zaterdag 27 juli 2013

Hongaars-nationaal grootkapitaal

Voor de Hongaarse regering is de versterking van het Hongaars-nationale kapitaal, niet alleen onder de kleine en middelgrote bedrijven maar ook onder de grote ondernemingen, van uitzonderlijk belang. Dat was volgens nieuwssite Index een van de thema’s van de toespraak van premier Viktor Orbán tijdens de jaarlijkse bijeenkomst in het Roemeense plaatsje Tusnádfürdö op zaterdag 27 juli.

Het luxe voetbalstadion in aanbouw naast Orbán's huis
Tijdens de jaarlijkse ‘zomeruniversiteit’ van aan Fidesz verwante organisaties van Roemeense Hongaren in dit plaatsje in Transylvanië houdt Orbán altijd een redevoering waarin hij vaak elementen van zijn lange termijn visie toelicht. Ditmaal waren dat met name de rol van krachtige nationale staten tegenover een steeds zwakkere EU – zoals bekend wordt Orbán steeds EU sceptischer – en het belang van de opbouw van een sterke Hongaars-nationale kapitalistenklasse.

“De opbouw van een netwerk van grote Hongaarse ondernemingen die de internationale concurrentie aankunnen, vordert gestaag,” zei de premier ondermeer. De ondernemingen die hij daarbij op het oog heeft zijn niet alleen de grote ‘Hongaarse’ bedrijven die al langer actief zijn op de markt, zoals oliemaatschappij MOL, bouwbedrijf en projectontwikkelaar Trigranit, de OTP bank en geneesmiddelenonderneming Richter. Hij rekende daar nadrukkelijk ook de aan Fidesz gelieerde nieuwkomers op de markt bij, zoals de bedrijven van een aantal Fidesz oligarchen (Simicska, Nyerges en Fellegi) en natuurlijk de nieuwe grote Hongaarse spaarbank die het gevolg zal zijn van de recente nationalisatie en samenvoeging van kleine spaarverenigingen in het hele land (meer dan 100 kleine investeerders raakten zo de controle over hun kapitaal kwijt).

Volgens sommige critici vergeet Orbán in dit streven zijn eigen familie ook niet. Formeel bezit de premier zelf al decennialang niet meer dan een woning in Boeda, een buitenhuis in het dorp Felcsut, een auto en een bescheiden middenklasse inkomen. Maar als je alle eigendommen vergaard door zijn vader, zijn vrouw en ettelijke mensen die als stromannen worden gezien bij elkaar optelt, dan behoort de familie Orbán inmiddels misschien wel tot de vijf rijkste van Hongarije, menen sommigen. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat een wat wilde schatting is, want niemand weet precies hoe het zit en de echte feiten zijn niet of nauwelijks boven water te krijgen.

Het is onvermijdelijk dat bij het van Fidesz-staatswege uitbouwen van zo’n nieuwe economische elite – gepresenteerd als het voltooien van de echte anticommunistische systeemomwenteling die in 1990 nooit echt van de grond kwam – af en toe ook de nodige wrijvingen ontstaan met zittende oligarchen wier belangen soms even tweede viool spelen. Zo uitte Sándor Demjan, eigenaar van Trigranit en ook betrokken bij de kleine spaarfondsen, recent felle kritiek op die nationalisatie. Ook zijn er volgens sommige commentatoren de nodige wrijvingen met Sándor Csányi, topman en grootaandeelhouder van de OTP bank (en nog tientallen andere bedrijven o.a. in de voedselindustrie). Zijn onverwachte stap om een deel van zijn OTP aandelen te verkopen en de scherpe val in het bankaandeel die daar direct het resultaat van was, leidde tot de nodige speculaties over een ruzie met Orbán (waarbij Csányi met zijn actie zou hebben willen laten zien: kijk, dit kan er gebeuren er als je mijn belangen onvoldoende in het oog houdt). Maar zelfs als een enkele oligarch zijn steun voor Fidesz in alle openheid
zou opzeggen – en daar zijn we nog lang niet – dan nog is het onwaarschijnlijk dat zoiets de strategische koers van Orbán wezenlijk beïnvloedt.

zaterdag 20 juli 2013

In Absurdistan gaat het beter

Volgens premier Viktor Orbán gaat het beter met Hongarije. Dankzij de extra crisisbelastingen op banken en bepaalde multinationals is hij er, zegt hij zelf, in geslaagd de financiële situatie van het land te stabiliseren. Het begrotingstekort is onder de 3% gebracht en zowel de inflatie, de werkloosheid als de staatsschuld zijn verminderd. Dus is er nu ruimte voor forse verlagingen van de energie- en waterlasten van huishoudens, de verhoging van de salarissen van leraren en artsen en een handhaving van de koopkracht voor gepensioneerden. Het land staat aan het begin van een periode van economische groei en bloei, zo herhaalt hij steeds weer.


