zondag 26 mei 2013

Orwell in Hongarije?

Nieuwe wetgeving geeft de Hongaarse overheid volmacht om (hooggeplaatste) publieke figuren maar ook hun naaste familieleden af te luisteren, hun brieven te openen, hun e-mails te lezen, hun vuilnis te doorzoeken, hen te schaduwen en filmen, hun privé leven ondersteboven te halen enz., alles zonder gerechtelijk bevel, parlementaire controle of zelfs maar een gerede verdenking van een strafbaar feit. Volgens de regering is de wet nodig om corruptie te bestrijden en de staatsveiligheid te verzekeren, volgens critici gaat de regering (weer eens) veel te ver.

Voorlezen uit "1984" van Orwell
De wet betreft vooralsnog topambtenaren, ambassadeurs, hoge officieren in leger en politie, parlementariërs die op enigerlei wijze bij de staatsveiligheid betrokken zijn, bestuurders van staatsbedrijven e.d. De wet geeft de regering ook het recht om deze lijst uit te breiden als ze dat nodig acht zonder de wet te wijzigen. Tot nu toe kon er slechts eens in de vijf jaar een antecedentenonderzoek tegen overheidsfunctionarissen plaatsvinden – te weinig, zeggen ook mensen van Transparency International – de nieuwe wet maakt vrijwel permanente controle mogelijk, ook van het privéleven van de functionaris. Wie daar geen toestemming voor geeft, krijgt de baan niet. In de vragenlijst die de betrokkenen bij het aanvaarden van hun functie moeten invullen, dienen zij ook informatie te geven over hun privéleven, bijvoorbeeld of ze verhoudingen buiten het huwelijk hebben of hebben gehad (of homoseksueel zijn?).

Het doel is, aldus de wet, om de staatsveiligheid te beschermen door de overheid de mogelijkheid te geven vast te stellen of en in hoeverre mensen chantabel of te corrumperen zijn. De geheime onderzoeken worden uitgevoerd door het Bureau ter Bescherming van de Grondwet afgekort AVH (nee, niet ÁVH zoals de stalinistische geheime dienst in de jaren vijftig heette). Tegen ontslagen die het gevolg zijn van dit soort geheime onderzoeken is geen beroep mogelijk. Officieel was de wet, zoals zo vaak, een privé initiatief van een aantal Fidesz parlementariërs, zodat maatschappelijk consultatie en ruim parlementair overleg kon worden omzeild. Critici zoals de ombudsman, mensenrechtengroepen en een aantal juridische experts hekelen vooral het afluisteren e.d. zonder gerede verdenking en gerechtelijk bevel, de aantasting van het privéleven en het gebrek aan een beroepsmogelijkheid. Bovendien regelt de wet niet wie er al dan niet inzage heeft in de zo verzamelde informatie, wat er precies met die informatie gebeurt, hoe lang die mag worden bewaard enz. Op de dag dat de wet werd aangenomen, las een groep demonstranten voor de deur van het ministerie van binnenlandse zaken urenlang voor uit het boek "1984" van George Orwell.


Verder afgelopen week

* De regering Orbán verkondigt nu met regelmaat trots dat ze, nadat er vanuit Europa veel kritiek kwam op de gedwongen vervroegde pensionering van rechters, ook aan die kritiek tegemoet is gekomen en dus wel degelijk bereid is tot constructief debat. Waar? Half waar. De regering heeft eerst een tijdlang alle kritiek categorisch afgewezen en voldongen feiten geschapen door rechters uit hun post te verwijderen en te vervangen. Maar toen Europa maar bleef zeggen dat dit echt niet kon, kregen de gepensioneerde rechters uiteindelijk na veel trekken en duwen de mogelijkheid terug te keren op hun post. Het praktische resultaat: van de 229 verwijderde rechters komen er in mei 2013 slechts 56 terug op hun oude post, want de rest heeft zo genoeg van al dit gezeik en gezaag aan hun stoelpoten, dat ze kozen voor een vrijwillige afvloeiingsregeling. Wat als je 60+ bent en al weer een dik jaar uit je werkritme, heel goed te begrijpen is. Maar de regering heeft dus wel degelijk wat ze wilde: een 173/229 oftewel 75% successcore bij het afvoeren van toprechters, dat is bepaald niet slecht. Bij de top van justitie is de score nog beter: 82 van de 101 oftewel 81%.

* Hoewel Fidesz steeds weer glashard ontkent dat er bij de toekenning van tabaksvergunningen ook maar iets onoorbaars is gebeurd, geeft Orbán tegelijk toe dat er wat hem betreft niets verkeerd aan is om tabaksvergunningen aan politieke vrienden toe te kennen. In een radio interview over de kwestie zei hij letterlijk: “Ik wil hier duidelijk stellen dat ik nooit diegenen die ons ondersteunen de rug toe zal keren. Waarom zou het fout zijn als ondernemers die onze waarden delen en ook anderszins aan de voorwaarden voldoen deze openbare uitschrijvingen winnen? (…) Onze eigen kiezers, aanhangers en supporters de rug toekeren alleen opdat wij politici dan minder kritiek krijgen, dat zal ik nooit accepteren. We moeten deze kritiek over ons heen laten komen, want als onze aanhangers niet op ons kunnen rekenen, wie dan wel?”

* Het Ludwig Museum in Boedapest is nu al enige weken door een kleine groep kunstenaars bezet. Het is intussen wel open voor publiek. De Fidesz regering heeft, zoals verwacht werd, directeur Barnabás Bencsik na zijn eerste periode van vijf jaar niet herbenoemd maar vervangen door een eigen persoon, kunsthistorica Julia Fabényi. Het gaat de demonstranten niet om de persoon Fábenyi, maar om de manier waarop ook dit weer is verlopen. Bencsik gold als te kritisch, modern, liberaal enz. en moest dus vervangen worden door ‘een van ons want het is nu onze beurt,’ hoewel hij de voorkeurskandidaat was van het museum zelf en van de Ludwig Stichting die de collectie destijds aan Hongarije in bruikleen gaf.

zaterdag 18 mei 2013

De nationalisatie van de onderwijzers

“Na de scholen worden nu ook de onderwijzers in Hongarije genationaliseerd,” kopte weekblad HVG. De regering Orbán wil het overgrote deel van het onderwijzend personeel verplichten lid te worden van een nieuwe door de overheid op te richten “Hongaarse Pedagogische Kamer,” een soort “Kulturkammer” voor onderwijzend personeel.


