woensdag 14 november 2012

Oneerlijke verkiezingen




Vele kleine beetjes maken ook een grote, onder dat motto past de regering Orbán opnieuw een aantal kiesregels aan zodat het speelveld nog verder naar haar kant overhelt. De invoering van een volstrekt onnodige extra kiezersregistratie zal ertoe leiden dat 25% of meer van de stemgerechtigden van de stembus wordt weggehouden. Het gaat daarbij vooral om burgers die zich niet met politiek bezig houden en ook geen enkel vertrouwen in politici (meer) hebben. Er is bovendien een verbod ingesteld op politieke advertenties bij de commerciële TV en radio en op het Internet. “Als je het formeel bekijkt, worden het in 2014 nog wel vrije verkiezingen. Maar eerlijk worden ze zeker niet, de oppositie wordt zwaar benadeeld,” zegt Csaba Tóth, politiek analist van denktank Republikon.

Een gelijk speelveld, gelijke kansen
Hoewel Hongarije een prima werkend bevolkingsregister heeft en uit opiniepeilingen blijkt dat 79% van de Hongaren tegen aparte registratie is, moeten de acht miljoen stemgerechtigde Hongaren zich nu toch apart en persoonlijk gaan registreren (wie werkt zal dus zelfs een halve of hele dag vrij moeten nemen). Die extra registratie is voor vier jaar geldig maar wie zich tot  twee weken voor verkiezingsdag niet heeft geregistreerd, mag niet meedoen. Deskundigen verwachten dat deze extra hindernis zeker een kwart van de kiezers weg zal houden van de stembus en dat de opkomst daardoor makkelijk kan dalen van 70% bij de vorige verkiezingen tot 45-50% in 2014.

Afgelopen maandag voerde Fidesz parlementariër Gergely Gulyás op een persconferentie allerlei formele argumenten aan waarom de bestaande burgerlijke stand nu opeens niet meer afdoende zou zijn. “Maar dat is merendeels onzin, die burgerlijke stand heeft altijd prima gewerkt. Waar het om gaat is dat de regeringspartij af wil van de aanzienlijke groep apathische en gedesillusioneerde kiezers die op het allerlaatste moment zo boos zijn dat ze toch nog naar de stembus gaan om de zittende regering weg te sturen,” aldus Tóth en zijn collega Robert László van onderzoeksinstituut  Political Capital. Bij de verkiezingen van 2010 kwam ongeveer 10% van de uitgebrachte stemmen van deze groep ‘zwevende kiezers’ die in de laatste twee weken besloten toch te gaan: dat zijn 500-duizend stemmen die toen voor een groot deel voor Fidesz waren en die ze nu tegen dreigt te krijgen.

Volgens de nieuwe regels mag er ook nog maar 50 dagen campagne worden gevoerd en mogen politieke partijen geen advertenties plaatsen op commerciële TV en radiostations  en op het Internet. Volgens Fidesz-man Gulyás is dat om te verhinderen dat partijen teveel geld uitgeven aan campagne voeren, maar ook daar geloven de twee analisten niets van. Zij denken dat Fidesz het de oppositie moeilijker wil maken om via die commerciële stations en populaire  nieuwssites op het Internet een groot publiek te bereiken. Natuurlijk zijn er wellicht omwegen om deze regels gedeeltelijk te omzeilen, zeker op het Internet, maar dat kost dan wel weer extra moeite en extra geld. “En TV zenders die daar aan meewerken, zouden via de omstreden mediawet weer problemen kunnen krijgen, dus die zullen heel voorzichtig zijn.”

Er mag straks wel beperkt campagne gevoerd worden via de staatsomroep (maar die is zwaar pro-regering en trekt nauwelijks publiek), via reclameborden op straat (maar die zijn voor een zeer groot deel eigendom van Fidesz oligarchen die de prijzen kunnen bepalen) en via gewone kranten (die slechts een klein publiek bereiken dat zijn keus toch al gemaakt heeft). En de regering kan intussen natuurlijk nog wel ‘publieke informatiecampagnes’  houden, zoals ze recent allerlei advertenties tegen het IMF plaatste. Maar als het aan Fidesz ligt komt er geen lange en felle verkiezingscampagne, komen er geen politieke advertenties en komen er zeker geen TV debatten met de oppositie, want dat alles lokt alleen maar zwevende kiezers naar de stembus.

In 2010 won Fidesz met 2,7 miljoen stemmen, maar de helft daarvan is inmiddels totaal gedesillusioneerd afgehaakt. De strategie is nu om met de overgebleven één tot anderhalf miljoen mensen, die volkomen idolaat zijn en hoe dan ook altijd op Orbán zullen stemmen, in 2014 te winnen. In dat licht moet je alle nieuwe regelgeving zien, meent Tóth. De regels van deze week komen bovenop eerder manipulaties, zoals de invoering van het “first past the post” systeem (de grootste partij wint een district, zelfs al heeft die maar 30% van de stemmen), het rommelen met de samenstelling van districten (waardoor Fidesz niet zal winnen in districten die traditioneel links zijn, maar wel veel meer kans heeft in zogenaamde “swing districts”), de invoering van stemrecht voor Hongaren in Roemenië en andere buitenlanden (alleen die Hongaren die een Hongaars paspoort hebben aangevraagd, wat doorgaans de meer nationalistisch gezinden zijn en dat levert Fidesz zo weer 100- of misschien 200-duizend stemmen extra op).