Ja, het begrotingstekort is onder de 3% gebracht. Daarvoor was een hele reeks van bezuinigingsrondes nodig (hoewel Orbán in 2010 had beloofd dat er niet meer bezuinigd zou worden) en het is misschien vooral gedaan omdat Brussel anders wel eens de EU subsidies aan Hongarije zou kunnen gaan opschorten of bevriezen (ruim vier miljard euro netto per jaar dus geen kattenpis), maar toch, dat is gelukt. Maar dan heb je het ook wel gehad met de positieve cijfers.

De werkloosheid is ongeveer gelijk gebleven aan 2010. Niets geen één miljoen banen erbij, zoals Orbán destijds beloofde. Er is veel schijnwerkgelegenheid gecreëerd in de vorm van werkverschaffing tegen een gehalveerd minimumloon. Maar er zijn in de private economie geen banen – echte banen dus – bijgekomen en dat is wat telt. Bovendien zijn er bijna een half miljoen werkzoekenden naar het buitenland vertrokken, wat de werkloosheidscijfers ook nog eens danig vertekent.

Orbán heeft de staatsschuld tot staatsvijand nummer één verklaard. Maar wat hij ook beweert, die schuld is net als toen hij aan de macht kwam nog altijd iets boven de 80% (ondanks de inbeslagname van miljarden aan private pensioenreserves die als rook voor de zon zijn verdwenen). Bovendien zijn economen het er niet over eens hoeveel staatsschuld nu wel of niet acceptabel is: 80% is aan de ruime kant (hoewel niet perse alarmerend), maar 50% zoals in 2002 is weer heel weinig.

Het aantal mensen dat rond het bestaansminimum leeft is gestegen van ruim drie miljoen in 2010 naar vier miljoen mensen nu en daar bovenop zijn er inmiddels 1,38 miljoen Hongaren die onder het bestaansminimum leven. Dat wil zeggen dat 54% van de totale bevolking er bar slecht aan toe is. De oorzaken liggen in de invoering van de vlaktaks (waar de rijke 12% enorm van profiteerde maar de rest op verloor), de verhogingen van de BTW naar 27% en al die andere nieuwe belastingen die zijn ingevoerd en niet te vergeten de ongekend grofe bezuinigingen op sociale uitkeringen. Het klinkt dan vervolgens heel mooi om nu, met de verkiezingen van voorjaar 2014 in aantocht, leraren opeens een grote loonsverhoging van ruim 30% toe te zeggen. Maar diezelfde leraren, aan wie zo’n loonsverhoging overigens eigenlijk al was toegezegd in 2010, hebben sindsdien hun inkomen fors achteruit zien gaan. Gemiddeld verdiende een leraar in 2010 133.000 Ft., gecorrigeerd voor inflatie had dat nu 153.000 Ft moeten zijn maar het is in feite 128.000 Ft. En voor dat salaris moeten ze dan ook dankzij een nieuwe wet aanzienlijk meer uren maken dan voorheen. Kortom, die verhoging is vooral een sigaar uit eigen doos.

En dat geldt eigenlijk ook voor de campagne waarbij de regering de elektriciteit, gas- en waterbedrijven dwingt hun tarieven met tientallen procenten te verlagen. Dat klinkt aardig tot je bedenkt dat de tariefverlaging alleen maar betaald kan worden door de investeringen in het netwerk stil te leggen. Als gevolg daarvan verdwijnen er duizenden banen bij deze bedrijven en betalen we met zijn allen over een jaar of vier a vijf de tol in de vorm van blackouts en andere storingen in het net (die dan weer voor veel meer geld moeten worden opgelost)

En tenslotte de crisisbelastingen voor banken, telefoonmaatschappijen, grootwinkelbedrijven e.d. Het is natuurlijk niet onredelijk als grote bedrijven extra bijdragen in tijden van crisis. Maar wel op een redelijk niveau (de Hongaarse crisisbelasting is vele malen hoger dan in andere Europese landen) en in redelijk overleg (nu was het een dictaat en is de “tijdelijke” belasting allang permanent geworden). De onvoorspelbaarheid en willekeur waarmee de afgelopen drie jaar met het bedrijfsleven is omgegaan, betekent dat Hongarije zichzelf in de voet heeft geschoten.

Want daardoor is Hongarije de afgelopen jaren verder achterop geraakt op naburige landen als Polen, Tsjechië of Slowakije en zit het nu op het niveau van Roemenië en Bulgarije, meent Attila Chikán, een prestigieuze Hongaarse econoom en minister in een eerdere rechtse regering. Volgens zijn conservatieve collega en ex-president van de Nationale Bank György Surányi is daarbij vooral verontrustend dat de investeringen naar een absoluut dieptepunt zijn gedaald en dat kan niet anders dan negatieve lange termijn gevolgen hebben. Er wordt nu al anderhalf jaar minder geïnvesteerd dan nodig is om zelfs maar de bestaande economische activiteiten te vervangen. Oftewel, de economie teert in en de kans op blijvende groei is daardoor miniem.