Niet alleen de 130.000 leraren en leraressen in de afgelopen januari genationaliseerde scholen, maar ook al het onderwijzend personeel van gemeentelijke kleuterscholen wordt verplicht lid te worden, aldus het wetsvoorstel dat al in september a.s. met het nieuwe schooljaar werkelijkheid moet zijn. Wie lidmaatschap weigert, mag niet werken bij een openbare (kleuter)school. De Kamer wordt het enige overlegorgaan waarmee de regering nog zal praten over de inhoud van het onderwijs. De bestaande Onderwijsraad, waarin allerlei vakorganisaties, bonden en ook ouders zijn vertegenwoordigd, wordt opgeheven. Zoals de staatssecretaris van onderwijs Rózsa Hoffmann zei is het allemaal veel te ingewikkeld om met allerlei verschillende belangenorganisaties te onderhandelen en tot overeenstemming te komen. De Kamer, waarvan de bestuurders door de overheid zullen worden betaald (en benoemd?) en die dus in feite ambtenaren zijn, zal ook een "ethische gedragscode voor het onderwijs" opstellen die alle leden moeten ondertekenen. Wie zich niet aan die code houdt, kan door de Kamer worden gestraft met waarschuwingen, boetes en uiteindelijk uitsluiting van het beroep voor vijf jaar. Wie dat bepaalt en hoe en of daar ook beroep bij een onafhankelijke instantie tegen mogelijk is, is niet duidelijk. De leden van de Kamer mogen bovendien naar buiten toe geen mededingen doen of meningen uiten over het interne functioneren van de Kamer, ook daarop kunnen sancties volgen.

De op een na grootste vakbond van onderwijzend personeel, de PDSZ, verwerpt het idee categorisch. Volgens haar worden de rechten van onderwijzers, inclusief het recht op vrije meningsuiting, op onaanvaardbare wijze aangetast en is het geheel een onverhulde poging om kritische vakbonden (zoals zij zelf) en onderwijzers buiten spel te zetten. De plannen doen denken aan de corporatistische organisaties van bepaalde regiems uit de jaren dertig en aan de verplichte staatsvakbonden van het communisme. Dit alles is deel van “de centralistische en autoritaire benadering van het onderwijs van deze regering”, aldus László Mendrei, voorzitter van de PDSZ.

Verder de afgelopen week:

* De minister van Onderwijs heeft geweigerd de benoeming te bekrachtigen van de nieuwe rector aan de universiteit van Miskolc, die door de senaat van de universiteit tot tweemaal toe was gekozen, en heeft een nieuwe benoemingsprocedure in gang gezet. Eerder blokkeerde de minister al de benoemingen van rectoren in Debrecen en Kecskemét omdat hij de betrokkenen “niet geschikt” achtte en benoemde anderen op die posten. Tot zover de autonomie van de universiteiten: je mag kiezen wie je wilt zolang het maar iemand is die ik wil.
* De Hongaarse regering wijst het zogenaamde Tavares rapport van het Europese Parlement volledig af. In dat rapport wordt geconstateerd dat Hongarije weliswaar formeel tal van democratische regels overeind houdt, maar in de praktijk de Europese democratische waarden op allerlei terreinen ondergraaft. In een reactie zeiden staatssecretaris van buitenlandse zaken Eniko Györi en voorlichter Ferenc Kumin dat het rapport vol zit met feitelijke fouten, Hongarije onterecht kritiseert en niet meer is dan een geregisseerde links-liberale politieke aanval op een succesvolle rechtse regering in Europa (de Portugese Groene politicus Tavares werd en passant ook nog weggezet als “een voormalige communist” en een politicus met een “extreem links verleden,” aantijgingen die allebei onwaar zijn). De regering is dan ook niet van plan om zich iets aan te trekken van de aanbevelingen van de commissie. Het rapport zal in juni of juli in het Europees Parlement besproken worden.
* Ook de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft een zeer kritisch rapport uitgebracht over de toestand in Hongarije. De reactie van Györi en Kumin: tja, die organisatie wordt hier in Hongarije geleid door een links-liberale vrouw, Lydia Gall, die altijd al tegen de conservatieve regering was. Zo kun je elke kritiek afdoen. Gall zelf schrijft terecht in het betreffende rapport: “De Hongaarse regering beschuldigt alle critici van vooringenomenheid, kritiek met politieke motieven of feitelijke onjuistheden, maar de waarheid is simpeler: er is diepe bezorgdheid in heel Europa over de rechtsstaat en de situatie van de mensenrechten in het Hongarije van vandaag. Als zelfs je vrienden bezorgd zijn over wat je doet, is het tijd om op te houden met ontkennen en te beginnen met luisteren.”
* De Hongaarse regering heeft een werkgroep ingesteld die ministeries moet bijstaan om sneller te reageren op perspublicaties die volgens haar onjuist of eenzijdig zijn. De werkgroep heeft ook een drietal advocatenbureaus ingehuurd die de regering daarin gaan bijstaan, maar daar mag je volgens een woordvoerder niet de conclusie uit trekken dat er nu meer juridische procedures tegen media op komst zijn. In eerste instantie zullen media een brief ontvangen waarin ze worden gemaand de fouten te corrigeren, zo heet het.
* Enige tientallen eigenaren van tabakswinkels hebben op 15 mei gedemonstreerd voor het parlement. Een vrouw, die al sinds 1991 een zaak heeft en die nu in rook op ziet gaan, kon haar tranen nauwelijks bedwingen. Ik en mijn man leven er van en we hebben ook een personeelslid die al 17 jaar voor ons werkt en die we nu moeten ontslaan, zei ze. Premier Orbán weersprak de kritiek dat vooral Fidesz aanhangers tabaksvergunningen hadden gekregen met de bewering dat ….er ook enkeling met linkse sympathieën tussen de winnaars zit (hoe weet hij dat eigenlijk? …HH). In zijn eigen dorp, Felcsút, is de concessie gegaan naar iemand uit de familie Flier, nauw bevriend met Orbán en ook al bij de grote winnaars van de verdeling van landbouwland.
* Hongarije brengt een speciale postzegel uit ter ere van de Azerbeidzjaanse dictator Heydar Aliyev die dit jaar 90 wordt. Zoals eerder gemeld zijn de banden tussen Hongarije en Azerbeidzjan aanzienlijk verbeterd sinds Hongarije vorig jaar de zogenaamde bijlmoordenaar vrijliet. De regering Orbán hoopt dat Aliyev dit soort vriendelijkheden beantwoordt met geld en/of olie.
* De voetbalclub Felcsut – de club van de premier – is gepromoveerd naar de hoogste voetbaldivisie. Hoewel het dorp Felcsut nog geen 2000 inwoners telt, krijgt de plaatselijke voetbalclub nu al jaren enorme financiële steun van de overheid (in 2012 bijvoorbeeld vijf keer zo veel als Debrecen, de club van de op een na grootste stad van het land). Het nieuwe supermoderne en peperdure stadion van Felcsut, zo ongeveer naast het buitenhuis van Orbán, moet later dit jaar af zijn.