Elke maatregel op zichzelf is geen ongekende schending van het kiesrecht en elke maatregel op zichzelf levert de regeringspartij maar een klein beetje voordeel op. Maar al die voordeeltjes bij elkaar, leiden tot een aanzienlijke verstoring van het eerlijke speelveld.

En in het voorjaar van 2013 komt er nog meer, zoals een mogelijke drastische beperking of zelfs afschaffing van de overheidssubsidie voor partijen (zodat de oppositie, die toch al armer is dat de regering en haar oligarchen, nog minder fondsen heeft om te mobiliseren voor registratie en het stemmen zelf). “Let wel, deze regering kan eenzijdig en op elk moment de regels van het spel wijzigen, doet dat ook permanent en kan daarmee doorgaan tot vlak voor de verkiezingen. Dat alleen al maakt het heel moeilijk voor een oppositie om een campagne op te zetten en is dus eigenlijk onaanvaardbaar in een democratie,” aldus Tóth.


Maar hoezeer het speelveld ook verstoord is, we moeten en kunnen  met een sterke grassroots campagne Fidesz zelfs dan nog verslaan, zegt Gordon Bajnai van “Samen 2014” op een persgesprek met buitenlandse correspondenten afgelopen dinsdag: “We hebben geen keus. Het wordt onze laatste kans om op een redelijke manier van dit regime af te komen.” Bajnai hoopt in de zomer van 2013 een coalitie met een alternatief regeringsprogramma op poten te hebben. Daarvan zouden alle democratische partijen inclusief  centrumrechtse groepen deel uit moeten maken. “Het is belangrijk dat de EU Hongarije  zeer nauwgezet in de gaten houdt, maar verandering kan alleen maar van de Hongaren zelf komen.”

Verder deze week:



- Boeren in het dorp Kajászó hebben een stuk grond aan de rand van het dorp illegaal ‘bezet’. Ze bewerken het land gezamenlijk en willen de opbrengst onderling verdelen. Dit gebeurt uit protest tegen de oneerlijke manier waarop naar hun mening de Fidesz regering grote stukken staatsgrond, die eigenlijk onder kleine locale boeren verpacht zou moeten worden, in handen speelt van partijgetrouwen. Ook het bezette stuk grond is recent aan zo iemand toegewezen. Volgens ex-staatssecretaris van landbouw József Ángyán (Fidesz), die uit protest tegen deze corruptie een jaar geleden aftrad, vervreemd de regeringspartij op deze manier haar traditionele aanhang op het platteland van zich.

- Bij de hoofdstedelijke brandweer wordt het schoonmaakwerk tegenwoordig gedaan door 22 vrouwen van de werkverschaffing (gedwongen werk voor uitkeringsgerechtigden tegen een aanzienlijk verlaagd loon). Nadat de overeenkomst daartoe was getekend door het Ministerie van Binnenlandse Zaken (zowel de baas van de brandweer als van de werkverschaffing), zijn 19 schoonmaaksters in vaste dienst (met een regulier minimumloon) ontslagen, aldus een rapport van nationale ombudsman Máté Szabó.  
 

vrijdag 9 november 2012

Politieke aardverschuiving



De nieuwe formatie “Samen 2014” lijkt een politieke aardverschuiving te veroorzaken. Ze is in één klap de populairste oppositiebeweging geworden en haar leider ex-premier Gordon Bajnai de op één na populairste politicus van het land, zo blijkt uit een opiniepeiling van bureau Median. De regering Orbán voelt nattigheid en begint via ‘civiele’ mantelorganisaties direct een grote publiciteitscampagne tegen de beweging.

Bajnai en Obama: the best is yet to come?
Volgens de peiling is Bajnai op de staatspresident na nu de populairste politicus van het land. Dat de president (Fidesz-man János Áder) nummer één staat, zegt weinig want de president staat altijd één, wie hij ook is en hoe hij het ook doet. Dat zal wel iets te maken hebben met de president als nationaal symbool, die moet je wel aardig vinden. Veelzeggender is dat de nieuwe nummer twee Bajnai aanzienlijk populairder is dan premier Orbán, die pas op de negende plaats komt met 12% minder aanhang.

Ook is onder alle kiezers de steun voor Samen 2014 een week na de oprichting op 23 oktober al 14% en is het daarmee direct de grootste oppositiebeweging. Opvallend is dat het aantal twijfelaars voor het eerst in twee jaar drastisch afneemt, van 46 naar 37%. De andere linkse en middenpartijen leveren in: de socialisten gaan van 17 naar 10%, de LMP-groenen van 5 naar 3% en de DK liberalen van 3 naar 1%. Het idee dat Samen 2014 de paraplu moet worden, waaronder de andere partijen zich scharen, lijkt dus aan te slaan. In dezelfde peiling zakt Fidesz van 23 naar 22% (nog steeds de grootste dus) en heeft het extreemrechtse Jobbik 10%.