Zoals Gordon Bajnai van Samen 2014 zegt: “Als ik Orbán hoor, is het alsof we in twee werelden leven. In Absurdistan gaat alles beter, maar in het echte Hongarije merk je daar niets van.”

woensdag 10 juli 2013

Van die dingen dus…

Een ex-minister die in een volstrekt geheim proces op geheime aanklachten en bewijzen wordt veroordeeld tot gevangenisstraf, rechters die elkaars vonnissen kopiëren (inclusief spelfout), 1000-en kleine winkeliers die hun zaak failliet zien gaan en nog zo het een en ander van de afgelopen twee weken. Merk je in het dagelijks leven nou veel van dat autoritaire beleid van Orbán, vragen mensen uit Nederland wel eens? Als je de krant leest wel, en natuurlijk als je in een van die hoeken zit waar net de klappen vallen.

* György Szilvásy, in de vorige links-liberale regering minister voor de veiligheidsdiensten, en twee voormalige directeuren van die diensten zijn in een geheim proces veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor iets dat met landverraad te maken zou hebben. Szilvásy kreeg twee jaar en tien maanden. Niet alleen het proces maar ook de aanklacht en dus ook het vermeende bewijsmateriaal zijn geheim en mogen niet openbaar gemaakt worden tot 2040. De veroordeelden en hun advocaten hebben wel verklaard dat de aanklachten volstrekte onzin zijn en nergens op slaan, maar mogen op bevel van de rechter geen enkel detail over het hoe, waarom en wat naar buiten brengen. Normaal gesproken had het proces plaats moeten vinden in Boedapest, maar de Fidesz bazin van de rechterlijke macht, Tünde Handó, had het proces verschoven naar een (conservatievere?) rechtbank in Debrecen. Een Fidesz woordvoerder verklaarde na het vonnis blij te zijn dat de schuldigen zijn gestraft. Schuldigen? Aan wat dan? Op grond van welk bewijs? Weet hij meer dan wij? Vindt je het gek dat dit bij de oppositie geldt als een schoolvoorbeeld van een door Fidesz opgezet schijnproces?

* Een aantal jaren geleden eiste een Fidesz bestuurder van een deelgemeente in Boedapest in een brief aan het personeel dat iedereen deel moest nemen aan een Fidesz demonstratie. Een aantal ambtenaren die niet waren gegaan, werden later ontslagen. De formele reden was natuurlijk niet hun politieke mening, maar ze werden wel allemaal vervangen door uitgesproken pro-Fidesz mensen. Zes van hen vochten hun ontslag aan en hoewel hun zaken dienden bij verschillende rechtbanken, verloren ze niet alleen alle zes hun zaak, maar luidde het vonnis van de zes verschillende rechtbanken ook woord voor woord hetzelfde….tot op de fout in de spelling van een naam van een getuige aan toe. Volgens de betrokkenen wijst dit erop dat het vonnis ergens hogerop (Tünde Handó?) was voorgekookt en vervolgens simpel zes maal is gecopypaste.

* Nee, de rechterlijke macht is nog niet volledig door Fidesz discipelen vervangen. Her en der zitten nog steeds rechters die op basis van eigen kennis en geweten recht spreken en zich niet laten intimideren door de politieke bazen, al weet je natuurlijk nooit op voorhand wie. Hoe dan ook, het hoogste rechtscollege, de Kuria, heeft het gewaagd om in een zaak betreffende leningen in buitenlandse valuta een uitspraak te doen die er op neerkomt dat banken wettig hebben gehandeld bij het afsluiten van zulke contracten en hen dus juridisch niets te verwijten valt. Een woordvoerder van Fidesz noemde diezelfde dag de uitspraak “schokkend en onacceptabel.” Dat muisje gaat dus een staartje krijgen, wie weet ook voor de rechters in kwestie?

* Enige duizenden winkeliers, de meesten kleine familiebedrijven, staan op het punt failliet te gaan nu ze geen sigaretten meer mogen verkopen. Zoals bekend is de tabaksverkoop genationaliseerd en zijn vergunningen voor die verkoop in heel veel plaatsen vooral gegaan naar mensen die de goedkeuring van de plaatselijke Fidesz politici konden wegdragen, voor het overgrote deel mensen met geen enkele voorafgaande ervaring. Om er nog maar eens eentje uit te pikken: in de stad Miskolc had vooral de familie van een locale Fidesz politicus “geluk.” Zijn echtgenote, zijn schoonmoeder en zijn broer kregen ieder vergunningen voor het exploiteren van vier winkels, zodat “de familie” van de ene dag op de andere een keten van twaalf winkels in de stad bezit.