zaterdag 11 mei 2013

Hoezo euroskeptisch?

Onder de titel “Europa?” verscheen op 11 mei 2013 onderstaand opiniestuk van Zsolt Bayer in de regeringsgezinde krant Magyar Hirlap, waarin de Europese Unie wordt weggezet als een “huichelachtig, leugenachtige, hypocriete en tot op het bot corrupte bende” van “kameraden” die er alleen maar op uit zijn de rechtse regering van Hongarije kapot te maken. Bayer geldt als een vriend en vertrouweling van premier Orbán die opschrijft wat er in leidende Fidesz kringen echt wordt gedacht en gezegd, aan de borreltafel.

Bayer leidde ook de grote pro-regeringsdemo's
Het commentaar is een reactie op twee EU rapporten. Het ene van de EU commissie oordeelt dat Hongarije extra bezuinigingen nodig heeft om vooral komend jaar binnen het toegestane begrotingstekort van 3% te blijven. Het andere is van een commissie onder leiding van de Groene EU parlementariër Tavares en zegt dat in Hongarije de democratie wordt uitgehold. Oordeel zelf.

Bayer: “Al sinds lange tijd was het vaak moeilijk om van de Unie te houden. Vanaf nu is dat onmogelijk. Het is een huichelachtig, leugenachtige, hypocriete en tot op het bot corrupte bende, die aan niemand en in niets ooit verantwoording aflegt en door niemand ooit is gelegitimeerd. "Hongarije doet sinds 2010 elk jaar alles om te voldoen aan het voorgeschreven begrotingstekort. Maar de nutteloze idioten en gewetenloze, dwaze en nietsnuttende pennenlikkers van de Unie voorspellen van jaar tot jaar toch dat het niet zal lukken. De algemene ervaring is: als er een linkse regering aan de macht is, vergist de Unie zich altijd een of twee procent in de negatieve richting, zodat ze een veel kleiner tekort voorspelt dan in werkelijkheid het geval is. En omgekeerd: in tijden van een rechtse regering doet ze hetzelfde, alleen andersom. Kunt u zich dit nog herinneren? "Door politieke druk langs verschillende wegen – inclusief de telefoon van Feri , werd geregeld dat Almunia en zijn medewerkers de mogelijkheid gaven om tot 1 September het convergentieprogramma aan te passen. (…) Almunia weersprak niet dat er vanuit Boedapest dergelijke druk was uitgeoefend. Hij gaf een ontwijkend antwoord op de vraag of hij, toen hij de Hongaarse regering een half jaar uitstel toestond om een nieuw convergentieprogramma voor te bereiden, dat had gedaan uit naam van de socialistische solidariteit en om te bevorderen dat de kiezers niet tijdens de verkiezingscampagne op de hoogte zouden raken van de werkelijke economische en financiële situatie van het land. Het is van belang hier te benadrukken dat de socialisten destijds spraken van een tekort van 4,6%, terwijl dat tekort in werkelijkheid na de verkiezingen meer dan 9% bleek te zijn.” En nu chanteren ze ons: we moeten ofwel nieuwe bezuinigingen introduceren of we zullen ondanks al onze inspanningen in de speciale procedure blijven die geldt voor diegenen die een overmatig begrotingstekort hebben. En dit alles op puur politieke gronden. Dezelfde puur politieke gronden waarop ze wegkeken van alles wat hun kameraden deden. Dus moeten wij nu het geld voor de overheidsinstellingen beperken en moeten wij nu de financiering van overheidsinvesteringen opschorten. We moeten grote werkzaamheden (stadions, het Kossuth Plein) stopzetten waardoor er banen verloren gaan. En terwijl ze deze bezuinigingen oplegt, eist dezelfde Unie tegelijk luid dat de economie moeten groeien en herstellen. Al sinds lange tijd was het vaak moeilijk om van de Unie te houden. Vanaf nu is dat onmogelijk. Het is een huichelachtig, leugenachtige, hypocriete en tot op het bot corrupte bende, die aan niemand en in niets ooit verantwoording aflegt en door niemand ooit is gelegitimeerd. In het van de eerste tot de laatste letter gelogen ontwerpverslag van Tavares wordt bijvoorbeeld van de regering gevraagd verantwoording af te leggenvoor het feit dat er geen brede maatschappelijke overeenstemming aan de nieuwe grondwet ten grondslag ligt. Aha ... En wat voor brede maatschappelijke overeenstemming ligt er dan ten grondslag aan de grondwet van de Unie en het Verdrag van Lissabon, kameraad Tavares? Evenveel als achter jullie, kameraden! Geen enkele!"