Het kan haast geen toeval zijn dat een dag later een coalitie van conservatieve civiele organisaties (CÖF) aankondigt dat ze een publiciteitscampagne begint tegen Bajnai en de oppositie. CÖF zegt 400 maatschappelijke organisaties te vertegenwoordigen, maar wat die in praktijk doen en al dan niet voorstellen is zeer onduidelijk. Het CÖF krijgt wel miljoenen euro’s uit subsidiepotjes van de Fidesz regering (de leider van CÖF is ook de voorzitter van een door de Fidesz regering opgericht “Fonds voor Nationale Samenwerking” dat subsidies verdeelt). CÖF was eerder dit jaar een van de organisatoren van de twee grote pro-regeringsdemonstraties. Nu gaat ze de komende weken een “informatiecampagne” voeren waarbij ondermeer miljoenen mensen een krantje in de brievenbus krijgen waarin de wandaden van de vorige regeringen tussen 2002 en 2010 (de socialistische regeringen en het zakenkabinet van Bajnai) aan de schandpaal zullen worden genageld. Kortom: het CÖF is een ouderwetse mantelorganisatie.

Verder de afgelopen week:

- De laatste wijzigingen in de nieuwe kiesregels worden dezer dagen aangebracht en volgende week neemt het parlement de nieuwe wet aan. Het is zeker dat kiezers zich apart zullen moeten registreren (volgens critici vooral bedoeld als middel om een deel van de ontevreden zwevende kiezers die op het laatste moment tegen de zittende regering dreigen te stemmen buiten te sluiten). Er is ook sprake van verminderde staatssteun voor politieke partijen, een verbod op politieke advertenties en boodschappen op commerciële TV en radiostations en delen van het Internet, en de mogelijke benoeming van louter Fidesz mensen in de Nationale Kiesraad die de verkiezingen organiseert. Het wordt er niet democratischer op. Veel meer hierover volgende week.

- Het conflict tussen Brussel en de Hongaarse regering over financiën is opnieuw opgeschort. De Europese Commissie oordeelde op 7 november dat het Hongaarse begrotingstekort in 2012 en 2013 onder de 3% blijft en dat er dus nu geen reden is om in te grijpen. Maar in 2014 dreigt het tekort al weer boven de 3% uit te komen en de Commissie wil daarom de speciale waakzaamheidsprocedure die van kracht is tegen Hongarije (al sinds 2004!) niet opheffen. Daarmee blijft de regering Orbán het risico lopen dat er op enig moment besloten kan worden dat EU subsidies worden bevroren. Brussel houdt het kruit droog.

- Het EU Gerechtshof in Straatsburg heeft de massale vervroegde pensionering van vele honderden rechters, officieren van justitie en notarissen door de regering Orbán onwettig verklaard. Die vervroegde pensioneringsoperatie wordt door critici gezien als een vorm van politieke zuivering. Eerder oordeelde het Grondwettelijke Hof in Hongarije in meerderheid al dat de vervroegde pensionering van rechters ongrondwettelijk was. Maar Staatspresident Áder heeft dat oordeel tot nu toe naast zich neergelegd en niemand heeft zijn post teruggehad. Waarschijnlijk komt de regering Orbán nu met nieuwe voorstellen waarbij op details concessies worden gedaan maar de essentie van het idee overeind blijft. Het kan makkelijk opnieuw een jaar of meer duren voordat de juridische strijd daarover is beslecht en intussen verandert er aan de status quo niets: de oude mensen zijn weg en er zijn nieuwe mensen benoemd.

woensdag 31 oktober 2012

De bel voor een nieuwe ronde met het IMF en Brussel



De gesprekken met het IMF over een nieuwe lening aan Hongarije zitten volkomen vast omdat, aldus nieuwswebsite Origo, de regering Orbán door het IMF niet langer gezien wordt als een betrouwbare onderhandelingspartner. Tegelijk wordt er in Hongaarse media gespeculeerd over een mogelijk negatief oordeel van Brussel over Orbán’s begrotingsbeleid. Daarmee zou opnieuw een potentiële bevriezing van EU subsidiegelden aan Hongarije op tafel liggen.


Weglopen kan niet, want de onderhandelingen tussen het IMF en Boedapest over een lening van 15-20 miljard Euro zijn na 10 maanden gesteggel nooit echt begonnen. Maar de relaties zijn wel min of meer bevroren geraakt en er is geen enkel zicht op een eerste afspraak. De druppel die de emmer deed overlopen was de anti-IMF campagne die de Orbán regering in oktober begon, met joekels van advertenties in Hongaarse dagbladen en op stadsbussen in Boedapest waarin het IMF van van alles en nog wat (vals) werd en wordt beschuldigd.

Naar verluid is het IMF er nu van overtuigd dat Orbán alleen maar uit is op tijdwinst en niet serieus wenst te onderhandelen. Het fonds is niet van plan zijn tijd aan dat soort spelletjes te verspillen en heeft duidelijk gemaakt dat er pas gepraat wordt als er echt overtuigende tekenen komen dat de Orbán regering haar economische en financiële koers fundamenteel wil wijzigen. De kans daarop is nul.

Dat betekent op de eerste plaats dat de Orbán regering aangewezen is op (veel duurdere) leningen op de financiële markt, wat het land vele honderden miljoenen euro’s aan extra rentebetalingen kost. Ook is het onmogelijk de internationale investeringen in het land, die vrijwel stil liggen, weer op gang te brengen zonder zo’n IMF-overeenkomst, die als voorwaarde geldt om het vertrouwen van investeerders te herstellen. En tenslotte heeft Hongarije dus nog steeds geen financieel vangnet, wat bijzonder gevaarlijk is, mocht er onverhoopt een nieuwe politieke en financiële crisis uitbreken.

