Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label historie. Alle posts tonen

donderdag 17 april 2014

Business as usual

Na de Potemkin-verkiezingen was het voor Orbán en de zijnen al gauw weer “business as usual.” Over de bouw van het “monument voor de Duitse bezetting” en andere tragikomische gebeurtenissen van de afgelopen tien dagen.

Horthy en Hitler: "Samen maakten ze het land kapot."
* De dag na de verkiezingen werd in het centrum van Boedapest, in strijd met de belofte van premier Orbán dat er na Pasen eerst een debat zou plaatsvinden, begonnen met de bouw van het omstreden monument ter herdenking van de Duitse bezetting in maart 1944. Volgens de Joodse gemeenschap, vooraanstaande historici en vele anderen wordt met dat monument de verantwoordelijkheid voor de Holocaust in Hongarije ten onrechte enkel en alleen bij de Duitsers gelegd, hoewel die massamoord op 600.000 Joodse medeburgers voor 95% het werk was van Hongaarse autoriteiten (onder het deportatiebevel stond de handtekening van regent Miklos Horthy) en heel veel Hongaarse burgers, die al decennia enthousiaste antisemieten en bondgenoten van Hitler-Duitsland waren. Een analyse van de historicus Krisztian Ungváry is hier te lezen. Een paar honderd demonstranten hebben nu al zes of zeven keer de omheining rond het monument in aanbouw in de avonduren afgebroken. Maar die wordt elke ochtend opnieuw opgezet en de bouw gaat dan onverminderd door. De politie heeft nog niet ingegrepen maar wel zijn er justitiële aanklachten voor “het toebrengen van schade aan openbaar bezit” ingediend tegen diverse demonstranten, waaronder een Holocaust overlevende en Imre Mécs – een oud dissident (een van de opstandelingen van 1956 die daarvoor lange tijd in de dodencel zat) en ook een bekende liberale politicus.

* De Hongaarse Nationale Bank, alweer enige tijd onder leiding van Fidesz-man György Matolcsy, blijkt 90 miljard forint oftewel 300 miljoen euro uit te hebben gegeven aan de aanschaf van allerlei zaken die niets met het functioneren van de bank zelf te maken hebben. Het gaat om een hoop onroerend goed maar ook bijvoorbeeld een oude viool. Noch het parlement noch de Raad van Toezicht heeft enig zicht op wat er precies gebeurt. Volgens nieuwsportaal Index zijn de verkopers in vele gevallen Fidesz relaties die op deze manier in feite op staatskosten winstgevende deals afsluiten. De Nationale Bank liet weten dat ze een aanklacht zal indienen tegen Index.

* In het gratis maandblad voor werknemers in overheidsdienst in Hongarije Közszolgálat (4.Jg., Nr. 4, April 2014)  verscheen een redactioneel commentaar dat niet anders kan worden gekarakteriseerd dan als een liefdesverklaring aan premier Orbán. In het artikel (dat hier in het Duits te vinden is) schetst hoofdredactrice Ildikó Petró onder meer hoe haar ziel doorstroomde van warmte na de prachtige rede van de premier op 15 maart, de trotse, menselijke en edele leider van het Hongaarse vaderland die zulke fantastische dingen voor de natie doet. Dit soort persoonsverheerlijkende propaganda is niet alleen stuitend om te lezen, stuitend is ook dat het blad in kwestie gefinancierd wordt met geld van het Europese Sociaalfonds ter verbetering van de openbare dienstverlening.

* min of meer van dezelfde orde: het Nationaal Museum in Boedapest heeft besloten haar collectie over de recente geschiedenis uit te breiden met …. het rugzakje van premier Orban dat hij gebruikte tussen 2006 een 2010. Hoever zijn we nog van “…en dit is de pen van de grote leider, dit de stoel waarin de grote roerganger zat en dat de zakdoek waarin hij zijn neus snoot.” En dat van een premier die al in 2010 verordonneerde dat er van regeringsvergaderingen geen officiële notulen worden gemaakt zodat niets van wat er wordt besproken op papier staat en ooit bekend kan worden.