Verder deze week:

* De tabakswinkel affaire ettert door. De burgemeester van Székzárd, die aanvankelijk ontkende dat er op een Fidesz partijbijeenkomst was gepraat over wie wel en wie niet een vergunning zou krijgen, heeft inmiddels moeten erkennen dat dit wel het geval was. Er kwam dan ook een geluidsopname van de bijeenkomst tevoorschijn. Hij weigert af te treden. De minister die over de kwestie gaat heeft verder aangekondigd dat mogelijke informatie over het vergunningenproces op zijn vroegst openbaar wordt nadat alle contracten zijn getekend. De ene regeringswoordvoerder suggereerde dat Szekzárd een locaal incident was (maar niemand neemt dat serieus) terwijl een andere verklaarde dat het allemaal een complot is met medewerking van tabaksproducent Philip Morris. Hij droeg daarbij, uiteraard, geen concrete bewijzen aan. * Veel reuring rond het Joodse Wereld Congres en de positie van de regering Orbán tegenover antisemitisme en extreem rechts (Jobbik). Ik heb het hier al vaker benadrukt: Fidesz is geen antisemitische en extreemrechtse partij en de regering Orbán heeft inderdaad allerlei maatregelen genomen die antisemitisme moeten bestrijden en die in dit opzicht positief zijn. Maar tegelijk tolereert de regering ook allerlei figuren met dergelijke opvattingen in eigen Fidesz gelederen (tot in de top aan toe) om daarmee extreemrechtse kiezers aan te trekken, tegelijk is ze er niet vies van met Jobbik samen te werken en tegelijk is Orbán in hoge mate medeverantwoordelijk voor het nationalistische, anti-Europese en intolerante politieke klimaat dat in dit land is ontstaan. Het is die dubbelzinnigheid die bekritiseert wordt. Zie verder vanaf 12 mei: www.scribblesfromhungary.com/
* De Fidesz voorzitter van het parlement heeft twee oppositieleden in het parlement de recordboete opgelegd van Ft 235.000 (euro 950). Ze hadden tijdens een debat over de tabaksaffaire een bord opgehouden met de tekst “Jullie stelen, bedriegen en liegen” en daarmee volgens de voorzitter “de waardigheid van het parlement” aangetast.
* Een rechtbank in de stad Miskolc veroordeelde negen zigeuners tot gevangenisstraffen van 2 ½ tot 4 jaar vanwege “misdaden tegen de Hongaarse natie.” Na verschillende demonstraties van Jobbik – waarbij zoals gewoonlijk met geweld was gedreigd, hadden deze mannen een auto met Jobbik aanhangers met knuppels bewerkt en ook een paar mensen verwond. De verdediging kritiseerde het vonnis: de mannen hadden het recht niet in eigen hand mogen nemen, maar werden wel degelijk bedreigd door racistische groepen.
* Ruim 40% van de gemeentes geeft geen enkele openheid over uitgaven die ze via openbare aanbestedingen doen, zo blijkt uit een onderzoek van Transparency International.

vrijdag 3 mei 2013

Een Fidesz gemeenteraadslid klapt uit de school

Ákos Hadházy, lid van Fidesz en gemeenteraadslid in het stadje Szekszárd, schreef vorige week een anonieme brief aan weekblad HVG waarin hij onthulde hoe de partij op lokaal niveau directe invloed had uitgeoefend op het verlenen van vergunningen voor tabakswinkels, die vanaf 1 Juli a.s. een staatsmonopolie zijn. Een paar dagen later besloot hij met naam en toenaam in de publiciteit te treden. Hij sprak met HVG over het waarom van zijn “verraad” en hoe hij tegen de ontwikkeling van de partij aankijkt. Het interview werd gepubliceerd op dinsdag 30 april.

1 Mei: Fidel Castro heet de Nationale Tabaksregering welkom
Hadházy is dierenarts van beroep en sinds 2006 raadslid. Hij noemt zichzelf een overtuigd rechts en conservatief mens, alleen is het alleen al vanuit de familietraditie. “Mijn overgrootvader had een ridderorde, mijn grootvader was een presbyteriaanse dominee, ik ben voorzanger in de kerk.” De affaire van de tabakswinkelvergunningen “was een druppel die de emmer deed overlopen,” zegt hij. Volgens Hadházy kwam de tabakswinkellijst niet op een gewone fractievergadering aan de orde, maar tijdens een "politiek overleg" over het verzamelen van handtekeningen [vóór het verlagen van de energietarieven voor kleinverbruikers…HH]. De bijeenkomst werd ook bijgewoond door de burgemeester van Szekszárd, die aan het eind de aanwezigen vroeg om de lijst van de aanvragers in te kijken en "te zeggen wie we kennen en wie geschikt zouden kunnen zijn. Ik was hierdoor verrast. Het was duidelijk dat er sprake was van lobbyen maar het verraste me om te zien dat het zo openlijk gedaan werd." De aanwezigen werd gevraagd te kijken wie wie was op de lijst en wat hun mening over hen was, aldus de dierenarts, die eraan toevoegde hij geen kennis had van wat er later met deze lijst gebeurde. Pas toen hij later via de media vernam hoe het proces was verlopen en wie de winnaars van de concessies waren, begreep hij dat "dit niet een juiste procedure was." Hadházy had vervolgens geworsteld met de vraag of hij in de openbaarheid moest treden met deze kennis, zich terdege beseffend dat velen binnen Fidesz hem als een "verrader" zouden beschouwen. Uiteindelijk was hij tot de conclusie gekomen dat het openbaren van wat er werkelijk gebeurd was "op de lange termijn” het belang van de partij dient. "Op de korte termijn zal het zeker onaangenaam zijn. [Onze] populariteit kan een paar procent dalen, maar ik denk dat dit op de lange termijn de partij zou kunnen helpen."