Daarbovenop komt een mogelijk nieuw probleem met de Europese Commissie. Er wordt gespeculeerd dat het oordeel van Brussel over het budgetbeleid van Orbán, dat binnenkort uitkomt, negatief is. Kort samengevat komt het erop neer dat de regering Orbán ogenschijnlijk wel voldoet aan de belofte dat het begrotingstekort onder de 3% wordt gebracht, maar dat dat optisch bedrog is. De regering neemt allerlei ad-hoc maatregelen (bijv. verhogingen van allerlei belastingen en tarieven), maar doet in feite weinig tot niets substantieels om een duurzame begroting tot stand te brengen.

Deze week nog besloot de regering om 2,17 miljard Euro aan schulden van bijna 2.000 gemeentes over te nemen, hoewel niemand weet hoe de regering dat moet betalen. Maar Orbán heeft al laten doorschemeren dat het heel goed mogelijk is dat de banken een deel van hun geld niet terug zullen krijgen.  En hoewel Orbán steeds roept dat het omlaag brengen van de staatsschuld zijn topprioriteit is, was die schuld in mei 2010 nog 19.900 miljard forint (72,4 mrd euro) en in September 2012 ongeveer 20.700 miljard (75,3 mrd euro). Nog zo iets: officieel was het begrotingstekort de afgelopen twee jaar 3,5% of daaromtrent, maar als je de grote hoeveelheid in 2011 in beslag genomen geld van de private pensioenfondsen (2.900 miljard forint) niet meerekent, was het ongeveer 7%. En zo’n financiële truc dreigt mogelijk opnieuw in maart volgend jaar, als de onafhankelijke gouverneur van de Nationale Bank András Simor aftreedt (zijn termijn zit erop) en ongetwijfeld wordt vervangen door een Fidesz-man. Er wordt in brede kring van uitgegaan dat de Orbán regering dan de nationale reserves in die bank zal gaan aanspreken om gaten in de begroting te dichten, met alle mogelijke gevolgen van dien voor de financiële stabiliteit.

Lobbyen bij Frau Merkel
Mocht het oordeel van Brussel op 7 november a.s. negatief zijn, dan zullen de ministers van financiën van de EU zich begin december opnieuw buigen over de vraag of 1,5 miljard Euro aan subsidies aan Hongarije uit het cohesiefonds alsnog moeten worden bevroren (dezelfde kwestie speelde ook al in maart). De regering Orbán is dan ook zeer druk doende om in diverse Europese hoofdsteden tegen een dergelijk scenario te lobbyen. Ook zouden, volgens anonieme regeringsbronnen die door Origo worden geciteerd, diverse internationale banken inmiddels aan Brussel vragen om een zachtere opstellingen tegenover Hongarije omdat ze vrezen anders het slachtoffer te  worden van weer nieuwe harde maatregelen.  

De bel heeft geklonken: een nieuwe ronde, nieuwe kansen.


Verder deze week:

- de regering is van plan de weersvoorspellingen te nationaliseren. Pardon? Jazeker, alleen de officiële Hongaarse meteorologische dienst heeft binnenkort nog het recht om in Hongarije weersvoorspellingen te doen. Om een of andere reden denkt de regering Orbán dat het een schande en volledig onverantwoord is en wie weet zelfs de staatsveiligheid in gevaar brengt als commerciële bureaus zich met weersvoorspelling bezig houden. Nou ja, een of andere reden? Er is sinds enige tijd een nieuw commercieel bureau van jonge meteorologen dat zijn diensten aanbiedt en het nogal goed doet bij veel media. Dat moet klaarblijkelijk de pas af worden gesneden en dus wordt er een nieuw wetje verzonnen. Maar wat gaan ze nu doen als straks een krant, website of ander medium een weerbericht voor Hongarije plaatst van een commercieel bureau uit Hongarije of elders in Europa? Een boete? Sluiting? Lijkt me stug.

- De socialistische burgemeester van het dorp Hajdurog heeft geprotesteerd omdat hij is weggeretoucheerd uit een foto in het nieuwsblaadje van de gemeenteraad die in meerderheid uit Fidesz bestaat. Het betreft een foto van de burgemeester te midden van een groep kinderen op een locaal festival. Die foto siert ook de website van de gemeente, maar in het Fidesz blaadje was de rode burgervader zorgvuldig weggeretoucheerd.

- In het stadje Siklós heeft Fidesz ook de nodige problemen. Eerst zagen twee gemeenteraadsleden van de partij  zich recent gedwongen hun mandaat terug te geven. Beiden bleken problemen met de belasting te hebben en burgers waren tegen hen een handtekeningenactie gestart. En nu heeft de Fidesz viceburgemeester gezegd dat hij ermee stopt want…hij wil naar het buitenland waar hij een veel beter betaalde baan kan krijgen. Niet helemaal de christelijk-nationale partijlijn.

woensdag 24 oktober 2012

Gamechanger?