* De nationalisatie van 120 kleine spaarbankjes staat inmiddels ook op de rol. Ze gaan gedongen worden samengevoegd tot een organisatie waarin de centrale overheid het grootste belang heeft. Zelfs oligarch Demjan, lange tijd een supporter van Fidesz en eigenaar van een kleinere bank die eveneens wordt opgeslokt, vindt dit te ver gaan. Hij heeft nu al een tweede protestbrief aan premier Orbán geschreven waarin hij klaagt dat dit er erger aan toe gaat dan destijds onder partijleider János Kádár.

* Hoeveel geld heb je per maand nodig om in Hongarije te kunnen leven en wat zou u doen als u moest rondkomen van een Hongaarse bijstandsuitkering die door deze regering is verlaagd naar 22.800 forint per maand (77 euro) voor het hele gezin? Een hulporganisatie stelde die vraag aan voorbijgangers op straat in Boedapest en hier is hun filmpje (Hongaars met Engelse ondertitels).

* Er zijn zeer drastische bezuinigen doorgevoerd op de budgetten van gemeentes. Het plaatsje Kübekháza (1600 inwoners) heeft 5 miljoen forint per maand nodig voor een aantal basisdingen maar ontving van het rijk voor de maand juli het bedrag van … 3.480 forint. Burgemeester Molnár (Fidesz) heeft met instemming van de gehele gemeenteraad deze “belediging” teruggestuurd.

donderdag 4 juli 2013

Regering Orbán onder verscherpt politiek toezicht van de EU

De aanname op woensdag 3 juli van het zogenaamde Tavares rapport (over de democratie in Hongarije) door een overduidelijke meerderheid in het Europese Parlement lijkt oppervlakkig gezien een zoveelste veroordeling van de koers van de regering Orbán door een Europese instantie. Maar het is veel meer dan dat. Wat de Raad van Europa vorige week niet aandurfde, heeft het Europees Parlement nu wel gedaan: Hongarije wordt onder verscherpt politiek toezicht geplaatst om te zorgen dat de regering Orbán van koers wijzigt en er worden nieuwe instrumenten geschapen om alle lidstaten die de democratische waarden van de EU ondermijnen tot de orde te kunnen roepen.

Orbán 2011: Take care what you wish for.
Het rapport bevat een zeer gedocumenteerde en omvattende analyse van wat er de laatste drie jaar in Hongarije allemaal gebeurd is, een zeer lange lijst van wetten, regels en gedragslijnen die Hongarije moet veranderen en aanbevelingen aan de Europese Commissie hoe te handelen als Europese lidstaten (in dit geval Hongarije) de waarden en normen van de EU ondergraven. Het rapport werd aangenomen met een ruime meerderheid van 370 tegen 248 stemmen en 82 onthoudingen. De meeste waarnemers zijn het erover eens dat dit een zeer ruime marge is en dat het een belangrijk politiek feit is dat een deel van de EPP fractie waartoe ook Fidesz (en het CDA) behoort, vóór deze veroordeling van de regering Orbán heeft gestemd of in ieder geval niet tégen (de onthoudingen). Commissie voorzitter Barroso heeft al te kennen gegeven dat hij de aanbevelingen van het rapport wil gaan uitvoeren.Volgens grondwetsdeskundige Kim Lane Schepele betekent dat concreet het volgende (zie haar uitgebreide analyse in Hungarian Spectrum):

1. Er komt een “Artikel 2 Alarm Agenda” waarop alle punten komen te staan die het betrokken land (in dit geval Hongarije) moet wijzigen/corrigeren/intrekken. Die Alarm Agenda heeft absolute prioriteit. Totdat het betrokken land (in dit geval Hongarije) aan de aanbevelingen heeft voldaan, kunnen alle andere gesprekken, onderhandelingen of overleggen met het betrokken land (in dit geval Hongarije) niet worden afgerond. Wat dat precies inhoudt, moet worden uitgewerkt. Geen nieuwe overeenkomsten? Geen nieuwe samenwerkingsverbanden? Geen nieuwe contracten met EU instellingen? Geen nieuwe toewijzingen voor subsidies?

2. Er wordt een nieuwe politieke commissie in het leven geroepen, die moet beoordelen hoe de voortgang van het betrokken land (in dit geval Hongarije) is. In die commissie zitten afgevaardigden van het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Raad van Europa (vandaar de naam Trialoog) en die gaan een uitgebreid monitoring systeem opzetten dat de overheid van het betrokken land (in dit geval Hongarije) op alle punten van kritiek (justitie en rechtbanken, media, parlementaire procedures, kiesregels en kiessysteem, budgetbeleid, mensenrechten enz. enz.) zeer nauwgezet in de gaten moet houden.