In het interview zegt Hadházy ook dat de tweederde wetgevende meerderheid van Fidesz niet alleen kansen geeft, maar ook schadelijk kan uitwerken. "Ik ben ervan overtuigd dat een goed functionerende oppositie een basisbehoefte is of zou moeten zijn voor elke regering. Zonder oppositie zullen we vroeg of laat niet in staat zijn om onze eigen beslissingen te beheersen, omdat er geen weerwoord is als wat we doen slecht is. [...] Bij gebrek aan externe oppositie nemen we nu beslissingen die niet goed zijn, en helaas leidde deze [situatie] ook tot beslissingen die individuele belangen dienen." Daarnaast constateert hij dat het een groot probleem is dat "er geen interne oppositie" is binnen Fidesz. Het ontbreken van kritiek binnen de partij is verklaarbaar omdat het aantal parlementsleden zal worden verminderd [bij de verkiezingen van 2014 wordt de omvang van het parlement gereduceerd van bijna 400 tot 200…HH]. “Dat weten de huidige afgevaardigden ook en dus is het duidelijk dat iemand die in de toekomst nog een of andere hoge positie wil bekleden, dus elk besluit zal moeten accepteren. Je kunt niet van hen verwachten dat ze een serieuze negatieve opinie formuleren. Ook dit kan leiden tot slechte overheidsbesluiten. (…) Als er geen debatten zijn binnen een partij – en binnen onze partij zijn er geen, in ieder geval niet op ons niveau – dan kan dat twee dingen betekenen: of we doen iets heel goed of er is iets helemaal mis. Ik geloof dat debat onmisbaar is om tot goede beslissingen te komen. Maar vaak zie je dat in de partij beslissingen worden genomen met 98% of 100% steun. Dat is op een of andere manier niet goed. (…)We hebben veel beslissingen genomen – in ieder geval op plaatselijk niveau – die denk ik niet genoeg zijn doordacht en in veel gevallen (...) kregen individuele belangen de voorkeur boven publieke belangen. De tabakswinkelkwestie was er zo een." Hadházy zei af te zullen wachten of dit interview gevolgen zou hebben voor zijn politieke carrière. Als er een politieke vendetta tegen hem volgt, is hij van plan zijn politieke loopbaan op te geven, wat spijtig zou zijn omdat hij “een aantal goede dingen voor de stad” kon doen. Het uitblijven van politieke vergelding zou bewijzen dat "er nog altijd heel veel democraten in Fidesz zijn, zelfs al is dat niet evident gezien de huidige besluitvormingmechanismen."

Verder de afgelopen week:

* Naar aanleiding van de tabakswinkelaffaire hebben diverse NGOs gevraagd om openheid over het aanbestedingsproces. De reactie van Fidesz: nog dezelfde (!) dag kwamen de Fidesz fractie met een wetsontwerp dat het overheidsinstellingen mogelijk maakt zo’n verzoek om openheid van informatie naast zich neer te leggen als de instelling vindt dat het om een “oneigenlijk” verzoek gaat. De dag erna (!) werd het wetsontwerp door het parlement aangenomen.

* Betalingen van de EU ter waarde van 100en miljoen euro’s voor wegenbouw, spoorbouw en bouwprojecten (energiebesparing en isolatie) zijn in gevaar. Brussel betaalt vooralsnog niet uit omdat er problemen zijn met een aantal voorwaarden die bij de toekenning van de projecten zijn gesteld. Zo eisten de Hongaren dat alle betrokken ingenieurs over Hongaarse diploma’s beschikten waarmee je de facto buitenlandse ondernemingen uitsluit. Maar er zou ook een verband kunnen zijn met een onderzoek door OLAF (de antifraude eenheid van Brussel) die vorig jaar huiszoeking deed bij Fidesz gelieerde bedrijven en onder meer computergegevens in beslag nam.

* Het parlement nam niet alleen een wet aan die betrokken bedrijven verplicht om de energie- en waterprijzen met 10% te verlagen, maar ook om op de rekeningen aan klanten elke maand te vermelden hoeveel financieel voordeel die daarvan hebben. Wettelijk verplichte regeringspropaganda dus. Een verplichte vermelding van de hoeveelheid belastingen inclusief de verhoogde btw die de klanten over hun gas, elektriciteit en water betalen, staat niet in de wet.

* Het hoofd van de Raoul Wallenberg Vereniging Ferenc Orosz is na een voetbalwedstrijd in het Puskas stadion uitgescholden en aangevallen, waarbij onder meer zijn neus is gebroken. en verwond. Orosz vroeg een groep supporters die pro Mussolini liederen aan het zingen waren en “Sieg Heil” riepen daarmee op te houden. Hij werd daarop uitgescholden voor “Joodse communist” en na de wedstrijd door twee mannen opgewacht. <![endif]-->
Ferenc Orosz

zondag 28 april 2013

Eén gezamenlijke oppositie



De kogel is eindelijk door de kerk. Samen 2014 en de socialistische partij MSZP hebben definitief afgesproken dat ze vanaf nu één gezamenlijke oppositie vormen tegen het Orbán regiem. De leiders van de twee partijen, Gordon Bajnai en Attila Meszterházy, maakten die afspraak gisteren bekend.

Gordon Bajnai en Attila Mesterházy
Bij de verkiezingen van 2014 komt er in ieder district slechts één gezamenlijke kandidaat en er komt een gezamenlijke landelijke lijsttrekker. Bij alle tussentijdse verkiezingen zullen vanaf nu ook gezamenlijke kandidaten naar voren geschoven worden die gezamenlijk campagne voeren. De partijen houden op elkaar aan te vallen of te verzwakken en Mesterházy en Bajnai gaan vanaf nu hun werkzaamheden coördineren. Op lokaal niveau gaat er ook nauw samengewerkt worden tussen de partijactivisten (de MSZP heeft er zo’n 40.000 in het hele land, Samen 2014 maximaal 10.000 met het accent op Boedapest).

Samen 2014 – dat ook het buitenparlementaire Milla, de vakbond Solidarnosc en Dialoog voor Hongarije (de voormalige centrumlinkse vleugel van de Groenen) bevat – heeft zich daarmee eerder dan aanvankelijk de bedoeling was aan de MSZP gelieerd. Samen 2014 wilde aanvankelijk zoveel mogelijk tijd om meer centrumrechtse politici en andere publieke figuren die grote kritiek hebben op het beleid van de socialisten in het verleden, bij haar organisatie te betrekken. Maar het staat inmiddels wel vast dat zulks een schier hopeloze taak is. Hoeveel kritiek er ook in centrumrechtse kring is op Orbán c.s., de meesten van die critici weigeren ook categorisch zich openlijk met de oppositie te associëren.