Na zijn optreden gisteren bij de grote oppositiedemonstratie van Milla in Boedapest lijkt ex-premier Gordon Bajnai met zijn nieuwe politieke beweging “Samen 2014” in één klap de onbetwiste leider van de oppositie te zijn geworden. Bajnai had de naam van een capabele, sympathieke en eerlijke manager, maar ook een wat verlegen technocraat en geen doorgewinterde politicus. Zijn speech liet zien wat hij in zijn mars heeft en had een hoog Obama gehalte: hij was kraakhelder, daadkrachtig, inspirerend en hoopgevend, en hij werd door de dertigduizend aanwezigen met langdurig en herhaald applaus beloond


Gordon Bajnai: Je telt mee!
Bajnai draaide er niet omheen: Hongarije glijdt steeds verder af naar een pariastatus in Europa: autoritair, door en door corrupt en bekrompen nationalistisch. De verkiezingen van mei 2014 zullen beslissend zijn voor de vraag of het land nog kan terugkeren naar een democratische en Europese rechtsstaat. Wat nodig is, benadrukte hij, is niet alleen een regeringswisseling, maar ook een nieuwe systeemwisseling (het afbreken van de Fidesz-staat die de afgelopen twee jaar is opgebouwd) en een wisseling van politieke cultuur. Met dat laatste verwees hij impliciet ook naar de medeverantwoordelijkheid van de socialisten voor de belachelijke politieke polarisatie, het ongecontroleerde populisme en de beschamende politieke corruptie van de afgelopen 20 jaar.

De nieuwe beweging “Samen 2014” die Bajnai met de Facebook-groep Milla en de nieuwe vakbeweging Solidarnosc nu heeft opgericht, stelt daar een nieuwe politieke beweging van het midden tegenover, samengevat in de leuzen: Patriottisme, Vooruitgang, Solidariteit en Europa. Die middenkoers moet het mogelijk maken dat de beweging niet alleen de democratische oppositiebeweging verenigt, maar ook de grote groep zwevende kiezers aantrekt die in zowel de socialisten als Fidesz teleurgesteld zijn (meer dan 50% van het electoraat). De nieuwe beweging reikt uitdrukkelijk  de hand naar gematigde conservatieven, bijvoorbeeld door het omarmen van een progressief patriottisme, de kritiek op de rol van de socialisten en een pleidooi voor echte nationale samenwerking over politieke scheidslijnen heen.

Bajnai heeft zich van aanzienlijke steun verzekerd. Hij heeft een eigen kring van adviseurs (verenigd in zijn Stichting Patriottisme en Vooruitgang). Facebookgroep Milla slaagde er de afgelopen twee jaar steeds weer in vele tienduizenden progressieve democraten in Boedapest op de been te brengen. Vakbeweging Solidarnosc heeft het afgelopen jaar hard gewerkt om in steden in het hele land groepen van activisten op te zetten in het verzet tegen de werkverschaffing, arbeidsomstandigheden en dalende inkomens. En er is, niet onbelangrijk, een aanzienlijke groep geldschieters die Bajnai steunt: ondernemers, managers en andere welvarende Hongaren die willen dat het land een actief en meedenkend lid van Europa en de Europese markt blijft, in plaats van de tegenstribbelende profiteur die het nu is.
 
Drie dingen zijn van groot belang bij de vraag of Bajnai en “Samen 2014” zullen slagen:
- kan Samen 2014 vooraanstaande conservatieven naar zich toetrekken? Naar verluid zou László Urbán, een bekende conservatieve econoom die recent naar Hongarije terugkeerde, een rol binnen de Stichting Vaderland en Vooruitgang op zich gaan nemen. De eerste?
- kan Samen 2014 de democratische politieke partijen achter zich verenigen? De kleinere liberale DK van Gyurcsány heeft zich vandaag al achter Bajnai geschaard. De andere kleine, de ‘groene’ Politiek Kan Anders (LMP), is in feite door de nieuwe beweging van de kaart geveegd. De partij was al vleugellam, verscheurd als ze werd door ernstige interne twisten tussen drie fracties, en verloor snel aanhang. Nu wordt  het leeuwendeel van haar kiezers in Boedapest – en dat is 80% van het totaal – ook nog eens door Bajnai weggekaapt.Maar de echte opgave is om de organisatorisch sterke MSZP zo ver te krijgen dat ze de nieuwe beweging steunt maar tegelijk te zorgen dat de socialisten tweede viool blijven spelen.
- tenslotte de hamvraag: hoe vrij worden de verkiezingen van 2014? Het staat nu al vast, erkende Bajnai gisteren, dat het dankzij alle nieuwe regels die door Fidesz zijn en nog worden ingevoerd gemanipuleerde verkiezingen zullen zijn waarbij de regeringspartij zichzelf allerlei voordelen heeft toegekend. Maar desondanks is een overwinning mogelijk, benadrukte hij: "we zijn met velen en er is een uitweg, er is weer hoop. Ja, we kunnen het."

Verder nog:

