten. Dat betekent dat de enige tegenstander van een dergelijke maatregel nu nog is….Fidesz. Waarom zou dat toch zijn?

-  De regering Orbán heeft aan de Raad van Europa een aantal wijzigingen toegezegd in de wetgeving over de media en de rechtbanken, waardoor een aantal kritiekpunten op die wetten wordt opgeheven. Volgens de regering is dat een bewijs dat er echt nooit wat mis was met die wetgeving en alle kritiek niet meer was dan een hetzecampagne (merkwaardige logica: als je iets wijzigt, was het daarvoor toch fout?). Diverse organisatie op het vlak van mensenrechten wijzen er op dat, hoewel elke concessie meegenomen is, de kernpunten van de kritiek echter nog altijd overeind staan. De verklaring van Thorbjørn Jagland van de Raad van Europa dat er “grote vooruitgang” is geboekt en dat het met Hongarije de goede kant op gaat, getuigt dan ook niet van een diepgaande kennis.

- Volgens de statistieken werken er inmiddels een half miljoen Hongaren in het buitenland: 300.000 in Groot Brittannië (merendeels Londen), 100.000 in Duitsland, 50.000 in Oostenrijk en 50.000 in andere EU-landen. De enige positieve kant: die emigranten hebben volgens de Wereldbank afgelopen jaar een recordbedrag naar huis gestuurd opdat de familie het hoofd boven water houdt, namelijk $2,5 miljard. Dat is evenveel als de hele Hongaarse nationale productie van een week.