De MSZP geeft met de verbintenis definitief het streven op om te zien in hoeverre ze op eigen kracht in staat is een vuist tegen Fidesz te maken. Diverse tussentijdse verkiezingen in gemeentes en deelgemeentes hebben de afgelopen maanden duidelijk gemaakt dat socialistische kandidaten in hun eentje kansloos zijn. Het ligt nu ook in de lijn der verwachting dat de landelijke lijsttrekker ofwel Bajnai ofwel een nog onbekende derde gaat worden, maar niet de socialist Mesterházy.

Verder afgelopen week:

* Het staatsmonopolie op tabaksverkoop draait, zoals te verwachten was, uit op een goede deal voor weer heel wat aan Fidesz gelieerde figuren. Er zijn in een niet-openbare en volstrekt ondoorzichtige vergunningenprocedure 3.500 vergunningen uitgegeven om tabak te verkopen en een groot deel daarvan aan mensen met de juiste politieke connecties. Volgens weekblad HVG ging het zo ver dat in veel gemeentes de locale Fidesz baas besliste wie een vergunning kreeg en dat in sommige gemeentes de Fidesz fractie er over heeft gestemd. Geen toeval dus dat er opvallend veel vergunningen uitgegeven zijn aan mensen rond de CBA winkelketen (een grote sponsor van Fidesz). Ook diverse mensen met connecties met de Fidesz politicus die de wet heeft opgesteld vallen in de prijzen, net als bijvoorbeeld de 19-jarige zoon van de Fidesz burgemeester van het dorpje Fonyód aan het Balaton (hij kreeg drie vergunningen) en drie leden van één familie in het stadje Esztergom die de hand wisten te leggen op tien van de 16 vergunningen daar. Van de meer dan 15.000 winkeliers die tot nu toe tabak verkochten, heeft het overgrote deel geen vergunning gekregen. Onder hen een man in Budakalász wiens familie al meer dan 70 jaar in de tabaksverkoop zit. Zijn grootvader raakte de familiezaak kwijt toen de communisten zijn winkel nationaliseerden in de jaren ’50, deze man raakt zijn inkomen kwijt nu Fidesz hem in feite hetzelfde trucje flikt. Gisteren dienden twee Fidesz politici ook nog eens een wet in die de winnaars van deze tabaksvergunningen van staatswege een winst van minimaal 10 procent garandeert. Al eerder was vastgelegd dat de betreffende winkeliers naast tabak ook alcohol, frisdranken, tijdschriften en loterijtickets mogen verkopen. Zodat ook de uitbaters van die stalletjes nu oneerlijke gesubsidieerde concurrentie krijgen.

* Hetzelfde laken een pak in de tenders voor landbouwland. Fidesz dissident Jozsef Angyán (ex-staatssecretaris van landbouw) slaat nu al twee jaar de trom over de wijze waarop Fidesz vriendjes lucratieve pachtcontracten krijgen toegespeeld. In twee provincies (Fejér en Borsod) is 80% van de contracten naar Fidesz relaties gegaan, voor zeker de helft ook nog eens naar mensen die geen locale boeren zijn maar behoren tot een kleine groep van families en individuen van buiten. De krant Népszabadság legde de hand op een intern rapport van de organisatie die de betreffende landbouwgrond in eigendom heeft, de NFA, waarin wordt gezegd dat de criteria voor de toewijzing van de pachtcontracten niet objectief zijn. Het bestaan van dat rapport werd tot nu toe van officiële zijde ontkend. Het politieke effect van deze machinaties is overigens vooral een verschuiving van de steun van Fidesz naar het extreemrechtse Jobbik in veel plattelandsgebieden.

* De minister van economische ontwikkeling heeft de directie van olie- en gasbedrijf MOL gevraagd op te houden met het subsidiëren van een wetenschappelijke stichting die de activiteiten van oppositieleider Gordon Bajnai met onderzoek ondersteunt. De Hongaarse overheid heeft aandelen in MOL en het geeft geen pas dat zo’n bedrijf de activiteiten steunt van iemand die de huidige regering ten val wil brengen, aldus de minister.

woensdag 17 april 2013

Weg van Europa



In de conservatieve kranten Die Welt, FAZ en Kurir zette Orbán deze week uitgebreid uiteen dat hij het maatschappelijke, economische en democratische model van “het oude Europa” overleefd vindt en dat hij een andere kant op wil. Hij uitte deze gedachten de afgelopen jaren al eens tegenover zijn eigen aanhang, maar dit is voor het eerst dat hij het zo duidelijk en omstandig deed tegenover West-Europese journalisten.  Zoals hij zelf zegt: dit, en niet de eindeloze discussies over allerlei wetjes, regels en andere detailpunten, is “de kern van de zaak.”