Naast de anti-regerings demonstratie op 23 oktober, de nationale herdenking van de Opstand van 1956,  was er ook een (grotere) pro-regerings demonstratie van zo'n 100-duizend mensen, velen in bussen aangevoerd uit het hele land.Wat vooral opvalt, is hoezeer die twee demonstraties ook twee volkomen verschillende werelden zijn met een totaal verschillende sfeer en stemming. Bij de oppositie zie je alle leeftijdsgroepen en sociale groepen door elkaar en alle sprekers, bands en filmpjes benadrukken steeds weer dat ze een open en tolerant Hongarije willen, deel van het moderne Europa, een land waar iedereen samen leeft, solidair is en kan leven zoals hij of zij wil.
Bij de pro-regerings demonstratie overwegen de oudere generaties (50-ers en 60-ers) opgegroeid in het communistische Kádár tijdperk en velen van hen komen 'zichtbaar' uit de provincie. De sfeer is er een van exclusief nationalism wars van al wat vreemd, buitennissig en te modern is: wij zijn echte Hongaren, een trotse natie die respect verdient, en wij worden aangevallen door duistere krachten van buiten zoals de EU, het IMF, de Verenigde Naties, (een enkeling noemt ook nog de Joden), maar wij buigen niet. “De EU en de Europese Commissie hebben hun aanval tegen Hongarije niet opgegeven. We kunnen niet accepteren dat anderen ons vertellen wat we wel en niet kunnen doen in ons eigen land," aldus Tamás Fritz, een van de organisatoren. En premier Orbán vergeleek “de dictaten uit Brussel” opnieuw in bedekte termen met het communistische Moskou dat in 1956 de opstand neersloeg: “Ook als ze verfijndere methodes gebruiken, laten wij ons niet door vreemden regeren.”

maandag 15 oktober 2012

L’état, c’est nous



  “State capture” noemt Transparency International (TI) het; misschien het best te vertalen als “de inbeslagname van de overheid.” Het is, meent de onafhankelijke waakhond, een kwalitatief nieuwe stap in het corruptieproces in Hongarije, waarbij de aan regeringspartij Fidesz gelieerde oligarchen en bedrijven directe invloed uitoefenen in en op het overheidsapparaat.


Lodewijk XIV: "L'état, c'est moi.
Het is een nieuw patroon van corruptie dat bovenop de al  bestaande corruptiepraktijken in Hongarije komt, zegt Noemi Alexandra, directeur van TI Hongarije. Voorheen had je tussen de overheid en het bedrijfsleven een laag van tussenfiguren – advocaten, stromannen, BV’s, offshore bedrijfjes enz. – die het doorsluizen van gelden van en naar politici regelden, vaak via ingewikkelde betalingsketens. “Maar nu zijn die lui in het overheidsapparaat doorgedrongen en hebben daar allerlei sleutelposities gekregen.” TI wil over deze ontwikkeling  eind dit jaar met een uitgebreid rapport komen.

De onafhankelijke website Átlátszó.hu (letterlijk: Doorzichtig.hu) heeft het afgelopen half jaar al eerste pogingen gedaan om dat netwerk in kaart te brengen. “Wat TI schetst is het theoretisch raamwerk, wij noemen man en paard,” zegt Tamás Bodoky, voormalig journalist van nieuwswebsite Index. Wat hij schetst is een soort ‘200 van Mertens’: een “old boys” netwerk van mensen die elkaar voor een groot deel van vroeger kennen (studietijd, de begintijd van Fidesz), in dezelfde (en elkaars) bedrijven en advocatenkantoren werkten en rijk werden, en die elkaar nu opnieuw overal de bal toespelen en via Fidesz sleutelposities in het financiële en economische overheidsapparaat hebben gekregen.

Volgens Átlátszó bestaat dat netwerk uit een aantal conglomeraten van bedrijven. Eén ervan is het reclame- en mediamarkt conglomeraat van Lajos Simicska, misschien wel de belangrijkste oligarch achter Fidesz. Simicska is een oude (studie)vriend van premier Orbán, was erbij toen Fidesz begon en bedacht in de jaren ’90 tal van slimme en deels legale financieringstrucs voor de partij. Een tweede conglomeraat zijn de landbouw- en energiebedrijven rond Zsolt Nyerges, advocaat en een oude vriend van Simicska. Een derde conglomeraat ontwikkelt zich rond de nationale ontwikkelingsbank MFB, dat een steeds belangrijker rol speelt als directe vertegenwoordiger van de overheid in de financiële markt, en een vierde is het wegenbouwconglomeraat rond het bedrijf Betonút.

Mensen die de afgelopen tien jaar sleutelfuncties in de bedrijven van deze conglomeraten hebben bekleed, hebben nu topposities (vaak ook de allerhoogste toppositie zoals directeur of minister) in het ministerie van Nationale Ontwikkeling (Economische Zaken), het Ministerie van Plattelandsontwikkeling, de Hongaarse Belastingdienst NAV(waar Simicska zelf in 1998-2002 tijdens Orbán-1 ook al de directeur van was), de lucratieve staatslotto, het Nationale Toeristenbureau, het Nationale Elektriciteitsbedrijf, het Hongaarse Energie Bureau, de toezichthouder op openbare tenders, het Nationale Ontwikkelingsbureau, de bureaus die gaan over bouw en beheer van snel- en andere wegen, de Hongaarse ‘rijks’gebouwendienst enz.

Overheidsopdrachten worden massaal door bedrijven van deze conglomeraten gewonnen, waarbij tenders veelal of worden omzeild (soms met speciale wetgeving) of zo worden opgesteld dat er eigenlijk maar één partij kan winnen. In 2011 eindigde 50% van de overheidstenders in Hongarije ermee dat slechts één van de bieders overbleef en en dus automatisch de opdracht won, aldus TI. Ook EU subsidies worden zo op grote schaal in een bepaalde richting gestuurd (maar controle van de besteding van EU-gelden vindt pas jaren achteraf plaats).