* De hoogste rechtbank, de Kuria, veroordeelde de makers van een satirische sketch die een paar maanden geleden op Internet verscheen en waarin een aap met de stem van Orbán een tekst van de premier uitspreekt.

* Het aantal mensen in de werkverschaffing (verplicht werk voor de helft van het minimumloon) werd het afgelopen jaar fors opgevoerd tot meer dan 200.000 mensen. Dat werd vervolgens door de regering gebruikt om te claimen dat de werkloosheid in Hongarije drastisch was verminderd. Nu de ‘verkiezingen’ gewonnen zijn, verschijnen al de eerste berichten dat het aantal mensen in dit soort baantjes danig gaat worden verlaagd.

* En tenslotte nog een paar over de verkiezingen.
-  de chef fotografie van staatspersbureau MTI heeft ontslag genomen na een incident waarbij het de fotograaf van MTI verboden werd foto’s te maken van premier Orbán en zijn vrouw toen die hun stem uitbrachten. Alleen een PR-fotograaf van de premier mocht deze plaatjes schieten en die moesten vervolgens door MTI op het net worden gezet.
- Volgens Transparency International heeft Fidesz in totaal zo’n drie miljard forint uitgegeven aan de verkiezingscampagne, drie keer zoveel als het wettelijk maximum dat volgens een door Fidesz  ontworpen wet is toegestaan.
- De door Fidesz benoemde Mediaraad heeft de onafhankelijke TV-zender ATV een boete opgelegd voor het uitzenden van oppositiereclame. ATV had de laatste verkiezingsbijeenkomst van de oppositie live uitgezonden en de uitzending niet onderbroken toen er op het podium verkiezingsspotjes werden vertoond. De dag ervoor had ATV ook de verkiezingsbijeenkomst van Fidesz live en in zijn geheel uitgezonden. Dat leverde geen boete op.
"Stemmen" op straat door Hongaren in Transylvanië
- Professor Kim Lane Schepele van Pirnceton University in de VS schreef een uitgebreide kritiek op de verkiezingen in Hongarije. In haar opinie is er minimaal twijfel over de eerlijkheid van het totale proces en de uitslag, maar is de manier waarop Fidesz de tweederde meerderheid in zetels won ronduit illegitiem. In haar artikel in de New York Times (dat hier in het Engels is te zien) constateert ze onder meer dat Fidesz op diverse manieren het eindresultaat op oneerlijke wijze  heeft beïnvloed: manipulaties bij het samenstellen van kiesdistricten, bij het werven en/of tellen van stemmen van Hongaren in de buurlanden (95,35% zou voor Fidesz hebben gestemd), door het introduceren van “compensatiestemmen voor de winnaar” wat de partij zes of zeven zetels extra opleverde, door het eenzijdig introduceren van een “First past de post system” enz. enz. Een Potemkin verkiezing noemt ze het, ogenschijnlijk is alles in orde maar wie een beetje verder kijkt dan zijn neus lang is, ziet dat er heel veel niet klopt.

woensdag 21 augustus 2013

Zomerzorgen

De uitbetaling van alle EU subsidies aan Hongarije is eerder deze maand opgeschort. Volgens Brussel zijn er geen concrete aanwijzingen voor fraude, maar klopt de administratie en het controlesysteem van de Hongaarse regering niet. Het land krijgt minimaal een boete van een paar honderd miljoen euro en raakt in het ergste geval – als het de problemen niet snel oplost - een paar miljard euro aan subsidies kwijt.

Er is nog heel veel onduidelijkheid over zowel de omvang als de consequenties, maar het ligt voor de hand dat de totale reorganisatie van de subsidieadministratie in Hongarije door de regering Orbán in Brussel niet goed is gevallen. Tot 2010 functioneerde alles redelijk, al ging er ongetwijfeld het nodige mis. Maar toen Orbán aan de macht kwam werden vrijwel alle ambtenaren die zich met de subsidies bezig hielden (meer dan 100) eruit gegooid en langzaam maar zeker vervangen door nieuwe mensen (bijna 600!). Eerst viel de subsidiestroom nog onder het ministerie van economische zaken maar sinds een half jaar heeft het bureau van premier Orbán er directe controle over..