In de interviews met de genoemde conservatieve kranten benadrukt Orbán dat hij met Hongarije een heel andere kant op wil dan wat in Europa als normaal en gebruikelijk wordt beschouwd. “Wij doen niet hetzelfde als in het oude West-Europa. De grondwet, onze economische politiek en andere regels die we hebben geïntroduceerd, dat alles wijkt af van wat in veel westerse landen gebruikelijk is. (…) We werken aan de opbouw van een maatschappelijk en economisch model. Dat is gebaseerd op een zeer duidelijke visie die van de regering vastberaden stappen en politieke doortastendheid vereist. Op het moment zit Europa in een crisis van het sociale en economische systeem. (…) Er zijn verschillende nationale antwoorden op die crisis. Ons antwoord is dat het Europese economische en sociale model in ieder geval hier in Hongarije niet overeind te houden is. Dat model kwam hier eerlijk gezegd ook nooit werkelijk van de grond."
In het 'nieuwe' model van Orbán is een veel grotere rol weggelegd voor de staat in de economie en het maatschappelijke en culturele leven. "Markt en overheid zijn beiden onontbeerlijk. De vraag is hoe ze zich tot elkaar moeten verhouden. In onze veranderde wereld is het Europese model niet langer in staat de concurrentie aan te gaan omdat het de verhouding tussen overheid en markt verkeerd verdeelt en het niet over de kracht beschikt om de bevoegdheden van beiden opnieuw in te richten.”
Het is ook interessant om te zien hoe Orbán, hoewel hij altijd ontkent dat wat Hongarije allemaal doet afwijkt van wetgeving in andere EU landen, tegelijk zegt dat hij een andere benadering heeft van het begrip democratie dan in Europa gebruikelijk (en in EU-verdragen vastgelegd). In zijn model is het zo dat "de door het volk gekozen vertegenwoordigers beslissingen nemen en dat men dat democratie noemt." Het is juist ondemocratisch, zegt hij, dat de macht van de partij die de meerderheid vertegenwoordigt wordt ingeperkt door allerlei instituties en 'checks and balances.' "Want de zekerheid van de democratie ligt niet bij een Grondwettelijk Hof of het parlement, ze berust bij het volk zelf. (…) Ik ben niet van mening dat men de democratie met instituties tegen het volk moet beschermen.” Het verwijt dat Fidesz met de nieuwe grondwet, allerlei “kardinale” wetten en veel personele benoemingen het regeringsbeleid voor hele lange tijd in beton giet en het dus eventuele andere regeringen in de toekomst onmogelijk maakt eigen beleid te voeren, ontkent hij eigenlijk ook niet. Zijn antwoord is slechts: “Alle partijen hebben de kans om een twee derde meerderheid te bereiken, precies zoals wij dat gedaan hebben.”
In de interviews schermde Orbán zoals gebruikelijk met het mandaat dat hij in 2010 van “het volk” gekregen zou hebben. Maar in kan het niet vaak genoeg herhalen: hij kreeg 53% van de stemmen resulterend in 67% van de zetels, wat dus betekent dat 47% van de Hongaren het niet met hem eens was. Bovendien heeft hij deze prachtige nieuwe ideeën destijds nooit aan de kiezers voorgelegd. In de verkiezingscampagne van 2010 – waarin Fidesz consequent weigerde aan welk debat dan ook mee te doen en er geen enkel verkiezingsdebat op TV was – was er geen enkele sprake van nieuwe maatschappelijke of economische systemen, een nieuw model van democratie of een andere weg dan de rest van Europa. Zoals Orbán vóór die verkiezingen ook nooit heeft gezegd dat hij de grondwet zou gaan wijzigen als hij een 2/3 meerderheid zou krijgen en hij daar toen hij dat toch deed ook geen referendum over wilde houden.
3. Natuurlijk staat het een ieder EU lid te allen tijde vrij het debat over allerlei uitgangspunten, basiswaarden en spelregels van de economie en de democratie in de EU aan te gaan. Maar intussen in eigen land de Europese spelregels al vast laten voor wat ze zijn, dat is heel wat anders. Daarmee schendt Fidesz het EU toetredingsverdrag uit 2004 en het Lissabon akkoord uit 2007, beiden door Hongarije ondertekend.


Verder de afgelopen dagen:

* Na de boze brief van Barroso op vrijdag de 12e reageerde Orbán direct met een brief dat alles in orde zou komen en op maandag de 15e diende minister van justitie een wetsontwerp in met een tweetal wetswijzigingen die, zo heet het, aan de bezwaren van Europa tegemoet komen. Maar is dat ook zo? Een eerste bezwaar was dat er met het zogenaamde vierde superamendement nu in de grondwet staat dat partijen tijdens verkiezingscampagnes geen advertenties mogen plaatsen in commerciële media. De concessie is nu dat die regel niet geldt voor de Europese verkiezingen (maar dus wel voor de Hongaarse parlementsverkiezingen). Het tweede bezwaar was dat volgens de grondwetswijziging het hoofd van het Nationale Gerechtelijke Bureau (u weet wel, die huisvriendin van de Orbáns) het recht heeft om naar eigen discretie rechtszaken aan andere rechtbanken toe te wijzen. De concessie is dat dit niet geldt voor zaken die met het Europese recht van doen hebben (maar dus wel met alle andere rechtszaken, zoals vermeende corruptie e.d.). Tot slot: beide ‘concessies’ hebben de status van een gewone wet, maar in de grondwet wordt niets gewijzigd.

* In Györ demonstreerden op 13 april 70 Hongaarse en Duitse neonazi’s in de binnenstad “tegen de misdaden van de geallieerden.”

zaterdag 13 april 2013

Ruzie met de Europese Christendemocraten



Volgens de Hongaarse krant in Roemenië Magyar Szó (Het Hongaarse Woord) heeft het bestuur van de christendemocratische EPP fractie in het Europees Parlement in een vergadering in Dubrovnik gisterenavond besloten dat de Hongaarse regeringspartij Fidesz een ultimatum krijgt: ofwel ze conformeert zich binnen een week aan de Europese verzoeken betreffende het Vierde Superamendement op de grondwet ofwel Fidesz wordt uit de EPP geschorst.

De grondwetsstraat is nu de Fidesz-heeft-altijd-gelijk-straat
Natuurlijk zal premier Orbán, die dinsdag aanwezig zal zijn bij de zitting van de voltallige EPP fractie in Straatsburg,  reageren met de nodige verzekeringen dat alles goed zal komen, dat er niets aan de hand is en dat hij bepaalde passages in de (grond)wet wel wil wijzigen: rekken traineren, marchanderen. Maar het begint er steeds meer op te lijken dat hij er niet langer van uit kan gaan dat de Europese christendemocraten hem niet (openlijk) zullen laten vallen en daarmee komt hij in Europa heel zwak te staan.
Intussen blijft het Europese conflict escaleren. Commissie voorzitter Manuel Barroso (EPP) heeft vrijdag een nieuwe kritische brief aan premier Orbán geschreven en het Europees Parlement vergadert woensdagochtend over “de kwestie Hongarije,” waarbij mogelijk ook voorstellen op tafel komen om hardere actie tegen de regering Orbán, te beginnen met een soort parlementair onderzoek (een artikel 7 procedure) om vast te stellen of het land zich aan de democratische normen van de EU houdt.
Tegelijk lanceren Orbán en zijn ministers de ene na de andere (persoonlijke) aanval op die Europese politici en instellingen die zich niet door hen laten overtuigen dat er niets aan de hand is. Daarbij beschuldigen ze bijvoorbeeld commissaris Viviane Reding (EPP), commissaris Neelie Kroes (liberalen) maar ook de deskundigen van de Venetië Commissie en het Europees Parlement zelf ervan bevooroordeeld te zijn en zich te laten meeslepen in een links-liberaal complot tegen Hongarije. Ook heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken haar ambassades opdracht gegeven actief te reageren als er in media in hun landen artikelen verschijnen met “feitelijke onjuistheden.” Met name bij krantenredacties en directies in Duitsland en Oostenrijk zijn de laatste maanden de nodige klachten neergelegd over het werk van hun redacties en hun Hongarije correspondenten. En tenslotte heeft de regering een speciale “taskforce” van juristen opgezet die haar moet bijstaan in het pareren van de Europese aanvallen.