3. Er komt een Kopenhagen Commissie van onafhankelijke en alom gerespecteerde Europese experts die voortaan in de gaten moeten houden of EU-lidstaten zich wel houden aan de democratische normen en waarden van de EU die ze allemaal hebben ondertekent, te weten artikel 2 van het EU verdrag en de Kopenhagen Verklaring van 1993. Wat het Tavares rapport is voor Hongarije wordt voortaan een Kopenhagen rapport.

4. Als het betrokken land (in dit geval Hongarije) ook door deze maatregelen niet tot inkeer te brengen is, maar dan zijn we wel een paar jaar verder, dan kan alsnog artikel 7 van het EU verdrag in werking treden met sancties als het opschorten van stemrecht en/of het intrekken van subsidies.

Hoe nu verder?

Uiteraard veroordeelde Viktor Orbán de uitspraak van het Europees Parlement onmiddellijk. Hij noemde het een politieke aanval van links-liberalen (maar de EPP stemmen dan?), zei dat Europa zijn bevoegdheden overschrijdt (door te controleren of lidstaten zich aan de afspraken houden?) en dat dit niet het Europa is waar Hongarije lid van werd (dat is het juist wel, dat is het hele punt). Tijdens het debat in het Europees Parlement had hij het ook al over “de vijanden van Hongarije” gehad en vergeleek Fidesz afgevaardigde József Szájer de procedure zelfs met de Stalin schijnprocessen. Die opstelling deed de Fidesz zaak in het Parlement zeker geen goed, maar ongetwijfeld gaat Orbán voort met deze verscherpte anti-EU retoriek. Er is sprake van een extra zitting van het Hongaarse parlement waarop de Fidesz meerderheid een scherpe veroordeling van het Europees Parlement uitspreekt. Een andere vraag is hoe de Hongaarse regering gaat reageren op de concrete stappen die nu zullen volgen. Gaat ze het gesprek aan met de trialoog commissie, gaat ze meewerken aan het nieuwe monitoring systeem, gaat ze meewerken aan een onderzoek naar het kiessysteem en een eventuele extra grote delegatie van Europese waarnemers bij de verkiezingen volgend jaar? Gaat ze zoals gebruikelijk rekken en trekken (kleine concessies doen die later weer deels worden teruggenomen, formele procedures aangaan maar intussen voldongen feiten scheppen enz.) of komt er een meer confronterende koers?

Hoe anti-EU de retoriek ook wordt, het is vooralsnog niet waarschijnlijk dat Hongarije er zelf uitstapt. Orbán’s hoofddoel is en blijft het scheppen van een nieuwe economische elite van mensen die politiek aan hem en Fidesz zijn gelieerd en die dus ook altijd een dominerende rol in de politiek en de rest van de samenleving kunnen spelen. Essentieel daarvoor zijn de enorme EU subsidies die nog steeds uit Brussel komen (en tot 2020 zijn vastgelegd) en het overeind houden van de kurk waar de Hongaarse economie op drijft: de voor de export producerende multinationals in de auto industrie, de elektronica e.d. (die dan ook niet getroffen worden door allerlei extra belastingen en willekeurige wetgeving zoals de banken, energiemaatschappijen, grootwinkelbedrijven en andere dienstverlenende multinationals die op de Hongaarse markt opereren). Zelf uit de EU stappen zou betekenen dat die twee essentiële inkomstenbronnen verspeelt worden. Dat is niet erg rationeel en het is maar de vraag of Orbán daarmee de verkiezingen van 2014 kan winnen. Maar waar spanningen toenemen, kunnen nationalistische emoties de overhand krijgen over rationele argumenten en kunnen kleine incidenten soms grote gevolgen hebben.

vrijdag 28 juni 2013

Social engineering

De Hongaarse regering legt de banken in Hongarije opnieuw een aantal extra belastingen op. Nou ja, de banken, uiteindelijk draaien uiteraard de klanten voor het grootste deel op. Wat niet wegneemt dat bankieren in Hongarije een steeds moeizame affaire is geworden. “Een nachtmerrie,” noemde de topman van de CIB Bank het een paar maanden geleden. Het wachten is op de eerste buitenlandse bank die afhaakt…en dan is de regering Orbán wel bereid de betrokken instelling voor een zacht prijsje over te nemen.