In oppositiekringen wordt al langer gezegd dat er op grote schaal met EU subsidies wordt gerommeld en wel op zo’n wijze dat vooral bedrijven en personen die Fidesz gezind zijn de gelden opstrijken. Officieel mag de  EU dan wellicht nog geen concrete aanwijzingen voor fraude hebben, maar waar geld wordt uitgedeeld zonder deugdelijke controle (en daar is hier dus sprake van) is gerommel en fraude onvermijdelijk.

Verder de afgelopen zomerweken:

* Na het overlijden van Annámaria Szalai dit voorjaar is er eindelijk een nieuwe media-commissaris benoemd. De allerhoogste baas van de oppermachtige en veel bekritiseerde Hongaarse Media Autoriteit werd, op voorspraak van premier Orbán, Mónika Karas. Ze werkte de laatste jaren als advocate voor diverse Fidesz gezinde media. In de jaren 90 was ze betrokken bij de extreemrechtse partij MIÉP en dáár weer voor werkte ze voor de communistische partij van Hongarije, MSZMP. Niet bepaald een onafhankelijke en alom gerespecteerde dame dus en de benoeming werd door alle oppositiepartijen dan ook fel bekritiseerd.

* Dit najaar wordt wetgeving van kracht die het mogelijk maakt om anoniem staatsobligaties te kopen. De betrokkene hoeft ook de bron van zijn geld niet te onthullen. Het gaat om minimaal 20.000 euro dat voor vijf jaar op een speciale bankrekening kan worden gezet. Daarna mag de eigenaar zijn (voorheen zwarte) geld inclusief eventuele winst belastingvrij (!) opnemen. Critici noemen het een gelegaliseerde witwasoperatie waar ongetwijfeld ook de aan Fidesz gelieerde notabelen met graagte gebruik van zullen maken.Het is nog onduidelijk wat de EU van deze regeling vindt.

* De regering is van plan staalbedrijf Dunaferr terug te kopen. Dunaferr werd in 2004 geprivatiseerd en is eigendom van een Oekraïense holding. Zoals de meeste staalbedrijven in Europa draait het slecht (het maakte de afgelopen drie jaar 20 miljard forint per jaar verlies) en de eigenaren willen nu 1500 van de 7500 werknemers ontslaan. De renationalisatie moet dat voorkomen en Hongaarse banen behouden, althans dat is de regerings-PR. Maar de realiteit zal ongetwijfeld zijn dat de overheid er een groot verliesgevend bedrijf bij heeft waar jaar in jaar uit bakken geld in moeten zonder dat het ook maar iets oplevert.

* Een Fidesz woordvoerder heeft de oppositie ervan beschuldigd dat ze betaald wordt door “bepaalde buitenlandse financiële kringen” waaronder George Soros om “een campagne te voeren tegen de regering en Hongarije.” Volgens de Fidesz woordvoerder “hebben VS speculanten miljoenen dollars besteed om Fidesz, de Hongaarse regering en Hongarije aan te vallen via organisaties die zichzelf mensenrechten, anti-corruptie en Roma organisaties noemen.” Hij noemde daarbij TASZ, het Helsinki Committee, homorechtengroep Hatter, Vrouwen tegen Geweld, en Amnesty International bij name. Op een of andere manier doen dit soort uitspraken me denken aan….Rusland, China, Zimbabwe?

* In de stad Székesfehérvár hield premier Orbán op 19 augustus een speech ter gelegenheid van Sint Stefansdag op de 20e (Koning Stefan is in het jaar 1000 in deze stad gekroond en begraven). Aan een plaatselijk orkest van strijkers was gevraagd eerst een passend stuk te spelen en zij kozen voor “Roemeense volksdansen” van de grote Hongaarse componist Béla Bartok. Maar dat vonden de stadsvaderen klaarblijkelijk wat te gevoelig gezien de oplopende spanningen met Roemenië de afgelopen weken en dus kondigden zij het stuk liever aan als “Volksdansen.” Hoe klein kun je zijn?