Verder de afgelopen week:

- Judit Király is afgetreden als laatste onafhankelijke lid van de Monetaire Raad van de Hongaarse Nationale Bank (MNB). Ze wilde daarmee onderstrepen dat de bank niet langer onafhankelijk werkt, maar een verlengstuk van de regering is geworden.

- Volgens regeringswoordvoerder Ferenc Kumin treedt de Hongaarse regering altijd ferm op tegen het antisemitisme en is dat nog eens bewezen toen premier Orbán begin deze week hoogstpersoonlijk de motordemonstratie “Geef Gas” verbood die een extreemrechtse motorclub wil houden op 21 april a.s., de dag van de Holocaust herdenking. Het behoeft hier geen betoog dat “Geef Gas, Handen af van ons Vaderland en onze Huizen” antisemitisch, provocerend en uitermate onsmakelijk is. De “Hongaarse Motorrijders Beweging” wil tijdens een motortocht op de 21e ook de Joodse wijk van Boedapest aandoen terwijl daar de “Mars der Levenden” wordt gehouden ter herdenking van de Holocaust.
De politie had “Geef Gas” niet verboden omdat ze dat volgens de bestaande wetgeving niet kan. Joodse organisaties waren uiteraard zeer verontwaardigd en premier Orbán droeg vervolgens in het parlement hoogstpersoonlijk de minister van binnenlandse zaken op alsnog een politieverbod uit te vaardigen. Dat nu door de motorclub voor de rechter wordt aangevochten, want de Hongaarse wet staat zo’n verbod nu eenmaal niet toe.
De gang van zaken is tekenend voor de machtsverhoudingen zoals die inmiddels zijn ontstaan, aldus mensenrechtenorganisaties TASZ. Naarmate de premier iets bevalt of niet bevalt, geeft hij opdrachten, zelfs al zijn die in strijd met de wet en het recht. Terwijl echt goede wetgeving die dit soort problemen voorkomt en waarmee rechtbanken iets kunnen doen, nog altijd ontbreekt. Misschien zou het verstandiger zijn om wetgeving te ontwerpen die deze motorrijders wel toestaat hun mening te uiten, hoe verwerpelijk hun mening ook is, maar niet op het tijdstip en de plek die zij willen omdat dat de openbare orde in gevaar brengt en het recht van anderen op een vreedzame demonstratie in het gedrang brengt?
Bovendien is één zo’n groots gebaar mooi voor de Bühne, maar verhult het niet dat premier Orbán en Fidesz als partij zich nooit consequent bij het antisemitische kamp scharen. Want in hun cynische pogingen om iedereen die zich tot rechts rekent – ook de antisemieten – te vriend te houden, tolereren en steunen ze met grote regelmaat allerlei extreemrechtse figuren en werken ze bij tal van gelegenheden ook met hen samen. Een greep uit de afgelopen maand:
*  in de deelgemeente Ujpest vond een 15 maart herdenking plaats waarbij naast de Fidesz burgemeester prominent twee mannen stonden in het uniform van de nieuwe Magyar Gárda, een verboden paramilitaire organisatie van extreemrechts. De Fidesz burgemeester van een andere deelgemeente in Boedapest nam diezelfde nationale feestdag deel aan een bijeenkomst van Jobbik. Jobbik is de partij die op 4 mei als het Joodse Wereld Congres  in Budapest vergadert een manifestatie zal houden tegen “de Judeo-Bolshevistische , anti-Christelijke en anti-Hongaarse terreur en zijn Joodse leiders tussen 1919 en 1945.”
* de door Fidesz gecontroleerde publieke zender Duna TV bestelde voor 300.000 euro aan programma’s bij TV productiefirma Dextramedia. Dextramedia heeft nauwe banden met extreemrechtse politici, produceert ook materiaal voor radicaal rechtse private TV zenders zoals Hir TV en Echo TV en maakte voor het aan Jobbik gelieerde N1TV ondermeer een lovende film over de staatsman Adolf Hitler, ‘tegen wiens nagedachtenis “een heksenjacht” wordt gevoerd.’ Ook bleek dat Beatrix Siklósi, die bekend staat om haar extreemrechtse opvattingen en daar op sociale media ook geen geheim van maakt, een hoge adviesfunctie heeft bij het publieke mediabedrijf  MTVA. Maar ze is bepaald niet de enige uit die hoek met een functie bij de ‘publieke’ omroep.
* in maart benoemde de Fidesz regering de jurist Imre Juhász als ‘rechter’ in het Grondwettelijk Hof. Júhász geldt als een openlijke sympathisant van Jobbik en het is dan ook geen wonder dat Jobbik in het parlement deze benoeming steunde.
* ik meldde al eerder dat minister Balog Zoltán een paar weken terug hoge staatsonderscheidingen gaf aan diverse bekende rechtsextreme figuren, waaronder een journalist en een popmusicus. Toen er veel ophef over ontstond, vroeg en kreeg hij van de journalist de onderscheiding terug, maar de onderscheiding van de betreffende gitarist staat nog steeds. Naar aanleiding van die affaire kwam  een krant met het bericht dat minister Navracsics van justitie vorig jaar ook al een hoge onderscheiding had verleend aan Imre Szabó, een van de voornaamste medewerkers van kuruc.info, een neonazistische Hongaarse website die vanuit de VS opereert.