Onder andere de onlangs ingevoerde financiële transactiebelasting (voor het opnemen of overmaken van geld) wordt verdubbeld en de banken krijgen ook een “eenmalige aanslag” van 75 miljard forint (300 miljoen euro) opgelegd, geld dat rechtstreeks in de staatskas gaat. Dat komt bovenop de diverse andere “tijdelijke” en “extra” belastingen die nu al een paar jaar bestaan en die ervoor hebben gezorgd dat de financiële sector volledig op slot zit: er wordt nauwelijks meer geld uitgeleend aan bedrijven (of individuen). Gecombineerd met het volledig wegvallen van investeringen omdat (internationale) bedrijven het economisch beleid van de regering Orbán voor geen cent vertrouwen, betekent dit dat de economie zo goed als stil staat.

Intussen maakt premier Orbán er geen geheim van dat hij banken over wil nemen; niet tijdelijk als noodoplossing maar permanent, omdat hij vindt dat minimaal 50% van de sector in “Hongaarse” handen moet zijn (nu is 90% van de sector eigendom van een hele reeks internationale bankconsortia). De voorbereidingen daarvoor gaan onverminderd door, afgelopen week met de nationalisatie van de kleine coöperatieve spaarbanken van het land. De Hongaarse overheid neemt daar een aandeel in en dwingt ze tot nationale samenwerking, waarin ook het postbedrijf betrokken wordt. Zo wordt een nieuwe nationale speler gecreëerd. Ook nam de overheid een 50% aandeel in twee kleine banken die eigendom zijn van twee oligarchen. Zodat er, als straks de ING of de CIB of welke andere bank dan ook de pijp aan Márton geeft, een staatsbank klaarstaat om de boel over te nemen.

Het is inmiddels een veel gehanteerd recept. De (internationale) energiemaatschappijen, die Orbán ook in staatshanden wil zien, worden met allerlei extra belastingen en dwangwetgeving ook onder grote druk gezet. E.ON is de eerste die nu heeft verkocht, het is een kwestie van tijd tot anderen volgen (er gaan al geruchten over het vertrek van TiGáz). Er wordt nu gedreigd met de invoering van een advertentiebelasting die vooral de twee grote onafhankelijke commerciële TV zenders (RTL en TV2) treft. Met name TV 2, dat al jaren verliesgevend is, zou overwegen om te verkopen en onder insiders gaat het gerucht dat een aan Fidesz gelieerd mediabedrijf klaar staat om de boel over te nemen. Een zelfde lot wacht zelfs mogelijk het links-liberale dagblad Népszabadság. De door Fidesz geïnstalleerde mediaraad heeft de uitgevers Ringier en Springer verboden om in Hongarije hun kranten samen te voegen (iets wat elders in de regio wel gebeurt). De vraag is echter hoe lang Ringier, eigenaar van Népszabadság, de verliesgevende krant nog kan en wil financieren. Een van de potentiële kopers is een aan Fidesz gelieerde onderneming.

En zo groeit de macht van het Fidesz netwerk in de economie gestaag. Transparency International wees een jaar geleden op dit nieuwe verschijnsel dat ze “state capture” noemde: een economische belangengroep die de overheid overneemt en gebruikt ten eigen bate. Bálint Magyar, liberaal politicus en voormalig minister van onderwijs, gebruikt in een recent artikel zelfs de harde woorden: “een postcommunistische maffiastaat.” In zijn optiek is dit het eigenlijke doel van de hele operatie: Fidesz gebruikt haar politieke almacht voor het creëren van een geheel nieuwe economische en heersende elite bestaande uit haar eigen netwerk van aanhangers en vrienden (zie ook de tabakswinkels, de landbouwgrond affaires, het massaal toewijzen van openbare uitschrijvingen aan bevriende bedrijven enz. enz.). Zoiets is na vier jaar al moeilijk meer terug te draaien, laat staan na acht of twaalf jaar. “Social engineering” in de 21e eeuw.

dinsdag 18 juni 2013

Wie gaat de oppositie leiden?

Vrijdag beginnen de definitieve onderhandelingen tussen de diverse oppositiepartijen over samenwerking bij de verkiezingen in mei 2014. Maar een positieve uitkomst is bepaald niet verzekerd. Er is veel frictie en weinig succesvolle praktische samenwerking tussen de socialisten (MSZP) en de groeperingen die Samen 2014 vormen. En op de kernvraag wie de coalitie moet leiden, Attila Mesterházy van de MSZP of Gordon Bajnai van Samen 2014, is fundamentele onenigheid en dat kan makkelijk een breekpunt blijken. Wat betekent dat de verkiezingen verloren zouden zijn voor ze zelfs maar zijn begonnen.