* In Szigetvár heeft de burgemeester mensen in de plaatselijke werkverschaffing ingezet om … te ‘demonstreren’ tegen oppositieleider Gordon Bajnai die in het stadje een zaal met aanhangers toesprak. “Samen 2014”heeft een video-opname waarin diverse werklozen verklaren dat ze door het gemeentebestuur waren bevolen om te verschijnen.

* Er komt een speciaal historisch instituut dat de omwenteling van 1989/1990 in Hongarije in een nieuw perspectief gaat plaatsen. Het instituut zal rechtstreeks onder premier Orbán vallen en de directeur wordt Zoltán Bíro, nota bene een voormalige communist (ambtenaar in de cultuursectie van de MSZMP) die na 1990 nationalist en aanhanger van radicaal rechts werd. Hij verafschuwt volgens eigen zeggen het liberalisme en vindt democratie maar zo-zo. In 2009 zei hij in de rechtse krant Magyar Hírlap onder meer: “Fidesz zou zelfs dictatoriale instrumenten moeten gebruiken want men dient het bestaan van de natie te eren en als heilig te beschouwen en niet de doctrine van democratie en vrijheid.” Dat wordt me het wetenschappelijke onderzoek wel.

* Jobbik woordvoerder Ádám Mirkoczki pleitte voor de invoering van chemische castratie, de doodstraf en gevangenissen op basis van etnische afkomst (speciale gevangenissen voor zigeuners). Om nog even te onderstrepen dat het altijd nog gekker kan.

woensdag 5 december 2012

Toch collegegeld




 Naar verwachting zullen 65.000 nieuwe studenten zich in willen schrijven voor het volgend studiejaar 2013/2014. Het overgrote deel van hen (80%) zal echter fors collegegeld moeten gaan betalen, zo blijkt uit de jongste plannen van de regering. Een zoveelste belofte (“Wij voeren nooit collegegeld in”) die wordt gebroken.


Studentenprotest in februari dit jaar
In 2010 kregen nog ruim 50.000 studenten een volledige beurs, in dit lopende studiejaar was dat al teruggebracht tot zo’n 30.000 en dat worden er volgend jaar nog maar 10.500. Ruim 46.000 eerstejaarsstudenten krijgen dan alleen nog maar een gedeeltelijke beurs en de rest (een krappe 10.000) zal alles zelf moeten betalen, aldus de plannen.

In praktijk betekent het dat het overgrote deel van de studenten zo’n 80.000-90.000 forint aan collegegeld  zal moeten betalen, oftewel zo’n 350 euro (dat is de helft van wat een doorsnee studie hier in Hongarije heet te kosten, 170.000-180.000 forint per jaar). Nu mag een collegegeld van 350 euro in Nederlandse ogen een schijntje lijken, maar in een land waar dat ongeveer het bedrag van het minimummaandloon is, is het fors. Een van de neveneffecten zal ongetwijfeld zijn dat er minder mensen gaan studeren, maar dat is dan ook een van de intenties van de regering Orbán.

Het is ook duidelijk dat de regering het beurzensysteem gebruikt om de toestroom naar bepaalde studies te frustreren. Er zijn geen volledige beurzen meer beschikbaar voor studies als economie of rechten en er zijn er nog maar beperkt voor mensen die sociale  en geesteswetenschappen willen studeren. Het merendeel van de volledige beurzen zal beschikbaar zijn voor studenten in de exacte wetenschappen (techniek, informatica, medicijnen e.d.).

Voorwaarde voor enige vorm van studiebeurs blijft dat de ontvanger een contract tekent met de regering dat hij of zij na de studie tweemaal de periode van de studie in Hongarije gaat werken (wat dus op zes tot acht jaar neer zal komen). Brussel onderzoekt op het moment of die voorwaarde geen aantasting is van het recht op vrije vestiging in Europa.

Het moge duidelijk zijn dat dit soort plannen onder studenten niet erg goed vallen. In 2008 organiseerde Fidesz nog een nationaal referendum tegen de invoering van een collegegeld. Ook voor de verkiezingen van mei 2010sprak de partij zich daar onomwonden tegen uit. Maar hoewel de regering nu het woord “collegegeld” angstvallig vermijdt, weten we allemaal waar het op neerkomt, aldus Dávid Nagy, voorzitter van de landelijke studentenorganisaties  HOÖK.