Simicska’s advertentiebedrijven maakten de laatste twee jaar superwinsten omdat het ’t merendeel van de advertentiecampagnes voor de overheid kreeg toegespeeld. Het ‘voormalige’ beveiligingsbedrijf van de minister van binnenlandse zaken heeft opvallend veel grote contracten voor de beveiliging van overheidsinstellingen gewonnen. Fidesz staatssecretaris van landbouw Angyán trad eerder dit jaar af omdat hij niet langer kon aanzien hoe landbouwgrond wordt toegespeeld aan Fidesz gelieerde plaatselijke en landelijke clienten.Van het nieuw ingestelde fonds voor steun aan belangrijke sporten gaat het leeuwendeel naar...de voetbalacademie in het dorp Felcsut, een persoonlijk initiatief van Orbán gelegen naast zijn buitenhuis. enz. enz.

En naarmate de bevriende bedrijven en individuen rijker en machtiger worden, kopen ze zich ook steeds verder in de private sector in en drukken daar buitenlandse bedrijven en onwelgevallige Hongaarse concurrenten die het spel niet mee willen spelen weg. Soms met economische middelen, soms met middelen die meer in de Don Corleone categorie thuishoren. “Er zijn verschillende gevallen waarbij winstgevende bedrijven te horen kregen dat ze geacht werden een deel van hun aandelen aan een Hongaarse partij te verkopen. Zo niet, dan konden ze rekenen op het wegvallen van overheidsorders en/of de nodige (belasting)inspecties,” aldus Bodoky. Zodat het moment mogelijk niet ver meer is dat de eerste (Nederlandse) bedrijven de handdoek in de ring zullen gooien en de Hongaarse markt  verlaten omdat het speelveld steeds minder eerlijk is.

Zowel Bodoki als Alexandra zijn uitermate sceptisch over de nieuwe anticorruptie wetgeving die de regering zegt t in te willen voeren. “Er is een lange lijst van mooie voornemens, maar aan praktische toepassing ontbreekt het vooralsnog,” zegt Alexandra diplomatiek. Onder alle voorgaande regeringen was er ook aanzienlijke corruptie, beaamt ze volmondig, en er zijn sterke aanwijzingen dat er een soort verdeelsleutel werd gehanteerd waarbij de regerende partij 70% kreeg en de oppositiepartij 30%. “Maar dat is nu vervangen door een systeem waarbij Fidesz alles neemt,” aldus Alexandra. Ook Bodoky is ronduit teleurgesteld. “Ik hield niet van de vorige (linkse) regeringen, maar het is van kwaad tot erger gegaan.”


Verder de afgelopen week:

OG-belasting...NEE, dat staan we het IMF niet toe!
- De regering spendeert 200 miljoen forint (800.000 euro) aan een mediacampagne om haar standpunt t.a.v. onderhandelingen met het IMF aan het grote publiek “uit te leggen.” De campagne startte met paginagrote advertenties in kranten waarin de regering betoogt dat ze “NEE” zegt tegen de invoering van onroerend goed belasting, vermindering van gezinssubsidies e.d. en dat ze pal staat voor de Hongaarse onafhankelijkheid. De suggestie is duidelijk dat het IMF die onafhankelijkheid bedreigt en dat soort maatregelen vraagt (wat niet het geval is), maar je moet het toch niet zo zien dat de advertenties “tegen het IMF gericht zijn,” aldus een regeringswoordvoerder. De advertentiecampagne is via een wetswijziging en een versnelde procedure (die eigenlijk niet kan bij de besteding van overheidsgeld) toegewezen aan een advertentiebureau dat deel is van het Simicska imperium.

- In een interview in de Duitse conservatieve krant Handelsblatt heeft premier Orbán gezegd dat naar zijn mening vooral in tijden van crisis een robuuster presidentieel systeem eigenlijk beter is voor een land. Het is niet de eerste keer dat hij zich in die zin uitlaat en hoewel noch de nieuwe Fidesz grondwet noch de nieuwe Fidesz kieswetten en –regels uitgaan van een presidentieel systeem, vraagt een mens zich dan toch af of het volgende scenario ook mogelijk is? In de tweede helft van 2013, als steeds twijfelachtiger wordt of ondanks alle aangepaste regels Fidesz de verkiezingen van mei 2014 wel wint, besluit het parlement op stel en sprong alsnog om de nieuwe grondwet (voor de zoveelste keer) te veranderen en aanzienlijke bevoegdheden over te hevelen van premier naar president (de verdediging van de waarden van de nieuwe grondwet, de benoeming van een premier, goedkeuring van begrotingen, andere benoemingen enz.). Omdat dit een nieuw presidentschap betreft, kiest datzelfde parlement ook – voor bijvoorbeeld zes jaar – een nieuwe president, die meteen zijn intrek kan nemen in het oude presidentiële paleis op de burchtheuvel, dat toevallig net vrijkomt omdat de Nationale Galerie er dan uit moet zijn. Pure speculatie, ik weet het. Maar ondenkbaar? Het Hongaarse parlement deed in 1920 iets soortgelijks toen het Miklos Horthy tot regent koos en hem, laat ik zeggen, ietwat meer bevoegdheden gaf dan in een parlementaire democratie gebruikelijk

donderdag 11 oktober 2012

Groeiende armoede

In 2011 is het percentage armen in Hongarije met 1,5% gestegen naar 13,8% van de bevolking van krap 10 miljoen. Met andere woorden, het aantal Hongaren dat onder de armoedegrens van 220 euro per maand moet zien te overleven, is het afgelopen jaar met 152.000 toegenomen naar 1,36 miljoen.