Bajnai (l) en Mesterházy
Bajnai en aanhang erkennen dat de MSZP de grootste en dus zeer belangrijke partij in de coalitie is. De MSZP heeft in elke stad en dorp van het land een organisatie, een partijkantoor, geld en in totaal zo’n 30.000 activisten. Samen 2014 is sterk in Boedapest en heeft daar mogelijk een paar duizend activisten, maar stelt in de rest van het land weinig voor. Desondanks vindt Samen 2014 dat Bajnai de coalitie moet leiden en de nieuwe premier moet worden omdat de oppositie alleen dan die paar honderdduizend zwevende kiezers aan kan trekken die zwaar teleurgesteld zijn in Orbán en Fidesz maar nooit op een door de socialisten geleide oppositie zullen stemmen. Zonder zo’n “bruggenbouwer” is de overwinning van de oppositie onmogelijk, zeggen zij.

Mesterházy bestreed dat vandaag in een gesprek met buitenlandse correspondenten. Hij erkent dat brede samenwerking van de oppositie nodig is om een overwinning te behalen, maar denkt dat dat heel goed kan onder zijn leiding. Wij willen een gezamenlijk programma en een gezamenlijke lijst, waarbij wij ook bereid zijn in tal van kiesdistricten (vooral Boedapest) een kandidaat van Samen 2014 op de eerste plaats te zetten en actief te steunen met onze organisatie, onze activisten en ons geld. Maar waarom zou de veruit kleinste partner de leider moeten leveren? Temeer daar in opinieonderzoeken blijkt dat we beiden ongeveer even populair zijn?

Vooralsnog lijken beide heren hun hakken ferm in het zand te hebben gezet. Bajnai kan (en wil?) niet toegeven, mede omdat hij zich organisatorisch heeft verbonden aan het buitenparlementaire Milla (dat al die demonstraties organiseerde) en aan de linkerfractie die van de groene partij LMP is afgesplitst. In beide groepen zijn sterke antisocialistische tendensen. Mesterházy zegt dat hij het aan zichzelf en zijn achterban niet kan verkopen dat zij, als grootste en best georganiseerde partij, in alles tweede viool zou moeten spelen. Wij gaan ons inzetten voor kun kandidaten, aldus Mesterházy, maar wat is hun concessie aan ons? De suggestie van een derde kandidaat, bijvoorbeeld de burgemeester van de stad Szeged László Botka (socialist, zeer populair en een ervaren en pragmatische bestuurder die heeft bewezen over partijgrenzen heen te kunnen reiken) wees Mesterházy ook categorisch van de hand. Maar wie weet, in een later stadium?

Natuurlijk zijn er ook nog allerlei andere vraagstukken waar ze het eens over moeten worden, maar daar ligt waarschijnlijk meer ruimte voor compromis. Samen 2014 legt bijvoorbeeld veel nadruk op thema’s als democratie, verantwoord economisch beleid en onderwijs en cultuur, terwijl de MSZP de neiging heeft “bread and butter issues” en de corruptieschandalen rond Fidesz meer te benadrukken en dat ook met een zekere dosis populisme te mengen (Mesterházy: we winnen zwevende kiezers alleen als ze ervan overtuigd zijn dat het huidige regiem niet klopt en dat ze met ons een beter leven krijgen). Samen 2014 vindt dat de Fidesz grondwet geamendeerd (en dus deels behouden) kan worden, terwijl de MSZP benadrukt dat er een geheel nieuwe grondwet moet komen op basis van een brede en langdurige discussie in de samenleving en de politiek. Ook de positie van de Democratische Koalitie van ex-premier Ferenc Gyurcsány is een heikel punt (wij willen dat de DK meedoet, aldus Mesterházy, en als Gyurcsány belooft een post op de achtergrond te accepteren, kan dat voor Samen 2014 acceptabel zijn).

De MSZP heeft ook een belangrijke stap gedaan door op voorhand te verklaren dat zij zich zal committeren aan anticorruptie wetgeving die geheel door Transparency International wordt geschreven. Beide groepen zijn het verder vergaand eens over de noodzaak om, na een eventuele verkiezingsoverwinning, serieuze compromissen te sluiten met centrumrechts (met uitsluiting van de harde kern rond Orbán), over het vermijden van een bijltjesdag (wie competent is, kan blijven) en over het belang om je aan de geldende rechtsregels te houden (er zijn legale mogelijkheden om veel van de nieuwe regels die tot doel hebben de macht van Fidesz te verankeren, te omzeilen).

In oktober moeten de onderhandelingen “op de ene of de andere manier” zijn afgesloten, aldus Mesterházy. Het is dus nu of nooit.

zaterdag 8 juni 2013

Kuif onder water

De overstroming van de Donau – het water is in 500 jaar niet zo hoog geweest – brengt het beste in veel Hongaren naar boven. Vele duizenden vrijwilligers melden zich elke dag weer om zandzakken te vullen en stapelen. Buren staan gezamenlijk te buffelen en helpen elkaar waar nodig. Schoolklassen komen onder leiding van hun leraar in groepen aangelopen om hun schepje bij te dragen. Openbare diensten zoals brandweer, openbare werken, politie, leger enz. werken zich dagenlang volstrekt uit de naad. Het is een klassieker en een cliché, maar het laat zien wat samenwerking – echte samenwerking die vanuit de mensen zelf komt – vermag.