Verder de afgelopen weken:

- Terecht veel ophef over de schandalige uitspraken van een  kamerlid van het extreemrechtse Jobbik dat het hoog tijd wordt om een lijst aan te leggen van de Joden in overheidsdienst omdat die staatsgevaarlijk zijn. Aan de demonstratie tegen die uitspraken afgelopen zondag werd ook deelgenomen door Antal Rogán, fractievoorzitter van Fidesz. Prima, want hoe meer Fidesz-mensen zich in het openbaar tegen Jobbik keren, des te moeilijker zal het in de toekomst voor Fidesz zijn om een coalitie met extreemrechts aan te gaan.

- Tegelijk wijzen veel critici er op dat Rogán een van de architecten is van de inperking van de democratie in dit land, dat hij de naam heeft een van de meest corrupte politici van dit land te zijn en dat zijn partij Fidesz medeverantwoordelijk is voor het politieke klimaat dat ervoor heeft gezorgd dat antisemitisme in Hongarije de afgelopen jaren weer vrijwel normaal is geworden. Met name premier Orbán is een meester van de dubbele tong. Soms veroordeelt hij antisemitisme (“Wij Hongaren komen op voor onze Joodse landgenoten,” zei hij afgelopen maandag in het parlement nog), vooral in het buitenland. Maar tegelijk gebruikt hij in Hongarije stelselmatig gecodeerde taal en symboliek die door iedere Hongaar worden begrepen als anti-Joods (“mensen wier hart in het buitenland ligt,” “de macht van bankiers en financiers,” de herintroductie in het openbare leven van antisemitische politici en schrijvers uit de jaren dertig zoals Horthy, Nyirő en Wass). Fidesz is geen antisemitische partij, maar Fidesz is wel heel cynisch: voor het winnen van stemmen onder extreemrechtse sympathisanten is heel veel toegestaan.

- De Academie voor Hongaarse Beeldende Kunsten (MMA), een private organisatie die een aantal jaren terug is opgericht door de uiterst conservatieve  en nationalistische architect Imre Makovecz, krijgt een grote rol in het Hongaarse culturele leven. De academie krijgt van de regering Orbán vanaf 1 januari het eigendomsrecht van een van de grootste musea van Boedapest (de Kunsthal op het Heldenplein) en van een van de grotere theaters (Pesti Vigadó). De artistiek directeur van de Kunsthal heeft inmiddels uit protest ontslag genomen. Daarnaast krijgt de Academie een beduidende stem in het beleid van twee grote subsidieverleners op cultureel gebied, de Nationale Cultuur Stichting en de Nationale Film Stichting, en in de toekenning van een aantal nationale cultuurprijzen.  Tenslotte wordt de subsidie aan de Academie verhoogd van 10-15 miljoen forint naar 2,5 miljard forint.

- Diverse grote Europese banken heroverwegen hun strategie in Hongarije, waarbij terugtrekking uit die markt een van de opties is, aldus Daniel Gyuris, hoofd van de Vereniging van Banken. Het is een reactie op de aankondiging van de regering Orbán dat de (exorbitant hoge) speciale bankbelasting nooit zal worden afgeschaft (ondanks vele malen herhaalde beloftes dat de belasting slechts tijdelijk is) en op de invoering van een speciale belasting op financiële transacties (elke overschrijving en opname gaat belast worden, wat uiteraard de klant uiteindelijk betaalt).

- De Vereniging van Hongaarse Geschiedenisonderwijzers verwerpt het nieuwe geschiedenis curriculum dat volgend schooljaar door de Orbán regering gaat worden ingevoerd. Het materiaal geeft een onkritische, eenzijdige, vooringenomen en vergoelijkende kijk op de Hongaarse nationale geschiedenis, aldus de leraren. De kans dat hun kritiek tot iets leidt, is miniem, want er is nauwelijks tijd voor enig debat ingeruimd, zo constateren ze.