In totaal leven nu volgens de officiële statistieken meer dan twee miljoen mensen in Hongarije in zeer ernstige materiële nood, waarmee het land – ooit de vrolijkste en meest welvarende barak in het Oostblokkamp – is afgezakt tot de vierde plaats van onderen in de EU (alleen in Bulgarije, Roemenië en Letland is de situatie erger). Daarnaast zijn er dan nog eens een paar miljoen mensen die het maar net kunnen rooien.

Zo heeft een  stel met twee maal minimumloon (het salaris voor fabriekswerk, schoonmaken, simpel kantoorwerk enz enz.) samen een schamper inkomen van 400-425 euro netto per maand. Alleen aan elektriciteit, verwarming, water en rioolbelasting voor een doorsnee appartementje in een spuuglelijke betonnen hoogbouwflat in een buitenwijk ben je al zeker 250 euro per maand kwijt. Is het een wonder dat driekwart (!) van de bevolking zegt geen idee hebben hoe ze een onverwachte uitgave van 50.000 Ft (180 euro) zou moeten betalen?

En het uitzicht op verbetering is voor de armere meerderheid vrijwel nul. De werkloosheid is nog net zo hoog als twee jaar geleden (boven de 10%, zeker als je de gedwongen werkverschaffingsbaantjes tegen de helft van het minimumloon niet meerekent), investeringen van zowel buitenlandse als binnenlandse bedrijven liggen op hun gat (mede door alle anti-markt maatregelen van de Orbán-regering) en de Hongaarse economie is in een diepe recessie terecht gekomen (ze krimpt in 2011 met -1,5%). Het vorige week vrijdag aangekondigde nieuwste bezuinigingspakket (dat van Orbán geen bezuiniging mag heten want dat klinkt zo rot) verhoogt onder meer opnieuw een aantal deelbelastingen en accijnzen, verlaagt uitkeringen verder en bevat nog meer ontslagen bij openbare instellingen. Ook een beloofde salarisverhoging voor onderwijzers (in ruil voor extra werkuren die ze inmiddels draaien) wordt uitgesteld. Intussen wordt wel de vlaktaks nog verder uitgebreid zodat de inkomens boven modaal (500 euro netto per maand) opnieuw minder belasting hoeven te betalen.

Het staat allemaal in schril contrast met de populistische sociale beloftes van Orbán vóór de verkiezingen van mei 2010, maar het is wel in overeenstemming met de radicaalconservatieve Tea-Party-opvattingen die hij sindsdien ontvouwt. In zijn visie is de rijke christelijke en nationaal gezinde middenklasse het fundament van de samenleving dat gekoesterd moet worden, terwijl de armen hun armoede aan zichzelf te wijten hebben en zelf maar moeten zien hoe ze het bolwerken.

Aan de ene kant trompettert de regeringspropaganda permanent dat Hongarije een economisch succesverhaal is en dat haar unorthodoxe recepten daarom overal in Europa steeds meer worden nagevolgd. Tegelijk, en volledig tegenstrijdig, wordt almaar herhaald dat de huidige situatie niet het resultaat is van twee jaar Orbán-beleid, maar vooral van de crisis in Europa. Antwoord op de vraag waarom vergelijkbare landen als Polen, Slowakije, Roemenie en Slovenië het dan ondanks diezelfde Europese crisis toch allemaal beter doen, blijft uit.

De winter staat alweer bijna voor de deur, de zwaarste tijd voor de allerarmsten. Misschien kan de christelijk-nationale middenklasse een schietgebedje doen, dat Hij Daarboven het houdt op min 5 in plaats van min 10, 15 of 20?



Verder de afgelopen week:

- Voor de tweede keer in twee weken hebben de socialisten een tussentijdse verkiezing gewonnen. In de stad Sopron kreeg afgelopen zondag de socialistische kandidaat 46% van de stemmen en de Fidesz kandidate 34%. Het weekeinde daarvoor haalde in het stadje Dunaujváros een socialistische kandidaatde eerste linkse overwinning in twee jaar bij een tussentijdse verkiezing binnen. In beide gevallen werd twee jaar geleden nog een Fidesz kandidaat tot gemeenteraadslid gekozen.

- President János Áder (Fidesz) geeft voorlopig geen volledige gratie aan vroedvrouwe Agnes Gereb.Gereb is al meer dan 20 jaar een zeer bedreven vroedvrouw en gedreven pleitbezorgster van thuisbevallingen. Ze werd op 28 februari veroordeeld tot een gevangenisstraf en ontzegging van haar bevoegdheid omdat er bij een thuisbevalling waar zij als vroedvrouw optrad, dingen mis gegaan zouden zijn. De aanklacht zelf klopt van geen kant en trok internationaal aandacht, mede omdat de rechters wel Hongaarse artsen hoorde (die felle tegenstanders van thuisbevallingen zijn) maar weigerde internationale experts (waaronder Nederlandse vroedvrouwen) als getuigen toe te laten. Inmiddels zit Gereb na een eerste veroordeling al bijna twee jaar in huisarrest en wordt ze dagelijks aan politiecontroles onderworpen. Fidez president Áder oordeelde nu weliswaar dat Gereb voor die februari veroordeling gratie krijgt, maar dat de andere (al even onzinnige) aanklachten en rechtszaken tegen haar eerst hun loop moeten hebben. Voorlopig blijft ze dus onder huisarrest.