Het is hartverwarmend als je als bewoner van een huis aan de Donau hard aan het werk bent (er moesten zo’n 500 zakken worden gevuld en opgestapeld langs de voorgevel van het huis) en buren spreken je aan of je hulp nodig hebt of 15 scholieren staan opeens bij de berg zand die voor je deur is gestort om te helpen. Niemand vraagt wie je bent, wat je bent en wat je denkt, er is een klus die geklaard moet worden en dat is het. Je mocht wensen dat meer Hongaren in dit politiek verscheurde land die gedachte meenemen.

Natuurlijk doen politici hun best om in dit drama uit te blinken. Met name premier Orbán maakt er een grootse show van en gaat, gekleed in een werkjasje en rubber laarzen, van plek tot plek alsof hij overal persoonlijk de leiding heeft en alles in goede banen leidt. Hij doet maar, hoor je veel Hongaren haast denken, zolang de mensen die het echte werk verzetten maar niets in de weg wordt gelegd.

Tegelijk kom je natuurlijk ook de bekende chaos en misverstanden tegen die bij dit soort geïmproviseerde werkzaamheden horen. De nooddijk die de gemeente in Vác bouwde, houdt 100 m. voor ons huis op en wij, bewoners van de rest van de straat, moesten zelf maar zien wat voor maatregelen we namen, zo was de officiële verordening. Wij begonnen uiteraard te klagen dat we ook zakken, zand en plastic folie wilden zodat we het werk dan in ieder geval zelf konden doen. “Viktor heeft toch op TV gezegd dat iedereen geholpen zou worden,” merkte een buurman met een grijnslach op? De werkopzichters in de straat snapten ook niets van die officiële verordening en al gauw werd er wat geregeld. De eerste dag ging er soms nog een enkel briefje van 5000 forint van hand tot hand om te zorgen dat een bulldozer een paar vrachten zand extra voor een bepaalde deur legde. De dag erna was dat echt niet meer nodig om een hele vrachtwagen met gevulde zandzakken op je stoep te krijgen.

Al dit gedoe zou over anderhalf jaar definitief voorbij moeten zijn. Het toeval wil dat de gemeente Vác eind april te horen kreeg dat er geld komt voor de bouw van een mobiele damwand van 1,8 km lengte, die het hele centrum (ook onze straat) beveiligt. De bouw moet in maart 2014 beginnen, zodat de dijk in november 2014 operationeel is. Een gift van 1,5 miljard forint (5 miljoen euro) van de regering, aldus een publicatie van het Fidesz gemeentebestuur van Vác. De regering? Helemaal niet. De damwand wordt voor 100% (!) door Brussel gefinancierd, u weet wel, die ‘vermaledijde bureaucraten in nette pakken die Hongarije willen koloniseren.’

Verder de afgelopen week:

* Fidesz heeft opnieuw het wetsvoorstel afgestemd om de archieven van de communistische geheime dienst helemaal open te gooien opdat bekend wordt wie er nu eigenlijk allemaal echt als informant hebben gewerkt.

* Een Fidesz parlementariër en viceburgemeester van Boedapest heeft een wetsvoorstel ingediend dat de overheid het recht geeft om private gebouwen te vorderen als de autoriteiten vinden dat ze dat nodig hebben als kantoorruimte of woning van parlementsleden of andere officiële personen. Volgens het wetsvoorstel hoeft de overheid dan niet (!) meer aan te tonen dat het openbare belang hier het private belang overstijgt en zouden rechtbanken niet meer het recht moeten hebben om zo’n besluit op te schorten als de eigenaar van het betreffende pand de inbeslagname via de rechter bestrijdt.

* Het gaat financieel steeds slechter met de links-liberale krant Népszabadság, de grootste oppositiekrant die er nog is. Om de krant een bredere financiële basis te geven, wilden uitgever Ringier en uitgeversbedrijf Springer, die een aantal locale kranten bezit, hun Hongaarse kranten samenvoegen. Dat is inmiddels in allerlei andere landen in Centraal Europa al gebeurd, maar in Hongarije heeft de machtige Fidesz Mediaraad die samenwerking simpelweg verboden. De redactie van Népszabadság voelt niets voor een overname door de socialistische partij MSZP omdat ze onafhankelijk wil zijn, maar de paradox is dat dankzij de Mediaraad zo’n overname wellicht de enige reddingsboei is. Want er is nu eenmaal geen enkele uitgever die jarenlange verliezen wil financieren.